Nalatenschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Strijd om de nalatenschap (Amerikaanse cartoon 1902)
Het onderstaande betreft de situatie in Nederland, tenzij anders aangegeven.

Een nalatenschap, ook erfenis genoemd, is in het Nederlandse recht het geheel van bezittingen (zaken en vermogensrechten) en schulden die een overleden persoon achterlaat. Het erfrecht in Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek regelt wat hiermee gebeurt. Een erfdeel is een bepaalde fractie (getal groter dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 1) van de nalatenschap.

Het doorgeven van eigendom aan een volgende generatie bij overlijden is wereldwijd in verschillende rechtsculturen verschillend geregeld en is in de loop der tijden veranderd. Bij Germaanse stammen was bijvoorbeeld de regel dat alles gemeenschappelijk aan de stam of een familie behoorde, als een stam- of familielid overleed was geen overdracht nodig.[1] Onder de Romeinen was privé-eigendom bekend, maar deze behoorde alleen het hoofd van de familie, de pater familias toe. Lange tijd werd in veel rechtssystemen met privé-eigendom de nalatenschap niet doorgegeven aan dochters of er werd alleen doorgegeven aan de oudste zoon. In Nederland erft volgens de wet sinds 2003 de nog levende (huwelijks)partner, de kinderen uit een staand huwelijk krijgen een vorderingsrecht op de partner andere kinderen niets. De wettelijke hoofdregels kunnen deels opzij worden gezet door het opstellen van een testament.

De beginselen van het Nederlandse erfrecht stammen uit 1923, in 2003 is de huidige wet in werking getreden, Boek 4 Burgerlijk Wetboek, men noemt dit het nieuwe erfrecht.

In Nederland gaat de nalatenschap zonder tussenstap direct van erflater over op de langstlevende echtgenoot of de andere wettelijke erfgenamen, of de testamentaire erfgenamen. Zij zijn dus direct na overlijden eigenaar van alle rechten en verplichtingen en dragen alle verantwoordelijkheden, ook als ze nog niet weten dat ze erfgenaam zijn.

Aanvaarden of verwerpen[bewerken | brontekst bewerken]

In België en Nederland is niemand gehouden een erfenis te accepteren en geldt het beginsel van erfkeuze. Voor potentiële erfgenamen is daarom als eerste van belang na te gaan of er een testament is en per persoon te beslissen de erfenis te aanvaarden, te verwerpen, of te aanvaarden zonder persoonlijke aansprakelijkheid voor eventuele schulden (beneficiair aanvaarden). De beslissing te aanvaarden kan zowel formeel als informeel worden genomen.

Beneficiaire aanvaarding[bewerken | brontekst bewerken]

Als beneficiair is aanvaard door een of meer erfgenamen, kunnen deze erfgenamen door schuldeisers niet gehouden worden schulden van overledene of nalatenschap uit het eigen vermogen te betalen. Er gelden dan bijzondere regels die de erfgenamen verplichten de erfenis te vereffenen via een procedure die wordt gecoördineerd door de Rechtbank. Als er een executeur is kan een vereffeningsprocedure worden voorkomen wanneer de executeur de nalatenschap onderzoekt en kan verklaren dat er voldoende middelen zijn om alle schulden uit de nalatenschap te voldoen. Bij schulden gaat het niet alleen om schulden die overledene had bij overlijden maar ook om schulden die er daarna bijkomen zoals de verplichting legaten te voldoen, de kosten van de uitvaart of de erfbelasting.[2]

Aanvaarding door gedrag[bewerken | brontekst bewerken]

Wanneer iemand zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als erfgenaam gedraagt mag er juridisch van worden uitgegaan dat deze persoon de nalatenschap zuiver heeft aanvaard (art. 4:194 lid 1 (nieuw) BW).[3] De hoogste rechter bepaalde dat niet te snel mag worden aangenomen dat door gedragingen zuiver is aanvaard in verband met de potentieel verstrekkende gevolgen voor de desbetreffende erfgenaam en de omstandigheid dat erfgenamen die belast zijn met het regelen van de praktische gevolgen van het overlijden van een naaste op die verstrekkende gevolgen niet steeds bedacht zullen zijn.[4]

Geen testament – wettelijke verdeling[bewerken | brontekst bewerken]

Indien geen testament is opgesteld, wordt de nalatenschap verdeeld volgens de algemene wettelijke regels van erfopvolging bij versterf. Volgens de hoofdregel verkrijgt de huidige huwelijkspartner en krijgen de kinderen uit een staand of vorig huwelijk een vorderingsrecht, daarna andere bloedverwanten van de overledenen, zoals ouders, broers en zussen.[5][6] Ook is bij wet geregeld hoe groot de erfdelen zijn. Partners waarmee geen geregistreerd partnerschap is aangegaan en zogenaamde patchwork-kinderen zijn buitengesloten.

