Honderdjarige Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Honderdjarige Oorlog
Het Beleg van Orléans
Het Beleg van Orléans
Datum 1337-1453
Locatie voornamelijk Frankrijk en de Nederlanden
Resultaat overwinning voor het huis Valois, dat de troon van Frankrijk veilig stelt
Casus belli Engelse aanspraak op de Franse kroon
Territoriale
veranderingen
het huis Plantagenet verliest alle continentale gebieden behalve Calais
Strijdende partijen
France moderne.svg Huis Valois
gesteund door:

France moderne.svg Frankrijk
Blason Castille Léon.png Castilië
Royal arms of Scotland.svg Schotland
Armoiries Gênes.svg Genua
Armoiries Majorque.svg Majorca
Blason Jean de Bohême.svg Bohemen
Armas de Aragon.png Kroon van Aragon
COA fr BRE.svg Bretagne (Blois)

Royal Arms of England (1399-1603).svg Huis Plantagenet
gesteund door:

Royal Arms of England (1399-1603).svg Engeland
Blason fr Bourgogne.svg Bourgondië
Blason de l'Aquitaine et de la Guyenne.svg Aquitanië
COA fr BRE.svg Bretagne (Montfort)
PortugueseFlag1385.svg Portugal
Navarre Arms.svg Navarra
Blason comte-des-Flandres.svg Vlaanderen
Hainaut Modern Arms.svg Henegouwen
Arms of the Grand Duchy of Luxembourg.svg Luxemburg
Holy Roman Empire Arms-single head.svg Heilige Roomse Rijk

De Honderdjarige Oorlog was een reeks oorlogen, gevoerd van 1337 tot 1453, door het Huis Valois en het Huis Plantagenet, ook bekend als het Huis Anjou, om de Franse troon, die vacant was door het uitsterven van het Huis Capet, de eerste lijn van Franse koningen. Het Huis Valois maakte aanspraak op de titel van koning van Frankrijk terwijl de Plantagenets aanspraak maakten op zowel de troon van Frankrijk als van Engeland. De Plantagenets waren de heersers van het koninkrijk Engeland tijdens de 12e eeuw en hadden hun wortels in de Franse gebieden van Anjou en Normandië (het Angevijnse rijk van Hendrik II van Engeland).

Het conflict duurde 116 jaar, onderbroken door verscheidene periodes van vrede, voordat het uiteindelijk eindigde door het verdrijven van de Plantagenets uit Frankrijk (behalve uit Calais). Het resultaat was een overwinning voor het Huis Valois. De oorlog had de Valois wel bijna geruïneerd, terwijl de Plantagenets zichzelf hadden verrijkt door plundering. Frankrijk leed sterk onder de oorlog omdat het grootste gedeelte van het conflict plaatsvond op Frans grondgebied.

De "oorlog" was in feite een reeks van conflicten en wordt meestal onderverdeeld in drie of vier fasen: [1]

  • de Oorlog van Eduard (1337-1360),
  • de Oorlog van Karel (1369-1389),
  • de Oorlog van Lancaster (1415-1429)
  • en het trage verval van de Plantagenets (1429-1453) na de verschijning van Jeanne d'Arc (1412-1431).

Verschillende andere eigentijdse Europese conflicten hadden rechtstreeks betrekking tot dit conflict: de Bretonse Successieoorlog, de Castiliaanse Burgeroorlog en de Oorlog van de Twee Peters met Hendrik II van Castilië en Peter IV van Aragón versus Peter I van Castilië en de Portugese burgeroorlog en crisis van 1383-1385 tussen Johan I van Castilië, zoon van Hendrik II en Johan I van Portugal. De aanwijzing "Honderdjarige Oorlog" is een term, uitgevonden door latere historici, om de reeks van gebeurtenissen te beschrijven.

De oorlog dankt zijn historische betekenis aan een aantal factoren. Hoewel het in de eerste plaats een dynastiek conflict was, gaf de oorlog aanzet tot ideeën van zowel Frans als Engels nationalisme. Op militair vlak zag het de invoering van nieuwe wapens (de longbow en uiteindelijk het kanon bij de laatste slag bij Castillon) en tactieken, die het oudere systeem van feodale legers, gedomineerd door zware cavalerie, ondermijnde. De eerste beroepslegers in West-Europa sinds de tijd van het West-Romeinse Rijk werden ingevoerd tijdens de oorlog, waardoor de rol van de ridders veranderde. Hierdoor, alsmede door zijn lange duur, wordt de Honderdjarige Oorlog dikwijls gezien als een van de belangrijkste conflicten in de geschiedenis van middeleeuwse oorlogsvoering. Door opstanden, epidemieën (Zwarte Dood, 1347-1351), hongersnood (Grote hongersnood van 1315-1317) en plunderende bendes (voormalige) huursoldaten was aan het einde van de oorlog de bevolking gehalveerd.

De feodale achtergrond[bewerken]

De oorsprong van deze lange periode van strijd ligt in de innerlijke tegenstrijdigheden van het feodale stelsel die in die tijd in vele plaatsen in Europa aan het licht traden. In de vroegere middeleeuwen was de macht vrijwel geheel bij de leenman komen liggen. Dit was vooral in Frankrijk bijzonder sterk het geval omdat de lenen – de hertogdommen, graafschappen, markizaten en dergelijke – daar groot genoeg waren om aparte rijkjes te vormen.

Door een proces van uithuwelijking afgewisseld met oorlogen was er allengs een lappendeken ontstaan waar de lenen in steeds minder handen terechtkwamen. Dit proces van "klontering" gebeurde vaak over de oude rijksgrenzen heen. Zo was de Engelse koning ook hertog van Guyenne in Frankrijk en de hertog van Bourgondië verwierf zowel het graafschap Vlaanderen (een Frans leen) als Brabant en Holland (Duitse lenen).

De grootste tegenstrijdigheid daarbij was dat de koning van Engeland in zijn hoedanigheid van hertog van Guyenne geacht werd de eed van trouw aan de Franse koning af te leggen. Bovendien konden de burgers van Guyenne bij een geschil met hun hertog een beroep doen op de Franse koning om tussenbeide te komen. Guyenne was een laatste stuk Franse erfenis van Huis Plantagenet, afstammelingen van het Frans adellijk geslacht, het Huis Anjou en hertogen van Normandië. Tijdens voorgaande oorlogen was het Franse rijk van de Plantagenet al danig verkleind.

Aan het begin van de 14e eeuw was de koning van Frankrijk een bijzonder machtig man die hard bezig was de kleinere leenmannen het zwijgen op te leggen en eventueel hun gebieden af te pakken.

De Engels-Franse betrekkingen[bewerken]

De lenen van de Engels koningen (rood) in Frankrijk op het hoogtepunt van hun territoriale expansie (rond 1173).

In 1066 had de Normandische hertog Willem I Engeland veroverd, door de Angelsaksische koning Harold II te verslaan in de Slag bij Hastings en zich tot koning te laten uitroepen. Vervolgens vormden de edelen, die met hem mee naar Engeland waren gekomen, de nieuwe aristocratie van Engeland. Deze nieuwe adel bleef echter nog lang voor hun culturele identiteit nauw verbonden met haar Franse afkomst. Zo drong het gebruik van de Middelengelse taal bij de heersende klasse bijvoorbeeld pas beetje bij beetje door na 1250. Daarnaast bezat de Engelse aristocratie tot aan het begin van 13e eeuw nog vaak meestal aanzienlijk landgoederen in Frankrijk.

