Apanage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: zie ook bronvragen
Dit sjabloon is geplaatst op 21 februari 2016.
Vraagteken

Apanage is de toelage uit de staatskas aan niet-regerende leden van een vorstelijk geslacht. Ook het bezit dat hun levensonderhoud oplevert wordt apanage genoemd.[1]

Omschrijving[bewerken]

Apanage (middeleeuws Lat. appanagium = een schenking ad panem = tot brood, wat wil zeggen tot levensonderheid) was oorspronkelijk tijdens het leenstelsel in de middeleeuwen een systeem waarbij een deel van het kroondomein als leen aan leden van een vorstenhuis werd toegekend, in het bijzonder aan jongere vorstenzonen.

Aangezien de oudste het koninkrijk[bron?] erft, krijgt een jongere een apanage, telkens met de clausule dat bij het ontbreken van wettige nakomelingen het domein weer aan de Kroon zou komen. Dat gebeurde inzonderheid in Frankrijk vanaf de dertiende eeuw, bijvoorbeeld de hertog van Orléans en van Nemours.
Na de plotse dood van de Bourgondische hertog Karel de Stoute op het slagveld in Nancy in 1477 en het ontbreken van een wettelijke opvolger viel het apanage Bourgondië terug toe aan de Franse kroon. Immers zijn dochter Maria van Bourgondië kwam als vrouw niet in aanmerking, daarbij had zij toen geen wettelijke nakomelingen. Het apanage Bourgondië kwam in 1364 toe aan de jongste van de vier koningszonen, Filips, met voogdij over het territorium om met de opbrengst ervan in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Filips de Stoute, zoon van koning Jan II van Frankrijk, werd alzo stamvader van de Bourgondische dynastie.

Huidige betekenis[bewerken]

In Nederland bedoelt men tegenwoordig met apanage een jaarwedde uit de staatskas toegekend aan de niet-regerende leden van een vorstenhuis. In Nederland zijn dat sinds 30 april 2013 twee leden, te weten prinses Beatrix en prinses Máxima[2] [bron?].

Tot hun overlijden ontvingen ook prinses Juliana, prins Bernhard en prins Claus een apanage.[2][bron?]