Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen was een abdij in de Belgische badplaats Koksijde. De abdij sloot zich in 1138 aan bij de Orde van Cîteaux (cisterciënzers). In een van de teksten van de abdij komt voor het eerst het woord polder voor waarmee men het door indijking op de zee veroverd land bedoelt.

Latijnse spreuk[bewerken]

Ecclesia de dunis est quasi mons argenteus indeficiens si tamen a sapientibus gubernetur

Vertaling: De duinenabdij is als een onuitputtelijke berg van zilver, als ze maar door wijzen wordt bestuurd; citaat toegeschreven aan abt Niklaas van Belle.

Geschiedenis[bewerken]

Ruïnes abdijsite
Ruïnes abdijsite
Abdijhof Ten Bogaerde (14 sep 2004)
Ten Bogaerde (14 sep 2004)
Abdijmuseum "Ten Duinen 1138"
Typische klederdracht van een monnik in Ten Duinen

Er vormde zich in 1107 een kleine kloostergemeenschap rond de kluizenaar Ligerius, die zich aansloot bij de Orde van Savigny. De Franse abt Fulco sloot zijn snel groeiende gemeenschap, op verzoek van Sint-Bernardus, die abt was van de abdij van Clairvaux, aan bij de cisterciënzers door in 1175 de abdij Ter Doest van de norbertijnen over te nemen. Idesbald legde hier zijn geloften af en werd later (1155) tot abt verkozen. Abten van de abdij hadden zitting in de Raad van Vlaanderen en deden hun invloed gelden binnen de diplomatie. Enkele waren persoonlijke raadgevers van de hertogen van Bourgondië.

Onder abt Elias kende de kloostergemeenschap (dan 112 monniken en 355 lekenbroeders) een bloeiperiode met bezittingen in Nederland en Frankrijk. Elias was zelfs raadsman van koning Richard Leeuwenhart. Om in de behoeften te voorzien werden hoven gesticht, onder andere het Hof te Zande nabij Hulst in het huidige Zeeuws-Vlaanderen. Uit dit hof zou later het dorp Kloosterzande ontstaan. In Hulst had de abdij ook een refugehuis. De abdijhoeve Ten Bogaerde, nu (2004) cultureel centrum van Koksijde, was een andere van de vele uithoven van de abdij.

Tussen 1265 en 1285 teisterden overstromingen, door het begeven van zeedijken, het binnenland en dus ook de abdij. De mankracht ontbrak om alle abdijhoven nog uit te baten. De oorlogen tussen Engelsen en Fransen zorgden voor verdere neergang. In 1302, bij de Guldensporenslag, stond de toenmalige abt Thomas de Sittere in het kamp van de verliezers; de Vlamingen namen wraak en brandden abdijbezittingen plat en straften de abdij financieel waardoor de eigendommen in Engeland moesten worden verkocht. Later kregen de abdijbewoners te maken met plunderende Gentenaars en Engelsen. Tegen 1450 raakte men in een dieptepunt en dacht men eraan de abdij te verlaten en zich in Aardenburg te vestigen, hun centrum in Zeeland. De Veurnse clerus verzette zich. Ook een verhuizing naar Brugge werd resoluut afgewezen.

Toen in 1566 de Beeldenstorm lelijk huishield, was het voor de weinig talrijke Duinheren genoeg geweest. In 1578 kregen ze met de calvinisten van Gent te maken; de abdijbezittingen werden aangeslagen en verkocht. De bewoners vluchtten naar Brugge, enkelen zochten onderdak in de abdijhoeve Ten Bogaerde toen meer dan 1000 protestantse soldaten de abdij bezetten. In 1593 plunderden de Hollanders onder Frederik van Oranje en Prins Maurits, na de verovering van Oostende, Ten Bogaerde en staken de grote schuur in brand.

De abdijgemeenschap wilde, koste wat het kost, veiliger oorden opzoeken. Men verzamelde al het waardevolle materiaal en bracht dat onder in Ten Bogaerde. Terwijl de Heilig Kruisprocessie in Veurne uittrok, verlieten de monniken en lekenbroeders in 1627, met de lijkkist van Idesbald, het abdijhof richting Nieuwpoort. Vandaar ging het dan naar Brugge, waar de refuge van de afgeschafte abdij Ter Doest betrokken werd.