Politiek gezien namen de Engelse koningen nu een dubbelrol op zich. Terwijl ze enerzijds over Engeland als soeverein heersten en daarmee de gelijke waren van de koning van Frankrijk, bleven ze tegelijkertijd hertogen en graven in Frankrijk en waren in deze rol aan de koning van Frankrijk leenrechtelijk ondergeschikt. Omdat het als vernederend werd beschouwd dat een koning aan een andere koning trouw zou moeten zweren, trachtten de Normandische koningen van Engeland over het algemeen aan deze verplichting onderuit te komen.

Na een periode van burgeroorlogen en onrust in Engeland, de zogenaamde Anarchie (1135–1154), werd de Anglo-Normandische dynastie opgevolgd door de Angevijnse koningen uit het Huis Plantagenet. Op het hoogtepunt van zijn territoriale expansie (1173) bestreek het Angevijnse Rijk naast het koninkrijk Engeland de Franse hertogdommen Normandië, Aquitanië, Gascogne en Bretagne alsook de graafschappen Anjou, Maine en Touraine. De soevereine Engelse koning was daarmee tegelijkertijd de grootste grondbezitter in Frankrijk en hierdoor de machtigste vazal van de Franse koning.

Het Franse koningsgeslacht van de Capetingen streefde er echter steeds naar de rol van de Engels-Franse vazallen te verzwakken.[2] In een hele reeks van veelal diplomatieke maar ook gewapende conflicten slaagden ze erin beetje bij beetje de ongeliefde vazal terug te dringen. Omstreeks de wisseling van de 13e eeuw kwam het tot een oorlog tussen de Franse koning Filips II August en zijn Engelse vazal Jan zonder Land. Hierdoor gingen in 1202 de graafschappen Touraine en Anjou, in 1204 het Hertogdom Normandië alsook in 1205 het graafschap Maine verloren. En na een strijd om de opvolging, maakte Bretagne zich in 1213 los van Engeland. Alle pogingen van het Engelse koningshuis om de verloren gebieden terug te heroveren in de daarop volgende jaren mislukten (slagen bij Roche-aux-Moines en Bouvines). In 1224 bezette koning Lodewijk VIII het merendeel van Aquitanië. En in 1242 verliest de Engelse koning Saintonge. De Engelse koning Hendrik III erkende de verliezen uiteindelijk in 1259 met het Verdrag van Parijs. De weinige overgebleven gebieden van Aquitanië werden samen met Gascogne tot het nieuwe hertogdom Guyenne samengevoegd.[2]

Ook wanneer het in de volgende decennia op grond van de goede persoonlijke verhoudingen tussen Eduard I en Filips IV eerst tot een zeker rust kwam, bleef de fundamentele tegenstelling sterk bestaan. Onder Eduard II aan Engelse zijde en Lodewijk X, Filips V en uiteindelijk Karel IV aan Franse zijde intensiveerde de geschillen zich weer vanaf 1307 opnieuw. Centrale vraag hierbij was de hulde die de Engelse koning als hertog van Guyenne aan zijn leenheer, de koning van Frankrijk moest brengen en die door hem als een onwaardige vernedering werd ervaren. Ook de circulatie van Engelse munten in Frankrijk met de afbeelding van de Engelse koning, als ook de de strijd om de rechtelijke bevoegdheid [3] belaste de verhoudingen zwaar.[4]

Ten slotte volgde ook nog de Oorlog van Saint-Sardos (1324) en deze oorlog reduceerde het houvast van het Huis Plantagenet in Frankrijk tot enkele kleine provincies in Gascogne en leidde tevens tot het verlies van de kroonjuweel Normandië.[2]

Strijdende partijen[bewerken]

Koninkrijk Frankrijk[bewerken]

Het koninkrijk Frankrijk kende een feodaal stelsel dat veel belang hechte aan de ruiterij (ridders). Op deze verluchting deelt Jan II de Goede de ridderslag uit.

Aan het begin van de 14e eeuw telde het Koninkrijk Frankrijk een bloeiende landbouw met ongeveer 16 à 17 miljoen inwoners,[5] wat het tot het land met het grootste aantal inwoners maakte in Europa. In 1328 kon men op basis van een administratieve enquête, die bij bijna drie vierde van de bevolking werd uitgevoerd en het aantal (fiscale) haardsteden inventariseerde, een schatting geven van het grondgebied. Men telde 2.469.987 haardsteden, wat neerkomt op ongeveer 12 miljoen inwoners en 32.500 parochies.[6] Parijs alleen telde volgens deze (volks)telling meer dan 200.000 inwoners.[7]

Deze bevolkingstoename was niet zonder gevolgen voor de exploitatie van het land, een groot deel van de bossen werden ontgonnen voor landbouw en met de verschijning van nieuwe technieken voor landbewerking zoals het inzetten van spannen, het gebruik van het paard in plaats van een os, was men nu ook in staat minder vruchtbare gebieden te exploiteren. De landbouw was in staat de bevolking te voeden (er was geen hongernood meer geweest sinds de 12e eeuw)[8] en, waarbij de adel tot taak had de gronden, het territorium, te verdedigen.[9] Het landbouwsysteem zelf was gebaseerd een feodaal en erg gehiërarchiseerd religieus stelsel

De clerus speelde een grote sociale rol in deze maatschappelijke organisatie. De clerici, die konden lezen en schrijven, beheerden de staatsinstellingen; hielden liefdadigheidswerken[10] en scholen draaiende;[11] en door allerlei religieuze feesten kwam het aantal vrije dagen voor de bevolking op 140 per jaar.[12]

De adel, de ridders, moest rijkdom, macht en moed tonen op het slagveld; levend van het werk van de landbouwers, moest de heer blijk geven van zijn moed en loyaliteit tegenover hen.[9] De Kerk had zich sinds het eind van de 10e eeuw ingezet om de roofridders in te tomen. Sinds het concilie van Charroux in 989 (godsvrede), werden de mannen onder de wapens verzocht hun kracht ten dienste te stellen van de armen en de Kerk en milites Christi ("soldaten/ridders van Christus") te worden.[13] En sinds de 13e eeuw was de koning van Frankrijk er in geslaagd het idee ingang te doen vinden dat zijn koningschap bij gratie Gods hem toestond (nieuwe) edelen te creëren.[14] De adel onderscheidde zich dus van de rest van de bevolking door zijn zin voor eer en moest een ridderlijke geest tonen, het volk beschermen en recht spreken terwijl men toch een zeker materieel comfort behield. Hij moest op het slagveld zijn sociale status rechtvaardigen: de tegenstanders moest in een heroïsch lijf-aan-lijf-gevecht worden verslagen. Het Frans leger was dan ook opgebouwd rond de machtigste ridderschap van Europa, een zware cavalerie die in de voorlinie gevechten uitvocht.[15] Dit verlangen te schitteren op het slagveld werd vermeerderd door de gewoonte uit de Middeleeuwen om losgeld te eisen voor vrijlating van adel. Oorlog werd aldus zeer lucratief voor hen die goed waren in de strijd en voor de minder succesvolle tegenstander nam het risico om te worden gedood af.[16]

