Johannes de Doper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
het Heilig Doopsel van Christus
Hoofd van Johannes de Doper in de kerk San Silvestro in Capite in Rome
Sint Johannes de Doper, schilderij van Titiaan. Linksonder het Lam Gods.
Schrijn van Johannes de Doper in de Omajjadenmoskee in Damascus.
Salomé met het hoofd van Johannes de Doper, schilderij van Caravaggio, 1610. Salomé wendt haar blik af - zij heeft het zelf niet zo gewild.

Johannes de Doper (ook: Jan de Doper, Sint-Jan Baptist of Baptista en in de islam Jahja) (circa 7 v.Chr. - vóór 36 n.Chr.) was volgens het christendom en de islam een profeet. Hij is een historische figuur aan wie de Joodse historicus Flavius Josephus meer aandacht besteedde dan aan Jezus. Johannes de Doper komt zowel in het Evangelie als in de Koran voor.

Volgens Lucas was zijn moeder Elisabet verwant met Maria, de moeder van Jezus. Dit zou een constructie van de evangelist kunnen zijn, die Jezus en Johannes wil vergelijken. Vanwege het leeftijdsverschil (Elisabet was al op leeftijd; Maria een jonge verloofde) veronderstellen degenen die het verhaal van Lucas voor waar houden, dat Elisabet een tante van Maria was. Johannes en Jezus verschilden echter nauwelijks in leeftijd. Volgens Lucas 1:36 was Elizabet een half jaar zwanger toen de zwangerschap van Jezus werd aangekondigd. In het algemeen geldt, dat hun openbare optreden maximaal een klein aantal jaren uit elkaar lag.

Johannes heeft omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea gepredikt.

Leven[bewerken]

Aangezien Johannes de Doper in veel religies een profeet is, zijn er uiteenlopende dingen over hem beweerd. De oudste bronnen over zijn leven zijn de werken van Flavius Josephus en de vier evangeliën in de Bijbel (Nieuwe Testament). Door kritische vergelijking van deze bronnen is het mogelijk een historisch beeld van Johannes te construeren.

Geboorte[bewerken]

De verwekking en geboorte van Johannes wordt in het Lukas 1:1-25 en 1:57-80 verteld. Johannes werd daarin een half jaar vóór Jezus geboren. Volgens dit evangelie was Johannes de enige zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet, die zouden afstammen van een oud priestergeslacht: Zacharias maakte deel uit van de levitische priesterafdeling van de Judese godsdienst. Elisabet was onvruchtbaar, dus kinderloos, tot de aartsengel Gabriël aan Zacharias de geboorte van hun zoon aankondigde. Zij waren toen al op hoge leeftijd. Na Johannes' geboorte zong zijn vader een profetische lofzang (Lucas 1:67-80). De historische betrouwbaarheid van Johannes' geboorteverhaal is problematisch, omdat Lucas de enige bron is en dergelijke geboorteverhalen vaak onderhevig zijn aan legendevorming.

Prediking[bewerken]

De enige bron buiten de Nieuwtestamentische geschriften waarin Johannes' handelingen als profeet worden beschreven en die vroeg genoeg is om historische herinneringen te bevatten, is De Oude Geschiedenis van de Joden van Flavius Josephus:

Johannes was een goed man. Hij riep de Joden op deugdzaam te leven, tegenover elkaar gerechtigheid te betrachten, en eerbied tegenover God, en zich door hem te laten dopen. Het eerste diende vooraf te gaan aan het tweede, want alleen dan was het dopen welgevallig in de ogen van God. De doop diende niet tot vrijstelling van zonden, maar was een manier om het lichaam ritueel te reinigen nadat ze daaraan voorafgaande hun ziel al gereinigd hadden door te leven in gerechtigheid.[1]

De evangeliën komen redelijk met Josephus' beschrijving overeen, behalve dat Josephus expliciet het verband tussen de doop en vrijstelling of vergeving van zonden ontkent. Het is aannemelijk dat Josephus het beeld van Johannes aanpast aan wat hij als Judeeër gewend was met betrekking tot rituele reiniging. Ook zijn de evangeliën realistischer als zij Johannes neerzetten als een apocalyptisch profeet, die het oordeel en Gods spoedige ingrijpen aankondigde. Het is waarschijnlijker dat Josephus Johannes heeft veranderd in een profeet waaraan weinig aanstootgevende zaken te ontdekken zijn, dan andersom. Bij Josephus is het immers lastig te verklaring waarom Johannes een bedreiging voor Herodes' macht zou zijn geweest.