Notarieel testament[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Testament (akte) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wettelijke standaardregeling kan deels opzij worden gezet door opstelling van een testament: een onderhandse akte in bewaring gegeven bij een notaris, of een notariële akte. Meestal wordt gekozen voor ondersteuning door een notaris, onder andere vanwege de bewijskracht van de akte. De testateur geeft aan een notaris zijn wensen te kennen omtrent zijn nalatenschap. De notaris adviseert, vertaalt de wensen naar juridische formuleringen en stelt een concepttestament op dat door de testateur wordt gecontroleerd en eventueel gewijzigd. Als de inhoud akkoord is bevonden, stelt de notaris de akte op die door de testateur wordt ondertekend in aanwezigheid van de notaris. Al deze handelingen dienen hoogstpersoonlijk en in Nederland onder vier ogen met de notaris te worden verricht, in België in aanwezigheid van twee getuigen of een tweede notaris. In Nederland zijn getuigen sinds 2003 niet meer vereist, maar de notaris of een ander kan de aanwezigheid van getuigen verlangen. Het origineel van de akte wordt door de notaris bewaard, de testateur ontvangt een afschrift (officiële kopie). De notaris deelt het Centraal Testamentenregister mee dat een akte is opgesteld, met datum en bewaarplaats. Zo kan een ieder nakijken óf een testament is opgesteld en zo ja wanneer en door wie. Alleen het laatst opgestelde testament heeft rechtskracht.

Geldigheid testament[bewerken | brontekst bewerken]

Testamenten mogen (in Nederland) niet worden gemaakt door personen jonger dan 16 jaar. Een testament kan ongeldig blijken als de erflater bij de opstelling niet handelingsbekwaam was, niet wilsbekwaam, bijvoorbeeld door dementie, of wanneer (een deel van) het testament tot stand is gekomen door beïnvloeding van derden. Een testament kan ook ongeldig zijn wanneer niet aan bepaalde vormvereisten is voldaan. Een notaris heeft de taak er op toe te zien dat alles volgens de regels verloopt. Als het testament door de rechter nietig wordt verklaard of wordt vernietigd, geldt het voorgaande testament en als dat er niet is, de wettelijke regeling. Mocht er onenigheid ontstaan over de bedoelingen van een erflater is het soms mogelijk dat een rechter een testament nader uitlegt, bijvoorbeeld aan de hand van algemene bepalingen in het testament of bij leven bestaande documenten (artikel 4:46 lid 1 Burgerlijk Wetboek).[7] Deze procedure moet worden begonnen bij de Rechtbank, waar vertegenwoordiging door een advocaat verplicht is. Als alle erfgenamen het erover eens zijn, kan gezamenlijk bij de Kantonrechter een verzoek tot uitleg worden ingediend (art. 96 Rechtsvordering).[8] Hier zijn advocaten niet verplicht zodat erfgenamen geen hoge kosten hebben.

Een testament kan de volgende wilsbeschikkingen bevatten:

  • Een erfstelling, het aanwijzen van erfgenamen (personen en/of instellingen), waarbij fracties vermeld moeten worden waarop elke erfgenaam recht heeft, die samen 1 zijn (de hele nalatenschap), of er wordt vermeld "voor gelijke delen". Er kan bijstaan "met inachtneming van plaatsvervulling, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf".
  • Een onterving, bij testament is aan een of meer personen minder toegekend dan deze op grond van de algemene wettelijke regeling zou(den) krijgen zonder testament. Er hoeft geen uitdrukkelijke bepaling over onterving te zijn opgenomen. De reden hoeft niet in de persoon van de onterfde te liggen, steeds vaker worden ook personen uit samengestelde families als erfgenaam gekozen die niet binnen de strikte bloedlijnen van de wet vallen, of worden Goede Doelen bedeeld. Het negatieve stempel onterving dekt de lading dus vaak niet. Eventuele kinderen van de onterfde erven door plaatsvervulling, tenzij die ook zijn onterfd. Als bijvoorbeeld A, B en C bij versterf elk een derde zouden erven, betekent onterven van A zonder plaatsvervulling dat B en C elk de helft erven. Ook een erfstelling kan materieel een gedeeltelijke onterving inhouden als iemand die volgens de wet recht zou hebben op een deel van de nalatenschap niet als erfgenaam wordt aangewezen, of voor een kleiner deel. Als een kind testamentair is onterfd heeft het volgens de wet recht op een minimumdeel van de nalatenschap, de legitieme portie. Daarop moet uitdrukkelijk aanspraak worden gemaakt.
  • Een legaat, een schenking in geld, zaken of goederen die bij overlijden wordt uitgekeerd. Juridisch is dit een vorderingsrecht van de legataris op de nalatenschap of op een bepaalde erfgenaam of erfgenamen, afhankelijk van het testament.
  • Oplegging van een testamentaire last
  • Oprichting van een stichting
  • Benoeming van executeurs
  • Instelling van een testamentair bewind

