Lodewijk XIV van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zonnekoning)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fairytale bookmark.png Dit artikel is voorgedragen als etalageartikel. Aangemelde gebruikers kunnen gedurende één maand hun stem uitbrengen.
Lodewijk XIV
Lodewijk XIV, geportretteerd door Hyacinthe Rigaud (1701)
Lodewijk XIV, geportretteerd door Hyacinthe Rigaud (1701)
Koning van Frankrijk
Co-vorst van Andorra
Regeerperiode 14 mei 1643 - 1 september 1715
Kroning 7 juni 1654 in de Kathedraal van Reims
Regent Jules Mazarin (tot 1661)
Voorganger Lodewijk XIII
Opvolger Lodewijk XV
Huis Huis Bourbon
Vader Lodewijk XIII van Frankrijk
Moeder Anna van Oostenrijk
Geboren 5 september 1638
Kasteel van Saint-Germain-en-Laye, Saint-Germain-en-Laye, Koninkrijk Frankrijk
Gestorven 1 september 1715
Kasteel van Versailles, Koninkrijk Frankrijk
Begraven Kathedraal van Saint-Denis
Partner Maria Theresia van Oostenrijk
Religie Rooms-katholicisme
Handtekening Handtekening
Wapenschild
Portret van Lodewijk XIV uit circa 1670, naar Claude Lefèbvre.

Lodewijk XIV van Frankrijk (Frans: Louis XIV;[n 1] Kasteel van Saint-Germain-en-Laye, 5 september 1638 - Kasteel van Versailles, 1 september 1715), bekend als Lodewijk de Grote (Frans: Louis le Grand) en de Zonnekoning (Frans: le Roi-Soleil), was een telg uit het koninklijke huis Bourbon en was van 1643 tot aan zijn dood koning van Frankrijk en Navarra.

Lodewijk XIV was een zoon van Lodewijk XIII van Frankrijk en Anna van Oostenrijk. Na de vroegtijdige dood van zijn vader werd hij op vierjarige leeftijd koning. Kardinaal Mazarin leidde de Franse politiek tijdens de minderjarigheid van Lodewijk, waarbij hij het beleid van kardinaal Richelieu voortzette. Op zestienjarige leeftijd werd Lodewijk XIV gekroond, maar pas na de dood van Mazarin in 1661 nam hij het bewind zelf in handen. Met behulp van zijn ministerraad, in het bijzonder Colbert en Louvois, werden centralistische hervormingen doorgevoerd in het nog feodale Frankrijk.[1] De adel raakte een aanzienlijk deel van zijn macht kwijt, in ruil voor een plaats aan het hof van de koning in het nieuwgebouwde Versailles. Lodewijk XIV wordt vaak gezien als het ultieme voorbeeld van een absolute vorst.[2]

Door middel van oorlogen met buitenlandse mogendheden, met name Spanje, het Duitse rijk en de Republiek, wist Lodewijk XIV de noord- en zuidgrens van Frankrijk te verleggen op Duits, Nederlands en Spaans grondgebied. Door de vele oorlogen die Lodewijk vocht raakte de Franse staat nagenoeg bankroet. De Zonnekoning was een belangrijke beschermheer van de kunsten en daardoor wordt vaak aan zijn regeerperiode gerefereerd als de Grand Siècle (Grote Eeuw).[3] In deze periode floreerden kunstenaars als Racine, Rigaud, Lully en Le Nôtre.

Lodewijk XIV overleed in 1715 op 76-jarige leeftijd na een koningschap van 72 jaar. Hij werd opgevolgd door zijn achterkleinzoon Lodewijk XV, daar eerder zijn zoon en kleinzoon waren overleden en de Spaanse tak van het huis Bourbon was uitgesloten van successie. Zijn biologische kinderen bij Louise de La Vallière waren uitgesloten van de troonsopvolging.

Familie[bewerken]

De Franse koninklijke familie met Anna van Oostenrijk, Lodewijk XIII en de jonge Lodewijk XIV, detail van een schilderij van Justus van Egmont.

In het jaar 1615 huwde Lodewijk XIII van Frankrijk met Anna van Oostenrijk. De verstandhouding tussen de echtelieden was slecht en door Lodewijks voorliefde voor mannen verwaarloosde hij zijn huwelijkse plichten.[4] Daarnaast was Lodewijk XIII ervan overtuigd geraakt dat zijn vrouw doelbewust het voortbrengen van een erfgenaam saboteerde om haar broer, Filips IV, ter wille te zijn.[5] Dankzij bemiddelingspogingen van kardinaal Richelieu verbeterde de relatie tussen de twee echtelieden en werd een zoontje geboren, de latere Lodewijk XIV. Volgens La Gazette was de koning op 5 december 1637 in de stad toen er plotseling onweer uitbrak. Hij zou naar het kasteel zijn gegaan om daar bij zijn vrouw te overnachten en vervolgens geslachtsgemeenschap met haar hebben gehad. Of dit echt gebeurd is wordt betwijfeld, want volgens de lijfarts van Lodewijk XIII, Charles Bouvard, zou het kind in de week tussen 23 en 30 november 1637 verwekt zijn.[6]

Omdat de geboorte van een troonopvolger zo lang uitbleef, waren de verwachtingen inmiddels hooggespannen. Toen Anna van Oostenrijk in 1638 zwanger bleek ondertekende Lodewijk XIII een document waarmee hij zijn koninkrijk officieel onder bescherming plaatste van de moeder van Jezus, de maagd Maria. Vele kloosters in Frankrijk voorspelden dat de koningin een gelukkige bevalling zou hebben. Toen Lodewijk XIV op 5 september 1638 geboren werd kreeg hij de naam Dieudonné ("door God gegeven").[7] Zijn geboorte was aanleiding tot een groot volksfeest in de straten van Parijs en de in die stad woonachtige Nederlandse rechtsgeleerde Hugo de Groot schreef over dit festijn: "Nooit was het volk door één gebeurtenis tot zo'n vreugde opgetild".[8] In totaal duurden de feesten drie dagen.[9]

Biografie[bewerken]

Kinderjaren (1638-1643)[bewerken]

Lodewijk XIV met zijn broertje Filips van Orléans, olieverfdoek toegeschreven aan Henri en Charles Beaubrun.

De zorg voor de pasgeboren Lodewijk werd toevertrouwd aan een min. In totaal zou hij zeven verschillende minnen hebben.[10] Twee jaar na zijn geboorte kreeg Lodewijk een broertje, Filips. Hun moeder maakte duidelijk onderscheid tussen haar kinderen. Ze duidde haar tweede zoon consequent aan als "ma petite fille" (mijn kleine meisje) en hij kreeg geen noemenswaardige opvoeding, waarmee ze haar duidelijke voorkeur voor de kroonprins liet blijken.[11] De opvoeding van de jonge prins Lodewijk lag in handen van kardinaal Richelieu. Na diens overlijden op 4 december 1642 volgde Jules Mazarin hem op als eerste minister. Door deze positie kreeg Mazarin ook een sleutelrol in de opvoeding van Lodewijk.[12] Na de dood van Richelieu verslechterde de gezondheid van koning Lodewijk XIII ernstig. Waarschijnlijk leed hij aan de Ziekte van Crohn. Op zijn ziektebed regelde de koning de toekomst van zijn zoon. Zijn echtgenote zou gaan dienen als regentes en er werd een regentschapsraad ingesteld waarin naast Gaston van Orléans, Mazarin en Pierre Séguier nog twee oud-ministers zaten.[13]

Minderjarigheid (1643-1654)[bewerken]

Op 14 mei 1643 overleed Lodewijk XIII en vier dagen later vertrok zijn zoon Lodewijk samen met zijn moeder naar Parijs. Hier werd hij als de nieuwe koning voorgesteld aan het Parlement van Parijs. Het parlement stemde uit rancune tegen het testament van de overleden koning. Het verwierp het testament van Lodewijk XIII op het punt van het instellen van een regentschapsraad en droeg de absolute en volledige heerschappij over aan de koningin-regentes.[14][n 2] Na haar aanstelling als regentes koos Anna van Oostenrijk Mazarin als haar eerste minister. Zij bepaalden samen de Franse politiek tijdens de eerste jaren van Lodewijks minderjarigheid als koning.[15]

Opvoeding[bewerken]

Mazarin hield zich ook bezig met de opleiding van de jonge koning. Hij stelde de oude maarschalk Nicolas de Neufville de Villeroy en Hardouin de Péréfixe de Beaumont aan als zijn leermeesters.[16][17] Mazarin liet de jonge koning ook de ministerraad bijwonen om ervaring op te doen. Hij wijdde de jonge koning persoonlijk in de geheimen van de diplomatie en het belang van bondgenootschappen in. Ook de kunstopvatting van de kardinaal zou invloed hebben gehad om op de jonge koning.[12] Lodewijks persoonlijke kamerheer De La Porte onderrichtte hem in de Franse geschiedenis. Via De La Porte leerde de jonge Lodewijk over zijn voorouder Lodewijk IX, in wiens voetsporen hij wilde treden.[18] Op jonge leeftijd oefende Lodewijk in oorlogsvoering met een speciaal voor hem gemaakt speelgoedkasteel in de tuinen van het kasteel van Saint-Germain-en-Laye.[19] Ook zijn moeder had invloed op de ontwikkeling van de jonge koning, met name op godsdienstig en politiek gebied. Zij bracht hem al van jongs af aan het idee bij dat de macht van de koning absoluut moest zijn en onderwees hem in godsdienstige moraal.[20] Op taalkundig gebied leerde Lodewijk Spaans en Italiaans, maar Duits en Engels bleven hem onbekend. Daarnaast was zijn Latijn maar matig ontwikkeld. Daarentegen was Lodewijks kennis van geografie wel buitengewoon goed.[21][n 3]

La Fronde[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie La Fronde (opstand) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Lodewijk XIV afgebeeld als Jupiter, de overwinnaar van de Fronde. Geportretteerd door Charles Poerson omstreeks 1653-1654.