Sinds Filips de Schone, kon de koning "de leenmannen en achterleenmannen" oproepen voor het leger, dit wilde zeggen alle mannen van 15 tot 60 jaar (ridders en boeren, jongeren en ouderen, rijken en armen). Rond 1340 kon de koning zodoende in theorie rekenen op 30.000 krijgslieden alsook 30.000 man voetvolk. Praktisch was deze mobilisatie echter niet uit te voeren, het onderhoud van een dergelijk aantal strijders betekende een buitengewoon hoge kost en het leger was ook een heterocliet en weining gedisciplineerd geheel.[17]

Om de koninklijke macht te verstevigen tegenover de hoge adel en de paus, schonken de Capetingers vrijheden aan het volk. De stichting van vrijsteden met toestemming van een handvest werd mogelijk en de Staten-Generaal werd opgericht [18] Het volk aanvaardde een sterke koninklijke macht die hun emancipeerde van de feodale willekeur, en een een meer en meer gecentraliseerde administratie die hen een zeker materieel comfort verzekerde. Het sociaal evenwicht met de locale adel verdween.

Aan de vooravond van de Honderdjarige Oorlog, verzwakt de maatschappelijk systeem. Als gevolg van de aanhoudende bevolkinggroei die zich voordeed sinds de 10e eeuw, is er overbevolking op het platteland. Er is vraag naar meer autonomie van de steden.[19] De perceelgrootte van boer vermindert, de landbouwprijzen dalen en dus nemen de financiële middelen van de landadel af. Het wordt noodzakelijk voor de adel om te schitteren op het slagveld om inkomsten te versterken [20] En het goud voor de uitrusting van de ridder kost steeds meer.

In drie eeuwen zijn de koningen Capetingers erin geslaagd om hun gezag te consolideren en hun territorium uit te breiden ten koste van de Plantagenets. Het koninklijke prestige van Frankrijk is enorm, en in de tijd van Filips de Schone strekt het Franse netwerk van allianties zich uit tot Rusland. [15]

Koninkrijk Engeland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Magna Carta en Longbow voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Ywain helpt de jonkvrouw. Verluchting uit een versie van Lancelot van het Meer uit de 15e eeuw. De ridder moet een loyaal gedrag hebben, de strijd is een gelegenheid om zijn sociaal statuut te rechtvaardigen.

Het Koninkrijk Engeland is veel minder bevolkt, met vier miljoen inwoners. Het klimaat en de weelderige weiden bevorderen veeteelt (met name schapen) en zorgen voor een grote wolproductie die gebruikt door de wevers (Engelse schapen produceren een bijzonder fijne wol die uitstekend geschikt voor spinnen). Het ambacht, de handel en de steden hebben zich door deze textielnijverheid ontwikkeld.[21]

Stedelijke bewoners hebben echter ook meestal meer behoefte aan vrijheid van ondernemen en aan een een beperkte belastingdruk (een groot deel van de financiën van de Engelse staat komt van de belasting op wol). [22] Op eenzelfde manier hebben ook de grondeigenaren (baronnen en geestelijken) een negatieve kijk op de belastingverhoging noodzakelijk voor de financiering van de oorlog tegen Filips II, zeker zolang koning Jan zonder Land nederlagen en territoriale verliezen bleef opstapelen. Jan moet hen dan ook in 1215 het handvest Magna Carta gunnen. Het handvest garandeert vrijheid aan de steden en geeft de macht over de belastingen aan het Parlement van Engeland. [23]

De handel maakt Engeland echter ook afhankelijk van Guyenne (leverde wijn), van het Vlaanderen (lakenhandelaren kochten de wol) en van Bretagne (leverde het zout dat onmisbaar was voor het bewaren van voeding).[24]

De conflicten en intriges tussen de koninklijke families Capetingers en Plantagenets, begonnen in het midden van de 12e eeuw met een enorm voorsprong voor de Engelsen, eindigt met de inbeslagnemen van alle bezittingen in het voordeel van de Franse koning.[25] Van hele grote rijk van de Plantagenets blijft enkel een deel van Aquitanië over: de kust van Gascogne en Bordeaux, genaamd Guyenne.[26]

Aan de andere kant moet Engeland het hoofd bieden aan de tweede onafhankelijkheidsoorlog van Schotland (1332 tot 1357). Vanaf 1296, profiterend van de dood van Alexander III die sterft zonder mannelijk erfgenaam en met een poging tot overname van het koninkrijk door een huwelijk, beschouwt Engeland Schotland als een vazalstaat [27]. Echter de Schotten tekenen een verbond met Frankrijk, de Auld Alliance op 23 oktober 1295, en Robert Bruce verplettert bij de slag bij Bannockburn het Engelse ridderleger ondanks hun superieur aantal en dankzij een leger dat voornamelijk bestaat uit een voetleger beschermd tegen de riddercharges door piekeniers.[28] De Engelsen passen hierdoor hun stijl van vechten aan en verkleinen de grootte van het ridderleger. de cavalerie, gebruiken meer boogschutters en gewapend voetvolk dat beschermd wordt tegen charges door houten palen in de grond te zetten. Deze eenheden verplaatsen zich wel per paard om hun mobiliteit te vergroten, maar vochten te voet.[29]

Eduard III past deze nieuwe manier van vechten toe tijdens het ondersteunen van de strijd van Edward Balliol tegen de partizanen van David II van Schotland, de zoon van Robert Bruce. Dankzij deze taktiek winnen de Engelse verschillend belangrijke veldslagen waaronder de slag van Dupplin Moor in 1332 en de slag van Halidon Hill in 1333.[30] David II moet vluchten naar Frankrijk waar hij ontvangen wordt door Filips VI van Valois.[31] Edward Balliol wordt koning van Schotland, vazal van Engeland en vergruisd door zijn bevolking. Dankzij deze campagne kan Edward III beschikken over een modern leger ingespeeld op de nieuwe taktieken (Er werd ook geëxperimenteerd met de taktiek van raids; het plunderen van het land over grote afstanden met een leger te paard).[29]

De taal van de Engelse elite was een Normandisch Frans, een Frans vermengd met Noorse woorden meegebracht door de Vikingen — vanaf 1066 (verovering van Engeland door Willem de Veroveraar) tot aan het decreet van Eduard III in 1361. Het Anglo-Saxisch bleef echter wel de taal van het volk [32].