Johannes verkondigde de boodschap van Gods spoedige ingrijpen, op welk moment God alle ongerechtigheid zou straffen. Wie aan Gods straf wilde ontkomen, moest tot inkeer komen om verlossing van alle zonden te ontvangen door de doop. Johannes had veel volgelingen en veel mensen lieten zich door hem in de Jordaan dopen. Hij leidde een ascetisch bestaan in de woestijn, ging slechts gekleed in een kameelharen mantel en voedde zich met sprinkhanen en wilde honing.

Het Evangelie van Lucas geeft zelfs een datum waarop Johannes' prediking begon:

In het vijftiende regeringsjaar van Tiberius Caesar, toen Pontius Pilatus stadhouder van Judea was, en Herodes districtsregeerder van Galilea, maar zijn broer Filippus districtsregeerder van het land Iturea en Trachonitis, en Lysanias districtsregeerder van Abilene, in de dagen van de overpriester Annas en van Kajafas, kwam Gods bekendmaking tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de wildernis. (Lukas 3:1, 2)

Aangezien Tiberius in 14 n.Chr. begon te regeren zou Johannes in ca. 29 n.Chr. zijn openbaring van God hebben ontvangen. Ook zou hij vóór Jezus, dus vóór ca. 30 n.Chr. zijn geëxecuteerd. Josephus dateert Johannes' optreden niet direct, maar wekt de indruk dat hij kort voor 36 n.Chr. stierf. Historici geven vaak de voorkeur aan de datering van Lucas.

Volgens de synoptische evangeliën kwam tijdens een van zijn doopsessies Jezus naar hem toe, die zich door hem liet dopen. Bij deze gebeurtenis daalde de Heilige Geest als een duif op Jezus neer. Matteüs 3:13-17 vertelt dat Johannes Jezus direct herkende. Aanvankelijk weigerde hij Jezus te dopen - het zou eerder andersom moeten gebeuren. Dit is waarschijnlijk een toevoeging Matteüs waardoor hij kan verklaren dat de mindere de meerdere doopt. In het evangelie van Johannes 1:32-33 staat alleen dat Jezus pas door Johannes als het Lam van God werd herkend toen de Heilige Geest als een duif op Hem neerdaalde. De doop van Jezus door Johannes is waarschijnlijk echt gebeurd, omdat de evangelisten de tendens vertonen excuses voor de gebeurtenis te verzinnen of de doop helemaal weg te laten.

Volgens het Johannes 1:35-40 was een van Jezus' leerlingen, Andreas de broer van Petrus, eerst een leerling van Johannes de Doper geweest.

Johannes' prediking moet zo lang geduurd hebben dat het mogelijk was dat zelfs jaren na Johannes' dood zijn doop zelfs buiten Judea bekend was en bekender dan die van Jezus. Het boek Handelingen vertelt over de Jood Apollos van Alexandrië, hij predikte over Jezus maar was toch alleen bekend met de doop van Johannes.[2] Toen de apostel Paulus de christenen in Efeze bezocht merkte hij dat zij alleen gedoopt waren met de doop van Johannes. Volgens Paulus had Johannes gezegd "dat zij moesten geloven in degene die na hem kwam, dat is, in Jezus." Daarom moesten deze christenen opnieuw gedoopt worden.[3]

Dood[bewerken]

Zowel in de evangeliën als in Josephus' geschiedenis staat dat Johannes werd gedood door Herodes Antipas, de viervorst van Galilea.