De Dertigjarige Oorlog waar Frankrijk sinds 1635 in betrokken was vormde een flinke kostenpost voor de Franse overheid. Mazarin hief nieuwe belastingen, in de hoop de tekorten aan te vullen. Daarmee joeg hij de provinciale rechtscolleges tegen zich in het harnas. Het Parlement van Parijs weigerde de nieuwe belastingen te wettigen.[22] Ontevreden over al eerder verhoogde belastingen stond het volk nu op het punt in opstand te komen. De overwinning van Lodewijk II van Bourbon-Condé[n 4] in de slag bij Lens zorgde voor een positieve sfeer in de hoofdstad en Mazarin zag zijn kans om toe te slaan. Hij liet enkele regimenten toe tot de stad Parijs, met de bedoeling de parlementaire leiders op te laten pakken. Hierop kwam de stad in opstand en brak de burgeroorlog uit die bekend kwam te staan als La Fronde.[23][n 5] Toen de Grote Condé vervolgens zijn legers naar de stad liet optrekken wist Mazarin met Parijs tot een vergelijk te komen. Vanwege de opstand hadden Lodewijk en zijn familie de hoofdstad op 6 januari 1649 in allerijl verlaten om zich terug te trekken op het kasteel van Saint-Germain-en-Laye. Deze periode maakte een diepe indruk op Lodewijk. Hij trok er de les uit dat de koning niet in de stad moest wonen. Alleen buiten de stad kon hij veilig en machtig zijn.[24]

Het koninklijk gezin keerde op 19 augustus 1649 terug in de hoofdstad. Met Kerstmis van dat jaar deed Lodewijk zijn eerste communie in de Église Saint-Eustache.[25] De hertog van Condé aasde op de positie van Mazarin en opende daarom een grote lastercampagne tegen de eerste minister. Op 18 januari 1650 werd hij vervolgens op last van de koningin samen met zijn broer en Hendrik II van Longueville opgepakt.[26] Het volk kwam daarop opnieuw in opstand en de troepen van de andere Franse pairs trokken op tegen de hoofdstad om de hertog van Condé te bevrijden. Tijdens deze oorlog deed ook de minderjarige Lodewijk zich gelden. Zo voerde hij zijn frontsoldaten aan in het beleg van Bellegarde, wat de nodige bewondering oogstte.[27]

Uiteindelijk was Mazarin gedwongen de Grote Condé vrij te laten, wat gunstig uitpakte. De Franse pairs die tegen Mazarin streden vormden geen gezamenlijk front. Mazarin wist hier vanuit Brühl handig op in te spelen door enkelen van hen te bewegen van partij te wisselen.[28] In 1652 liet Anna van Oostenrijk haar veertienjarige zoon Lodewijk tijdens de afwezigheid van Mazarin meerderjarig verklaren. Met de in ballingschap verkerende Mazarin leek Lodewijk II van Condé zijn doel bereikte te hebben, maar hij bleef doorvechten tegen het koninklijke leger. Het volk stond zo voor de keuze tussen het door God geschonken koningskind en een aanmatigende vechtprins met een leger van huurlingen. De Grote Condé kwam niet gunstig uit deze vergelijking en moest dan ook Parijs verlaten. Op 21 oktober 1652 maakte Lodewijk XIV zijn glorieuze rentree in de stad.[29]

Na de festiviteiten riep Lodewijk XIV in opdracht van Mazarin het Parlement van Parijs bijeen waar hij een aantal decreten afkondigde. Enkele daarvan draaiden eerder genomen besluiten van het parlement terug. Het werd de leden expliciet verboden om zich nog langer met zaken van de koning te bemoeien. Daarnaast werd het remonstratierecht beperkt waardoor de macht van het parlement afnam.[30] De leider van de Fronde onder de parlementariërs, Omer Talon, kon de koning niet anders dan lof toezwaaien: "De standen van het rijk betonen u hulde en eerbied als une divinité visible".[31][n 6]

Regentschap van Mazarin (1654-1661)[bewerken]

Op 7 juni 1654 vond de kroning van Lodewijk XIV plaats in de Kathedraal van Reims. Daarbij werd hij, zoals zijn voorgangers, gezalfd met chrisma, waarna hij geacht werd net als zij door handoplegging huidziekten te kunnen genezen.[32] De jonge koning bracht enkele maanden aan het front van de Frans-Spaanse Oorlog door. Deze oorlog woedde al sinds 1635 als deel van de Dertigjarige Oorlog. Lodewijk XIV was aanwezig bij de slag bij Atrecht en in juni 1655 voerde hij voor het eerst zijn eigen troepen aan in Henegouwen.[33] In 1658 werd de noordgrens van Frankrijk opnieuw bedreigd en Lodewijk XIV kreeg het idee om persoonlijk het beleg van Duinkerke te leiden. Uiteindelijk voerde Maarschalk Turenne het Franse leger aan. Diens opmars in Vlaanderen vormde een serieus gevaar voor de Spaanse Nederlanden. Tijdens de veldtocht in de Spaanse Nederlanden liep Lodewijk XIV roodvonk op. Hij lag ruim twee weken ziek op zijn veldbed bij Fort-Mardijk.[34][n 7]

De voltrekking van het huwelijk tussen Lodewijk XIV en Maria Theresia, geschilderd door Jacques Laumosnier

Na vijfentwintig jaar oorlog voeren sloten Frankrijk en Spanje in 1659 de Vrede van de Pyreneeën. De vrede maakte ook een einde aan de aspiraties van de Grote Condé die met Spaanse hulp had geprobeerd de Franse troon te veroveren. Een halfjaar na de vrede zou hij zich verzoenen met de koning. De vrede betekende grote gebiedsuitbreiding voor Frankrijk. Zo verkreeg het land in het noorden het graafschap Artesië en een reep van Vlaanderen en in het zuiden de streek Roussillon. Deel van de overeenkomst was een huwelijk van Lodewijk XIV met de Spaanse infanta Maria Theresia, een volle nicht van Lodewijk aan zowel vaders- als moederskant.[35] Mazarin dwong Lodewijk hiertoe, hoewel Lodewijk de voorkeur had uitgesproken om met Maria Mancini, het nichtje van Mazarin, te trouwen. De keuze voor de huwelijkskandidaat door Mazarin zorgde voor een stijgende spanning tussen hem en de koning die in zijn huwelijkskeuze liever zijn hart wilde volgen dan zijn eerste minister.[36] Op 9 juni 1660 werd het huwelijk tussen Lodewijk XIV en Maria Theresia voltrokken in de kerk van Saint-Jean-de-Luz. Het vorstenpaar deed vervolgens zijn intrede in Parijs op 26 augustus van dat jaar.[37]

De vrede met de Spanjaarden zou het laatste politieke kunstje van kardinaal Mazarin blijken te zijn. Hij was al erg ziekelijk en uiteindelijk overleed de eerste minister op 9 maart 1661, op 58-jarige leeftijd. Zijn verdrag met uitzicht op de Spaanse erfenis zou levenslang het beleid van Lodewijk XIV blijven bepalen.[38] Daarnaast erfde Lodewijk XIV het grote vermogen dat de kardinaal in de afgelopen decennia als eerste minister vergaard had.[39][n 8]

Greep naar de macht (1661-1667)[bewerken]

Lodewijk XIV, geportretteerd door Charles Le Brun. Le Brun was voor zijn komst naar het Franse hof in dienst van Fouquet geweest.

In plaats van een opvolger voor Mazarin aan te wijzen nam Lodewijk XIV persoonlijk de macht in handen en degradeerde hij de Conseil d'en haut (hoge raad) tot zijn adviesraad.[40] Jean-Baptiste Colbert toonde zich een gewillig dienaar van de vorst en gezamenlijk namen ze het plan op om minister Nicolas Fouquet ten val te brengen. Deze minister was in de ogen van de Lodewijk XIV te machtig om naast zich te tolereren. Hem aanpakken was moeilijk, omdat Fouquet als procureur generaal juridisch onschendbaar was. Door de inzet van Colbert wist de koning Fouquet zo ver te krijgen dat hij zijn positie als procureur-generaal verkocht. De weg was nu vrij om Fouquet te arresteren, wat op 6 september gebeurde door D'Artagnan. Hij werd daarna overgebracht naar het Kasteel van Angers. Het proces tegen Fouquet zou drie jaar aanhouden, maar zonder het gewenste effect voor Lodewijk XIV. Fouquet werd schuldig bevonden voor onkundig beheer van de staatskas, maar hij werd niet veroordeeld voor majesteitsschennis en oplichting. De voormalig minister werd vervolgens opgesloten in de grensvesting Pignerol. De zaak Fouquet toonde voor tijdgenoten aan hoe gevaarlijk het was om de Zonnekoning in de schaduw te willen stellen.[41]

Onder het beleid van Colbert en Lodewijk XIV werd de Franse handel aangezwengeld. Dit leidde onder andere tot de oprichting van bedrijven als de Manufacture des Gobelins. Ook werd de economie verder beschermd door het verdubbelen van invoertarieven voor buitenlandse producten, het zogenaamde Colbertisme. Deze beschermende maatregelen waren met name bedoeld om de opdringende handel van de Republiek in Frankrijk tegen te gaan die bij Franse handelaren en fabrikanten veel kwaad bloed had gezet. Lodewijk XIV was er dan ook op gebrand om de maritieme en koloniale macht van de Republiek en Engeland te evenaren.[42] Daarom volgde in 1664 de oprichting van de Compagnie des Indes. Ook qua orde en recht werd er vooruitgang geboekt door de benoeming van de Parijse politiechef Gabriel Nicolas de La Reynie.[43] In 1667 werd mede door de inzet van Colbert een nieuw burgerlijk wetboek in Frankrijk geïntroduceerd, de Code Louis, en 1670 volgde een wetboek van strafrecht, de Ordonnance criminelle.[44]

In 1665 werd de koningin-moeder ernstig ziek. De doktoren stelden bij Anna van Oostenrijk borstkanker vast. De Brabantse arts Arnold Fey, die bekend stond om zijn behandelingen tegen borstkanker, kon haar niet redden. Haar dood op 20 januari raakte de Zonnekoning diep en hij sprak over haar als één van hun grootste vorsten.[45] Door haar dood en de uitblijvende bruidsschat voor Maria Theresia speelde Lodewijk met het idee om opnieuw oorlog te voeren tegen Spanje.[46]

Oorlogen in de Lage Landen (1667-1678)[bewerken]

De Devolutieoorlog[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Devolutieoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Lodewijk XIV arriveert bij het beleg van Rijsel, geschilderd door Adam Frans van der Meulen.