Demografische, economische ontwikkelingen[bewerken]

Een maaltijd in de 15e eeuw: wijn en vlees staan op het menu van de tafel van de edelen (Très Riches Heures du duc de Berry

Onder invloed van de ontwikkelingen van landbouwtechnieken en landontginning, groeit de bevolking in het Westen sinds de 10e eeuw. Echter op het einde van de 13e eeuw overschrijdt men in sommige delen van Europa de mogelijkheden van de landbouwproductie en is er overbevolking. Door het erfrecht en het verdelen van het nalatenschap, worden ook de gemiddelde landbouwpercelen kleiner: de gemiddelde perceeloppervlakte daalt tussen 1240 en 1310 met twee derde.[8] In Engeland beschikte 46 % van de boeren vanaf 1279 over een bebouwbare oppervlakte van minder dan vijf hectare; de minimale oppervlakte nodig om een gezin van vijf personen te voeden.[8] Vlaanderen, probeert landbouwgrond op de zee te winnen (inpolderen) en kiest het voor een handelseconomie die haar toelaat landbouwgrondstoffen te importeren. In Frankrijk is de situatie slechts marginaal beter. In 1311 in Garges, in de buurt van Parijs, bijvoorbeeld, bezat meer dan twee derde van de bevolking minder dan 34 aren eigen land waarvan het huis bijna 20 aren in beslag nam.[33] In zulke omstandigheden kan dus elke natuurramp een familie ruïneren. Begin 14e eeuw veramt de landelijke bevolking , dalen de prijzen van landbouwproducten, stijgt de belastingdruk en dalen belastinginkomsten voor de adel. Dit leidt tot groeiende spanningen onder de plattelandsbevolking.[34] Vele boeren beproeven hun geluk in de steden als seizoenarbeiders voor zeer lage lonen. Daardoor lopen ook de sociale spanningen in stedelijke gebieden op.

Het koudere klimaat leidt tot misoogsten die door de hoge bevolkingsdruk eindigde in hongersnood In de 12e eeuw zijn hongersnoden in Noord-Europa verdwenen. Van het najaar van 1315 tot de zomer van 1317 regende het vrijwel onafgebroken in het noorden, westen en midden van Europa en mislukten de oogsten (mogelijk aanvang van de Kleine IJstijd). De grote hongersnood van 1315-1317 breekt uit. Ieper verliest in 1316 tien procent van haar bevolking, Brugge vijf procent.[8] Met de groei van de steden stijgt het tekort aan voeding en moeten er handel gedreven over grotere afstanden om de bevoorrading te verzekeren. Andere perioden in de 14de eeuw met hongersnood in Frankrijk waren 1304, 1330-1334, 1349-1351, 1358-1360, 1371, 1374-1375 en 1390; in Engeland in 1321, 1351 en 1369.

De bevolking van Europa werd in 1347-1351 ook zwaar getroffen door de pest, de Zwarte Dood. Geschat wordt dat 1/3 van de bevolking stierf. De massale ontwrichting leidde tot waanzin, bijgeloof en vormde voor de overlevenden een motor voor sociale promotie, onverwachte erfenissen en emancipatie van de volkstaal tegenover het Latijn.

De adel wil gecompenseerd worden voor de daling van het inkomen uit landerijen en ziet in oorlog een goede manier om dit te behalen door het verkrijgen van losgeld na het vangen van tegenstanders, door het plunderen van veroverde gebied en door lastenverzwaringen gerechtvaardigd door de oorlog. De adel, met name de Engels adel wiens inkomen meer is getroffen, neemt daarom een ​​oorlogzuchtig houding aan [16] En in Frankrijk moet koning Filips VI de staatkas uit zware financiele moeilijkheden halen en geeft een oorlog hem het excuus om de buitengewone belastingen te heffen.

Aan de andere kant, heeft men in de 13e eeuw een hogere levensstandaard bereikt met een gevarieerde voeding: de mode om wijn te drinken verspreidt zich op grote schaal onder de adel; voor alle klassen van de samenleving wordt het beleg bij het brood (compaganagium) rijkelijker en overvloediger.[35] De stijgende welvaart en de stijgende vraag naar waardevollere producten, zorgde ervoor dat de boeren hun productie diversifiëren en zorgde voor meer handel.

Invloedssferen en voornaamste handelswegen in het koninkrijk Frankrijk in 1330.

██ Bezittingen van Johanna II van Navarra.

██ Pauselijke staten.

██ Door Eduard III gecontroleerde gebieden.

██ Engelse economische invloedssfeer.

██ Franse economische invloedssfeer.

De groei van de handel heeft een aantal regio's economisch afhankelijk gemaakt van andere koninkrijken. Het goederenvervoer gebeurt vooral over zee of via rivieren. Het graafschap Champagne en Bourgondië voeden Parijs via de Seine en haar zijrivieren en zijn dus pro-Frans. Normandië is verdeeld, zij vormt de overgang van de Parijse omgeving naar de omgeving van het Kanaal. Het kanaal wordt een steeds intensiever handeldsgebied dankzij de vooruitgang in maritieme technologie. Het zeilen om het Iberisch Schiereiland door Italiaanse schepen gebeurd steeds vaker en ook Aquitanië voor zijn wijn, Bretagne voor zijn zout en Vlaanderen met zijn wolimport, zitten in de Engelse invloedssfeer.[24] Zo komen de Vlamingen met de wil om onder andere aan de Franse belastingdruk te ontsnappen en om hun belangen te verdedigen, in opstand tegen de koning van Frankrijk; opeenvolgend zijn er de veldslagen van Kortrijk (1302), van Pevelenberg (1304) en Kassel (1328) [36] De Vlamingen ondersteunen de koning van Engeland en verklaren in 1340 zelfs Edward III tot rechtmatig koning van Frankrijk.

De dynastieke achtergrond[bewerken]

Er ontstond in de jaren 13141328 een groot dynastiek probleem in Frankrijk. In 1314 stierf de machtige Franse koning Filips IV.

Hij had drie zoons en een dochter, Isabella, die sinds 1308 getrouwd was met Eduard II van Engeland. Isabella smeedde een complot met de machtige edelman Roger Mortimer en liet haar echtgenoot in 1327 vermoorden en regeerde daarna het land in naam van haar zoon, de latere koning Eduard III van Engeland. In 1330 liet de 18-jarige Eduard Mortimer ombrengen en zijn moeder verbannen.

Tegelijkertijd stierven de drie broers van Eduards moeder één voor één zonder mannelijke nakomelingen na te laten: eerst Lodewijk X (1316), daarna Filips V (1322) en ten slotte Karel IV op 1 februari 1328. Daarmee was het huis Capet in directe mannelijke lijn uitgestorven.

Hoewel er niet echt een wet was die vrouwelijke opvolging verbood (latere zou een oude wet van de Franken, de Salische Wet uit de vergetelheid opduiken), zag Filips V zichzelf liever als koning dan de enige levende nakomeling Johanna II van Navarra, dochter van Lodewijk X en van Margaretha van Bourgondië, de op overspel betrapte en verstoten vrouw (zie schandaal van Tour de Nesle). De keuze van de Franse monarch was sinds tijden gebaseerd op erfrecht en zalving, maar wanneer er zich daarbij een probleem stelde, kon een verkiezing (van de koning) plaats vinden. Filips liet zich verkiezen door de adel.

