Petrus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie Petrus (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Petrus.
Petrus
Eerste der apostelen
Eerste bisschop van Rome
Petrus, door Peter Paul Rubens
Petrus, door Peter Paul Rubens
Geboren ? te Galilea
Gestorven ~64 te Rome(?)
Schrijn Sint-Pietersbasiliek
Naamdag 22 februari, 29 juni, 30 november
Attributen Sleutels, haan
omgekeerd kruis
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Petrus
? – ~ 64
Petrus door Pierre-Étienne Monnot
Paus
Periode ?- ~64
Opvolger Linus
Lijst van pausen
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Jezus roept Simon (Petrus) en Andreas (Duccio di Buoninsegna).
Jezus laat Petrus over het water lopen (François Boucher).
Jezus geeft de sleutels aan Petrus (fresco van Pietro Perugino in de Sixtijnse Kapel).
Jezus geeft Petrus de sleutels (Rubens).
Malchus wordt door Petrus aangevallen; een anoniem Bourgondisch schilderij uit ca. 1520
Een engel verlost Petrus van zijn handboeien (Bernardo Strozzi).
“Domine, quo vadis?” (Annibale Carracci)
“Tu es Petrus” in de Sint-Pietersbasiliek te Rome
Standbeeld door Arnolfo di Cambio (13e eeuw) in de Sint-Pietersbasiliek
Altaar van de Troon van Petrus in de Sint-Pietersbasiliek

Petrus (Grieks: Πέτρος, Petros, "(grote) steen", "rots"; Aramees: Kefas) (Galilea, geboortedatum onbekend - Rome(?), ca. 64) was volgens het Nieuwe Testament een van de twaalf apostelen van Jezus. Petrus was zijn bijnaam, die hem door Jezus werd gegeven.[1] Oorspronkelijk heette hij "Simon"[2] of "Simeon".[3] Om die reden wordt hij ook wel als Simon Petrus[4] aangeduid of (één keer) als Simeon Petrus.[5]

Het Nieuwe Testament telt twee brieven die worden toegeschreven aan Petrus, zie Eerste brief van Petrus en Tweede brief van Petrus.

In de Rooms-Katholieke Kerk wordt Petrus als de eerste paus beschouwd en wordt hij ook wel aangeduid als Sint-Pieter.[6] Het ambt van paus wordt daarom ook wel "Petrusambt" genoemd. In het oosters christendom wordt Petrus als de eerste patriarch beschouwd.

In kunst en iconografie is Petrus vrijwel altijd te herkennen aan de sleutels van de hemel, die het Petrusambt symboliseren. Andere attributen zijn een omgekeerd kruis, vissersnet en een haan.

Biografie[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Over de historiciteit van Petrus is geen twijfel. Biografische gegevens over Petrus worden hoofdzakelijk gevonden in het Nieuwe testament, vooral in de synoptische evangeliën en Johannes. De evangeliën zijn echter (vrijwel zeker) geschreven na Petrus' dood en vormen een mengsel van historische herinnering en latere verdichting. Overige biografisch relevante vermeldingen zijn in Handelingen en de brieven van Paulus.

Van de apostolische vaders zijn vooral de vermeldingen door Clemens[7] en Ignatius[8] van belang als het gaat om het einde van Petrus. Ook de verbinding met de evangelietraditie door Papias[9], Eusebius[10] en Hiëronymus[11] zijn van groot belang. Latere werken worden over het algemeen als historisch minder betrouwbaar beschouwd.