In 1628 startten de religieuzen met de bouw van een nieuwe abdij aan de Potterierei te Brugge (nu het Grootseminarie van het bisdom Brugge annex opleidingscentrum). Op deze plaats bezat de abdij reeds een refugehuis. Voor de bouw van de abdij werden verschillende straten gesuppremeerd. Tot heden vormt de oude abdij een oase van rust binnen de Brugge binnenstad, waar zelfs nog aan landbouw wordt gedaan. De poort van de oude abdij werd met de oorspronkelijke materialen nagebouwd. Toen de Franse Revolutie in 1798 uitbrak en alle kerkelijke bezittingen werden aangeslagen, stelden de monniken zich ten dienste van het bisdom Gent. Eén van de monniken werd tijdens de uitdrijving ten tijde van de Franse Revolutie dodelijk verwond.

Veel later, in 1819, verzamelden de nog 5 resterende monniken zich nog eenmaal in Koksijde. Op de plaats waar eens hun abt Idesbald begraven lag, bouwden ze een kapel. Op 23 maart 1833 stierf de laatste monnik, Nicolaas de Roover. Deze monnik zorgde er ook voor dat de verluchte handschriften in goede handen, maar vooral ook samenbleven. De handschrifen van Ter Doest en Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen vormen het hart van de handschriftencollectie van het Groot-Seminarie te Brugge. Een tweede belangrijk deel van de collectie rust in de Stedelijke Bibliotheek 'Biekorf' te Brugge.

Abdijgebouwen[bewerken]

Uitsnede van het plan van de Duinenabdij (Pieter Pourbus)

De abdij had oorspronkelijk

  • een poortgebouw en een omheiningsmuur
  • een kerk
  • een gasthuis (gasterie) met eigen keuken, refter en slaapzaal. Occasioneel verbleven hier ook familieleden van de kloostergemeenschap
  • twee windmolens en een rosmolen. In de 16e eeuw gingen ze door godsdiensttroebelen verloren. In de jaren 50 van de 20e eeuw vond men de molenberg van de vroeger zuidelijk gelegen staakmolen terug en kocht het gemeentebestuur van Koksijde de Lootvoetmolen (1771) van Houtem. Deze molen werd in 1952 afgebroken en door de molenbouwer Henri Lejeune uit Westvleteren heropgebouwd zonder de kombuis naast de trap om de molen meer 16e-eeuws te laten aandoen. Ze is een van de acht resterende staakmolens met een drie-zolder.
  • een tuin en een kleine vijver om de aangevoerde vis vers te houden
  • een vissershuis

Buiten de abdijterreinen beschikte de abdij over meerdere uithoven, refugehuizen, pachtgronden, een haven en een eigen handelsvloot.

Museum en site[bewerken]

Het museum Ten Duinen 1138 heeft de geschiedenis van de cisterciënzers in de Lage Landen als thema met speciale aandacht voor de vroegere abdij. De abdij is een archeologische site en kan bezocht worden. In 2002 werden tien graven in de oostelijke pandgang ontdekt.

Het museum bevat ook een permanente collectie van liturgisch zilverwerk afkomstig uit heel Europa, uit de periode van de 16e eeuw tot de 20e eeuw.

Abten van Ten Duinen[bewerken]