De Capetingers hadden wel al voor een wettelijk kader gezorgd om hun bezitting te versterken door alle lenen te doen terugkeren naar de kroon van overleden vazallen zonder mannelijke erfgenamen. Filips de Schone had namelijk de « clause de la masculinité » ("clausule van de mannelijkheid") ingevoerd, aldus Jean Favier,[37] De dag voor zijn dood herzag hij het statuut van de apanage van Poitou die, « faute d’héritier mâle, reviendrait à la couronne de France » ("bij gebrek aan een mannelijke opvolging, zou terugkeren naar de kroon van Frankrijk").[25]

De Salische wet werd dus niet ingeroepen bij het kiezen van de nieuwe koning van Frankrijk. Het is pas dertig jaar later, rond 1350, dat een Benedictijn van de abdij van Saint-Dennis, die de officiële kroniek van het koninkrijk bijhield, deze wet inriep om de positie van de toenmalige koning van Frankrijk, Filips VI van Frankrijk en zijn zoon Jan II van Frankrijk, te versterken in het propagandaduel tussen Filips en Eduard III van Engeland.[38] De wet dateerde uit de tijd van de Germaanse stam Salische Franken en stelde dat vrouwen werden uitgesloten van het erven van « Salische grond ». De term Salisch is afgeleid van de rivier de Sala, de huidige IJssel in Nederland, land van de Salische Franken.[39] Deze wet werd dus hernomen, aangepast aan de situatie en naar voren geschoven als zwaarwichtig argument in de disputen rond de legitimiteit van de koning.

Na de korte regering van Filips V, die ook stierf zonder mannelijke nakomeling, was het zijn veel jongere boer, Karel IV, die, profiterend van het door zijn oudere broer gestelde precedent, op zijn beurt de kroon mocht dragen. Maar ook zijn regering was van korte duur. Karel IV, sloot ook zijn dochters uit en op zijn sterfbed droeg hij daarom zijn troon over aan zijn neef, Filips, zoon van zijn oom Karel van Valois. Liever Filips op de troon dan zijn zus Isabella of dier Engelse zoon Eduard III. Eduard III stelde zich nog wel kandidaat voor het koningschap van Frankrijk, maar het is Filips VI van Valois die werd verkozen.

De Oorlog van Eduard (1337-1360)[bewerken]

De confiscatie van Guyenne[bewerken]

De belangrijkste veldslagen en veldtochten gedurende de eerste fase van de oorlog            inval van Eduard III in 1339            1ste veldtocht met Eduard III in 1346            inval van Eduard van Woodstock in de Languedoc in 1355            inval van de Engelsen in 1356            2de veldtocht met Eduard van Woodstock in 1356            3de veldtocht met Eduard III in 1359-60

De beslissing om Filips tot koning Filips VI van Frankrijk te kronen wordt algemeen aanvaard en zelfs Eduard III buigt als hertog van Guyenne (Aquitanië, hoofdstad Bordeaux) zijn knie voor zijn nieuwe leenheer. Enige jaren later doen de burgers van Guyenne een beroep op Filips VI om tussenbeide te komen als Eduard te zware belastingen heft. Hij ziet in het conflict de langverwachte aanleiding om Eduard III zijn titel van hertog van Guyenne af te nemen.

Deze is woedend en verklaart opeens dat hij en niet Filips de rechtmatige koning van Frankrijk is. Overal in zijn gebieden wordt een proclamatie voorlezen waarin hij verklaart dat, ondanks al zijn pogingen vrede te sluiten met Frankrijk, de Franse koning zich verhard heeft in zijn kwaadaardigheid en van vrede noch verdrag wil weten. Hij verklaart nu openlijk zijn eigen aanspraken op de Franse troon. Door velen wordt deze verklaring niet erg serieus genomen.

Op 12 augustus 1336 verbiedt Koning Eduard III de uitvoer van wol naar Vlaanderen, dit schaadt de lakenindustrie, en geeft in mei 1337 opdracht aan Hendrik van Grosmont en Walter Manny om het graafschap Vlaanderen van graaf Lodewijk II van Nevers binnen te vallen. Bij de slag bij Cadzand komen 3000 Vlamingen om het leven. In juli 1338 volgde een expeditie naar Frankrijk. In zeeslag bij Arnemuiden veroveren de Fransen de Engelse vloot die wol vervoerde naar Vlaanderen. Eduard zelf werd in januari 1340 in het opstandige Gent van Jacob van Artevelde tot koning van Frankrijk uitgeroepenen en verslaat de Franse vloot bij de zeeslag bij Sluis.[40] Nadien volgde een wapenstilstand van vijf jaar.

Bretonse successieoorlog[bewerken]

Na de dood van Jan III van Bretagne volgde een opvolgingsstrijd van 1341 tot 1364 in het Hertogdom Bretagne. De Franse koning steunde Karel van Blois en zijn vrouw Johanna van Penthièvre, nicht van Jan. De Engelse koning steunde de halfbroer Jan van Montfort en zijn vrouw Johanna van Vlaanderen. Verschilden veldslagen volgde die pas beslissend eindigden in 1363 met de zege van Engelse Montfortse leger in de Slag bij Auray, bekrachtigd met het Verdrag van Guérand. Herenboer, Bertrand du Guesclin, begonnen als een succesvolle guerrillastrijder tegen de Engelsen, blonk in 1357 uit in de verdediging van de stad Rennes. Bertrand werd een beroemd veldheer onder andere in de Castiliaanse burgeroorlog in dienst van de Franse koning die hem benoemde tot Connétable van Frankrijk.

De slag bij Crécy, de slag bij Poitiers en het verdrag van Brétigny[bewerken]

De slag bij Crécy: de Engelsen (rechts) met longbows versloegen de Fransen (links) met kruisbogen

In 1345 winnen de Engelsen de Slag bij Auberoche in Dordogne, Aquitanië. Op het slagveld van Crécy (1346) wordt vooral door de inzet van de oppermachtige Engelse boogschutters de Franse koning verslagen. Later volgt het Beleg van Calais en wordt Calais veroverd. De koning van Schotland David II van Schotland viel Engeland aan om het bondgenootschap met Frankrijk, de zogenaamde Auld Alliance, na te leven. Zijn leger werd echter verslagen in de slag bij Neville's Cross en de koning werd gevangengenomen en pas in 1357 vrijgekocht.

In 1348 bereikte de pandemie de Zwarte Dood, de pest, Parijs en wordt naar schatting 1/3e van de Europese bevolking gedood in opeenvolgende jaren.

Bij de zwaarbevochten slag van Les Espagnols sur Mer in 1350 op Het Kanaal versloeg de Engelse vloot de Castiliaanse handelsvloot van Charles de La Cerda op terugtocht uit Vlaanderen.

Met zoon Jan II van Frankrijk, die Filips in 1350 opvolgt, loopt het in 1356 bij de slag bij Poitiers nog slechter af: 2500 doden en 2000 gevangenen (voornamelijk ridders en schildknapen) en zelf gevangengenomen samen met zijn jongste 14-jarige zoon Filips de Stoute. Omdat Filips hem lijfelijk op het slagveld beschermt, beloont hij hem voor zijn dood met Bourgondië. Dit is een zeer uitzonderlijke daad – sinds generaties is het immers politiek om lenen te verzamelen, niet uit te geven – en hoewel goed bedoeld, zal dit later funeste politieke gevolgen hebben.

In mei 1358 volgt een opstand van de Franse boeren tegen de adel, de Jacquerie, neergeslagen onder leiding van troonpretendent Karel II van Navarra, zoon van Johanna II van Navarra.