De verschillende soorten wilsbeschikkingen kunnen worden gecombineerd.

Ook boedeltoedelingen kunnen in het testament staan.

Handgeschreven akte – depot-testament[bewerken | brontekst bewerken]

Er kan ook een handgeschreven akte zijn opgesteld, waarbij de vorm onbelangrijk is en waarin een datum en handtekening volstaan om de wilsbeschikking authentiek te maken. Deze moet in Nederland bij een notaris in bewaring zijn gegeven om rechtskracht te hebben; in België is dat niet nodig.

Openen testament[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn testamenten niet openbaar. De notaris heeft een beroepsgeheim en het Centraal Testamentenregister slaat alleen op bij welke notaris, op welke datum, een testament is gemaakt. Na overlijden hebben de wettelijke en testamentaire erfgenamen recht op inzage, andere belanghebbenden hebben recht op deel-inzage. Er is geen officiële manier om een testament te openen en de notaris die het testament heeft opgesteld is niet verplicht actief erfgenamen te benaderen. Dat is ook niet gebruikelijk.

Iemand die denkt erfgenaam te zijn, kan na overlijden een willekeurige notaris vragen na te kijken of er een testament is gemaakt of dit navragen bij het Centraal Testamentenregister (CTR). Heeft de notaris het overlijden vastgesteld en is degene als erfgenaam in het laatst opgemaakte testament genoemd, kan een notaris na officiële identificatie kopie van dat testament bij de notaris opvragen die de akte heeft gepasseerd en aan de erfgenaam geven of per post sturen. Voor legatarissen geldt hetzelfde, maar zij krijgen een verkort afschrift van het testament: alleen de passages waar hun legaat is geregeld. De notaris kan de erfgenamen ook uitnodigen voor een bespreking op kantoor; dit is gebruikelijk wanneer de notaris langjarig voor de erflater heeft gewerkt. Dit gebeurt niet automatisch: een notaris moet op de hoogte worden gesteld van overlijden en van de erfgenamen opdracht krijgen aan het werk te gaan, of van een executeur of bewindvoerder namens hen. Een executeur of afwikkelingsbewindvoerder vertegenwoordigt niet de legatarissen, alleen de erfgenamen. Een notaris mag volgens de beroepsregels aan het werk gaan en rekeningen schrijven, zodra opdrachtgever zich in persoon heeft geïdentificeerd, deze op de hoogte is gesteld van de tarieven en de notaris opdracht tot het werk heeft gegeven.

Werking bepalingen testament[bewerken | brontekst bewerken]

De bepalingen in een testament gelden direct na overlijden, er zijn geen bijzondere handelingen nodig om het rechtskracht te geven, dus ook niet het openen en voorlezen van een testament door een notaris, zoals wel wordt gedacht.

Codicil[bewerken | brontekst bewerken]

Voor het vermaken van bepaalde roerende zaken kan de erflater ook zelf een codicil hebben opgesteld waarin door erflater is geschreven dat een bepaald sieraad, kleding of inboedelzaken aan bepaalde personen of organisaties worden nagelaten. Dit document is vaak in bewaring gegeven bij de notaris. Ook kunnen wensen omtrent de uitvaart in een codicil zijn vastgehouden. Tot 2003 kon bij codicil ook een persoon worden aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen (executeur onder huidig recht), benoemingen in een codicil ouder dan 2003 blijven geldig.

Persoonlijk memorandum[bewerken | brontekst bewerken]

In een testament wordt de bestemming van de nalatenschap in hoofdlijnen geregeld. Praktische, alledaagse zaken worden er meestal niet in genoemd. Vaak heeft een erflater een persoonlijk memorandum (ook wel regifest) opgesteld waarin punten worden beschreven en uitgelegd als:

Levenstestament, onherroepelijke volmacht[bewerken | brontekst bewerken]

Als een levenstestament is opgesteld geldt dat in de regel niet meer na overlijden. Een volmachtgever mag echter bepalen dat een volmacht na overlijden doorloopt in het belang van volmachtgever of een derde, de onherroepelijke volmacht (art. 3:74 BW). Daarbij kunnen nadere voorwaarden zijn gesteld. De houder van een onherroepelijke volmacht mag na overlijden handelen binnen de gegeven bevoegdheden.