Te Koksijde in de Duinenabdij

  • Robrecht van Brugge (1138 – 1153 ; † Clairvaux, 1157)
  • Albero, uit de Champagnestreek (1153 – 1155 ; † Clairvaux 1161)
  • Idesbaldus (1155 – 1167)
  • Walter I, uit Dikkebus (1167/1168 – 1179)
  • Haket, kwam over van Ter Doest (1179 – 1185)
  • Walter II, uit Dikkebus (1185 – 1189)
  • Elias, uit Koksijde (1189 – 1203)
  • Petrus I (1203 – 1215)
  • Amelius (1215 – 1221)
  • Gillis, uit Stene (1221 – 1226)
  • Salomon, uit Gent (1226 – 1232/1233 ; † 1255)
  • Niklaas, uit Belle (1232/1233 – 1253)
  • Lambrecht, uit Kemmel (1253 – 1259)
  • Theoderik, uit Brabant (1259 – 1267 ? ; † na 1275 ?)
  • Thomas I, uit Gent (1267 ? – 1276)
  • Willem I Cucht, uit Zeeland (1276 – 1279 ; † 1302)
  • Jan I, uit Oostburg (1279 – 1297)
  • Jacobus, uit Biervliet (1297 – 1301/1302 ; † 1306)
  • Thomas II de Sittere, uit Aardenburg (1301/1302 – 1305)
  • Willem II, uit Hulst (1305 – 1317/1318 ; † 1324)
  • Lambrecht II Uppenbroeck, uit Westouter (1317/1318 – 1354)
  • Walter III Bredereep (Walter Stryck), uit Kaprijke (1355 – 1376)
  • Jan II Maes (“ Joannes Thomae/Thome”), uit Bassevelde (1376 – 1406)
  • Thomas III Corenbytere, uit Kaprijke (1406 – 1418)
  • Petrus II de Foro, uit Hontenisse (1418 – 1442)
  • Everard van Overtvelt, uit Brugge (1442 – 1457)
  • Jan III Crabbe, uit Hulst (1457 – 1488)
  • Petrus III Vaillant, uit Brugge (1488 – 1492)
  • Joost de Wevere, uit Brugge (1492 – 1495)
  • Christiaan de Hondt, uit Brugge (1495 – 1509)
  • Jan IV Teerlinck, uit Gent (1509 – 1515)
  • Petrus IV van Onderbergen, uit Gent (1515 – 1519)
  • Robrecht II de Clercq, uit Arras (Atrecht ; 1519 – 1557)
  • Antoon Wydoit, uit Sint-Omaars (1557 – 1566)
  • Pieter V Hellynck, uit Axel (1566 – 1568)
  • Robrecht III Holman, uit Sluis (1568 – 1579)

Te Koksijde in de Duinenabdij en te Koksijde in Ten Bogaerde

Te Koksijde in Ten Bogaerde

Te Koksijde in Ten Bogaerde en te Brugge

Te Brugge in het latere Grootseminarie van Brugge

  • Josse II du Corron, uit Aat (1643 – 1648)
  • Bernard Bottyn, uit Brugge (1648 – 1653)
  • Gerard De Baere, uit Laarne (1653 – 1666)
  • Michel Bultynck, uit Tielt (1667 – 1678)
  • Eugeen van de Velde, uit Brugge (1678 – 1680)
  • Martin Collé, uit Ieper (1680 – 1698)
  • Lucas De Vriese, uit Ieper (1699 – 1723)
  • Benedictus van Steenberghe, uit Gent (1724 – 1729)
  • Bernard van Thienen, uit Brugge (1729 – 1734)
  • Antoon II De Blende, uit Brugge (1734 – 1744)
  • Lodewijk De Coninck, uit Gent (1744 – 1748)
  • Robrecht IV van Severen, uit Brugge (1748 – 1792)
  • Maurus de Mol, uit Gent (1792 – 1799)

Bibliografie[bewerken]

  • Ludo VanDamme en Noël Geirnaert, Cisterciënzerbibliotheken in het middeleeuwse Vlaanderen: handschriften uit de abdijen Ten Duinen, Ter Doest en Clairmarais, in: L. Busine en L. Vandamme (red.), Middeleeuwse handschriften - Besloten wereld Open boeken, Brugge, 2002, Lannoo, blz. 57-78.
  • Pieter Pourbus, Plan van de Duinenabdij (1580), in: Vlaamse Kunstcollectie, nr. 0000.GRO1534.I
  • De Duinenabdij en het grootseminarie van te Brugge. Bewoners / Gebouwen / Kunstpatrimonium, Lannoo, 1984
  • Dirk Vanclooster (red.), De Duinenabdij van Koksijde. Cisterciënzers in de Lage Landen, Lannoo, 2005, blz. 61-85

Externe links[bewerken]