De Engelse koning Eduard deed ten slotte in 1359 een derde aanval om Frankrijk in één keer op de knieën te krijgen. Hij zette een enorm leger aan land in Calais en liet dit naar Reims opmarcheren. Daar hoopte hij tot koning te worden gekroond. De onderneming werd een mislukking als gevolg van de tactiek van de verschroeide aarde van de Fransen. Eduard trok zich terug, vermeed een veldslag en verschanste zich succesvol in de steden Reims en Parijs. Op paasmaandag 13 april 1360, black monday, voor de poorten van Chartres, werd door het Engelse leger getroffen door een zeer zware, dodelijk verwoestende hagelstorm. [41] Deze ramp en de moeizame campagne bracht Eduard tot de bereidheid om over vrede te onderhandelen. In 1360 werd de Vrede van Brétigny gesloten. Franse koning Jan II en Filips werd vrijgelaten na betalen van enorm losgeld van 3 miljoen gouden ecu, Frankrijk moest Guyenne en Gascogne afstaan, en de Engelsen gaven (voorlopig) hun rechten op de Franse troon op. Koning Jan II liet daarbij zijn zoon Lodewijk I van Anjou, samen met 40 andere edelen in zijn plaats als gijzelaar achter. Om onduidelijk reden keert Jan II terug in gevangenschap en sterft uiteindelijk in in Londen in 1364.

Karel V de Wijze[bewerken]

Herovering van Karel V

Jans oudste zoon Karel V – zelf nog erg jong (als dauphin) – krijgt te maken met allerlei bijverschijnselen van de oorlog: het volk komt in opstand omdat de gewone mensen de klappen moeten opvangen en hun feodale meesters niet in staat zijn of gewoon geen interesse hebben om hen tegen de plunderingen en brandschattingen te beschermen (Jacquerie) en hij moet het Verdrag van Brétigny tekenen waarbij een groot deel van Zuid-Frankrijk (Aquitanië) in handen van Eduard III en zijn zoon, Eduard van Woodstock, de Zwarte Prins, valt.

Karel V ontpopt zich echter als een kundige tegenspeler. Met zijn generaals brengt hij de Engelsen zware klappen toe. In 1364 verslaat hij Karel II van Navarra in de Slag bij Cocherel.

Castiliaanse burgeroorlog[bewerken]

Bertrand du Guesclin weet de plunderende huurlingen te rekruteren voor een veldtocht naar Spanje (Castilië en Leon), waar hij de pro-Engelse Peter de Wrede van de troon stoot. Deze laatste krijgt aanvankelijk hulp van de Engelsen en kroonprins Eduard van Woodstock wat leidt tot grote overwinning in de Slag bij Nájera in 1367, maar afgeschrikt door zijn despoot gedrag wordt hij verlaten door de Engelsen en ten slotte tijdens de slag bij Montiel in hetzelfde jaar definitief verslagen. Zijn halfbroer Hendrik van Trastamare laat zich tot koning kronen, terwijl hij Peter met behulp van Du Guesclin laat vermoorden. Nu heeft Frankrijk een bondgenoot in het zuiden.

Aquitanië[bewerken]

Karel richt zich vervolgens op het zuidwesten en in 1369 neemt hij Aquitanië weer in beslag onder leiding van du Guesclin. Bij de slag van Pontvallain in 1370 wordt voor het eerst een deel van het Engels landleger verslagen. Bij de slag bij La Rochelle in 1372 versloegen de Castilianen en de Fransen de Engelse vloot en verwierven hiermee weer controle over de zee. De Engelsen zijn weer min of meer bij af, hoewel ze inmiddels wel ook Kales (Calais) in handen hebben. In de zestien jaar van Karels regering verliezen de Engelsen bijna alles wat ze in 27 jaar hebben veroverd.

Jan van Gent, de Portugese crisis van 1383-1385 en het verdrag van Bayona[bewerken]

In 1373 probeert Jan van Gent, broer van Eduard van Woodstock, hertog van Lancaster, getrouwd in 1370 met Constance van Castilië (een dochter van Peter de Wrede) samen met koning van Portugal Ferdinand I de troon Castilië te veroveren van Hendrik en in 1379 van Hendriks zoon Johan I van Castilië. In 1385 probeerde Johan met steun van Franse cavalerie na de dood van Ferdinand de troon van Portugal te veroveren van Johan I van Portugal maar werd verslagen bij de Slag bij Aljubarrota. In 1386 probeerde Jan van Gent opnieuw Castilië te veroveren. Uiteindelijk volgde het vredesverdrag van Bayona in 1388.

Richard II en het verdrag van Leulinghen[bewerken]

Eduard, de Zwarte Prins sterft vroeger dan zijn vader in 1376 en zo komt diens kleinzoon Richard II in Engeland (en de Franse bezittingen) als 10-jarige in 1377 op de troon. Richard wil eigenlijk wel van de oorlog af, de Engelse koning had in 1381 te maken met de Engelse Boerenopstand onder andere naar aanleiding van belasting voor de oorlog tegen Frankrijk en Schotland, en sluit in 1389 een wapenstilstand met Frankrijk, het verdrag van Leulinghen bij Calais. Dit betekent een periode van relatieve rust in de Honderdjarige Oorlog, die duurde tot ca. 1415.

Maar in Engeland was de oorlogspartij bij de adel inmiddels erg machtig geworden. Op avontuur gaan in Frankrijk was namelijk voor velen dé manier geworden om er beter op te worden. Er waren door plundering schatten verzameld. De oorlogspartij weet in 1399 Richard van de troon te stoten en daarmee worden de Plantagenets vervangen door een zijtak, de Lancasters, zijn neef Hendrik IV van Engeland, zoon van Jan van Gent en kleinzoon van Eduard III. Later zouden hierdoor de Rozenoorlogen door ontstaan.

Lancaster Hendrik V[bewerken]

De Franse burgeroorlog: Bourguignons versus de Armagnacs en dauphin Karel VII[bewerken]

Frankrijk ten tijde van Jeanne d'Arc

Karel VI, zoon van Karel V, is aanvankelijk geen slechte opvolger maar in 1392 wordt hij krankzinnig. Dit brengt de Bourgondische tijdbom van zijn grootvader Jan II tot ontploffing. Er ontstaat in de familie Valois grote onenigheid over wie nu Frankrijk moet regeren en de voogdij van de minderjarige Karel VII van Frankrijk krijgen. Er zijn twee kampen: de Bourguignons, aanhangers van zijn oom Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en de Armagnacs, aanhangers van Lodewijk I van Orléans, de broer van Karel V. Allengs ontaardt deze twist in moordpartijen en uiteindelijk burgeroorlog. In 1407 vermoordt Jan zonder Vrees, zoon van Filips, Lodewijk en in 1419 vermoorden de Armagnacs Jan zonder Vrees tijdens een vredesoverleg met de kroonprins Karel VII op de brug van Montereau-Fault-Yonne.