Lichaam overledene, uitvaart, asbestemming[bewerken | brontekst bewerken]

Het lichaam van de overledene, of de as na crematie, hoort niet tot de nalatenschap. De kosten van lichaamsverzorging, opbaren en uitvaart moeten wel bij voorrang uit de nalatenschap worden voldaan (art. 4:7 lid 1 B.W.).[9] De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat een begraving of crematie overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene moet plaatsvinden, niet eerder dan 36 uur en uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden.[10] De opdrachtgever voor de uitvaart draagt de eerste verantwoordelijkheid en is tegenover de uitvaartondernemer aansprakelijk voor de kosten; is bij testament of codicil een persoon aangewezen om de uitvaart te regelen, dan geeft deze opdracht.

Het is onjuist dat bij testament een 'begrafenisexecuteur' of 'uitvaartexecuteur' kan worden benoemd met de bevoegdheid de uitvaart zelfstandig te regelen. Een dergelijke bepaling is ongeldig maar kan worden omgezet in een geldige regeling dat aan de executeur de last is opgelegd de uitvaart te regelen (art. 3:42 BW). Een last van de executeur rust op alle erfgenamen daarom moet iedereen het eens zijn over de manier waarop de wensen van overledene worden uitgevoerd (art. 4:130 lid 2).

Overgang nalatenschap op erfgenamen[bewerken | brontekst bewerken]

De erfgenamen zijn direct na overlijden de nieuwe eigenaren van de onverdeelde nalatenschap, ze treden in alle rechten en plichten van de overledene, moeten dus ook de huur of hypotheeklasten betalen en zorgdragen voor voldoening van de schulden. Dit principe heet de saisine. Dat geldt ook als een erfgenaam nog niet weet dat ze erfgenaam is. De eigendomsrechten kunnen niet tijdelijk aan iemand anders worden overgedragen, bijvoorbeeld om de nalatenschap af te wikkelen. Wel kan iemand worden aangesteld om de schulden af te wikkelen of de nalatenschap te beheren, de executeur of testamentair bewindvoerder, daardoor zijn bij wet de bevoegdheden van erfgenamen voor korte duur ingeperkt maar niet zover dat ze hun eigendomsrechten niet meer vrij kunnen uitoefenen.

In bijvoorbeeld Engeland, Amerika of Canada is dit anders, daar kan de eigendom eerst overgaan op een tussenpersoon, de executor. Deze functie is een heel andere dan de Nederlandse executeur.

Niemand is verplicht een nalatenschap te aanvaarden, men mag de erfenis verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding), zie hierboven. Om er achter te komen of een testament is gemaakt kan contact worden opgenomen met een notaris of met het Centraal Testamentenregister, zie hierboven.

Beheer, afwikkeling en verdeling[bewerken | brontekst bewerken]

Het nalatenschapsvermogen vormt een juridische gemeenschap in de zin van artikel 3:166 lid 1 BW en moet als zodanig beheerd, afgewikkeld en verdeeld worden. Dat is ook het geval wanneer de huwelijkspartner erft. Niet alle mensen die in een testament zijn genoemd hebben het recht / de plicht daaraan mee te werken, dat zijn alleen de erfgenamen die hebben aanvaard, zij zijn juridisch deelgenoot ('mede-eigenaar') en hebben na overlijden de volledige beschikkingsmacht en zeggenschap over de nalatenschap, tenzij er een testament is en een executeur is benoemd of bewind is ingesteld. De wet bepaalt de verdeling, art. 4:13 BW, is er een testament staat daar tot welk deel uit de nalatenschap iedere erfgenaam gerechtigd is. Hoofdregel is erven in gelijke delen maar dat duidt op een waarde in geld, er is niet mee gezegd wie welke goederen krijgt. De erfgenamen moeten onderling tot overeenkomst van verdeling zien te komen om ieder dat te doen toekomen waarop deze recht heeft.[11] Bij totstandkoming van de verdeling zijn erfgenamen niet gehouden aan bepalingen in een testament waarmee hun eigendomsrechten opzij worden geschoven, daar mogen ze natuurlijk wel vrijwillig aan voldoen.