Josephus' verslag zegt dit:

Toen de mensen massaal toestroomden en ze door naar zijn woorden te luisteren bovenmate opgewonden werden, werd Herodes bang. Hij vreesde dat iemand die over zoveel overredingskracht beschikte, de mensen weleens tot opstand zou kunnen oproepen. Het leek er namelijk op dat ze in alles zijn raad volgden. Hij vond het veel beter om, voordat er revolutie en ellende van zou komen, zelf het initiatief te nemen en de man te doden dan om pas als het eenmaal zover was in te grijpen. ... Dus werd Johannes opgepakt, naar het ... fort Machaerus (Perea) overgebracht, en daar gedood.[4]

Dit verslag maakt het mogelijk bij benadering te bepalen wanneer Josephus denkt dat Johannes is gestorven. In de tekst voor en na dit citaat beschrijft Josephus dat Herodes Antipas een affaire had met zijn schoonzus Herodias, de vrouw van zijn broer Herodes Filippus. Om met Herodias te trouwen had Herodes moeten scheiden van zijn vorige vrouw, de dochter van Aretas, de koning van Petra. Josephus' verslag zegt dat, nadat Aretas hoorde dat zijn dochter verstoten was, hij een grensoorlog tegen Herodes begon. Herodes' leger werd verslagen, en sommige Joden dachten dat Herodes' nederlaag door God was veroorzaakt als straf voor zijn moord op Johannes. Johannes was dus al dood vóór deze oorlog. Deze oorlog wordt door de meeste geleerden gedateerd op 36 n.Chr omdat hij plaatsvond vlak voor de dood van keizer Tiberius in 37 n.Chr. Johannes is dus uiterlijk in 36 n.Chr. gestorven.

Volgens Matteüs 14:4, Markus 6:18 en Lukas 3:19 berispte Johannes Herodes Antipas omdat het tegen Gods wet was om de vrouw van zijn broer te hebben (Leviticus 18:16, 20:21). Herodes zette hem daarom in de gevangenis, maar hij achtte Johannes hoog en mocht zijn leer graag horen. Enige tijd later werd hij echter door Herodias gedwongen Johannes te onthoofden.

Sommige Bijbelcritici betwijfelen het verslag in de evangeliën dat Johannes Herodes vanwege zijn huwelijk bekritiseert. Volgens hen hebben de Bijbelschrijvers die link gelegd omdat Johannes' dood en Herodes' affaire in Josephus' verslag (wat de Bijbelschrijvers volgens hen voor historische details gebruikten) zo dicht bij elkaar staan. Een eenvoudiger verklaring is dat zowel Josephus als de evangelieschrijvers oude overleveringen kenden die verschillende verbanden legden tussen Herodes' nederlaag als straf voor de dood van Johannes.

Als het verslag in de evangeliën klopt kan dit helpen om een vroegste datum voor Johannes' dood te bepalen. Volgens Josephus' verslag en de evangeliën begon Herodes' affaire toen zijn broer nog leefde. Herodias trok bij Herodes in toen hij terugkwam uit Rome. Herodes' eerste vrouw was al snel van alles op de hoogte en vertelde alles aan haar vader Aretas.[5] Josephus zegt niet hoelang het geduurd heeft voordat Aretas de grensoorlog van 36 n.Chr. ging voeren. Wel zegt Josephus dat Herodes Filippus stierf in het twintigste jaar van Tiberius' regering,[6] wat overeenkomt met 34 n.Chr. (ca. twee jaar voor de grensoorlog). Het is onwaarschijnlijk dat Aretas pas na vele jaren begon met de oorlog die volgens Josephus een direct gevolg was van Herodes' affaire. Het is daarom het waarschijnlijkste dat Filippus stierf binnen een jaar nadat zijn vrouw hem had verlaten. Johannes' gevangenschap zou daarom in 34 n.Chr. kunnen zijn begonnen. Volgens de evangeliën werd Johannes niet meteen in de gevangenis gedood, maar het is onduidelijk hoeveel tijd er tussen zat. Het probleem van deze reconstructie is dat enerzijds een gegeven uit de evangeliën wordt geaccepteerd (het verband tussen Johannes' dood en kritiek op Herodes' liefdesleven) maar anderzijds een gegeven wordt verworpen (dat Johannes al bij het begin van of tijdens Jezus' optreden gevangen zat). Dit laatste gegeven komt voor in twee bronnen die ouder zijn dan Josephus, namelijk Marcus en Q (de bron van Matteüs en Lucas). Het zou daarom ook goed kunnen, dat Josephus, die sowieso al geen gedetailleerde chronologie geeft, een chronologische nabijheid suggereert die er in het echt niet was.