Persoonlijke context[bewerken]

Simon (zoals Petrus eigenlijk heette[2]) was de zoon van Johannes[12] en kwam waarschijnlijk uit Betsaïda.[13] Hij was een visser aan het Meer van Tiberias en niet opgeleid volgens rabbijnse of Griekse maatstaven.[14] Hij werkte samen met zijn broer Andreas en de zonen van Zebedeüs, Johannes en Jakobus.[15]

Later woonde Petrus in Kafarnaüm, waar Jezus hem bezocht. Hij was getrouwd,[16] maar de verslagen van het martelaarschap van zijn vrouw en kinderen zijn legendarisch. Het lijkt erop dat hij behoorde tot de kring van leerlingen van Johannes de Doper.[17]

Roeping[bewerken]

Volgens de synoptische evangeliën zag Jezus van Nazareth Petrus en Andreas vissen in het Meer van Tiberias en zei hij tegen ze:

"Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.[18]"

Meteen hierna lieten zij hun netten achter zich en volgden zij Jezus.[19]

Volgens Johannes was Andreas aanwezig toen Johannes de Doper Jezus aankondigde als het lam van God en volgde hij Jezus vanaf dat moment. Toen Andreas zijn broer tegenkwam, zei hij tegen hem dat hij de messias had gevonden en nam hij hem mee naar Jezus.

"Jezus keek hem aan en zei: 'Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten' (dat is Petrus, 'rots').[12]"

Het is niet onwaarschijnlijk dat Petrus deze bijnaam kreeg om hem te onderscheiden van de andere apostel die ook Simon heette.[20]

Leerling van Jezus[bewerken]

Petrus was zonder twijfel een belangrijke leerling van Jezus. Hij wordt genoemd als een van de twaalf apostelen en geen andere leerling komt in de evangeliën zo vaak voor. Steeds treedt hij op als woordvoerder namens de groep apostelen.[21]

Jezus zei tegen Petrus:

"Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.[22]"

Dit wordt ook wel de traditio clavium genoemd, Latijn voor overdracht van de sleutels. De woorden van Matteüs staan in het Latijn in grote letters in de kroon van de koepel boven wat als het graf van Petrus wordt beschouwd.

Petrus liep over het water naar Jezus, maar zonk daarna weg.[23] Hij was getuige van de Gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor.[24]

Volgens Lucas kreeg Petrus de opdracht zijn broeders in het geloof te sterken: “Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.”[25]

Toen Jezus de voeten van zijn leerlingen wilde wassen, weigerde Petrus dit, maar toen Jezus zei dat hij anders niet bij hem zou kunnen horen, vroeg Petrus spontaan of Jezus niet alleen zijn voeten, maar ook zijn handen en hoofd wilde wassen.[26]

Arrestatie en verhoor van Jezus[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Arrestatie van Jezus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Petrus was aanwezig bij het laatste avondmaal. Toen Jezus en zijn leerlingen in de hof van Getsemane waren om te bidden, viel Petrus telkens in slaap.[27] Toen een meute arriveerde om Jezus te arresteren, nam Petrus een zwaard en hakte het oor af van Malchus, een slaaf van de hogepriester. Jezus genas het oor van Malchus[28] en vermaande Petrus dat hij zijn zwaard moest opbergen. Na Jezus' arrestatie bleef Petrus op een afstand.

Toen Jezus in het huis van Kajafas werd verhoord, warmde Petrus zich op de binnenplaats aan een vuur. Toen men hem herkende als een leerling, beweerde Petrus dat hij Jezus niet kende, een leugen die hij zich pas realiseerde toen hij een haan hoorde kraaien. Eerder die avond had Jezus dit voorspeld toen Petrus gezworen had dat hij Jezus nooit zou afvallen.

1rightarrow blue.svg Zie Verloochening van Petrus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na Jezus' dood[bewerken]

Na de opstanding van Jezus gaf deze Petrus opdracht op te treden als herder van zijn kudde.

"Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus toe: “Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?” Petrus antwoordde: “Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.” Jezus zei: “Weid mijn lammeren.”[29]"

In Handelingen treedt hij op als hoofd van de kerk in Jeruzalem.[30]

Petrus en Paulus[bewerken]

Uit de brieven van Paulus, die (deels) tijdens Petrus' leven zijn geschreven, blijkt dat Paulus Petrus meermaals heeft ontmoet. Petrus was toen een van de leiders van de groep volgelingen van Jezus Christus in Jeruzalem. Hun eerste ontmoeting vond plaats in circa 35 n.Chr. in Jeruzalem.[31]

Veertien jaar daarna maakte Paulus in het kader van het Concilie van Jeruzalem met onder meer Petrus en Jacobus, de broer van Jezus, de afspraak dat Petrus het evangelie aan de Joden zou verkondigen, terwijl Paulus naar de andere volken zou gaan.[32]

Enige tijd later kregen Paulus en Petrus in Antiochië hierover onenigheid, omdat Petrus volgens Paulus erop bleef aansturen dat niet-Joden Joodse gebruiken zouden moeten gaan volgen.[33]

Traditie[bewerken]

De overlevering vermeldt dat de stichting van de gemeenten in Rome, Antiochië en Jeruzalem op Petrus teruggaat.

Handelingen van Petrus[bewerken]

In de apocriefe Handelingen van Petrus (gedateerd omstreeks 200) staan veel verhalen opgetekend over daden van Petrus. Het einde daarvan speelt zich af tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero. Uit angst kozen velen ervoor de stad te verlaten. Ook Petrus verkoos veiliger oorden. Tijdens zijn vlucht had hij een nachtelijk visioen waarin hij Christus ontmoette die een kruis droeg. Petrus vroeg met verbazing: “Quo vadis, Domine?” (“Waar gaat u heen, Heer?”) Jezus antwoordde hem: “Eo Romam iterum crucifigi” (“Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden”). Dat antwoord van Jezus, dat vervolgde met de woorden: “omdat jij mijn lammeren in de steek laat”, bevestigt Petrus' rol als plaatsbekleder van de Heer. Petrus hernam zijn verantwoordelijkheid door terug te gaan naar Rome, zijn marteldood tegemoet. Petrus werd – op eigen verzoek, omdat hij uit eerbied niet op dezelfde manier als Jezus wilde sterven – met het hoofd naar beneden, ondersteboven gekruisigd, en vond zijn laatste rustplaats vlak bij de plaats waar hij gekruisigd werd, in de nabijheid van het stadion van de Vaticaanse heuvel.[34]

Bisschop van Rome[bewerken]

De vroegste vermelding van het martelaarschap van Petrus in Rome komt uit de geschriften van Eusebius (begin 4e eeuw) wanneer hij uit een verloren gegane brief van Dionysius van Korinthe aan de christenen van Rome (ca. 170) citeert. In dezelfde periode als het verschijnen van de apocriefe Handelingen van Petrus wordt Petrus geportretteerd als eerste bisschop van Rome door de Apostolische Vaders en kerkvaders, met name door Tertullianus, Clemens van Alexandrië, Irenaeus van Lyon, Ignatius van Antiochië, Cyrillus van Jeruzalem en Cyprianus van Carthago. Zij schreven aan de Romeinse bisschop een bijzondere verantwoordelijkheid voor de eenheid van de christenen toe (bijvoorbeeld in de strijd rond het sabellianisme, het marcionisme en schisma van Novatianus), die steeds werd verantwoord met het teruggrijpen naar Petrus. In de rooms-katholieke kerk ontwikkelde zich op deze basis een ecclesiologische theologie van het Petrusambt.

Historische juistheid[bewerken]

Vanaf medio negentiende eeuw zijn er perioden geweest van een academisch debat over de historiciteit van de aanwezigheid van Petrus in Rome en als gevolg daarvan zijn kruisiging.[35][36] Tot in de twintigste eeuw werd dat debat vooral door theologen gevoerd. Het standpunt jegens de historiciteit van het verblijf van Petrus in Rome werd dan ook vaak beïnvloed door de denominatie van de deelnemers aan het debat alsmede hun houding ten opzichte van de legitimiteit van het Petrusambt. Vanaf eind twintigste eeuw is er sprake van publicaties die meer berusten op interdisciplinair onderzoek. Vanaf die periode verschenen ook steeds meer publicaties die concluderen dat Petrus nooit in Rome kan zijn geweest en dus ook nooit daar kan zijn gekruisigd en begraven.[37][38][39][40]