In de eerste fase van de afwikkeling is er veel praktisch regelwerk. Erfgenamen en legatarissen moeten worden gezocht en zij moeten beslissen over de aanvaarding, de nalatenschap moet worden geïnventariseerd, mensen, banken, bedrijven en instanties moeten worden geïnformeerd, lopende verplichtingen beëindigd, abonnementen opgezegd, vorderingen en uitkeringen geïnd, schulden voldaan, legaten uitgekeerd, bankrekeningen op naam van de erven gezet, aangifte erfbelasting gedaan, goederen, zaken, tegoeden, effecten, zakelijke deelnemingen e.d. worden getaxeerd en eventueel goederen te gelde worden gemaakt om schulden te voldoen. Voor de verdeling moeten goederen worden verkocht of toebedeeld aan een of meerdere erfgenamen, onder verrekening van de eventuele overwaarde aan de anderen.

Als de huwelijkspartner erft, er voornamelijk vermogen is in de vorm van onroerend goed en de erfbelasting de (hoge) belastingvrije voet overstijgt, moet onder omstandigheden het huis worden verkocht of een een (hypothecaire lening worden afgesloten. Voor betaling erfbelasting kan uitstel worden gevraagd.[12]

Om besluiten te kunnen nemen moet onder de erfgenamen eenstemmigheid bestaan, schuldeisers kunnen alleen uitwinnen wanneer alle erfgenamen toestemming geven (art. 3:190 lid 1 BW). Er kan ook gezamenlijk een volmacht worden gegeven aan één persoon om namens alle erfgenamen te handelen, de volmachtexecuteur, als dat een notaris is wordt deze boedelnotaris genoemd. Wanneer enkele erfgenamen een volmacht afgeven, moet deze gevolmachtigde overeenstemming bereiken met de overige erfgenamen.

Bij enkele stappen is een notaris nodig, bijvoorbeeld het opstellen van een Verklaring van erfrecht of een Akte van verdeling, deze notaris wordt betrokken notaris genoemd (art. 4:186 BW).[13] Een notaris die in opdracht van één of enkele erfgenamen werkt, wordt partijnotaris genoemd.

Is bij testament een executeur benoemd of bij codicil van vóór 2003, heeft deze meestal de bevoegdheid de erfenis te beheren en de opeisbare schulden te voldoen, de regels staan in het testament en de wet. Is bij testament (tevens) een afwikkelingsbewind ingesteld of is door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaard, liggen er bevoegdheden bij de afwikkelingsbewindvoerder respectievelijk vereffenaar. Naast executeur en bewindvoerder mogen erfgenamen alles doen wat onder het normale dagelijkse beheer valt en ook alles wat dringend gedaan moet worden. Voor (andere) beschikkingshandelingen is in de regel medewerking of toestemming nodig van de executeur of testamentair bewindvoerder.

Er zijn niet veel wettelijke regels voor afwikkeling van een nalatenschap, het geldt als bijzondere gemeenschap (art. 3:189 e.v. BW). Het woord “afwikkeling” heeft geen specifieke juridische betekenis en juristen zijn het oneens over de strekking van wettelijke bepalingen over verdeling.[14][15] In vakliteratuur of rechtspraak zijn geen richtlijnen ontwikkeld, wanneer onder erfgenamen meningsverschillen ontstaan biedt het recht dus weinig concrete handvaten om onderling tot een oplossing te komen. In testamenten worden wel bepalingen opgenomen die erfgenamen bij de afwikkeling als leidraad moeten dienen maar deze kunnen door de rechter nietig worden verklaard als ze niet passen in het kader van één van de toegestane uiterste wilsbeschikkingen.[16]

Als sprake is van internationale aspecten kan ander recht van toepassing zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als (een deel van) de nalatenschap zich in het buitenland bevindt, als zich vermogen in Nederland bevindt en de overledene een buitenlandse nationaliteit heeft, of als erfgenamen in het buitenland wonen.

Een volmachtexecuteur kan sinds 2021 bij de Belastingdienst een nabestaandenmachtiging aanvragen, en zo online toegang krijgen tot eerdere belastingaangiften en aanslagen van de overledene, en online alles te kunnen doen wat de overledene zou hebben gekund, zoals nog niet gedane aangiften doen, waaronder (na afloop van dat belastingjaar) die van het jaar van overlijden, en om online aangifte erfbelasting te kunnen doen.[17]

Executeur[bewerken | brontekst bewerken]