Tussen 1665 en 1667 was het Franse leger uitgebreid van 50.000 naar 80.000 soldaten.[47] Vanwege de uitblijvende betaling van de bruidsschat meende Lodewijk XIV via devolutierecht recht te hebben op het bezit van de Spaanse Nederlanden. Met deze juridische basis zetten drie Franse legers zich begin 1667 in beweging richting de Spaanse Nederlanden. Het sterkste leger stond onder aanvoering van maarschalk Turenne en Lodewijk XIV voegde zich bij hem als zijn leerling.[48] De Spanjaarden werden tijdens de oorlog overlopen door de Fransen. Steden als Doornik, Oudenaarde en Dowaai vielen vrij snel. Slechts Rijsel wist langere tijd het hoofd te bieden aan de Fransen. Op 10 september arriveerde Lodewijk bij het beleg van Rijsel. De Franse opmars leidde tot bezorgdheid in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Nederlanders sloten snel vrede met de Engelsen en raadspensionaris Johan de Witt wist vervolgens een verbond te sluiten met Engeland en Zweden tegen Frankrijk. Lodewijk zag zich genoodzaakt om de vrede met Spanje te sluiten. In zijn zoektocht naar glorie werd Lodewijk XIV gestuit door de nietige Republiek en hij zag dit als verraad.[49][50] De Franse veroveringen in de Franche-Comté werden door het verdrag teruggedraaid, maar de Franse veroveringen in de Spaanse Nederlanden zoals Rijsel en Oudenaarde werden wel aan Frankrijk toegekend.[51]

De Republiek moest leren dat het niet in de weg van de "grote" Zonnekoning moest staan. Daarom kreeg zowel het mercantilisme als de diplomatie van Lodewijk XIV een agressief anti-Nederlands karakter.[52] Door middel van omkoping wist hij Zweden zo ver te krijgen om de Triple Alliantie te verlaten. Ook probeerde hij een wig te drijven tussen de Engelsen en de Nederlanders door steun te geven aan Karel II van Engeland. Uiteindelijk resulteerde dit in het geheime verdrag van Dover waarin de Britse koning Karel II formeel zijn steun aan de Republiek opzegde. In ruil daarvoor zou Lodewijk hem twee miljoen pond geven. Dit kon zelfs drie miljoen worden bij een eventuele oorlog tegen de Republiek. Ondertussen werd Johan de Witt een rad voor de ogen gedraaid door de suggestie dat er voor de Republiek nog altijd iets te regelen viel met Frankrijk.[53]

De oorlog met de Republiek[bewerken]

Lodewijk XIV bij de inname van Besançon, geschilderd door Adam Frans van der Meulen.
1rightarrow blue.svg Zie Hollandse Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lodewijk XIV zon op wraak op de Republiek vanwege haar rol in de Devolutieoorlog. Zijn belangrijkste motief om ten strijde te trekken was zijn dorst naar glorie.[54] De oorlog met de Republiek begon met de aanval op een Nederlands konvooi in Het Kanaal. Op 5 mei 1672 voegde Lodewijk XIV zich bij het leger van Turenne in Charleroi om gezamenlijk op te trekken.[55] Op 12 juni staken de Franse legers vervolgens de Rijn over bij het tolhuis in Lobith. Een wapenfeit dat Lodewijk groots vierde in Versailles. De opmars van het Franse leger werd gestuit door de Hollandse Waterlinie. In 1673 vertrok Lodewijk naar de Republiek om persoonlijk het beleg van Maastricht te leiden. Na dertien dagen gaf de stad zich over aan de Zonnekoning.[56] De Fransen begonnen ook de stad Trier te belegeren. Hierdoor keerden de kansen van Frankrijk omdat deze actie leidde tot de deelname van Oostenrijk aan de oorlog. Met de inname van Bonn door Willem III van Oranje kwam een einde aan Lodewijks aspiraties in de Republiek.[57] In 1674 leidde Lodewijk XIV persoonlijk de veldtocht naar de Franche-Comté. Binnen zes weken wist hij de provincie te veroveren. Ook deze verovering werd groots gevierd in Versailles.[58]

In de tussentijd kreeg Lodewijk XIV op het thuisfront te maken met oproerkraaiers. Door de opmerkzaamheid van een musketier werd een complot tegen de koning ontdekt dat gesmeed werd door enkele voorname edellieden onder wie Louis de Rohan. Ook de Nederlandse docent Franciscus van den Enden behoorde tot de samenzweerders. De intriganten hadden het plan om Lodewijk XIV af te zetten en te vervangen door zijn minderjarige zoon Lodewijk. Op 11 september 1674 werden de samenzweerders opgepakt en gevangengezet in de Bastille.[59]

De oorlog zette zich voort in de Spaanse Nederlanden en in de Duitse landen. In deze gebieden leidden de Grote Condé en Turenne de Franse legers. In 1674 had Lodewijk XIV opdracht gegeven aan Sébastien Le Prestre de Vauban om een reeks forten aan de noordgrens te bouwen.[60] Drie jaar later was Frankrijk moegestreden en stuurde het aan op vredesonderhandelingen. Begin augustus 1678 werd de Vrede van Nijmegen gesloten. Franche-Comté bleef behouden voor Frankrijk, maar daar moest het wel een deel van zijn veroveringen in Vlaanderen voor teruggeven. De afgedwongen vrede was een relatief succes voor de Fransen, want ze hadden hun noordelijke grens weten te verstevigen.[61] In Parijs werd de koning uitgeroepen tot Lodewijk de Grote, wat een duidelijke verwijzing was naar Alexander de Grote. De oorlog had er wel voor gezorgd dat Lodewijk in Willem III van Oranje een vijand voor het leven had gemaakt.[62][n 9] De oorlog bleek ook een grote kostenpost te zijn voor de Franse staatskas. In 1672 bedroeg het begrotingstekort 8 miljoen pond; dat was gegroeid naar 24 miljoen in 1676.[63]

Centralisering van de macht (1678-1688)[bewerken]

Binnenlandse aangelegenheden[bewerken]

Colbert1666.jpg
Louvois1.jpg
Jean-Baptiste Colbert (links) en François-Michel le Tellier (rechts) waren twee van de belangrijkste ministers die onder Lodewijk XIV dienden.

Lodewijk werd in zijn regering bijgestaan door een ministersteam, het Conseil d'en Haut. Het bestond in eerste instantie uit zijn minister voor oorlog Michel le Tellier, die opgevolgd werd door François-Michel le Tellier, minister van buitenlandse zaken Hugues de Lionne en minister Jean-Baptiste Colbert van financiën, marine en koninklijke gebouwen.[64] Het Conseil d'en Haut vergaderde op Versailles. Hier verzamelde Lodewijk ook de hoge Franse adel om zich heen. Jarenlang hadden de adellijke families kunnen handelen zoals zij wilden en met de Fronde nog vers in het geheugen wilde Lodewijk XIV hen in de gaten houden. Zijn regering rekruteerde Lodewijk dan ook uitsluitend uit de lagere ambtsadel.[65] Voor de besturing van de provincies stelde Lodewijk XIV hoogstpersoonlijk intendanten aan. In totaal werden er 33 benoemd die op hun beurt ondersteund werden door honderden sub-afgevaardigden.[66]

Omstreeks 1680 werd het hof van Versailles opgeschrikt door de zogenaamde Gifaffaire. Verscheidene hooggeplaatste hovelingen zouden betrokken zijn bij complotten om hun echtgenoten te vergiftigen. In een poging de onderste steen boven te krijgen in dit schandaal, laste koning Lodewijk XIV een groot onderzoek in en daarbij werd zelfs Lodewijks minnares Madame de Montespan niet gespaard.[67] In 1682 werd het onderzoek gestopt. In de jaren dat het onderzoek actief was waren er 218 mensen gearresteerd, hadden 65 personen levenslang gekregen en waren er 36 mensen door beulshanden overleden.[68]

Door het stimuleren van de binnenlandse economie en nijverheid en door het heffen van tarieven op Nederlandse producten wist Colbert in 1683 de staatsschuld terug te brengen naar 10 miljoen Franse ponden. In september van dat jaar overleed Colbert, maar voor hem kwam geen kundige vervanger in de plaats.[69] Dat jaar overleed nog iemand anders uit de nabije kring van Lodewijk. Namelijk zijn vrouw Maria Theresia.[70] Kort na haar dood hertrouwde de koning in het geheim met zijn maîtresse Madame de Maintenon. Onder haar invloed richtte Lodewijk XIV in 1686 het Institut Saint-Cyr op waar jonge meisjes uit de verarmde adel opgeleid konden worden.[71]

Na het Edict van Fontainebleau kwam er een harde bekeringscampagne in Frankrijk op gang, de zogenaamde dragonnades, waarin de hugenoten gedwongen werden om zich te bekeren.

In 1682 had Lodewijk XIV zich de woede van paus Innocentius XI op de hals gehaald doordat hij zich bemoeide met de financiën van de Franse kerken. Nog in datzelfde jaar keerde ook de Franse clerus zich tegen de paus met het opstellen van de Gallicaanse artikelen. Hierdoor ontstond een onwerkbare situatie tussen Rome en de Franse kerk. Het conflict hield aan waardoor de paus weigerde in Frankrijk nieuwe bisschoppen te erkennen met als gevolg dat in 1685 35 bisschopszetels vacant waren.[72] Lodewijk XIV probeerde weer bij de paus in de gunst te komen door de hugenoten in Frankrijk te bekeren of te vervolgen. Op 22 oktober 1685 ging Lodewijk XIV nog een stap verder en tekende hij het Edict van Fontainebleau. Hiermee maakte hij een einde aan het tolerante godsdienstbeleid van zijn grootvader en werd het protestantisme verboden.[73][n 10] In totaal migreerden er ongeveer 200.000 hugenoten uit Frankrijk nadat het nieuwe edict was afgekondigd.[69] Vanuit de plekken waar de hugenoten naartoe gevlucht waren zou al snel een stroom van propaganda tegen het bewind van Lodewijk XIV op gang komen.[74]

De harde bekering van de hugenoten zorgden niet voor een verbeterde relatie tussen Lodewijk XIV en Innocentius XI. Nadat de Zonnekoning zich in 1688 actief bemoeide met de successie van de prins-bisschop van Keulen werd hij nog datzelfde jaar door de paus geëxcommuniceerd.[75][76][n 11]

Gezondheid[bewerken]

Ook sukkelde Lodewijk XIV in die jaren veel met zijn gezondheid. Bij een operatie aan zijn kiezen brak zijn bovenkaak wat tot gevolg had dat de koning voor de rest van zijn leven niet meer normaal kon eten of drinken. Hierdoor kon hij niet meer goed kauwen en ontstonden er ook problemen met zijn ingewanden. Zo kreeg hij een jaar na de noodlottige kaakoperatie een fistel in zijn anus en pas na een halfjaar werd hij succesvol hieraan geopereerd.[77] Ook kreeg hij last van jichtaanvallen.[78]

Buitenlandse politiek[bewerken]

Lodewijk XIV ontvangt de doge van Genua, Francesco Mario Lercaro, op 15 mei 1685 na het Franse Bombardement van Genua, geschilderd door Claude-Guy Hallé.[n 12]