Er zijn verder theses ten aanzien van de Eerste brief van Petrus. In 1 Petrus 5:13 wordt Babylon genoemd als de plaats waar die geschreven zou zijn. Er zijn auteurs die, op basis van het feit dat Babylon in de vroeg-christelijke literatuur ook wel als metafoor voor Rome gebruikt werd, aangenomen hebben dat de brief in Rome geschreven moet zijn. Een andere, sterker ondersteunde these is dat met Babylon in dit geval de joodse en christelijke diaspora van die tijd bedoeld wordt. Er is echter ook een grote meerderheid van auteurs van opvatting dat de brief op zich een pseudepigraaf is, die al van geruime tijd na het overlijden van Petrus moet dateren en pas daarna aan hem is toegeschreven.[41]

Verering[bewerken]

In de kerktraditie is het graf van Petrus onder de huidige Sint-Pietersbasiliek. Opgravingen hebben een aedicula uit het jaar 160 aan het licht gebracht, dat als een monument ter herinnering aan Petrus geduid kan worden. Bij de bouw van de Oude Sint-Pietersbasiliek vanaf begin vierde eeuw is men ervan uitgegaan dat onder de aedicula nog een graf zou moeten zijn. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit niet het geval geweest kan zijn. Dit leidt bij auteurs tot de conclusie, dat een verhaal over de aanwezigheid van een graf van Petrus en verering voor hem pas op zijn vroegst bij de bouw van de aedicula, dus geruime tijd na zijn dood, kan zijn begonnen.[42]

Bij renovatiewerkzaamheden in de jaren 30 van de 20e eeuw vond men het redelijk goed bewaard gebleven skelet van een stevig gebouwde man van ongeveer 60-70 jaar oud bij overlijden. Hoewel er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor te leveren is, proclameerde Paus Paulus VI in 1968 dat het daadwerkelijk ging om de stoffelijke resten van Petrus, die hier begraven zou liggen.

In het schip van de Sint-Pieter staat een devotiebeeld van Petrus, dat naar alle waarschijnlijkheid is gemaakt door de 13e-eeuwse beeldhouwer en architect Arnolfo di Cambio. Op 29 juni wordt dit beeld aangekleed met een rode koorkap, als symbool van Petrus' martelaarschap[bron?] en gekroond met een echte tiara, versierd met briljanten en parels, die gedragen werd door paus Gregorius XIII. Sinds eeuwen wordt de voet van dit beeld gekust door pelgrims uit de hele wereld, waardoor de voet ernstig is afgesleten.

Tijdens het Hoogfeest van Petrus en Paulus wordt vaak het bekende “Tu es Petrus” van Lorenzo Perosi gezongen.[43] Deze tekst is door verschillende componisten op muziek gezet.

Feestdagen[bewerken]

Petrus heeft drie feestdagen. De belangrijkste is Petrus en Paulus op 29 juni. Volgens de overlevering zijn beide apostelen op dezelfde dag en binnen hetzelfde uur gestorven. De bevrijding van Petrus wordt gevierd op 1 augustus met het feest van Sint-Petrus’ Banden. De Orthodoxe Kerk viert dit op 16 januari. Op 22 februari wordt binnen de katholieke kerk het leergezag (ex cathedra) met het feest van Petrus’ Stoel gevierd.

