Erfrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het erfrecht of erfenisrecht (België) is het deel van het burgerlijk recht dat de erfopvolging of successie regelt, dat wil zeggen regelt wat er gebeurt met bezittingen en schulden van iemand als die overlijdt. Het woord erfrecht kan ook gebruikt worden in de betekenis van het concrete recht van iemand om iets concreets te erven, bijvoorbeeld het erfrecht op de nalatenschap van een overleden familielid.

Nederland[bewerken]

Zie Erfrecht (Nederland)

België[bewerken]

Het erfrecht in België wordt geregeld in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Het recht op het nalatenschap is sinds 2003 veranderd, waarbij vooral de nalatenschap van de langstlevende echtgenoot werd herzien. Ingeval er geen testament is, heeft de langstlevende echtgenoot recht op het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap. De erfgenamen krijgen de naakte eigendom. Indien er alleen een langstlevende echtgenoot aanwezig is én ook de ouders van de overleden echtgenoot niet meer in leven zijn, dan krijgt deze de volle eigendom op de volledige nalatenschap.

Ordes en graden[bewerken]

Het Belgisch erfrecht onderscheidt volgende ordes

  1. de descedenten (kinderen, kleinkinderen, ...);
  2. de broers en zussen (bevoorrechte zijverwanten), deze komen dan samen met de ouders op indien die nog leven;
  3. de ascedenten (ouders, grootouders en volgende indien geen broers of zussen aanwezig zijn);
  4. de overige zijverwanten (ooms, tantes, neven en nichten);
  5. de staat, indien geen van voorgaande aanwezig is of alle erfgenamen de erfenis hebben verworpen.

Het bestaan van een eerdere orde, sluit het bestaan van de volgende orde uit. Met andere woorden zal, bij afwezigheid van een testament, wie in orde twee staat, niets erven als er reeds een orde 1 is.

Een begunstigde, is iemand die binnen zijn orde de dichtstbijzijnde graad heeft. Een graad is typisch een generatiesprong. De kinderen van een overledene zijn graad 1 en zijn kleinkinderen zijn graad 2. Indien binnen de orde één begunstigde aanwezig is, krijgt deze begunstigde alles.Zelfs indien ook in de volgende orde iemand met dezelfde graad bestaat. Concreet betekent dit dat hoewel de broer en de enige zoon van een overledenen dezelfde graad hebben, het toch enkel de enige zoon is die zal erven. de zoon staat immers in een hogere orde dan de broer.

Binnen één orde kan er evenwel sprake van plaatsvervanging zijn. Stel dat een persoon kinderloos sterft en zijn nalatenschap naar zijn broer en zijn zus gaan; Dan is het zo dat als ook de broer reeds overleden is, zijn helft van de nalatenschap over zijn kinderen verdeeld kan worden. De zus krijgt dan pas de volle erfenis, als ook haar andere broer geen kinderen had.

Vanaf orde 3 gebeurt er een 'kloving'. De erfenis wordt dan in twee gesplitst: een deel gaat naar de vaderlijke tak en een deel gaat naar de moederlijke tak.

Reservataire erfgenamen[bewerken]

In de wet zijn zogenaamde reservataire erfgenamen opgenomen. Deze erfgenamen hebben een bij wet voorbehouden deel van de nalatenschap naar hen toekomend. Dit heet het principe van de gelijkheid der eerste orde erfgenamen (l'égalité) en komt voor uit de Code Napoléon van 1804. Voor descedenten kan dit oplopen tot 3/4 (te verdelen onder het aantal kinderen) en voor bevoorrechte ascedenten tot 2/4 (1/4 per ouderlijke lijn) dat voor hen is voorbehouden. De reserve van de bevoorrechte ascendenten bestaat slechts, indien er geen descendenten zijn. Hierbij is het belangrijk te weten dat met een testament of zelfs met een schenking bij leven, niet aan deze reserves geraakt kan worden.

De reserve van de echtgenoot bestaat langs de beschermde reserves hierboven genoemd én langs eventuele andere bij testament begunstigden. Deze reserve houdt in abstracte in dat de langstlevende echtgenoot recht heeft op de helft van de nalatenschap (dit is het bezit van de overleden echtgenoot en de overledene zijn deel van de gemeenschap) én in concrete het vruchtgebruik op de gezinswoning in. Dit vruchtgebruik wordt vervult ten koste van de erfgenamen.

Voorbeeld[bewerken]

X. laat per testament zijn hele bezit ter waarde van 10 miljoen aan zijn minnares na. Hij heeft echter ook nog een echtgenoot en drie kinderen. Door haar wettelijk beschermd erfdeel zal zijn vrouw toch nog het vruchtgebruik op de helft van 10 miljoen krijgen. Dit vruchtgebruik zal voor de helft worden geput uit de reservataire erfenis van zijn kinderen én de testamentaire erfenis van zijn minnares: Elk kind krijgt 1/8 in volle eigendom en 1/8 in naakte eigendom (en ontvangen hierop het vruchtgebruik bij het overlijden van hun moeder). De minnares zal, ondanks dat het testament haar 10 miljoen toekent, slechts 1/8 in volle eigendom krijgen en 1/8 in naakte eigendom.

Oorsprong[bewerken]

Merk op dat het principe van reservataire erfgenamen een eigenschap is van het oude Romeinse erfrecht, die gedeeltelijk werd overgenomen in het latere Napoleontische recht. Dit in tegenstelling tot Anglo-Amerikaans erfrecht (ook in Zuid-Afrika geldend), dat de erflater volledig vrije vermogensbeschikking (testeervrijheid) van zijn nalatenschap laat.