Politiek gezien werden in de jaren tachtig van de zeventiende eeuw belangrijke stappen gemaakt. De "herenigingskamers" werden opgericht en met behulp van oude juridische claims wisten deze kamers de grenzen van het rijk te verleggen. Tussen 1678 en 1680 schoof de grens verder naar het oosten op en werd de Elzas onderdeel van het rijk.[79] In twee jaar tijd had Lodewijk op deze wijze meer gebieden verworven dan in zes jaar oorlog.[80] Pas in 1684 erkende Keizer Leopold I met het Bestand van Regensburg de gebiedsuitbreidingen van Frankrijk van zijn voormalige grondgebied.[81] In Noord-Amerika claimde de Franse kolonist René Robert Cavelier de La Salle in 1682 een groot gebied en noemde die Louisiana, naar de koning.[82] Ook werden onder Lodewijk XIV de banden met sultan Mehmed II van het Ottomaanse Rijk aangehaald om de Frans-Ottomaanse alliantie te versterken.[83][84] In 1682 arriveerde er ook een achtkoppig ambassadeursteam onder leiding van Mohammad Temim in Versailles die door koning Ismail van Marokko waren gestuurd.[85] Ook bemoeide Lodewijk XIV zich actief met het sturen van Franse jezuïeten naar het Chinese hof van keizer Kangxi in een poging om daar de religieuze monopolie van Portugal te doorbreken.[86]

Na de dood van Karel II van de Palts schoof Lodewijk XIV zijn schoonzus Lieselotte van de Palts naar voren als nieuwe keurvorst. Verschillende Duitse vorstendommen sloten daarop de Liga van Augsburg. In 1686 werd deze Liga aangevuld met Zweden. Het eerste oogmerk van de Liga was defensief, namelijk het beschermen van de Palts.[87]

Strijd met Willem III (1688-1702)[bewerken]

Oorlog tegen de Liga van Augsburg[bewerken]

Lodewijk XIV bij het beleg van Bergen
1rightarrow blue.svg Zie Negenjarige Oorlog (1688-1697) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De keizer en de paus weigerden akkoord te gaan met Lodewijk XIV's kandidaat voor het bisdom Keulen, Willem Egon van Fürstenberg. Daarom besloten Lodewijk XIV en minister Louvois om militair in te grijpen om Keulen binnen de Franse invloedssfeer te houden.[88] De Zonnekoning hoopte dat een korte militaire veldtocht naar de Rijn voldoende zou zijn om de keizer te bewegen om het Bestand van Regensburg om te zetten in een definitieve overeenkomst.[89] Het Franse leger ging in september 1688 over tot de aanval en belegerde Philippsburg. Lodewijk XIV was zelf niet meer fysiek in staat om legers aan te voeren en stuurde in zijn plaats zijn zoon Lodewijk, de Grand Dauphin,[n 13] naar het front om de legers aan te voeren.[90] Kort nadat Frankrijk in de aanval was overgegaan liet hij een manifest publiceren met een aantal eisen waarmee de oorlog afgewend kon worden. De betrokken naties kregen vier maanden de tijd om op het ultimatum te reageren.[91]

Lodewijk XIV drong ook aan om hard op te treden bij de inname van steden als Mainz en Koblenz, ondanks de adviezen van zijn ministers die daar anders over dachten. Verschillende historici menen dat Lodewijk op dit punt van zijn leven zulke vreemde beslissingen nam dat hij als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.[92] De Zonnekoning en zijn ministers hadden zich misrekent in de positie van de Duitse keizer. Door de brute aanvallen van de Fransen op Mainz en Koblenz verplaatste Leopold I, ondanks de dreiging van de Ottomanen, een groot deel van zijn leger naar het westen en mobiliseerde de Liga van Augsburg.[93] Ook de afzetting van Jacobus II van Engeland door Willem III van Oranje kwam niet goed uit voor de Franse plannen. Wel kreeg Lodewijk een welkom cadeau toen Jacobus II en zijn familie in ballingschap kwamen wonen in Frankrijk.[94]

Lodewijk XIV bemoeide zich ook actief met de verkiezing van de nieuwe paus in 1691. Voorafgaand aan het conclaaf had kardinaal Pietro Ottoboni al verklaard dat het verbeteren van de betrekkingen met Frankrijk zijn belangrijkste prioriteit was. Na zijn verkiezing nam Ottoboni de naam paus Alexander VIII aan en werden de banden tussen de Pauselijke Staat en Frankrijk hersteld. Lodewijk XIV gaf Avignon en de Venaissin terug aan de paus en in ruil daarvoor werd Toussaint de Forbin-Janson tot kardinaal benoemd.[95] Pas onder Alexander VIII's opvolger Innocentius XII werd er tot een oplossing gekomen over de Gallicaanse Artikelen die in 1682 bijna tot een schisma hadden geleid.[96]

Ruiterportret van Lodewijk XIV na het beleg van Namen in 1692, geportretteerd door Pierre Mignard.

Pas in mei 1690 schaarden Engeland en de Republiek zich bij de Liga van Augsburg waardoor er een monsterverbond werd gecreëerd tegen het agressieve Frankrijk. De Liga van Augsburg bestond daarnaast uit het Heilig Roomse Rijk, Spanje, Portugal, Zweden en Savoye. Hierdoor moest Frankrijk een oorlog op vier fronten uitvechten: aan de zuidelijke grens met Spanje, in de Spaanse Nederlanden, aan de grens met Savoye en in Ierland. De oorlog, die bekend zou gaan staan als de Negenjarige Oorlog, was een zware last voor de schatkist. In de hoop de tekorten aan te vullen werd al het zilverwerk van Versailles verkocht. De opbrengsten van twee miljoen pond waren allesbehalve voldoende om de tekorten aan te vullen.[97] De voortslepende en dure oorlog waarin nauwelijks successen geboekt werden weet Lodewijk dan ook aan zijn minister Louvois, maar voor Lodewijk XIV hem kon ontslaan overleed Louvois in 1691.[98][n 14] In datzelfde jaar trok de Zonnekoning, ondanks zijn jicht, naar het front om persoonlijk de leiding te hebben over het beleg van Bergen.[99] Na de dood van Louvois werd de macht Lodewijk XIV alleen maar absolutistischer en kwamen alle impulsen van het staatsapparaat van de koning af.[100]

In 1692 bracht Lodewijk XIV opnieuw een bezoek aan het front, dit keer bij het beleg van Namen. Hij leidde gezamenlijk met zijn maarschalk Sébastien Le Prestre de Vauban het beleg.[101] De inname van de stad op 22 juni leidde tot grote feestvreugde in Frankrijk.[102] Voor de allerlaatste keer in zijn leven trok Lodewijk op 15 mei 1693 naar het front, maar na de inname van Heidelberg keerde hij terug naar Versailles.[103]

Door een reeks aan misoogsten begin jaren negentig was er in 1694 een grote hongersnood in Frankrijk ontstaan. Naar schatting stierven er in anderhalf jaar tijd twee miljoen Fransen, een tiende van de bevolking. Een belangrijke oorzaak voor deze hongersnood was het belastingstelsel.[104] Hierdoor nam ook langzamerhand in eigen kring de kritiek toe op het bewind en het handelen van Lodewijk XIV. Met name van de Franse aartsbisschop François Fénelon die in Versailles belast was met de opvoeding van de hertog van Bourgondië. Hij stuurde anoniem een brief naar Madame de Maintenon waarin hij scherpe kritiek uitte:

Tekening van het Huis Ter Nieuburch in Rijswijk waar de onderhandelingen plaatsvonden. Namens Frankrijk werden de onderhandelingen gevoerd door Harlay, Crécy, en Callières.
Aanhalingsteken openen

Sinds ongeveer dertig jaar hebben uw ministers alle principes van de staat aan het wankelen gebracht om uw gezag naar ongekende hoogten te voeren, een gezag dat voorheen het hunne was. Van staat en regels is geen sprake meer. Alleen de koning en zijn wensen lijken nog van belang te zijn. Men heeft uw inkomsten en uitgaven opgedreven als nooit tevoren; men heeft u verheven tot in de hemel omdat u, naar men zegt, de grandeur van uw voorvaderen wilt uitwissen, dat wil zeggen omdat u heel Frankrijk in armoede hebt gestort, zodat het hof kan leven in een luxe die even monsterlijk als ziekelijk is.[105]

Aanhalingsteken sluiten

Een antwoord op de repliek werd nooit gegeven, maar het quiëtisme waar Fénelon zich hard voor maakte werd wel aangepakt en dan met name bij monde van de hoftheoloog Jacques-Bénigne Bossuet. Door middel van een kerkelijke commissie, waar Bossuet deel van uitmaakte, ging hij de strijd met Fénelon aan.[106] De oorlog woedde onverminderd voort, maar in 1697 kwamen de eerste gesprekken tussen de partijen op gang om tot een akkoord te komen. Uiteindelijk startte op 6 mei de officiële onderhandelingen in Huis ter Nieuburch in Rijswijk. In het uiteindelijke vredesverdrag deed Lodewijk een aantal grote toezeggingen. Alle annexaties van de Herinneringskamers werden tenietgedaan en het werd de Republiek toegestaan om garnizoenen te vestigen in de Spaanse Nederlanden. Alleen Straatsburg en de Elzas bleven voor Frankrijk behouden. Met de Vrede van Rijswijk was tevens een einde gekomen aan de Franse hegemonie van 1660-1680.[107]

Spaanse successie[bewerken]

De proclamatie van Filips van Anjou als de nieuwe koning van Spanje, geschilderd door François Pascal Simon Gérard.