Beschermheilige[bewerken]

Petrus is de patroonheilige van de abdijen van Bath en Berchtesgaden, van Bremen, Chartres, Abdij Affligem en Abdij van Dendermonde, Keulen, Trier, Las Vegas, het bisdom Jackson, Köpenick, Worms, Lessen, Leuven, Oostende, Puurs, Sint-Pieters-Rode, Leiden, Maastricht, Moissac, Naumburg, Regensburg, Rome, de Kerk, Umbrië, Sint-Petersburg, het bisdom Providence, Obermarsberg, het bisdom Philadelphia en Poznań en verder van de pausen, de bakkers, de slachters, de bruggenbouwers, de boetelingen, de metselaars, de glazeniers, de schrijnwerkers, de slotenmakers, de smeden, de loodgieters, de uurwerkmakers, bij de oogst, de zegelbranders, de steenkappers, de pottenbakkers, de schoenmakers, de netten- en doekenwevers, de vissers en de vishandelaars, de schippers, de scheepsbouwers. Voorts wordt Petrus aangeroepen bij scheepsbreuken, door jonge vrouwen, de rouwenden en de boetelingen, en bij zinsverbijstering, slangenbeten, hondsdolheid, diefstal, voetpijnen, koorts, bezetenheid en vallen.

Apocriefe geschriften[bewerken]

Het apocriefe evangelie naar Petrus is een kort passieverhaal, dat op sommige punten docetisch gedachtegoed bevat. Het eerste commentaar over deze apocrief dateert uit de 4e eeuw van Eusebius van Caesarea, die zich daarbij echter beroept op uitspraken van Serapion van Antiochië van rond 210. Bewaarde tekstfragmenten dateren uit de 6e en 8e eeuw. Het evangelie naar Petrus heeft tijdens de canonvorming van het Nieuwe Testament geen controversiële rol gespeeld, het werd overwegend als niet-canoniek geschrift herkend.

Andere apocriefe geschriften zijn Handelingen van Petrus, Handelingen van Petrus en de Twaalf Apostelen, Openbaring van Petrus, Gnostische Openbaring van Petrus en de Pseudo-Clementijnse roman, de oudste bekende christelijke roman.

Varia[bewerken]

  • In Bordeaux is een van de bekendste en duurste wijnen genoemd naar Petrus: Pétrus. Op het etiket van de flessen staat Petrus afgebeeld met de sleutels van de Hemelpoort.
  • Jezus had Petrus de sleutel van de hemel gegeven en daarom wordt verteld dat Petrus aan de poort van de Hemel waakt en beslist wie naar binnen mag gaan.
  • In het Frans is de vertaling van de voornaam Pierre (Petrus) steen in het Nederlands. Ook dit verwijst naar de Rots van de Kerk.
  • Er bestaat een orde die naar Petrus genoemd is; zie: Priesterbroederschap van Sint Petrus

Iconografie[bewerken]

De apostel Petrus heeft diverse attributen.

  • De haan verwijst naar Petrus' verloochening van Jezus en zijn berouw daarover.[44]
  • De sleutel verwijst naar Jezus' belofte om Petrus de sleutel van het koninkrijk van de hemel te geven.
  • Het omgekeerde kruis of Petruskruis verwijst naar het kruis waaraan Petrus, volgens de overlevering, ter dood is gebracht.
  • De tiara verwijst naar de macht van Petrus als paus.
  • Vaak wordt Petrus afgebeeld als bisschop met alle waardigheidssymbolen, die de gelovigen zegent.
  • Soms wordt Petrus afgebeeld als eenvoudige visser met een net.
  • Soms wordt Petrus afgebeeld als oude man met gebroken handboeien.

Zie ook[bewerken]