Bij testament kunnen een of meer executeurs zijn benoemd met de opdracht vanaf overlijden bepaalde taken in het beheer van de nalatenschap en de afwikkeling van schulden uit te voeren. Er mag niet naar eigen inzicht worden gehandeld, de taken moeten steeds zo worden uitgevoerd dat de nalatenschap zoveel mogelijk in stand wordt gehouden en/of inkomsten genereert en de belangen van zowel schuldeisers als erfgenamen evenwichtig worden gediend.[18] Over de bevoegdheden van de executeur bestaan misverstanden, bijvoorbeeld dat een executeur bevoegd is het testament uit te voeren en zonder erfgenamen de nalatenschap te verdelen. De regels met verplichtingen en bevoegdheden van een executeur staan in de wet, per wettelijk voorschrift is aangegeven of bij testament een andere regeling mag worden gegeven. Geeft een wettelijke bepaling geen speelruimte, is een afwijkende bepaling in een testament ongeldig en mag een executeur zich daar niet op beroepen. Doet hij dat wel kan hij door de rechter aansprakelijk worden gehouden voor schade.[18]

Als een executeur is benoemd hebben de erfgenamen in de regel niet de bevoegdheid zonder zijn toestemming nalatenschapsgoederen te vervreemden of te bezwaren, ze mogen wel privaatrechtelijke overeenkomsten over de goederen sluiten maar deze niet zonder toestemming uitvoeren. Achtergrondgedachte is de nalatenschap zowel intern (deelgenoten) als extern (schuldeisers) te beschermen totdat er een boedelbeschrijving is en de schulden zijn voldaan.[19] Als erfgenamen aan de executeur voldoende middelen ter beschikking stellen om de schulden te voldoen, of als zuiver is aanvaard en het eigen vermogen biedt voldoende verhaal, vervalt de beheerstaak van de executeur en de daarbij horende beperkingen van de erfgenamen.

Erfgenamen mogen zelfstandig alles doen wat nodig is voor normaal onderhoud en behoud van nalatenschapsgoederen en ook alles wat dringend moet worden gedaan. De executeur kan volgens de wet met uitsluiting van de erfgenamen over nalatenschapsgoederen beschikken (verkopen, belenen etc.) wanneer dat nodig is voor een goed beheer of om goederen te gelde te maken om schulden te voldoen, hier kan bij testament de toestemming van erfgenamen aan worden verbonden. De executeur met beheersbevoegdheid vertegenwoordigt de erfgenamen in en buiten rechte. Een executeur heeft niet de bevoegdheid zelfstandig in de fase van de verdeling te werken en mag evenmin zelfstandig beschikkingshandelingen in juridische zin verrichten die buiten zijn takenpakket vallen. Als alle erfgenamen er mee akkoord zijn, kan een executeur ook andere stappen zetten, maar deze vallen niet onder de wettelijke of testamentaire taken en bevoegdheden van een executeur.

Testamentair bewind[bewerken | brontekst bewerken]

Bij testament kan zijn bepaald dat een erfdeel of bepaalde goederen worden nagelaten onder testamentair bewind, geregeld in Afdeling 7 van boek 4 BW. Het erfdeel of goederen worden door overlijden direct eigendom van de betreffende erfgenaam maar diens (eigendoms-)rechten worden door deze wettelijke regeling sterk ingeperkt met de rechtvaardiging dat erflater verwacht dat de persoon zelf (nog) niet in staat is het nagelaten vermogen op een verstandige manier te beheren. Redenen kunnen onder andere zijn een jonge leeftijd, verslaving of grote schuldenlast. Het bewind kan door de rechthebbende worden opgeheven zodra de situatie waarvoor het bewind is ingesteld zich niet meer voordoet. Een testamentair bewind kan ook worden ingesteld in een gemeenschappelijk belang, bijvoorbeeld beheer van een vakantiewoning die tot de nalatenschap hoort.

De rechten en plichten van een testamentair bewindvoerder kunnen bij testament ruimer of beperkter worden geregeld, mits ze binnen het wettelijk kader voor een bewind blijven wat vóór alles het beheer over vermogen betekent.[20] Rechthebbenden kunnen in de regel niet zonder medewerking of toestemming van de bewindvoerder beschikken in juridische zin, behalve wanneer het nodig is voor gewoon onderhoud of als iets dringend moet worden geregeld (art. 4:166 en 4:167 lid 3 BW). De bewindvoerder heeft voor veel werk toestemming van de rechthebbende(n) nodig, deze kan zonodig worden vervangen door een machtiging van de Kantonrechter (art. 4:169 BW). De rechthebbenden kunnen eveneens vervangende machtiging van de rechter vragen als een bewindvoerder geen toestemming geeft voor een handeling die zij verstandig achten of wenselijk, zoals verkoop van een pand omdat er een goed bod is gedaan. Testamentair bewind gaat in bij overlijden dus de betreffende erfgenaam of legataris is direkt handelingsbeperkt, tenzij erflater anders bepaalt (art. 4:153 lid 2, 4:166 en 4:167 BW). De bewindvoerder is bij uitsluiting bevoegd de rechthebbende in rechte te vertegenwoordigen (art. 4:173 BW). Omvang, duur en regels voor het bewind staan in het testament. Is bij testament geen bewindvoerder aangewezen kan deze worden benoemd door de rechter (art. 4:157 lid 1 BW).