In 1698 probeerde Willem III van Oranje toenadering tot Frankrijk te zoeken en stuurde hij Hans Willem Bentinck als zijn ambassadeur naar Versailles. Uiteindelijk zou Bentinck een halfjaar aan het Franse hof verblijven.[108] Tijdens de gesprekken die werden gevoerd kwam ook regelmatig de Spaanse successie ter sprake, wat toen al een belangrijk onderwerp was. De Spaanse koning Karel II was kinderloos en bij zijn overlijden lag zijn erfenis, en daarmee de Spaanse troon, voor het oprapen voor de Europese vorsten. Lodewijk meende recht te hebben op Karel II's erfenis door de familiebanden die hij met de Habsburgers had via zijn huwelijk en zijn moeder.[109] Toch ging Lodewijk XIV akkoord met een herverdelingsplan waarbij Spanje toeviel aan de vijfjarige Jozef Ferdinand van Beieren en dat uitmondde in het Verdrag van Den Haag.[110] De plannen konden weer de kast in toen in 1699 Jozef Ferdinand van Beieren overleed. Er werden plannen gemaakt voor een tweede verdelingsverdrag, maar op zijn doodsbed had Karel II de kleinzoon van Lodewijk XIV, Filips van Anjou als zijn opvolger aangewezen en de Zonnekoning erkende diens testament. Op 16 november vond de proclamatie van de nieuwe koning in Versailles plaats. De kleinzoon van Lodewijk XIV, Filips van Anjou, werd als Filips V de nieuwe koning van Spanje.[111]

Ondertussen verhardde ook de relatie tussen de koning en zijn jongere broer. Deze drong al enige tijd aan op promotie van zijn zoon Filips, de hertog van Chartres, die zich tijdens de Negenjarige Oorlog een kundig militair had getoond. Zijn vader drong aan om Filips te benoemen tot opperbevelhebber, terwijl Lodewijk XIV wilde dat Filips aan het hof bleef.[112][n 15] Op 8 juni 1701 nam de hertog van Orléans het in een heftig gesprek op voor zijn zoon, maar de krachtmeting tussen de twee leidde diezelfde avond tot een beroerte bij Filips van Orléans. De volgende dag zou hij overlijden.[113] Door de dood van zijn vader erfde de hertog van Chartres het hertogdom Orléans en werd hij een vermogend man, waarna de relatie tussen de Zonnekoning en zijn neef gaandeweg verbeterde.[114]

Laatste jaren (1702-1715)[bewerken]

Spaanse Successieoorlog[bewerken]

Lodewijk XIV met zijn familie in 1711. Van links naar rechts: Borstbeeld van Hendrik IV; Madame de Ventadour, de gouvernante van de achterkleinkinderen; het kind Lodewijk van Bretagne; Lodewijk, le Grand Dauphin, Lodewijk XIV, borstbeeld van Lodewijk XIII en Lodewijk van Bourgondië.
1rightarrow blue.svg Zie Spaanse Successieoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De machtsovername van de Bourbons in Spanje in 1701 leidde niet tot de verwachte golf van protest uit het buitenland. Frankrijk en Spanje begonnen te werken aan nieuwe handelsakkoorden. De lucratieve Spaanse slavenhandel zou nu toevallen aan Franse handelaars en deze akkoorden brachten wel een reactie in Europa teweeg.[115] Toch sloeg pas echt de vlam in de pan toen Lodewijk XIV na de dood van de verbannen Engelse koning Jacobus II diens zoon Jacobus Frans Eduard Stuart erkende als de rechtmatige koning van Engeland. Gedreven door rancune vanwege de beslissing van de Zonnekoning, maar ook vanwege de handelsbelangen die in het geding waren kreeg Willem III, de koning van Engeland, verschillende Europese landen zover om op 2 mei 1702 Frankrijk de oorlog te verklaren. Dit betekende het startsein voor de Spaanse Successieoorlog.[116][n 16]

Naarmate Lodewijk XIV ouder werd ging ook zijn gezondheid erop achteruit. De koning leed aan slapeloosheid en jicht. Ook zijn spijsvertering verslechterde en hij kreeg last van obstipatie die met behulp van laxeermiddelen werd verholpen.[117] De oorlog sleepte zich onverminderd voort en Lodewijk stuurde zijn verre verwant Lodewijk Jozef van Vendôme naar het front om orde op zaken te stellen.[118] De hertog van Vendôme bewees zich daar succesvol en werd overgeplaatst naar de Zuidelijke Nederlanden en werd in Italië opgevolgd door Filips van Orléans.[119] Gedurende de Spaanse Successieoorlog leed het Franse leger diverse grote nederlagen. Op 13 augustus 1704 werd het leger van de Hertog van Tallard in de slag bij Blenheim verslagen, maar de slag bij Ramillies in 1707 had grote gevolgen voor de Franse militaire aspiraties.[120] Na die slag ging de ene na de andere "Franse" stad in de Spaanse Nederlanden verloren. Het nieuws van beide nederlagen werd lange tijd verzwegen voor de Zonnekoning, omdat er gevreesd werd voor diens gezondheid.[121]

In 1708 waren de Franse oorlogsuitgaven tot 200 miljoen pond gestegen, terwijl er nog niet eens 53 miljoen binnenkwam.[122] Lodewijk XIV stuurde zijn kleinzoon en gedroomde troonopvolger, de hertog van Bourgondië, naar het front om daar in de leer te gaan bij de hertog van Vendôme. Door de onderlinge rivaliteit tussen de beide heren bleek die keus slecht uit te pakken voor de krijgsverrichtingen. Zo konden ze het niet eens worden over de te volgen strategie. Dit leidde tot het verlies in de slag bij Oudenaarde.[123] Door de aanhoudende oorlog en een strenge winter stegen de broodprijzen in Frankrijk enorm. Dit had als gevolg dat onder de bevolking een stemming groeide die tegen de heersende klasse was. Dit geluid bereikte zelfs de raadkamers van Versailles. Ook de stemming op het hof zelf sloeg over en de hovelingen waren bereid akkoord gaan met een harde vrede. In opdracht van Lodewijk XIV reisde minister Torcy naar Den Haag om te onderhandelen met raadspensionaris Anthonie Heinsius. De Torcy was bereid ver te gaan, maar niet zover om Filips V van zijn troon te laten stoten waarop de onderhandelingen vastliepen.[124]

In een poging iets van zijn gezichtsverlies te redden deed Lodewijk XIV op 12 mei 1709 een opmerkelijke daad. Hij richtte zich persoonlijk tot zijn volk, verantwoordde zijn beleid en vroeg om steun. In een pamflet, dat mede was geschreven door Torcy, werden de woorden van de koning door Frankrijk verspreid. Door middel van zijn pamflet was de Zonnekoning erin geslaagd een golf van paternalisme op te roepen bij zijn volk.[125] De slag bij Malplaquet volgde en daar wist maarschalk Villars Frankrijk te behouden voor een invasie van de coalitie.[126] Ondertussen waren er langzamerhand vredesbesprekingen op gang gekomen in Utrecht en Lodewijk XIV ging akkoord dat zijn kleinzoon, de koning van Spanje, afstand moest doen van de Franse troonopvolging. Een halfjaar later ging Filips V ook akkoord en werd op 11 april 1713 de Vrede van Utrecht getekend.[127]

Opvolgingsstrijd[bewerken]

Afbeelding van Lodewijk XIV op een Louis d'Or

Op 9 april 1711 bereikte Lodewijk XIV het nieuws dat zijn zoon, de troonopvolger, de pokken had opgelopen en na een ziektebed van zes dagen was overleden.[128] Het overlijden van zijn enige zoon had de koning diep geraakt.[129] In 1712 zouden ook twee andere erfgenamen van Lodewijk XIV wegvallen: de hertog van Bourgondië en de hertog van Bretagne. Ondertussen werd er door Lodewijk XIV's bastaard, Lodewijk August van Maine, het gerucht verspreid dat de kinderen van le petit Dauphin door Filips van Orléans verwekt waren.[130] Ook werd de hertog verweten dat hij door middel van vergif de drie dauphins had vermoord.[131]

Door zijn ouderdom was Lodewijk XIV veel minder aanwezig als koning dan hij voorheen was geweest. Publieke vertoningen vermeed hij meestal en ook bij de ministerraad was zijn stem minder vaak te horen.[132] Wel probeerde hij nog steeds te streven naar godsdienstzuiverheid en was hij in staat paus Clemens XI te bewegen verschillende bullen uit te vaardigen tegen het jansenisme dat in Frankrijk woedde.[133] De spanning tussen de jansenisten en de leer uit Rome zou de laatste jaren van het bewind van Lodewijk overschaduwen.[134]

De vijfjarige Lodewijk XV in zijn koningsgewaden, achterkleinzoon van Lodewijk XIV, geportretteerd door Hyacinthe Rigaud.

In een poging zijn dynastie te redden uit de klauwen van Filips van Orléans[n 17] benoemde Lodewijk XIV zijn zonen Lodewijk August en Lodewijk Alexander in juli 1714 tot Prins van den Bloede, waarmee ze in aanmerking kwamen voor de Franse troon.[135] Ook liet Lodewijk XIV een testament opstellen waarin hij zijn beide natuurlijke zonen benoemde in de regentschapsraad. De hertog van Orléans werd in zijn testament slechts nog het hoofd van die raad. Alle beslissingen van de raad zouden bij meerderheid van de stemmen genomen worden en het testament werd geheim gehouden tot aan de dood van de koning.[136]

Lijn van successie in 1715[bewerken]

Dood en begrafenis[bewerken]

De begrafenisstoet van Lodewijk XIV naar Saint-Denis, gravure door Jacques Chicuet.

In augustus 1715 ontdekten de doktoren een zwarte plek op een van de benen van Lodewijk XIV dat op gangreen duidde, een ziekte die de artsen niet konden behandelen.[137] Op 25 augustus ontving Lodewijk XIV van kardinaal Armand Gaston Maximilien de Rohan de Laatste Sacramenten. De dag daarna kwam zijn achterkleinzoon en troonopvolger aan zijn bed aan wie de Zonnekoning een laatste advies gaf. Hij zei ook tegen hem: "Te vaak ben ik lichtzinnig de oorlog ingestapt."[138] Lodewijk zakte uiteindelijk in een coma en op 1 september, rond acht uur 's avonds, overleed de Zonnekoning.[139]

Zijn dood werd alom in Europa betreurd. Koning Frederik Willem I van Pruisen riep tegen zijn samengeroepen regering: "Mijn heren, le roi est mort."[140] In de Republiek waren ze positiever over de dood van Lodewijk XIV zo getuigt een brief van de gouverneur-generaal van de VOC te Batavia aan de Heren XVII in Amsterdam: "Het overlijden van Louis de 14*, Koning van Vrankrijk, is te geloven, dat aan de ruste in Europa niet nadeelig sal wesen, hoewel het ook noyt gebreeken sal aan geesten, die genegen sullen zijn deselve te stooren."[141] In Frankrijk zelf was de bevolking grotendeels opgelucht met het overlijden van hun vorst. Zijn verwezenlijkingen uit zijn eerste jaren waren door het volk vergeten, maar diens absolutisme werd hem zwaar aangerekend. De aanbidding van hun vorst had plaats gemaakt voor laatdunkendheid. In de schotschriften die in Parijs werden verspreid werd hij beschimpt als "de failliete" (de berover des volks).[140]

Direct na zijn dood verkreeg de vijf jaar oude Lodewijk XV de eerste steunbetuigingen van het hof.[142] Lodewijk XIV werd gebalsemd en opgebaard in Versailles en op 6 september werd het lichaam onder begeleiding van een rouwstoet van nagenoeg 800 musketiers, lijfwachten en vaandeldragers naar de Kathedraal van Saint-Denis gebracht, maar weinig burgers liepen uit voor de rouwstoet. In de kerk werd een grote uitvaartplechtigheid gehouden in de traditie van Versailles. Verschillende stukken van Michel-Richard de Lalande werden op de plechtigheid gespeeld.[143]