1e-2e eeuw:Petrus · Linus · Anacletus I · Clemens I · Evaristus · Alexander I · Sixtus I · Telesforus · Hyginus · Pius I · Anicetus · Soter · Eleuterus · Victor I · Zefyrinus
3e-4e eeuw:Hippolytus · Calixtus I · Urbanus I · Pontianus · Anterus · Fabianus · Novatianus · Cornelius · Lucius I · Stefanus I · Sixtus II · Dionysius · Felix I · Eutychianus · Cajus · Marcellinus · Marcellus I · Eusebius · Miltiades · Silvester I · Marcus · Julius I · Liberius · Felix II · Damasus I · Ursinus · Siricius · Anastasius I
5e-6e eeuw:Innocentius I · Zosimus · Bonifatius I · Eulalius · Celestinus I · Sixtus III · Leo I · Hilarius · Simplicius · Felix II (III) · Gelasius I · Anastasius II · Symmachus · Laurentius · Hormisdas · Johannes I · Felix III (IV) · Dioscurus · Bonifatius II · Johannes II · Agapitus I · Silverius · Vigilius · Pelagius I · Johannes III · Benedictus I · Pelagius II · Gregorius I
7e-8e eeuw:Sabinianus · Bonifatius III · Bonifatius IV · Adeodatus I · Bonifatius V · Honorius I · Severinus · Johannes IV · Theodorus I · Martinus I · Eugenius I · Vitalianus · Adeodatus II · Donus · Agatho · Leo II · Benedictus II · Johannes V · Conon · Theodorus II · Paschalis I · Sergius I · Johannes VI · Johannes VII · Sisinnius · Constantijn I · Gregorius II · Gregorius III · Zacharias · Stefanus (II) · Stefanus II (III) · Paulus I · Constantijn II · Filippus · Stefanus III (IV) · Adrianus I · Leo III
9e-10e eeuw:Stefanus IV (V) · Paschalis I · Eugenius II · Valentinus · Gregorius IV · Sergius II · Johannes VIII · Leo IV · Anastasius III · Benedictus III · Nicolaas I · Adrianus II · Johannes VIII · Marinus I · Adrianus III · Stefanus V (VI) · Formosus · Bonifatius VI · Stefanus VI (VII) · Romanus · Theodorus II · Johannes IX · Sergius III · Benedictus IV · Leo V · Christoforus · Sergius III · Anastasius III · Lando · Johannes X · Leo VI · Stefanus VII (VIII) · Johannes XI · Leo VII · Stefanus VIII (IX) · Marinus II · Agapitus II · Johannes XII · Leo VIII · Benedictus V · Johannes XIII · Benedictus VI · Bonifatius VII · Benedictus VII · Johannes XIV · Bonifatius VII · Johannes XV · Gregorius V · Johannes XVI · Silvester II
11e-12e eeuw:Johannes XVII · Johannes XVIII · Sergius IV · Benedictus VIII · Gregorius VI · Johannes XIX · Benedictus IX · Silvester III · Benedictus IX · Gregorius VI · Clemens II · Benedictus IX · Damasus II · Leo IX · Victor II · Stefanus IX (X) · Nicolaas II · Benedictus X · Alexander II · Honorius II · Gregorius VII · Clemens III · Victor III · Urbanus II · Paschalis II · Theodorik · Albert · Silvester IV · Gelasius II · Gregorius VIII · Calixtus II · Honorius II · Celestinus II · Innocentius II · Anacletus II · Victor IV (Gregorius) · Celestinus II · Lucius II · Eugenius III · Anastasius IV · Adrianus IV · Alexander III · Victor IV (Octavianus) · Paschalis III · Calixtus III · Innocentius III · Lucius III · Urbanus III · Gregorius VIII · Clemens III · Celestinus III · Innocentius III
13e-14e eeuw:Honorius III · Gregorius IX · Celestinus IV · Innocentius IV · Alexander IV · Urbanus IV · Clemens IV · Gregorius X · Innocentius V · Adrianus V · Johannes XXI · Nicolaas III · Martinus IV · Honorius IV · Nicolaas IV · Celestinus V · Bonifatius VIII · Benedictus XI · Clemens V · Johannes XXII · Nicolaas V · Benedictus XII · Clemens VI · Innocentius VI · Urbanus V · Gregorius XI · Urbanus VI · Clemens VII · Bonifatius IX · Benedictus XIII
15e-16e eeuw:Innocentius VII · Gregorius XII · Alexander V · Johannes XXIII · Martinus V · Clemens VIII · Benedictus XIV · Eugenius IV · Felix V · Nicolaas V · Calixtus III · Pius II · Paulus II · Sixtus IV · Innocentius VIII · Alexander VI · Pius III · Julius II · Leo X · Adrianus VI · Clemens VII · Paulus III · Julius III · Marcellus II · Paulus IV · Pius IV · Pius V · Gregorius XIII · Sixtus V · Urbanus VII · Gregorius XIV · Innocentius IX · Clemens VIII
17e-18e eeuw:Leo XI · Paulus V · Gregorius XV · Urbanus VIII · Innocentius X · Alexander VII · Clemens IX · Clemens X · Innocentius XI · Alexander VIII · Innocentius XII · Clemens XI · Innocentius XIII · Benedictus XIII · Clemens XII · Benedictus XIV · Clemens XIII · Clemens XIV · Pius VI · Pius VII
19e-20e eeuw:Leo XII · Pius VIII · Gregorius XVI · Pius IX · Leo XIII · Pius X · Benedictus XV · Pius XI · Pius XII · Johannes XXIII · Paulus VI · Johannes Paulus I · Johannes Paulus II
21e eeuw:Benedictus XVI · Franciscus

