Erfopvolging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Zie ook: Erfrecht.

Erfopvolging is de regeling, die binnen een monarchie of andere dynastie geldt, voor het geval waarin een heersend monarch overlijdt, aftreedt of om andere redenen de regering moet neerleggen. In de meeste koninkrijken is de erf- of troonopvolging in de grondwet of in een aparte wet op het koninklijk huis geregeld.

In de periode vóór de Eerste Wereldoorlog, toen de keizers, koningen en andere monarchen naast representatieve uitstraling van hun rijk ook de politieke macht daarover uitoefenden, was de troonopvolging van groot politiek belang en leidde in de middeleeuwen ook vaak tot dynastieke kinderhuwelijken.

Vaak is de oudste zoon of andere mannelijke afstammeling van de overleden of teruggetreden vorst(in) krachtens een dergelijke wet de troonopvolger; in andere landen, waaronder ook Nederland, is het mannelijk geslacht geen dwingende voorwaarde. Bij de Inca's werd de opvolger (een man) 'gekozen' c.q. 'bepaald' uit de koninklijke familie. De opvolger was dus niet per se de eerstgeboren zoon van de koning/keizer, maar wel familie. In het Romeinse Rijk was het gebruikelijk dat een keizer zelf een opvolger aanwees.

Adel[bewerken]

Vanouds stelde een vorst mannen aan om een deel van het rijk te besturen. Zij waren graven en ook andere titels kwamen voor. Vanaf de 10e eeuw werd het gebruikelijk dat dit ambt erfelijk was. In latere eeuwen verdween de politieke macht van de adel en was graaf alleen nog een erfelijke titel.

Argumenten voor[bewerken]

  • Het is al jaren duidelijk wie de opvolger wordt, dus deze persoon kan goed worden voorbereid.
  • Er vindt nooit een discussie plaats wie de opvolger zal zijn, dus er is minder (potentiële) politieke onrust.

Argumenten tegen[bewerken]

  • De opvolger kan ondanks zijn voorbereiding incapabel zijn.

Vanaf de 20e eeuw gelden nog twee bezwaren, die in de eeuwen daarvoor juist min of meer als argumenten voor erfopvolging golden:

  • Het is niet democratisch. Vanouds werd het een nadeel gevonden dat het volk de beslissingen neemt: dat wordt totale anarchie.
  • De opvolger wordt door indoctrinatie klaargestoomd voor zijn taak en heeft geen echte beroepskeuzevrijheid. Vanouds werd het beter gevonden dat iemand een maatschappelijke rol vervulde, nl. dat wat hem krachtens zijn voorouders werd opgelegd. Voor sommige mensen was dat het koningschap.

Gevolgen van erfopvolging[bewerken]

In theorie zal erfopvolging ertoe leiden dat een ambt- of titeldrager opgevolgd zal worden door zijn meerderjarig kind dat hij van jongsaf heeft opgevoed, zodat de opvolger dezelfde denkwijze handhaaft als zijn voorganger. Dit is echter zeer vaak niet het geval geweest. Heel vaak is een persoon met erfbare bevoegdheden zonder meerderjarige kinderen gestorven.

Wanneer iemand met erfbare bevoegdheden kinderloos overlijdt, kan hij opgevolgd worden door iemand met strikt andere denkwijzen dan zijn voorganger. Zo is bijvoorbeeld de katholieke koning Hendrik III, koning van Frankrijk, opgevolgd door zijn protestantse verre neef Hendrik (IV). Ook een eigen zoon of dochter als opvolger kan uiteraard zelf strikt andere denkwijzen dan zijn voorganger hebben.

Een huwelijk tussen twee personen met erfbare bevoegdheden is zeer gunstig voor beide huwelijkspartners. Het is immers het kind van hun beiden dat de bevoegdheden van beide huwelijkspartners erft. Dit is uiteraard vooral gunstig voor een ouder wanneer het kind veel door hem is opgevoed. door de erfopvolging ontstaat er een personele unie of een enkel land. Zo is het huidige Spanje ontstaan door de opvolging van Isabel I van Castilië en Ferdinand II van Aragón.

Wanneer een persoon met erfbare bevoegdheden nakomelingen krijgt, zullen deze vanaf de geboorte al een groot aanzien verkrijgen. Dit kan nadelige gevolgen hebben, omdat familieleden van een erfgenaam (opstandige) legers kunnen aanvoeren die het zullen opnemen tegen de erfgenaam, waarop het betreffende familielid zo zelf de bevoegdheden kan krijgen. Zo is koning [[Peter I van Castilië verslagen door zijn broer Hendrik, die daarop de kroon verwierf. Tevens zijn heersers, zoals Karel de Grote, door meerdere familieleden opgevolgd, waarop hun monarchie in meerdere delen werd gesplitst.

Verschillende wetgeving kan tot gevolg hebben dat een personele unie bij erfopvolging gesplitst wordt. Voorbeelden zijn Nederland en Luxemburg in 1990 (de vrouw Wilhelmina kon in Luxemburg niet opvolgen) en Groot-Brittannië-Hannover in 1837 (de vrouw Victoria kon in Hannover niet opvolgen).

Zie ook[bewerken]