Op 2 september werd conform de traditie het testament te voorschijn gehaald en tijdens een bijeenkomst van het Parlement van Parijs op diezelfde dag voorgelezen. Met de hulp van het parlement was Filips van Orléans in staat om de bepalingen in het testament een voor een nietig te verklaren. De lit de justice vond op 12 september plaats en daarmee werd Filips van Orléans officieel de regent van Frankrijk tot aan de meerderjarigheid van Lodewijk XV.[144]

Graf[bewerken]

Tijdens de Terreur van 1793 werden de kisten van de graven van de Franse koningen opengemaakt. Hierbij werd het lichaam van Lodewijk XIV behoorlijk intact aangetroffen, net zoals het lichaam van zijn grootvader Hendrik IV. De resten van de Franse koningen werden vervolgens in een massagraf gegooid en pas na de Restauratie in 1815 werden de beenderen opgegraven. Doordat de resten niet meer geïdentificeerd konden worden werden ze ter ruste gelegd in een ossuarium.[145] Ook zijn hart, dat begraven was in de Église Saint-Paul-Saint-Louis, ontkwam niet aan de plunderingen van de Franse Revolutie.[146] Dat belandde uiteindelijk in de handen van de schilder Alexandre Pau die het in 1819 schonk aan de graaf van Pradel. Hij zorgde ervoor dat het hart ter ruste werd gelegd in de kathedraal van Saint-Denis. Een andere legende vertelt dat het orgaan naar het ziekenhuis van Val-de-Grâce gebracht.[147]

Liefdesleven[bewerken]

Madame de Maintenon was enige tijd een van de minnaressen van Lodewijk XIV. Na de dood van Maria Theresia trouwde de koning in het geheim met haar.

Na de geboorte van zijn oudste zoon en dauphin, Lodewijk, kreeg Lodewijk XIV steeds minder oog voor zijn vrouw Maria Theresia. In de tussentijd was Lodewijk verliefd geworden op de hofdame Henriëtta Anne van Engeland, de vrouw van zijn broer Filips. Zowel zijn eigen vrouw, als zijn broer beklaagden zich over het gedrag van de koning bij diens moeder.[148] In de hofhouding van Henriëtta leerde hij Louise de La Vallière kennen, bij wie hij twee kinderen zou krijgen. De koning vroeg echter van haar vermaak die zij niet kon bieden waarop ze de hulp van Athenaïs de Montespan inschakelde. Weldra zou er een rivaliteit groeien tussen Louise en Athenaïs om de gunst van de koning.[149] Ook had Lodewijk XIV verhoudingen met Olympe Mancini, Bonne de Pons d'Heudicourt en Catherine Charlotte de Gramont.[150] Lodewijk XIV zou verschillende kinderen verwekken bij Madame de Montespan en deze werden met grote zorgvuldigheid voor het hof verborgen. De kinderen werden toevertrouwd aan Madame de Maintenon, die ze zou opvoeden.[151]

Nadat De La Vallière in het klooster intrad kwam de relatie van Lodewijk met Madame de Montespan open en bloot te liggen. In de hoop de schade te beperken kocht de koning de gokschulden van de markies van Montespan en diens huwelijk af.[152] Ondanks zijn verhouding met haar had Lodewijk ook andere minnaressen, zoals Anne de Rohan-Chabot en Isabelle de Ludres. Toch bleef Madame de Montespan zijn favoriet.[153] Uiteindelijk verloor Madame de Montespan haar positie als favoriete minnares aan de pleegmoeder van haar kinderen: Madame de Maintenon. Kort na de dood van Maria Theresia in 1683 kreeg Madame de Maintenon van Lodewijk XIV een huwelijksaanzoek en werd er een morganatisch huwelijk gesloten.[154] In de nacht van 9 op 10 oktober 1683 werd het huwelijk tussen de twee voltrokken in de Chapelle Royale van Versailles door bisschop François Harlay de Champvallon.[155] Madame de Montespan hoopte Lodewijk XIV terug te winnen, maar ze gaf haar positie pas in 1691 op en trad toen in het klooster in.[156] Na zijn huwelijk met Madame de Maintenon was het tevens afgelopen met zijn losbandige seksleven en ging Lodewijk XIV zich vromer en christelijker gedragen. Dit werd toegeschreven aan de invloed die zijn nieuwe vrouw op hem had.[157]

Maria Mancini was een van de allereerste liefdes van Lodewijk XIV en hij bracht met haar diverse bezoeken aan het toenmalige jachtslot van Versailles.[158]

Er zijn minstens vijftien verschillende favorieten en vermeende minnaressen die Lodewijk XIV voor zijn huwelijk met Madame de Maintenon had:

Nalatenschap[bewerken]

Kaart van Frankrijk met de territoriale veroveringen van Lodewijk XIV

Ondanks enkele successen kende het financiële beleid van Lodewijk XIV voornamelijk schaduwzijden. De mobiliteit van het kapitaal was nihil en ook het privé-initiatief bleef beperkt. De koning liet bij zijn dood een begrotingstekort van 2,5 miljoen pond na en daarmee was Frankrijk onherroepelijk arm.[160] Toen Lodewijk XV in 1723 meerderjarig werd, erfde hij van Filips van Orléans een staatskas die beter gevuld was dan bij de dood van zijn overgrootvader.[161] Door de nodige bezuinigingen rondom de diverse hoven wist hij een groot deel van de tekorten weg te werken.[162] De macht van de koning werd verkleind doordat de hertog van Orléans nieuwe regeringsraden instelde.[163]

Ook kreeg Filips van Orléans te maken met de godsdienststrijd die Lodewijk XIV in zijn laatste jaren had ontketend tussen de jansenisten en de kerk van Rome. Hij benoemde de onafhankelijke kardinaal Louis Antoine de Noailles tot zijn Conseil de Conscience, die tot een passend antwoord moest komen op de pauselijke bul Unigenitus.[164]

Tijdens zijn leven had Lodewijk XIV veel tijd en geld gestoken in de verdere centralisatie van de macht in Frankrijk, die lang stand zou houden. In L'Ancien Régime et la Révolution liet Alexis de Tocqueville zich bewonderend uit over de sterk gecentraliseerde staat die Lodewijk had nagelaten.[165] De sociale structuur waarin Lodewijk XIV het land had achtergelaten zou bij de Franse Revolutie worden afgebroken.[166]

Strategisch gezien liet Lodewijk Frankrijk veiliger na dan voorheen. Gedurende zijn regering was hij erin geslaagd de Habsburgse omsingeling van Frankrijk te doorbreken. Aan de noordgrens waren vele gebieden veroverd en door de forten van Vauban had het land een goed verdedigbare ijzeren grens.[166]

Bouwprojecten[bewerken]

Versailles[bewerken]

Het paleis van Versailles in 1668, geschilderd door Pierre Patel.
1rightarrow blue.svg Zie Kasteel van Versailles voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lodewijk XIV trok zich regelmatig terug op het jachtslot van Versailles dat zijn vader had laten bouwen, maar het kasteel ontbrak aan de nodige faciliteiten om te kunnen voldoen aan de eisen van de koning. In 1662 gaf Lodewijk XIV dan ook de opdracht om het kasteel te verfraaien en comfortabeler te maken.[167] De bouwkosten stegen daarbij fors. Van 339.000 pond in 1668 tot 2.621.000 in 1671.[168] Tijdens de Hollandse Oorlog liep de bouw vertraging op, maar na de oorlog werd de bouw volop hervat. Het paleis maakte deel uit van Lodewijks centralisatiepolitiek. Voor dat Lodewijk XIV zich met zijn hofhouding in Versailles vestigde had hij op en neer gereisd tussen drie verschillende paleizen. Met hem reisden ook zijn ministers en ambtenaren mee en die kregen met Versailles een vaste plek.[169] Pas in 1682 zou Lodewijk XIV zijn definitieve intrek nemen in Versailles. Niet alleen zijn persoonlijke hofhouding ging hier wonen, maar ook een groot deel van de aristocratie. Daarnaast werd Versailles ook het belangrijkste lichaam van de overheidsadministratie. Bij de dood van Lodewijk XIV was de bouw van het kasteel nog niet voltooid, maar tijdens zijn leven had de Zonnekoning 100 miljoen pond aan de bouw van zijn paleis besteed.[170]

Parijs[bewerken]

De Porte Saint-Denis in Parijs. Op de poort staat de tekst "LUDOVICO MAGNO" waarmee Lodewijk verwees naar zowel de grote Romeinse keizers als Alexander de Grote.

De plannen die Gian Lorenzo Bernini voor de uitbreiding van het Louvre had gemaakt zouden nooit uitgevoerd worden,[171] maar vervolgens stelde Lodewijk XIV Claude Perrault aan en onder zijn leiding zou de oostzijde van het paleis ingrijpend veranderen.[172] Op de andere oever van de Seine liet de koning het Collège des Quatre-Nations bouwen van de erfenis van Mazarin en daarnaast werd ook het Tuilerieënpaleis uitgebreid. De tuinen van het paleis werden doorgetrokken wat resulteerde in de aanleg van wat later bekend zou worden als de Champs-Élysées en het Place de l'Étoile.[173][n 18] Er werden ook andere plannen voor Parijs gemaakt en ondanks dat het idee op veel weerstand stuitte, liet Lodewijk XIV de stadsmuren van Parijs afbreken om zo ruimte te creëren voor Parijse boulevards. Op de plekken van de oude toegangspoorten liet hij triomfbogen ter ere van zijn glorie oprichtten, zoals de Porte Saint-Martin en de Porte Saint-Denis. Op 12 maart 1670 richtte Lodewijk XIV het Hôtel des Invalides op voor de verzorging van Franse oorlogsveteranen. De bouw duurde drie jaar.[174]

Overige projecten[bewerken]

Naast Versailles schonk Lodewijk XIV ook zijn aandacht aan verscheidene andere kastelen. Zo gaf hij opdracht om het in verval geraakte Kasteel van Chambord op te knappen. Ook het Kasteel van Compiègne werd uitgebreid en opgeknapt. De budgetten die aan deze kastelen werden besteed vielen echter in het niet bij de uitgaven voor Versailles.[175] Ook werd onder het bewind van Lodewijk XIV begonnen met het graven van het Canal du Midi, dat de Atlantische Oceaan moest verbinden met de Middellandse Zee.[43]

Kunst en wetenschap[bewerken]

De Nederlandse kunstenaar Martinus van den Bogaert (Martin Desjardins) werd ook lid van de Académie royale de peinture et de sculpture en vervaardigde tussen 1682-1685 het kunstwerk De Vier Gevangen Naties voor op het Place des Victoires in Parijs. De standbeelden zijn tegenwoordig te bewonderen in het Louvre.