Lancaster Hendrik V[bewerken]

In Engeland is de troon van de Lancasterkoning Hendrik IV allengs juist wat steviger geworden en zijn zoon Hendrik V besluit om op oorlogspad te gaan in Frankrijk. In 1415 valt Hendrik V Normandië binnen en boekt een klinkende overwinning bij Azincourt. Hiermee begint hij een onstuitbare opmars (belegering van Harfleur in 1415 en de slag op de Seine 1416 [42], de belegering van Rouen in 1418 en bezetting van Normandië in 1419) die uitmondt in onderhandelingen met de Franse koningin Isabella, die (met Bourgondische steun van Filips de Goede) in naam van haar krankzinnige echtgenoot, Karel VI, in 1420 het Verdrag van Troyes met hem sluit. Ze verklaart haar eigen zoon, de kroonprins Karel VII van Frankrijk, die met de Armagnacs heult, tot bastaard en huwelijkt haar dochter Catharina aan Hendrik uit. Hendrik en Catharina worden tot erfgenamen van Frankrijk uitgeroepen en daarmee lijkt het lot van Frankrijk beslist. Catharina schenkt het leven aan een zoon, de latere Engelse koning Hendrik VI.

In 1418 roept de dauphin, Karel VII, de hulp in van het met koninkrijk Frankrijk geallieerde Koninkrijk Schotland. Tussen 1419 en 1424 zijn er 6,000 Schotse militairen in Frankrijk[43] [44]en winnen in de slag van Baugé in 1421.

Jan van Bedford[bewerken]

Dan sterft in 1422 Hendrik V plotseling. Zijn broer Jan van Bedford zet de strijd in Frankrijk voort als regent van neef Hendrik VI – die nog een baby is – voor samen met Filips, de hertog van Bourgondië, aanvankelijk met zeer veel succes (1423 Verdrag van Amiens, Slag bij Cravant, 1424 Slag bij Verneuil, 1426 slag van Saint Jacques (bij Avranches)). In 1431 wordt Hendrik VI, als 10-jarige, in Parijs tot koning van Frankrijk gekroond, nadat zijn krankzinnige en verwaarloosde grootvader overlijdt en heeft Engeland controle over de westelijke en noordelijke gebieden van het koninkrijk Frankrijk.

De afloop[bewerken]

Kaart van Europa op het hoogtepunt van de oorlog

Voor de Franse bevolking is de ellende bijzonder groot. Iedere militaire actie gaat gepaard met plundering, verkrachting, roof, moord en zelfs als er geen gevechten geleverd worden, zijn er de eindeloze belastingen om de oorlogen te kunnen bekostigen. Het maatschappelijk stelsel kraakt in zijn voegen en de waarden van eer en trouw aan de vorst hebben hun geloofwaardigheid volledig verloren. Dat geldt ook voor de kerk. De paus was tot 1377 min of meer de gevangene van de Franse koning met residentie in Avignon (Babylonische ballingschap der pausen). In 1376 keerde de paus terug naar het Vaticaan. Het gevolg was het Westers Schisma, dat duurde tot het Concilie van Konstanz in 1417. Er zijn na het concilie van Pisa zelfs drie pausen, die alle drie beweren dat hellevuur het lot is van degene die in de verkeerde paus gelooft.

Jeanne d'Arc en het beleg van Orléans[bewerken]

In dit klimaat komt Jeanne d'Arc in 1428 naar voren, een eenvoudig boerenmeisje dat stemmen hoort. Zij weet een geheel nieuw element in te brengen in de politiek en op het slagveld. De strijd verschuift van een twist over feodale rechten naar een nationale bevrijding. Dit was onverwacht. Zelfs de dauphin Karel VII, tot bastaard verklaard en niet meer in zijn eigen zaak gelovend, komt weer tot actie, hoewel hij het nieuwe van de situatie ook wel met enige zorgen beziet.

Door Jeannes toedoen wordt het beleg van Orléans in 1429 gewonnen en opeenvolgend volgt in de slag bij Patay de grote nederlaag voor de Engelsen. Onder andere het Engelse longbowkorps wordt afgeslacht door de Franse cavalerie. 2000 à 2500 Engelsen sneuvelen op een leger van 5000 man. Jeanne overtuigt de dauphin om naar kroningsstad Reims op te trekken en wordt in vijandelijk Bourgondisch gebied zonder eigenlijke problemen gekroond. Jeanne wordt gevangengenomen tijdens het beleg van Compiègne door de Bourgondiërs en verkocht aan Jan van Bedford. In een proces om de kroning van Karel VII te ontkrachten, wordt ze in 1431 als ketter verbrand.

Vredescongres van Atrecht[bewerken]

De opmars van Karel VII is echter niet te stuiten. Karel groeit in zijn rol, reorganiseert zijn leger en koninkrijk en ontpopt zich als een succesvol militair leider van zijn troepen. In 1435 verzoende hij zich met de Bourgondische hertog Filips de Goede met de Vredecongres van Atrecht (Picardië werd officieel onder Bourgondisch gezag geplaatst, een reeks van versterkte steden bij de Somme, de daders van de moord op zijn vader werden gestraft, Filips werd vrijgesteld van leenheerschap aan de koning van Frankrijk). Dit tot verrassing van de Engelse onderhandelaren, geleid door Henry Beaufort, die voortijdig de onderhandelingen hadden afgebroken. Regent Jan van Bedford sterft tijdens de periode van de onderhandelingen.[45] De vrede van Atrecht met de Bourgondiërs maakte van Karel de koning van Frankrijk.

Henry VI en de slag bij Castillon[bewerken]

Henry VI werd in 1437 officieel meerderjarig en volwaardig koning van Engeland verklaard, op 16-jarige leeftijd [46] . De oorlog sleepte aan en in 1440 volgden nog een opstand van enkele Franse edelen, de Praguerie. In 1444 waren Île-de-France en Gascogne opnieuw onder Karels controle gekomen. William de la Pole, hertog van Suffolk regelde in 1444 de wapensstilstand van Tours: een huwelijk Henry VII met de achternicht van Karel Margaretha van Anjou, dochter van vertrouweling René I van Anjou en staat daarbij Maine af. Weerstand tegen het accoord werd gebroken door arrestatie van voormalig regent en oom van Henry Humphrey van Gloucester in 1447 en wegsturen van de bevelvoerder, luitenant van Frankrijk, Richard van York in 1448. Edmund Beaufort, hertog of Somerset werd opvolger en vertrouweling van koningin Margaretha. [47]

In de jaren 1450 met de Slag van Formigny in Normandië (1449 Rouen, 1450 Cherbourg veroverd) en in 1453 met de slag bij Castillon Guyenne (1451 Bayonne en definitief 1453 Bordeaux), weet de Franse koning voorgoed af te rekenen met de Engelsen. Zij verliezen alles in Frankrijk, behalve Kales (Calais). Voor een groot deel is dat te danken aan de modernisering van het Franse leger. Daar werkt men nu met kanonnen. Hoewel die al aan het begin van deze lange strijd op het slagveld verschenen, waren ze in het begin bijna even gevaarlijk voor de gebruikers als voor de doelen waarop ze gericht waren. Aan het eind van de oorlog zijn deze eerste kanonnen zo verbeterd dat ze redelijk effectief zijn en zijn ze nu de Engelse boogschutters meer dan de baas.

Gevolgen[bewerken]

Door de afloop van deze oorlog werd het gezag van de Franse koning versterkt. Onder de zoon van Karel VII, Lodewijk XI (1461-1483), groeide Frankrijk uit tot een goed georganiseerde staat met een sterk leger, een deugdelijke administratie en een geordende belastinginning.