Afwikkelingsbewind[bewerken | brontekst bewerken]

Is een nalatenschap, erfdeel of goed vermaakt onder een zogenaamd afwikkelingsbewind, gaat het om een vorm van testamentair bewind in een gemeenschappelijk belang dat geldt voor de duur van de afwikkeling van de nalatenschap (art. 4:155 lid 4 en BW). Een testamentair bewindvoerder heeft het bijzondere wettelijke recht bij bewind over een goederengemeenschap zelfstandig een vordering tot verdeling bij de rechtbank in te stellen, zonder toestemming van de rechthebbenden, zodat een nalatenschap met bewindvoerder ook kan worden verdeeld als de erfgenamen het niet eens kunnen worden (art. 4:170 lid 1 BW). Binnen het notariaat en de executeursbranche bestaat de mening dat een zogenaamde afwikkelingsbewindvoerder bij testament op grond van artikel 4:171 BW de bevoegdheid kan worden gegeven een nalatenschap volledig zelfstandig af te wikkelen en te verdelen zonder toestemming en medewerking van de erfgenamen en in hun plaats mag beschikken. Onder juristen bestaat verdeeldheid of zulke bepalingen rechtsgeldig zijn. Uit de lange parlementaire geschiedenis blijkt herhaaldelijk dat de wetgever een testamentair bewindvoerder alleen beschikkingsmacht wilde geven zolang dat binnen de rechtsfiguur bewind valt en dat is vóór alles beheer.[21][22] Erflater mag een bewindvoerder bij testament dus niet volledig de vrije hand geven omdat dit een inbreuk op het grondrecht van eigendom van de erfgenamen zou betekenen, de wetgever heeft de bevoegdheid beslissingen te nemen buiten het kader van beheer, bij de rechter gelegd.[23] Om te kunnen beschikken is steeds toestemming van de rechthebbenden nodig.[24] Afwikkelingsbewindvoerder, erfgenamen en derden bevinden zich daarom in een onzekere rechtspositie wanneer een testamentair bewindvoerder zijn wettelijke bevoegdheden te buiten gaat, ook als daarover iets is opgenomen in het testament. Is de afwikkelingsbewindvoerder met vergaande bevoegdheden iemand van het kantoor van de notaris die het testament opstelde, of koos de afwikkelingsbewindvoerder dit kantoor als boedelnotaris, is voor erfgenamen extra voorzichtigheid geboden. Geeft het testament geen nadere regels, gelden in ieder geval alleen de regels uit de wet.

Boedelnotaris[bewerken | brontekst bewerken]

Als een notaris met de afwikkeling van een opengevallen erfenis wordt belast noemt men deze vaak de boedelnotaris. Dat is juridisch niet altijd de juiste term. In art. 4:197 e.v. BW wordt met boedelnotaris de notaris bedoeld die belast is met de vereffening van een nalatenschap nadat beneficiair is aanvaard. Deze moet zich inschrijven in het boedelregister. Meestal werkt een notaris echter aan een boedel in opdracht van erfgenamen of executeur en voert de opgegeven werkzaamheden uit. Gebruikelijk is advisering en begeleiding bij de verdeling, het opstellen van de uitdelingslijst en het opstellen en passeren van akten, waaronder de verklaring van erfrecht en de akte van verdeling/vaststelling van de erfdelen. Het regelwerk in een boedel wordt niet door de notaris zelf gedaan maar door boedelmedewerkers.

Boedelregister[bewerken | brontekst bewerken]

Informatie over de rechtstoestand van een opengevallen nalatenschap in Nederland die vereffend moet worden, wordt verzameld in het openbare boedelregister dat zich bevindt bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de erflater. Hierin staat bijvoorbeeld wie de boedelnotaris is en bevat verklaringen van erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard. Zuivere aanvaarding en verwerping worden niet ingeschreven. De griffier van de rechtbank is verplicht om een ieder die dat wenst inzage in het register te geven en een uittreksel daaruit te verstrekken.