Met de bouw van Versailles en de latere oprichting van de diverse culturele instituties door Lodewijk XIV werd hij een belangrijk patroon voor de kunsten in Frankrijk die zich met name concentreerden rondom zijn hof.[176] Een belangrijke aanzet hiervoor werd geleverd in mei 1664. Toen trad Lodewijk XIV zeven dagen lang op in de theatervoorstelling van Les plaisirs de l’Île enchantée dat werd gehouden in de tuinen van het Kasteel van Versailles dat nog in aanbouw was. Met dit festijn had Lodewijk XIV de culturele bakens van de zeventiende eeuw verlegd en gaf een grote stimulans aan de kunsten.[177] De persoonlijkheidsverheerlijking van Lodewijk XIV door kunstenaars had ook invloed op het niveau van de kunsten buiten het koninklijk hof. Door de oprichting en het bestuur van Académie royale de peinture et de sculpture door Colbert en hofschilder Charles Le Brun werd het niveau van de kunst verder gecultiveerd.[178] Ook Nicolas Poussin was enige tijd actief voor de koninklijke academie.[179] Andere schilders die tijdens het bewind van de Zonnekoning tot wasdom kwamen waren Claude Lorrain, Jean-Baptiste Santerre, Bon Boullogne, Jean Raoux en Hyacinthe Rigaud. Tot de beeldhouwers behoorden Peter Puget en Francis Girardon.[180]

In 1665 verbleef de Italiaanse kunstenaar Gian Lorenzo Bernini voor enige tijd in Frankrijk. Hij was gevraagd om nieuwe plannen voor het Louvre te schetsen, maar zijn plannen werden een voor een door de Fransen afgewezen. Wel maakte Bernini een buste van Lodewijk XIV en ook een ruiterstandbeeld. Dat laatste vervaardigde Bernini in zijn studio in Rome en werd uiteindelijk in 1685 pas naar Frankrijk verstuurd.[n 19] Lodewijk XIV was echter niet blij met het beeld en noemde het "een gruwel" en droeg op om het beeld te vernietigen, maar zijn hovelingen wisten hem over te halen om het beeld op een afgelegen plek te plaatsen.[181]

Allegorisch schilderij van Jean Garnier van Lodewijk XIV als patroon van de kunsten.

In 1669 volgde de oprichting van de Académie Royale de Music en in 1671 de Académie royale d'architecture.[178] Lodewijk XIV was een belangrijke beschermheer van Jean-Baptiste Lully die uitgroeide tot de hofcomponist van de Zonnekoning, ondanks de vele tegenstanders die de componist had gemaakt.[182] In navolging van Lully zouden ook musici als Pascal Colasse, André Campra en André-Cardinal Destouches tijdens het bewind van Lodewijk XIV floreren.[183] Ook de toneelkunst kwam tot bloei in deze tijd. De werken van Jean Racine, Molière en Pierre Corneille waren in heel het rijk populair.[184] Door het oprichten van de diverse koninklijke academies werd de kunst van Frankrijk genationaliseerd. Dit had twee belangrijke redenen, namelijk het beperken van de import van kunst uit het buitenland en de Franse kunst moest de glorie van Lodewijk XIV en Frankrijk gaan benadrukken. Dit mondde uit in de zogenaamde Lodewijk XIV-stijl.[185]

Ook op wetenschappelijk gebied werden er door Colbert en Lodewijk XIV stappen gemaakt. Zo werd de Académie des sciences opgericht, waar Christiaan Huygens tot onderzoeksdirecteur werd benoemd.[n 20] Het koninklijk ruimteobservatorium werd geleid door de Italiaan Giovanni Domenico Cassini en hij werd verantwoordelijk voor het vervaardigen van een zeer gedetailleerde landkaart van het Franse koninkrijk. In het kader van dit project maakte Cassini ook de eerste correcte berekening van de afstand tussen de aarde en de zon. Ook de Duitser Gottfried Wilhelm Leibniz werd aangetrokken om in dienst van de Franse koning te werken.[186]

Nageslacht[bewerken]

De Franse koninklijke familie in 1670, geportretteerd door Jean Nocret. De Bourbons zijn als olympische goden afgebeeld. Van links naar rechts: koningin Henriëtta Maria, hertog Filips van Orléans als Pluto, zijn dochter Marie Louise, zijn vrouw Henriëtta Anne als Flora, de koningin moeder Anna van Oostenrijk als Gea, drie dochters van hertog Gaston van Orléans, koning Lodewijk XIV als Zeus, zijn zoon Lodewijk als Amor, de Koningin Maria Theresia als Hera en Anne Marie, tweede dochter van de hertog van Orléans als Diana.

Lodewijk heeft meer buitenechtelijke dan wettelijke kinderen nagelaten. Zijn echtgenote baarde hem zes kinderen, van wie er vijf al op jonge leeftijd overleden. Buiten het huwelijk zou Lodewijk minstens zestien kinderen hebben gehad.[187]

Wettige nakomelingen[bewerken]

Afbeelding Naam Geboren Overleden Bijzonderheden
Grand Dauphin.jpg Lodewijk 1 november 1661 14 april 1711 Bekend als le Grand Dauphin
Gehuwd met Maria Anna Victoria van Beieren
Grootvader van Lodewijk XV van Frankrijk
Anne Elisabeth 18 november 1662 30 december 1662
Marie Anne 16 november 1664 26 december 1664
Marie therese de bourbon.jpg Marie Thérèse 2 januari 1667 1 maart 1672 Bekend als le petite madame
Filip Karol Burbon.jpg Filips Karel 5 augustus 1668 10 juli 1671
Lodewijk Frans 14 juni 1672 4 november 1672

Buitenechtelijke kinderen[bewerken]

Afbeelding Naam Geboren Overleden Bijzonderheden
Een dochter 1660 Onbekend Dochter van een onbekende tuinder, huwde met N. de la Queue, een schildwacht[188]
Bij Louise de La Vallière:
Een zoon 1662 Jong overleden Niet erkend
Charles de La Baume Le Blanc 19 december 1663 15 juli 1665 Niet erkend
Philippe de La Baume Le Blanc 7 januari 1665 1666 Niet erkend
Louis de La Baume Le Blanc 27 december 1665 1666 Niet erkend
Full portrait of Marie Anne de Bourbon (1666-1739) by François de Troy.jpg Marie Anne 2 oktober 1666 3 mei 1739 In 1667 erkend, gehuwd met Lodewijk Armand I van Bourbon-Conti.[188]
Louis, Count of Vermandois.PNG Lodewijk 3 oktober 1667 18 november 1683 In 1669 erkend[188]
Bij Madame de Montespan:
Louise Françoise van Bourbon 1669 23 februari 1672
Le duc du Maine.jpg Lodewijk Augustus 31 maart 1670 21 mei 1736 In 1673 erkend, hertog van Maine en graaf Aumale
Louis-Cesar de Bourbon(1672-1683).jpg Lodewijk Caesar 20 juni 1672 10 januari 1683 In 1673 erkend[188]
Louise francoise bourbon.jpg Louise Françoise 1 juni 1673 17 juni 1743 In 1673 erkend,[188] gehuwd met Lodewijk III van Bourbon-Condé
LuisaMaríaAnadeBorbón01.jpg Louise Marie Anne 12 november 1674 15 september 1681 In 1676 erkend[188]
Françoise-Marie de Bourbon in 1700; Duchess of Chartres.jpg Françoise Marie 9 februari 1677 1 februari 1749 In 1681 erkend,[188] huwde met haar volle neef Filips II van Orléans
Le Comte de Toulouse, Ludvig Alexander av Bourbon (1678-1737), greve av Toulouse, storamiral - Nationalmuseum - 177079.tif Lodewijk Alexander 6 juni 1678 1 december 1737 In 1681 erkend,[188] admiraal van Frankrijk
Bij Claude de Vin des Œillets:
Louise de Maisonblanche ca. 17 juni 1676 12 september 1718 Gehuwd met Bernard de Prez, baron de La Queue[188]
Bij Marie Angélique de Scorailles:
Een zoon januari 1681 Doodgeboren

Historische waardering[bewerken]

Onder de Franse historici worden de drie Bourbonkoningen van de zeventiende eeuw aangeduid als rois éclairés, verlichte koningen. Hun bewind had namelijk orde en richting gegeven aan de Franse maatschappij van die tijd.[189]

Historiografie[bewerken]

Lodewijk XIV is nadrukkelijk bezig geweest met hoe hij de geschiedenis in zou gaan. Vele documenten die naar hem refereerden als een "gewone man" zijn op zijn instructie en die van madame de Maintenon systematisch vernietigd. Dit heeft erin geresulteerd dat zeker de geschiedschrijving van de zeventiende en achttiende eeuw erg ten faveure van de Zonnekoning was.[190] Toch waren Montesquieu en Saint Pierre erg negatief over het beleid van de koning. Voltaire was echter positiever:

Aanhalingsteken openen

Het komt mij voor dat men al zijn prestaties en inspanningen nauwelijks kan bezien zonder een zeker gevoel van dankbaarheid, zonder geraakt te worden door de liefde voor het algemeen welzijn die hem inspireerde. Laat de lezer zichzelf voorstellen hoe vandaag de dag de omstandigheden zijn, en hij zal er mee instemmen dat Lodewijk XIV meer goeds voor zijn land heeft gedaan dan twintig van zijn voorgangers.[191]

Aanhalingsteken sluiten

Vanaf de negentiende eeuw verschenen er ook biografieën over Lodewijk die minder positief waren. Hieronder vallen de biografieën van de republikeinse Ernest Lavisse en Pierre Goubert die tot de Annales-school behoorde. Ook George Peabody Gooch gebruikte de regering van Lodewijk XIV voor zijn eigen agenda.[190] Met name het absolutistische karakter van de regering van Lodewijk XIV is jarenlang onderwerp geweest van het historisch debat. De benaderingswijze van Goubert, waarbij het absolutisme van Lodewijk XIV ter discussie werd gesteld, werd door enkele Anglo-Amerikaanse historici voortgezet. Hiertoe behoorde historici als Nicholas Henshall en Roger Mettam. David Parker was wel van mening dat het absolutisme bestond, zij het met wat meer concessies. Het revisionisme van deze historici leidde tot een reactie door de verdedigers van het absolutisme, zoals John Hurt, John Lynn en Guy Rowlands. De eerste wat neutrale biografie werd geschreven door François Bluche. De Fransman werd hierin gevolgd door zijn landgenoot Jean-Christian Petitfils, wiens boek Louis XIV, La Gloire et les Épreuves evenwichtiger was over zijn absolutisme dan zijn voorgangers. Petitfils was van mening dat de Anglo-Amerikaanse historici in hun revisionisme over het absolutisme van Lodewijk XIV teveel waren doorgeschoten en dat Lodewijk XIV wel degelijk absolutistische trekken toonde.[192]

Quotes[bewerken]

Aan Lodewijk XIV wordt ook vaak de quote l'etat, c'est moi! ("de staat, dat ben ik!") toegeschreven, maar de woorden zijn niet meer dan een legende. Wel is van de koning bekend dat hij op zijn sterfbed gezegd zou hebben: "Ik ga heen, maar de staat blijft bestaan."[193]

De Zonnekoning[bewerken]

Medaille uit het jaar 1666 met de zon als embleem van de koning en met zijn motto nec pluribus impar.