Engeland verzwakte nadien en door een geestelijke inzinking van Hendrik VI van Engeland in 1455 ontstond ruzie binnen het Huis Plantagenet, wat leidde tot de Rozenoorlog. De twee zijtakken van het Engelse koningshuis Plantagenet, Lancaster en York, vochten om wie Engeland moest regeren. Dit conflict duurde 30 jaar (1455-1485). Engeland verloor op Calais na al zijn Franse bezittingen en zou nooit meer proberen grondgebied te veroveren op het Europese continent. In 1474 tekende Eduard IV van Engeland en Lodewijk XI het vredesverdrag van Picquigny en Eduard zegde zijn verbond met Karel de Stoute van Bourgondië op. Latere militaire interventies waren alleen maar gericht op het beïnvloeden van de machtsverhoudingen. In 1558 raakte Engelse kroon ook Calais kwijt.

Het hertogdom Bourgondië werd een onafhankelijk vorstendom en de grond voor een 200 jaar lang durend conflict van de Fransen met de Habsburgers. Toen Karel de Stoute werd gedood in de slag bij Nancy tegen Hertogdom Lotharingen in 1477, kwam zijn dochter en erfgename Maria van Bourgondië in de Bourgondische Successieoorlog terecht. Maria trouwde met kroonprins Maximiliaan van Oostenrijk (het begin van de Habsburgse Nederlanden) om de Franse koning te kunnen weerstaan. Lodewijk XI veroverde onder andere Picardië en het Hertogdom Bourgondië en verkregen deze gebieden bij Vrede van Atrecht (1482). Dit werd later definitief bevestigd bij de Vrede van Senlis (1493). Met de Vrede van Madrid 1526 gaf de koning van Frankrijk formeel de verplichting op dat keizer Karel V leenhulde moest brengen aan de koning voor vrijgraafschap Bourgondië, Kroon-Vlaanderen en graafschap Artesië. De gebieden werden pas onderdeel van het Heilige Roomse Rijk met de Vrede van Cateau-Cambrésis in 1559.

Belangrijkste gebeurtenissen in de Honderdjarige Oorlog[bewerken]

  • Zeeslag bij Sluis (24 juni 1340) : de Engelsen vernietigen de Frans-Genuese vloot en verwerven zich de heerschappij over de zeeën.
  • Chevauchée van Eduard III in 1346 : Eduard III plundert Normandië en keert vervolgens terug naar het noorden
    • Slag bij Crécy (26 augustus 1346) : Eduard III achternagezeten door Filips VI wordt ingehaald bij Crécy, maar de Engelse boogschutters decimeren de Franse cavalerie. Deze nederlaag brengt de Franse adel serieus in diskrediet.
    • Beleg van Calais (1346) : steunend op zijn verpletterende overwinning bij Crécy, begint Eduard III met het beleg van Calais. Filips VI slaagt er niet in de stad te ontzetten, waarop deze zich overgeeft. Ze zou tot in de 16e eeuw Engels bezit blijven.
  • Strijd van de Dertig (*) (1351)
  • Slag bij Poitiers (19 september 1356): de Zwarte Prins leidt een chevauchée. Hij wordt door Jan II de Goede achtervolgd en wordt ingehaald bij Poitiers. De Fransen zijn de overwinning nabij, maar de koning wordt gevangen genomen. De gevolgen zijn desastreus want de koninklijke macht is in diskrediet geraakt en het land zinkt in een burgeroorlog weg. De Engelsen gebruiken hun machtspositie om talrijke territoriale en financiële concessies te verkrijgen in het verdrag van Brétigny.
  • Slag bij Cocherel (16 mei 1364): Karel de Slechte profiteert van de burgeroorlog, die het land teistert, om de Franse kroon op te eisen. Hij wordt verslagen door Bertrand du Guesclin, die hiertoe een volmacht had gekregen van koning Karel V de Wijze.
  • Slag bij Auray (*) (29 september 1364): Jan van Montfort en zijn Engelse bondgenoten verslaan Karel van Blois en du Guesclin, wat een einde maakte aan de Bretonse Successieoorlog (verdrag van Guérande).
  • Slag bij Nájera (1367): in Castillië is Peter de Wrede door Hendrik van Trastámara en Bertrand du Guesclin in het nauw is gedreven, waarop hij zijn schoonbroer, de Zwarte Prins, ter versterking inroept. Deze laatste bracht de Frans-Castilliaanse strijdkrachten een nederlaag toe. Du Guesclin wordt gevangen genomen.
  • Slag bij Montiel (14 maart 1369): du Guesclin en Hendrik van Trastámara nemen wraak. Ze verslaan een door Portugal geleide pro-Engelse alliantie. Peter de Wrede wordt doodgestoken in een tweegevecht met Hendrik van Trastámara, die de troon van Castillië bestijgt en een trouw bondgenoot van Frankrijk wordt.
  • Slag bij Pontvallain (1370): du Guesclin (nog maar enkele maanden maarschalk van Frankrijk), Olivier de Clisson en Jean de Vienne verpletteren bij Pontvallain (nabij Le Mans) de Engelse aanvoerders Knolles en Granson.
  • Slag bij La Rochelle (1372): de Castiliaanse vloot, een bondgenoot van Frankrijk, vernietigt de Engelse vloot. Deze nederlaag berooft de Engelsen van hun logistieke ondersteuning op het continent. De Fransen verdreven hen geleidelijk aan terwijl ze een voor een bijna al hun bolwerken heroverden.
  • Slag bij Azincourt (25 oktober 1415): Hendrik V profiteert van de burgeroorlog tussen Armagnacs en Bourguignons om aan te vallen. Hij brengt de Fransen een zware nederlaag toe en begint met de verovering van Noord-Frankrijk.
  • Slag bij Bauge (1421)
  • Slag bij Cravant (1423): nederlaag van de Franse strijdkrachten van Karel VII.
  • Slag bij la Brossinière (26 september 1423): Franse overwinning.
  • Slag bij Verneuil (17 augustus 1424) : Franse nederlaag.
  • Slag van de Haringen (12 februari 1429): onderschepping van een Engels konvooi voor Orléans. Matig Franse succes met grote verliezen.
  • Beleg van Orléans (1429): Jeanne d'Arc, aangekomen met een leger en een bevoorradingskonvooi, weet de verdedigers aan te moedigen die in enkele dagen tijd de Engelsen dwingen het beleg op te heffen.
  • Slag bij Patay (1429): Franse overwinning die de weg opende voor de herovering van Noord-Frankrijk.
  • Chevauchée op Reims (1429): een gewaagde onderneming van Jeanne d'Arc en Karel VII, wat deze laatste toeliet tot koning te worden gezalfd, hoewel Reims midden in door de Bourgondiërs gecontroleerd gebied lag. De impact van de zalving en kroning is enorm. Het plaatste Karel VII op de troon, terwijl zijn legitimiteit in twijfel was getrokken doordat hij was onterft geworden in het verdrag van Troyes.
  • Slag bij Formigny (15 april 1450): deze Franse overwinning maakte de herovering van Normandië mogelijk.
  • Slag bij Castillon (17 juli 1453): deze Franse overwinning maakte de herovering van Guyenne mogelijk. Militair einde van de Honderjarige Oorlog.

(*) : slag die deel uitmaakt van de Bretonse Successieoorlog, een secundair conflict van de Honderdjarige Oorlog.

Zie ook[bewerken]