Kloosterregel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

Een kloosterregel is in het christendom de leefregel of het geheel van leefregel en constituties waarnaar de leden van een kloosterorde zich als gemeenschap in een klooster hadden te richten.

Regels[bewerken]

In het christendom zijn er een aantal belangrijke kloosterregels geschreven, hier opgesomd in chronologische volgorde:

Verspreiding[bewerken]

De regel van Chrodegang van Metz gold in eerste instantie voor kanunniken, niet voor monniken. Caesarius van Arles schreef ook een kloosterregel, maar deze vond geen navolging. De Regel van Benedictus is door de grote verspreiding van de kloosters der benedictijnen lange tijd de kloosterregel bij uitstek geweest. Karel de Grote stelde deze regel verplicht. De meer algemeen geformuleerde Regel van Augustinus werd midden dertiende eeuw door de paus verplicht gesteld als te kiezen regel voor nieuwe kloosterorden. Onder de Regel van Augustinus verstaat men overigens feitelijk vijf verschillende teksten. Een brief over het kloosterleven bestaat zowel in een versie voor vrouwen als voor mannen. Niet alleen de augustijnen volgen deze regel. Met name de bedelorden kozen voor deze regel, met uitzondering van de franciscanen. De clarissen volgen de regel van hun stichteres Clara van Assisi, maar een aantal hieruit ontstane congregaties doet dit juist weer niet.

Kloosterregels kunnen bepalingen over allerlei aspecten van het kloosterleven betreffen. Een basisgegeven zijn de evangelische raden, de oproep om te leven in gehoorzaamheid, kuisheid en armoede. Met name vindt men er regelingen voor de gebedstijden, specifiek voor het getijdengebed, inclusief het aantal en soms zelfs de keuze van de te bidden psalmen. Ook het noviciaat, de gang van zaken bij de maaltijden, de te verrichten werkzaamheden, voorschriften voor geestelijke lectuur en meditatie, de verdeling van taken en speciaal de rol van de abt of andere overste kunnen erin worden besproken.

Constituties[bewerken]

Aan een kloosterregel werden naargelang de precieze inhoud van de betreffende regel en de gewenste strengheid bij de navolging ervan vaak constituties toegevoegd die meer gedetailleerde regelingen bevatten voor de dagelijkse gang van zaken in een klooster. Deze specifieke documenten beschrijven het vereiste gedrag, de houding en de spiritualiteit.

De kloosters die in de tiende eeuw de hervormingen van de abdij van Gorze en de abdij van Cluny overnamen, volgden eigen consuetudines, "gewoonten". In het leven van de cisterciënzers speelden in de twaalfde eeuw documenten als het Magnum exordium en de Carta caritatis – geschreven door Stephan Harding – en de geschriften van Bernardus van Clairvaux een belangrijke rol. Bij de jezuïeten moet men verplicht de Exercities van Ignatius van Loyola lezen.