Feest- en gedenkdagen[bewerken]

De christelijke Oosterse en Westerse kerken kennen de volgende feest- en gedenkdagen:

  • 23 september: Annunciatie / Conceptie (Oosten)
  • 24 juni: Geboorte, traditioneel met een Sint-Jansvuur
    • Een half jaar eerder dan de geboorte van Jezus.
  • 29 augustus: Onthoofding. Deze datum is gekozen naar de wijding van de kerk boven zijn vermeend graf in Sebaste.
  • 24 februari: 1e en 2e vinding van het hoofd (Oosten)
  • 25 mei: 3e vinding van het hoofd (Oosten)
  • 9 november: Kerkwijding Sint Jan van Lateranen te Rome (Westen)

Relikwieën van Johannes de Doper[bewerken]

De relikwieën van Johannes de Doper zijn in de loop der eeuwen verspreid geraakt over het Midden-Oosten en Europa.

Mede door de onthoofding van Johannes de Doper is zijn schedel een belangrijk relikwie geworden. Er zijn meerdere schedels waarvan geclaimd wordt dat ze van Johannes zijn. De volgende vijf worden genoemd:

Daarnaast werd in de middeleeuwen het hoofd van Johannes de Doper vereerd in het klooster van Saint-Jean-d'Angély in het zuidwesten van Frankrijk.

Zijn lichaam (dus zonder zijn hoofd) wordt in verschillende kerken vereerd. Zijn lichaam of delen daarvan wordt op verschillende plaatsen vereerd:

  • In de Sint-Jan van Lateranen wordt zijn lichaam als relikwie vereerd.[7]
  • In de Kathedraal van Genua worden eveneens relikwieën van Johannes vereerd.[8]
  • In een klooster in Wadi Natroen in Egypte worden ook zijn relikwieën bewaard.
  • In een van de vele kloosters op het schiereiland Athos worden ook zijn relikwieën vereerd.
  • De Sint-Stefanuskerk in noordwest-Iran worden zijn beenderen bewaard.[9]
  • In augustus 2010 werden op het Bulgaarse Sint Ivaneiland resten van Johannes de Doper opgegraven.[10] In 2012 concludeerden Britse onderzoekers dat de botten weliswaar uit de eerste eeuw stammen, maar dat onmogelijk kan worden vastgesteld dat het om de botten van Johannes ging.[11]
  • In Valletta op Malta worden ook relikwieën bewaard.

Daarnaast zijn er nog plekken waar één specifiek lichaamsdeel van Johannes wordt vereerd. Dit zijn:

Ten slotte wordt in de Dom van Aken de onthoofdingsdoek van Johannes de Doper bewaard.

Betekenis in diverse religies[bewerken]

  • Volgens de mandese religie was Johannes Gods laatste profeet.
  • Volgens de christelijke religie was Johannes een profeet en de wegbereider van Jezus.
  • Volgens het jodendom was Johannes géén profeet.
  • In de Islam wordt Johannes beschouwd als profeet en heet hij Yahya.

Volksdevotie[bewerken]

Op de dag van St. Johannes (24 juni) werden (en worden) op veel plaatsen bijvoorbeeld in Limburg en België Sint Jansvuren ontstoken om de zonnewende (eigenlijk rond 21 juni) te vieren.

Johannes de Doper is de beschermheilige van Laren (N-H). Ter ere daarvan wordt jaarlijks op de zondag het dichtst bij 24 juni de Sint-Jansprocessie gehouden.

Johannes de Doper in de kunst[bewerken]

In de schilderkunst wordt Johannes steevast weergegeven met een Lam Gods en een staf met een lint eraan waarop "Ecce Agnus Dei" (Zie daar het Lam Gods) geschreven staat. Dit is een uitspraak die hij deed toen hij Jezus doopte (Johannes 1:29). Met 'Lam Gods' bedoelt hij 'Mensenoffer'; dit staat voor het feit dat Jezus later zichzelf opofferde aan het kruis om alle zonden van de mensen op te kunnen heffen.

De gevangenschap en dood van Johannes zijn door Oscar Wilde verwerkt in het toneelstuk Salomé, dat de basis vormde voor de gelijknamige opera van Richard Strauss en de film Salomé uit 1923.

Zie ook[bewerken]