Priester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Priester (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Priester.

Een priester is in vele religies zoals het boeddhisme, hindoeïsme en het christendom, een tussenpersoon tussen (de) God(en) en de (gelovige) mensen. Een priester is meestal een man, maar kan ook een vrouw (priesteres) zijn, afhankelijk van de voorschriften van de betreffende godsdienst.

Het woord is afgeleid van het Griekse: presbyter, πρεσβύτερος; presbuteros dat oudste (van de gemeente) of ouderling betekent.

Judeo-Christendom[bewerken]

Het priesterschap gaat terug op de Bijbel, maar evolueerde beduidend in beide tradities.

Joodse religie[bewerken]

De Levieten waren de erfelijke priesterklasse van Bijbels Israel. De herderlijke functies zijn echter overgegaan op de rabbijnen, aangevuld met sacramentele functies zoals mohel.

Katholieke Kerk[bewerken]

In de Katholieke Kerk is een priester een man die, na een opleiding van 6 à 7 jaar aan een seminarie of ander vormingsinstituut, van een bisschop de priesterwijding heeft ontvangen. Door deze sacramentele wijding krijgt hij verdere bevoegdheid om de zes andere sacramenten (eucharistie, doopsel, vormsel, biecht, ziekenzalving en huwelijk) toe te dienen. Een belangrijke functie is de offerhandeling, het Misoffer in de katholieke theologie. Het woord priester staat in het Nederlands dan ook vaak gelijk aan "offeraar aan God of goden". Een pasgewijd priester is een neomist. Voordat iemand tot priester wordt gewijd, is hij eerst tot Diaken gewijd.

Uitdrukkelijk vindt men de functies van de priester binnen het christendom terug in de aloude (Latijnse) riten die de bisschop over de zojuist gewijde priester uitspreekt: Gewaardig u, Heer, om deze handen te wijden en te heiligen door deze zalving en onze zegening. Dat al hetgeen zij mogen zegenen gezegend zij, en al hetgeen zij toewijden toegewijd en geheiligd moge zijn, in de naam van Onze Heer Jezus-Christus. (...) Ontvang de macht aan God het Offer op te dragen en de Mis te vieren zowel voor de levenden als de doden, in de Naam des Heren.

Van oudsher behoort de priesterwijding in de Katholieke Kerk tot de Hogere Wijdingen, waarvan zij de hoogste trap is. Alle andere functies (ook liturgische, zoals lector en acoliet) gelden als lager, zelfs als er een wijding voor ingesteld is.

Seculiere en reguliere geestelijkheid[bewerken]

Een priester belooft bij zijn wijding gehoorzaamheid, ofwel aan de bisschop die hem wijdt, ofwel aan een overste van een religieuze orde, klooster of congregatie.

De eerstgenoemde rekent men tot de seculiere geestelijkheid (van het Latijn saeculum: het aardse leven, wereld). Zij worden door de bisschop benoemd tot leraar in een bisschoppelijk college, tot aalmoezenier van een ziekenhuis, rusthuis, van het leger of een beweging of aangesteld binnen een parochie (de pastoor en de parochievicaris - ook kapelaan of onderpastoor genoemd).

Zij die aan een overste gehoorzaamheid beloofden, rekent men tot de reguliere geestelijkheid: zij volgen een bepaalde levensregel (van bijvoorbeeld de Heilige Benedictus van Nursia of de Heilige Augustinus) en leven samen met andere broeders (niet-priesters) en paters (priesters). Zij krijgen hun taak van hun overste, die hen eventueel ter beschikking kan stellen van de plaatselijke bisschop om in zijn bisdom een taak op zich te nemen. Ook zij kunnen dus tot pastoor benoemd worden, maar slechts met instemming van hun overste.

Verlies van de klerikale staat[bewerken]

De priesterwijding kan nooit nietig worden eens ze geldig is ontvangen. Een clericus kan wel de klerikale staat verliezen door een vonnis of een decreet, door de straf van wegzending of door een rescript van de Apostolische Stoel.

Het verlies van de klerikale staat, staat los van de celibaatsverplichting. Een mogelijke dispensatie van de celibaatsverplichting kan enkel door de paus verleend worden.

Een clericus die de klerikale staat verliest, verliest daarmee de rechten die eigen zijn aan de klerikale staat en is niet meer gebonden aan de verplichtingen die eraan verbonden zijn. Zo verliest hij bijvoorbeeld wijdingsmacht en worden hem alle ambten, taken en elke gedelegeerde macht ontnomen.

Orthodoxie[bewerken]

De orthodoxe kerken kennen een vergelijkbaar priesterschap als de Rooms-katholieke kerk, in parallelle apostolische successie, met als opmerkelijk verschil het grote overwicht van de priester-monniken, numeriek en op haast alle belangrijke pastorale en hiërarchische posten, zoals de bisschopen, die meestal uit de archimandrieten worden gekozen.

Anglicanisme[bewerken]

De Anglicaanse Kerk behield bij het schisma van Hendrik VIII het katholiek priestermodel, in apostolische successie, behalve het celibaat. Recent zijn diverse nationale kerkgenootschappen echter begonnen met voor Rome onaanvaardbare wijzigingen in protestantse richting, waarbij onder meer vrouwen worden toegelaten tot het ambt.

Hindoeisme[bewerken]

De brahmanen waren de priesters van het brahmanisme, een oude religie uit India. Ze vormen in principe de hoogste erfelijke kaste, nog boven de krijgers waartoe de profane elite overwegend behoort, maar bekleden traditioneel allerlei (vaak geschoolde) functies.

Boeddhisme[bewerken]

Boeddhistische lama's in het Rumtekklooster in Sikkim
Taoïstische priester bij de Taishanpiek in China

Het Tibetaans boeddhisme en het zenboeddhisme kennen functies die overeenkomen met het priesterschap. In die twee tradities kent men officiële religieuze functies die onderhouden worden door mensen die geen monnik zijn.

In het Tibetaans boeddhisme kan men de functie van lama hebben zonder het strengere monnikschap te volgen, wat overeenkomt met het priesterschap. Hetzelfde geldt onder meer in Mongolië.

In de Japanse boeddhistische traditie heet een priester bonze. Het zenboeddhisme kent slechts priesters en geen monniken; indien men er het leven van een monnik in een klooster leidt, is dit meestal voor slechts een korte tijd, waarna men weer naar de eigen familietempel terugkeert.

Antiek heidendom[bewerken]

De vele heidense godsdiensten van de Oudheid, meestal polytheïstisch zoals bij Romeinen, Grieken en faraonische Egyptenaren, kenden doorgaans een waaier van (niet zelden gespecialiseerde) priesterlijke ambten met eigen colleges, graden en regels, vooral in functie van de cultus in talrijke tempels, die enorme rijkdom en invloed konden verwerven, in Rome soms zelfs deel uitmaken van de politieke loopbaan.

Andere (natuur)religies[bewerken]

In de shinto heet een priester kannoesji. Diverse vormen van animisme hebben ook een priesterschap, soms met meerdere ambten, veelal belast met offers en andere rituelen.

Equivalenten[bewerken]

Ook in religies die geen eigenlijk priesterschap kennen, worden overeenkomstige functies vervuld door bepaalde ambten die vergelijkbare status kunnen verlenen, zoals de imams in de islam.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]