Pair van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kroning van Lodewijk VIII in 1229. Alle pairs zijn aanwezig en zijn te herkennen aan hun attributen.
Blazoen van een pair de France (ic. de aartsbisschop van Reims), met de azuren wapenmantel voorbehouden aan pairs.

Een pair van Frankrijk (Frans: Pair de France) is een titel uit het feodale Frankrijk. Deze titel werd gegeven aan de hoogste vazallen van de Franse koning. De titel ontstond in de 12e eeuw om de hoge en lage vazallen van elkaar te kunnen onderscheiden, en verdween samen met de Franse monarchie tijdens de Franse Revolutie.[1] Initieel werden er 12 pairs ingesteld, maar dat aantal zou later oplopen tot 26. Van de oorspronkelijke 12 waren er 6 kerkelijke pairs en 6 wereldlijke. De kerkelijke stonden hoger dan de wereldlijke.[1]

Etymologie[bewerken]

Het woord pair is afkomstig van het Latijnse par hetgeen gelijk of gelijke betekent. In het Engels is het synoniem peer. De verhouding tussen de koning en zijn directe vazallen en de band van afhankelijkheid was dusdanig dat de koning door deze vazallen als primus inter pares, Latijn voor eerste onder gelijken wordt beschouwd.

Tussen een Franse pair en een Engelse peer is een groot verschil. Peers in Engeland zijn alle edelen die rechtens mogen plaatsnemen in het House of Lords. De Franse pairs zijn met veel minder en kennen niet zo'n voorrecht.

Geschiedenis[bewerken]

De oudste vermelding van de pairs dateert uit de 12e eeuw, onder de vorm par Regni of par Franciae, waarbij men de hoge vazallen, met de titel hertog of graaf, wou onderscheiden van de lagere. Beide vazallen waren echter directe leenmannen van de Franse koning, zonder tussenleenheren.[1] In 1216 werd voor het eerst het aantal pairs vastgesteld op 9, waarvan 6 kerkelijke en 3 wereldlijke. Deze waren de aartsbisschop van Reims, de bisschop van Langres, Beauvais, Châlons en Noyon. De wereldlijke pairs waren de hertog van Bourgondië, Normandië en Guyenne, alsook de graaf van Champagne.[2] Hun rol in deze vroege periode is niet geheel duidelijk, maar vast staat dat ze al vanaf 1216 assisteerden bij de kroning. In 1228 kwamen er nog eens drie pairs bij, waardoor men op twaalf kan, een getal dat in de middeleeuwen een grote betekenis had. Men legde immers de link met Christus en de twaalf apostelen en Karel de Grote met zijn twaalf paladijnen.[1][2] Het is echter fout om te beweren dat de pairs dateren uit de tijd van Karel de Grote.[1] De drie nieuwe pairs waren de bisschop van Laon en de graaf van Vlaanderen en Toulouse.[2]

Hoewel het ideale getal 12 was, werd dit getal quasi nooit bereikt, of overschreden. Al voor het officieel installeren van de 9 pairs was er één teruggevallen tot de kroon, met name het hertogdom Normandië, in 1202.[3] In 1271 viel het graafschap Toulouse terug aan de kroon en bij de troonsbestijging van Filips de Schone kwam het graafschap Champagne in het kroondomein.[3] Om deze daling van het aantal pairs op te vangen werden er in 1297 drie nieuwe gecreëerd, waarna er in 1315 nog één werd bij ingesteld. Dit zou blijven doorgaan tot er in totaal 26 pairs waren, waarbij er tot halverwege de 14e eeuw een onderscheid werd gemaakt tussen de oude 12 en de nieuwe pairs.[3]