Lodewijk XIV maakte zijn grote publieke debuut in 1653. Hij danste zeven dagen achtereen in het Ballet de la Nuit dat werd opgevoerd in het Hôtel du Petit-Bourbon in Parijs. In het laatste bedrijf maakte Lodewijk XIV zijn opwachting als Apollo, de zon, en deze rol leverde hem de bijnaam de Zonnekoning op.[194] Ook in zijn memoires sprak Lodewijk over waarom de zon hem als zinnebeeld van het koningschap zo aansprak:

Aanhalingsteken openen

Vanwege de uniciteit van de zon, vanwege de luister waarmee ze is omringd, vanwege het licht waarmee ze de andere sterren verlicht gelijk een hof; vanwege het goede dat ze overal brengt; vanwege haar onophoudelijke beweging terwijl ze ogenschijnlijk stilstaat; vanwege haar vaste koers waarvan ze nooit afwijkt is ze onbetwistbaar het meest vitale en mooiste beeld van een grote monarch.[195]

Aanhalingsteken sluiten

Na het begin van zijn persoonlijke bewind als koning in 1661 was Lodewijk XIV druk bezig met zijn persoonlijke propaganda. De bijnaam van de Zonnekoning werd vanaf 1662 zijn persoonlijke geloofsbelijdenis. Ook voegde hij een lijfspreuk aan zijn communicatiearsenaal toe: Nec pluribus impar. Louvois vertaalde de spreuk als "Eén tegen allen", terwijl taalkundigen het vertalen als "Boven alles verheven" of "Zelfs tegen overmacht bestand".[196] In 1663 richtte Lodewijk XIV ook de Petite Académie op en Colbert omschreef het instituut "voor het behoud van de pracht van 's konings daden". Hiermee werd de aanzet geleverd tot de grootste propagandaproductie uit de vroegmoderne tijd.[197] Lodewijk XIV liet zich ook vaak vereenzelvigen met de mythische held Hercules. Zowel in schilderijen, drukwerk als op medailles liet Lodewijk XIV zich portretteren als deze mythische held.[198]

Een absoluut vorst[bewerken]

Afbeelding van Lodewijk XIV op een plafondschildering van Charles Le Brun in de Spiegelzaal van Versailles. De rechterhand van Lodewijk XIV steunt op een roer dat symbool staat voor zijn regering en zijn linkerhand staat opgeheven ter acceptatie van het pad naar glorie.[199]

De term absolutisme deed pas rond 1830 zijn intrede, maar de contemporaine schrijvers van Lodewijk XIV in de zeventiende eeuw hadden wel een duidelijke definitie van het concept "absolute autoriteit".[200] Het absolutisme in Frankrijk werd niet tijdens de regering van Lodewijk XIV geïntroduceerd, maar had een langere geschiedenis die al dateerde uit de tijd van zijn grootvader Hendrik IV. Onder zijn leiding en die van zijn eerste minister Maximilien de Béthune werden de funderingen gelegd voor het Franse absolutisme. Als de door God aangestelde koning kwam hij ook tot de voltrekking van het Edict van Nantes.[201] De Staten-Generaal waren in 1614 voor het laatst bijeengeroepen in de nasleep van de Franse godsdienstoorlogen, maar deze had indertijd zo krachteloos opgetreden dat de koningen zonder toestemming belasting konden heffen.[22] Na de Fronde werd ook de macht van de parlementen beperkt, waardoor de macht van de koningen niet langer door parlementaire raden werd begrensd.[30]

Lodewijk XIV wees als vorst elke vorm van inspraak af. De representatieve organen, zoals de Staten-Generaal, bestonden in zijn ogen alleen ter raadpleging en niet ter controle of om wetten te maken. Ook de regering en bestuurders van de provincies en steden waren in zijn ogen slechts uitvoerders van het koninklijk gezag, want alleen hij kon rechtvaardige besluiten nemen.[202] Dit lag ook in lijn van de ideeën van de politiek filosoof Jean Bodin, want volgens hem had de monarch het recht om wetten op te leggen ongeacht of zijn onderdanen het daar mee eens waren. De macht van de koning was dan ook absoluut, onbeperkt en hij was slechts verantwoording schuldig aan God.[203]

Lodewijk werd ook met God vereenzelvigd. Hij was een "image vivante de Dieu".[204] De theorieën van Lodewijk XIV over zijn koningschap dat een mix was tussen het absolutisme en het Droit divin brachten hem gevaarlijk dichtbij het despotisme. Lodewijk onderschreef dan ook de facetten van het goddelijk recht, namelijk de goddelijke wijding, de onbeperkte macht die hij van God had gekregen, de onaantastbaarheid van het erfelijk recht en de bevestiging van de kroning.[205]

De man met het ijzeren masker[bewerken]

Laat achttiende eeuwse afbeelding van de man met het ijzeren masker
1rightarrow blue.svg Zie Man met het ijzeren masker voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lodewijk XIV is als historisch personage nauw verbonden met de mythes rondom de man in het ijzeren masker. Dat de man in het ijzeren masker bestaan heeft staat vast, alleen naar de identiteit wordt gegist.[206] Het verhaal over de anonieme gemaskerde gevangene werd na de dood van de Zonnekoning wijd en zijd verspreid in Frankrijk en werd voor waar aangenomen. Lodewijk XIV zou persoonlijk de hand hebben gehad in de opsluiting en de geheimhouding van de gevangene. De man met het ijzeren masker werd dan ook de door de verlichtingsdenkers, voornamelijk Voltaire, het symbool van koninklijke tirannie en willekeur. Voltaire dacht ook te weten wie de geheimzinnige man was, namelijk een broer van Lodewijk XIV. Toch waren er ook andere ideeën in omloop over wie de man met het masker was. Zo werd de naam van Frans van Vendôme genoemd, maar ook dat de geheimzinnige gevangene een bastaardkind van Lodewijk XIV was.[207] De these van de Fransman Claude Dubos dat de man met het masker voormalig minister Nicolas Fouquet was wint aan steeds meer geloofwaardigheid. Doordat de identiteit van de man in het masker niet vast te stellen is blijft ook de rol onduidelijk die Lodewijk XIV zelf in deze geschiedenis speelde.[208]

De mythes rondom dit geheimzinnige personage werden al in 1688 door de Hollanders gebruikt in hun politieke propaganda om hun oorlog te rechtvaardigen. Volgens de Hollandse propaganda betrof de gevangene een minnaar van Anna van Oostenrijk en zou hij de eigenlijke vader van Lodewijk XIV zijn.[209]

In populaire media[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Lodewijk XIV komt voor in twee boeken van Alexandre Dumas père. Hij komt als kind voor in het boek Twintig jaar later en vervolgens als jongeman in het boek De burggraaf van Bragelonne. Dit laatste boek behandelde ook het verhaal van de man met het ijzeren masker dat diverse malen verfilmd zou worden. De koning was ook een centraal figuur in de Angélique-serie van het Franse auteursduo Sergeanne Golon. Ook van deze boeken werden enkele delen naar het witte doek vertaald. Lodewijk XIV komt ook voor in de Baroque Cylce van Neal Stephenson en dan met name in het boek The Confusion wat zich in Versailles afspeelt. De Nederlandse schrijfsters Geertrui, Kathelijne en Veerle Bervoets schreven het boek Een vergiftigd geschenk dat zich op de achtergrond afspeelt van het leven van Lodewijk XIV na de dood van Mazarin.

Film en televisie[bewerken]

In de loop der jaren was het leven van Lodewijk XIV een geliefd onderwerp voor film en televisiemakers en werd zijn rol door diverse acteurs gespeeld, waaronder:

Jaar Naam Opmerkingen Vertolkt door
1964 Angélique, marquise des anges Film van Bernard Borderie Jacques Toja
1998 The Man in the Iron Mask Film van Randall Wallace Leonardo DiCaprio
2000 Le Roi Danse Film van Gérard Corbiau Benoît Magimel
2000 Vatel Film van Roland Joffé Alan Sands
2014 A Little Chaos Film van Alan Rickman Alan Rickman
2015 Versailles Televisieserie George Blagden
2016 La Mort de Louis XIV Film van Albert Serra Jean-Pierre Léaud

Theater[bewerken]

Tussen 2005 en 2007 werd in Parijs de musical Le Roi Soleil opgevoerd, die over het leven van Lodewijk XIV ging. In de musical werd de rol van de Zonnekoning geportretteerd door de zanger Emmanuel Moire.[210] In 2015 kwam er ook een Japanse versie van deze musical uit en daar werd de rol van Lodewijk XIV vertolkt door Reon Yuzuki.

Kwartierstaat[bewerken]

Voorouders van Lodewijk XIV van Frankrijk
Overgrootouders Anton van Bourbon (1518-1562)
∞ 1548
Johanna van Albret (1528-1572)
Francesco I de' Medici (1541-1587)
∞ 1565
Johanna van Oostenrijk (1547-1578)
Filips II van Spanje (1527-1598)
∞ 1570
Anna van Oostenrijk (1549-1580)
Karel II van Oostenrijk (1540-1590)
∞ 1571
Maria Anna van Beieren (1551-1608)
Grootouders Hendrik IV van Frankrijk (1553-1610)
∞ 1600
Maria de' Medici (1575-1642)
Filips III van Spanje (1578-1621)
∞ 1599
Margaretha van Oostenrijk (1584-1611)
Ouders Lodewijk XIII van Frankrijk (1601-1643)
∞ 1615
Anna van Oostenrijk (1601-1666)

Zie ook[bewerken]