Cursief: tegenpaus

Petrus · Euodias · Ignatius · Hero · Cornelius · Eros · Theofilus van Antiochië · Maximus I · Serapion · Asclepiades · Filetus · Zebinnus · Babylas · Fabius · Demetrius · Paulus van Samosata · Domnus I · Timeüs · Cyrillus · Tyrannos · Vitalis · Filogonus · Paulinus · Eustatius · Eulalius · Eufornius · Filaclus · Stefanus I · Leontius · Eudoxius · Euzoius · Meletius · Flavianus I · Porfyrus · Alexander · Theodotus · Johannes I · Domnus II · Maximus II · Basilius · Acacius · Martyrius · Petrus de Vollere · Julianus · Petrus Fullo · Johannes II · Stefanus II · Callandion · Palladius · Flavianus II · Severus · Paulus I · Eufrosius · Efremus
Grieks-orthodoxe patriarchen:
Paulus II · Eufrasius · Efraïm · Domnus III · Anastasios I de Sinaïet · Gregorius I van Antiochië (Grieks) · Anastasios I van Antiochië · Anastasios II · Georgios II · Anastasius III · Macedonius · Gregorius I · Macarius · Theofanes · Sebastianus · Gregorius II · Alexander · Stefanus IV · Theofylactus · Theodorus · Johannes IV · Job · Nicolaas · Simeon · Elias · Theodosius I · Nicolaas II · Michaël · Zacharias · Georgius III · Job II · Eustratius · Christoforus I · Theodorus II · Agapius · Johannes IV · Nicolaas III · Elias II · Georgius Lascaris · Macarius de Zuivere · Eleuterius · Petrus III · Johannes VI · Emilianus · Theodosius II · Niceforus · Johannes VII · Johannes IX · Euthymius · Macarius II · Athanasius I · Theodosius III · Elias III · Christoforus II · Theodorus IV Balsamon · Joachim · Dorotheüs · Simeon II · Euthymius · Theodosius IV · Theodosius V · Arsenius · Dionysius · Marcus · Ignatius II · Pachomius · Nilus · Michaël III · Pachomius II · Joachim II · Marcus III · Dorotheüs II · Michaël IV · Marcus IV · Joachim III · Gregorius III · Dorotheüs III · Michaël V · Dorotheüs IV · Joachim IV Ibn Juma · Michaël VI Sabbagh · Joachim V · Joachim VI · Dorotheüs V · Athanasius III Dabbas · Ignatius III Attiyah · Euthymius III · Euthymius IV · Michaël III Zaim · Neofytos · Athanasius IV Dabbas · Cyrillus III Zaim · Athanasius IV Dabbas · Silvester · Filemon · Daniël · Euthymius V · Serafim · Methodius · Hiërotheos · Gerasimos · Spyridon · Meletius II Doumani · Gregorius IV Haddad · Alexander III Tahan · Theodosius VI Abourjaily · Elias IV Muawad · Ignatius IV Hazim · Johannes X Yazigi
Syrisch-orthodoxe patriarchen:
Severus · Sergius · Paulus II · Petrus III van Raqqa · Julianus I · Athanasius I Gammolo · Johannes II van de Sedre · Theodorus · Severius II bar Masqeh · Athanasius II · Julianus II · Elias I · Athanasius III · Iwanis I · Euwanis I · Athanasius alSandali · Georgius I · Jozef · Quryaqos van Takrit · Dionysius I · Johannes III · Ignatius II · Theodosius Romanos · Dionysius II van Antiochië · Johannes IV Qurzahli · Basilius I · Johannes V · Iwanis II · Dionysius III · Abraham I · Johannes VI Sarigta · Athanasius IV van Salah · Johannes VII bar Abdun · Dionysius IV Yahya · Johannes VIII · Athanasius V · Johannes IX bar Shushan · Basilius II · Johannes Abdun · Dionysius V Lazaros · Iwanis III · Dionysius VI · Athanasius VI bar Khamoro · Johannes X bar Mawdyono · Athanasius VII bar Qutreh · Michaël I de Grote · Athanasius VIII · Johannes XI · Ignatius III David · Johannes XII bar Madani · Ignatius IV Yeshu · Philoxenos I Nemrud · Michaël II · Michaël III Yeshu · Basilius III Gabriël · Philoxenos II de Schrijver · Basilius IV Shemun · Ignatius Behnam alHadli · Ignatius Khalaf · Ignatius Johannes XIII · Ignatius Nuh van Libanon · Ignatius Yeshu I · Ignatius Jakobus I · Ignatius David I · Ignatius AbdAllah I · Ignatius Nemet Allah I · Ignatius David II Shah · Ignatius Pilatus I · Ignatius Hadayat Allah · Ignatius Simonis I · Ignatius Yeshu II Qamsheh · Ignatius Abdul Masih I · Ignatius Gregorius II · Ignatius Isaac Azar · Ignatius Shukr Allah II · Ignatius Gregorius III · Ignatius Gregorius IV · Ignatius Matteüs · Ignatius Yunan · Ignatius Gregorius V · Ignatius Elias II · Ignatius Jakobus II · Ignatius Petrus IV · Ignatius Abdul Masih II · Ignatius Abd Allah II · Ignatius Elias III · Ignatius Afrem I Barsoum · Ignatius Jacob III · Ignatius Zakka I Iwas · Ignatius Aphrem II Karim
Latijnse patriarchen:
Peter I van Narbonne · Bernard van Valence · Ralf I van Domfront · Aimery van Limoges · Ralf II · Peter II van Angoulême · Peter III van Locedio · Peter van Capoue · Reinier · Albert Rezzato · Opizo Fieschi · Isnard · Gérald Othon · Raymond de Salgues · Séguin d'Anton · Wenzel Gerard van Burenitz · Johannes · Guillaume de la Tour · Denis du Moulin · Jacques Juvénal des Ursins · Lorenzo Zane · Alfonso Caraffa · Juan de Ribera · Luigi Caetani · Giovanni Battista Pamphili · Cesare Monti · Alessandro Crescenzi · Charles Thomas Maillard de Tournon · Giberto Bartolomeo Borromeo · Joaquín Fernández Portocarrero · Francesco Maria Pallavicini · Lodovico Calini · Giulio Maria della Somaglia · Antonio Despuig y Dameto · Lorenzo Girolamo Mattei · Albertus Barbolani di Montauto · Josephus Melchiades Ferlisi · Carolus Belgrado · Paulus Brunoni · Petrus De Villanova · Placidus Ralli · Vencentius Tizzani · Franciscus de Paula Cassetta · Carlo Nocella · Lorenzo Passarini · Ladislao Michele Zaleski · Roberto Vicentini