Het verdwijnen van de oude pairs ging verder in de 14e en de 15e eeuw, tot alle oude wereldlijke pairs terug naar de kroon vloeiden.[3] Tussen 1361 en 1363 verviel het hertogdom Bourgondië terug aan de troon, maar vanaf 1363 werd het in apanage gegeven aan Filips de Stoute, waarbij het zich opnieuw een pair mocht noemen.[3] Na het uitsterven van de Valois, in 1477, kwam het hertogdom terug bij de Franse koning Lodewijk XI.[3] Het graafschap Vlaanderen werd echter niet gerecupereerd, waardoor het in 1384 als pair verloren ging voor Frankrijk. Het hertogdom Guyenne viel tussen 1360 en 1451 onder Engelse soevereiniteit, maar in 1472 verviel het terug aan de kroon.[4]

Aangezien de pairs een belangrijke rol te vervullen hadden in de kroning van de Franse koningen, was het noodzakelijk om de oude, vervallen, pairs te vervangen. Hun rol werd dan ook langzaamaan overgenomen door prinsen van den bloede, die weliswaar werden benoemd tot pair, maar niet de status hadden van de 12, oude, pairs.[5] Dit proces zette zich verder in de 16e eeuw, waarbij in 1547 Hendrik II de prinsen formeel boven de pairs plaatste, wat in 1576 bevestigd werd.[6] Desondanks bleef het instituut pair bestaan tot aan de Franse Revolutie, al was de macht van de pairs sterk ingekrompen.

Rechten[bewerken]

Naast een groot prestigieus belang genoten de pairs van Frankrijk ook een groot aantal voorrechten. Vanaf 1216 hadden de pairs een rol bij de kroning van de Franse koningen.[7] Bij de kroning hadden de 12 pairs een verschillende rol, afhankelijk van hun positie in de hiërarchie. Kerkelijke pairs hadden ook een hogere rol dan hun wereldlijke equivalenten. Hun rolverdeling was als volgt:[8]

Kerkelijk Wereldlijk
Aartsbisschop van Reims: zalft en kroont de koning. Hertog van Bourgondië: draagt de kroon en gespt de riem aan.
Bisschop van Laon: draagt de Sainte Ampoule met de heilige olie. Hertog van Normandië: draagt de eerste vierkante banier.
Bisschop van Langres: draagt de scepter. Hertog van Guyenne: draagt de tweede vierkante banier.
Bisschop van Beauvais: draagt de koninklijke mantel. Graaf van Toulouse: draagt de sporen.
Bisschop van Châlons: draagt de koninklijke ring. Graaf van Vlaanderen: draagt het koninklijk zwaard, de Joyeuse.
Bisschop van Noyon: draagt de riem. Graaf van Champagne: draagt de koninklijke standaard.

Naast dit voornamelijk prestigieuze voorrecht, hadden deze pairs ook een aantal juridische rechten. Zij hadden het recht om te zetelen in en berecht te worden door, het zogenaamde privilegium fori, het Cour des Pairs.[7] Dit gerechtshof zou later samen komen vallen met het Cour de Roi, dat niet exclusief was voorbehouden aan de pairs.[2][7] Door hun lidmaatschap van dit Cour de Roi kregen ze ook een zwaarwegende stem in het hoogste rechtscollege van het land, het Parlement van Parijs.[7]

Binnen hun lenen kregen de pairs ook dezelfde juridische rechten als de koningen in hun kroondomein en de prinsen in hun apanages, waardoor enkel de koning nog een hogere juridische autoriteit bezat.[3]

Pairs mochten ook een blauwe, met hermelijn gevoerde wapenmantel voeren in hun wapenschild. Daarnaast hadden ze ook het recht om in hun intitulatio de titel pair te vernoemen.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 30
  2. a b c d e E. Lalou, "Pairs de France" in Lexikon des Mittelalters, 10 vols, Stuttgart, Metzler, 1977 - 1999, VI, kols. 1627 - 1628; in Brepolis Medieval Encyclopaedias - Lexikon des Mittelalters Online
  3. a b c d e f g R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 32
  4. R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 33
  5. R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 37
  6. R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 43
  7. a b c d R. Jackson, "Peers of France and Princes of the Blood." in French Historical Studies, 7 (1971), 1, p. 31
  8. F. Velde, "Notes on the French Peerage." op http://www.heraldica.org/topics/france/peerage.htm; geraadpleegd 27-04-2010