Conflicten[bewerken | brontekst bewerken]

Na overlijden van een langstlevende ouder komt vaak conflictpotentiaal binnen de familie hoog met de verdeling van de nalatenschap als aanleiding. Het gaat vaak om verschil van inzicht over de waarde van goederen of zaken. Hier kan een gang naar de rechter zinvol zijn wanneer objectief onderbouwd kan worden waarom meerdere taxaties onjuist zouden zijn en een eventueel waardeverschil opweegt tegen de kosten.[25] Verder bevredigt de verdeling in een testament niet altijd alle erfgenamen of onterfde kinderen en legt niet iedereen zich daarbij neer. In juridisch opzicht heeft het aanvechten van een testament alleen kans van slagen bij vormfouten of met tastbare bewijzen. Er zijn meerdere uitspraken waarbij een (deels) onterfd kind recht kon halen door bewijs te leveren dat sprake is geweest van beïnvloeding of gebruikmaking van (beginnende) dementie (wilsonbekaamheid).[26][27][28][29][30] Ten slotte zijn er regelmatig problemen met de manier waarop een executeur of afwikkelingbewindvoerder zijn werk doet, deels terug te voeren op onwetendheid aan beide kanten over taken en bevoegdheden, deels op te rigoreus handelende executeurs. Een verzoek bij de kantonrechter tot ontslag executeur heeft zin als objectief aantoonbaar dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag: hij heeft zich niet als 'goed executeur' gedragen, schiet ernstig tekort in de uitvoering van taken of de vertrouwensband is ernstig verstoord.[31][32] Ook kunnen lopende de afwikkeling feiten worden verzameld en aan de hand daarvan achteraf worden geweigerd finale kwijting te verlenen voor werk en declaraties of een executeur of bewindvoerder aansprakelijk te stellen.

Met het "uitvechten" van een erfeniskwestie kunnen vele jaren en veel geld verloren gaan. Een executeur of afwikkelingsbewindvoerder ziet het meestal niet als zijn taak, of bezit niet de vaardigheid, de-escalerend te werken. Vaak is het mogelijk een oplossing te vinden met behulp van een onafhankelijke derde (mediation).

Zakelijke dienstverlening in het erfrecht is een branche geworden waarover ingewijden zeggen dat dit 'booming business' is.[33][34]

Nalatenschapsbegeleiding – estate planning[bewerken | brontekst bewerken]

Als vorm van zakelijke dienstverlening wordt ook buiten het notariaat 'nalatenschapsbegeleiding' bij leven aangeboden ook 'estate planning' genoemd, het gestructureerd regelen van de overgang van vermogen naar de volgende generatie met een focus op fiscale aspecten. In landen met een Angelsaksisch rechtssysteem is estate planning een juridisch begrip waarvoor jurisprudentie, wetten en regelgeving bestaan.[35][36][37] Advisering is hier het domein van advocaten en notarissen en men mag zich alleen 'financieel adviseur' noemen als onafhankelijkheid juridisch is geborgd.[38][39]

In Nederland is het begrip in de 1990er jaren zonder deze juridische achtergrond in de bankenwereld geïntroduceerd als nieuwe vorm van dienstverlening. In Nederland bestaat voor estate planning geen wettelijk kader, voor estate planner als beroepsgroep bestaat geen wet- of regelgeving, er zijn geen kwaliteitseisen en er is geen wettelijk toezicht. Een hoogleraar Successierecht typeerde de beroepsgroep in een vaktijdschrift als volgt: "Mensen die in de regel werken met zeer creatieve oplossingen".[40] Verschillende stichtingen en bedrijven bieden opleidingen van enkele dagen aan waarna men zich tegen betaling kan aanmelden.[41][42] Mensen noemen zich 'register estate-planner (REP)' maar in tegenstelling tot registeraccountant heeft de aanduiding bij een estate planner geen wettelijk beschermde inhoudelijke betekenis.[43] Hetzelfde geldt voor aanduidingen als 'keurmerk', 'gecertificeerd' of 'benoemd'. Vaak hoort een estate planner tot een beroepsgroep waarvoor wel gedragsregels gelden, zoals registeraccountant of notaris maar dat beschermt de consument niet altijd. Een grote beroepsvereniging, de Federatie Financieel Planners (FFP), kent bijvoorbeeld een gedragscode maar deze bevat geen clausule over onafhankelijkheid of objectiviteit.[44]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

  • Vermogenstoets - over mogelijke gevolgen van de verandering in het vermogen door het ontvangen van een erfenis

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]