Apanage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Apanage is de toelage uit de staatskas aan niet-regerende leden van een vorstelijk geslacht. Ook het bezit dat in hun levensonderhoud voorziet wordt apanage genoemd.[1]

Omschrijving[bewerken]

Apanage (middeleeuws Lat. appanagium = een schenking ad panem = tot brood, wat wil zeggen tot levensonderhoud [2]) was oorspronkelijk tijdens het leenstelsel in de middeleeuwen een systeem waarbij een deel van het kroondomein als leen aan niet-regerende leden van een vorstenhuis werd toegekend.

Aangezien de oudste nakomeling volgens het Eerstgeboorterecht het koninkrijk erft, krijgt een jongere een apanage, telkens met de clausule dat bij het ontbreken van wettige nakomelingen het domein weer aan de Kroon zou komen. Dat gebeurde in bijzonderheid in Frankrijk vanaf de dertiende eeuw, bijvoorbeeld de hertog van Orléans en van Nemours.

Het apanage Bourgondië kwam in 1364 toe aan de jongste van de vier koningszonen, Filips, met voogdij over het territorium om met de opbrengst ervan in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Filips de Stoute, zoon van koning Jan II van Frankrijk, werd zo stamvader van de Bourgondische dynastie. Na de plotse dood van de Bourgondische hertog Karel de Stoute op het slagveld in Nancy in 1477 en het ontbreken van een wettelijke opvolger viel het apanage Bourgondië terug toe aan de Franse kroon.

Huidige betekenis[bewerken]

In Nederland bedoelt men tegenwoordig met apanage een jaarwedde uit de staatskas toegekend aan de niet-regerende leden van een vorstenhuis. In Nederland zijn dat sinds 30 april 2013 twee leden, te weten prinses Beatrix en prinses Máxima[3] [4].

Tot hun overlijden ontvingen ook prinses Juliana, prins Bernhard en prins Claus een apanage.[3][5]