Honderdjarige Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Honderdjarige Oorlog
Het Beleg van Orléans
Het Beleg van Orléans
Datum 1337-1453
Locatie voornamelijk Frankrijk en de Nederlanden
Resultaat overwinning voor het huis Valois, dat de troon van Frankrijk veilig stelt
Casus belli Engelse aanspraak op de Franse kroon
Territoriale
veranderingen
het huis Plantagenet verliest alle continentale gebieden behalve Calais
Strijdende partijen
France moderne.svg Huis Valois
gesteund door:

France moderne.svg Frankrijk
Blason Castille Léon.png Castilië
Royal arms of Scotland.svg Schotland
Armoiries Gênes.svg Genua
Armoiries Majorque.svg Majorca
Blason Jean de Bohême.svg Bohemen
Armas de Aragon.png Kroon van Aragon
COA fr BRE.svg Bretagne (Blois)

Royal Arms of England (1399-1603).svg Huis Plantagenet
gesteund door:

Royal Arms of England (1399-1603).svg Engeland
Blason fr Bourgogne.svg Bourgondië
Blason de l'Aquitaine et de la Guyenne.svg Aquitanië
COA fr BRE.svg Bretagne (Montfort)
PortugueseFlag1385.svg Portugal
Navarre Arms.svg Navarra
Blason comte-des-Flandres.svg Vlaanderen
Hainaut Modern Arms.svg Henegouwen
Arms of the Grand Duchy of Luxembourg.svg Luxemburg
Holy Roman Empire Arms-single head.svg Heilige Roomse Rijk

De Honderdjarige Oorlog was een reeks oorlogen, gevoerd van 1337 tot 1453, door het Huis Valois en het Huis Plantagenet, ook bekend als het Huis Anjou, om de Franse troon, die vacant was door het uitsterven van het Huis Capet, de eerste lijn van Franse koningen. Het Huis Valois maakte aanspraak op de titel van koning van Frankrijk terwijl de Plantagenets aanspraak maakten op zowel de troon van Frankrijk als van Engeland. De Plantagenets waren de heersers van het koninkrijk Engeland tijdens de 12e eeuw en hadden hun wortels in de Franse gebieden van Anjou en Normandië.

Het conflict duurde 116 jaar, onderbroken door verscheidene periodes van vrede, voordat het uiteindelijk eindigde door het verdrijven van de Plantagenets uit Frankrijk (behalve uit Calais). Het resultaat was een overwinning voor het Huis Valois. De oorlog had de Valois wel bijna geruïneerd, terwijl de Plantagenets zichzelf hadden verrijkt door plundering. Frankrijk leed sterk onder de oorlog omdat het grootste gedeelte van het conflict plaatsvond op Frans grondgebied.

De "oorlog" was in feite een reeks van conflicten en wordt meestal onderverdeeld in drie of vier fasen:

  • de Oorlog van Eduard (1337-1360),
  • de Oorlog van Karel (1369-1389),
  • de Oorlog van Lancaster (1415-1429)
  • en het trage verval van de Plantagenets (1429-1453) na de verschijning van Jeanne d'Arc (1412-1431) .

Verschillende andere eigentijdse Europese conflicten hadden rechtstreeks betrekking tot dit conflict: de Bretonse Successieoorlog, de Castiliaanse Burgeroorlog en de Oorlog van de Twee Peters met Hendrik II van Castilië en Peter IV van Aragón versus Peter I van Castilië en de Portugese burgeroorlog en crisis van 1383-1385 tussen Johan I van Castilië, zoon van Hendrik II en Johan I van Portugal. De aanwijzing "Honderdjarige Oorlog" is een term, uitgevonden door latere historici, om de reeks van gebeurtenissen te beschrijven.

De oorlog dankt zijn historische betekenis aan een aantal factoren. Hoewel het in de eerste plaats een dynastiek conflict was, gaf de oorlog aanzet tot ideeën van zowel Frans als Engels nationalisme. Op militair vlak zag het de invoering van nieuwe wapens en tactieken, die het oudere systeem van feodale legers, gedomineerd door zware cavalerie, ondermijnde. De eerste beroepslegers in West-Europa sinds de tijd van het West-Romeinse Rijk werden ingevoerd tijdens de oorlog, waardoor de rol van de ridders veranderde. Hierdoor, alsmede door zijn lange duur, wordt de Honderdjarige Oorlog dikwijls gezien als een van de belangrijkste conflicten in de geschiedenis van middeleeuwse oorlogsvoering. Door opstanden, epidemieën (Zwarte Dood, 1347-1351), hongersnood (Grote hongersnood van 1315-1317) en plunderende bendes (voormalige) huursoldaten was aan het einde van de oorlog de bevolking gehalveerd.

De feodale achtergrond[bewerken]

De oorsprong van deze lange periode van strijd ligt in de innerlijke tegenstrijdigheden van het feodale stelsel die in die tijd in vele plaatsen in Europa aan het licht traden. In de vroegere middeleeuwen was de macht vrijwel geheel bij de leenman komen liggen. Dit was vooral in Frankrijk bijzonder sterk het geval omdat de lenen – de hertogdommen, graafschappen, markizaten en dergelijke – daar groot genoeg waren om aparte rijkjes te vormen.

Door een proces van uithuwelijking afgewisseld met oorlogen was er allengs een lappendeken ontstaan waar de lenen in steeds minder handen terechtkwamen. Dit proces van "klontering" gebeurde vaak over de oude rijksgrenzen heen. Zo was de Engelse koning ook hertog van Guyenne in Frankrijk en de hertog van Bourgondië verwierf zowel het graafschap Vlaanderen (een Frans leen) als Brabant en Holland (Duitse lenen).

De grootste tegenstrijdigheid daarbij was dat de koning van Engeland in zijn hoedanigheid van hertog van Guyenne geacht werd de eed van trouw aan de Franse koning af te leggen. Bovendien konden de burgers van Guyenne bij een geschil met hun hertog een beroep doen op de Franse koning om tussenbeide te komen. Guyenne was een laatste stuk Franse erfenis van Huis Plantagenet, afstammelingen van het Frans adellijk geslacht, het Huis Anjou en hertogen van Normandië. Tijdens voorgaande oorlogen was het Franse rijk van de Plantagenet al danig verkleind (laatste conflict was in 1324 de oorlog van Saint-Sardos[1]).

De koningen zelf deden ook driftig mee aan het klonteringsproces en aan het begin van de 14e eeuw was de koning van Frankrijk een bijzonder machtig man die hard bezig was de kleinere leenmannen het zwijgen op te leggen en eventueel hun gebieden af te pakken. Met een leenman die zelf ook koning was, was dat natuurlijk wat moeilijker.

De dynastieke achtergrond[bewerken]

Er ontstond in de jaren 13141328 een groot dynastiek probleem in Frankrijk. In 1314 stierf de machtige Franse koning Filips IV.

Hij had drie zoons en een dochter, Isabella, die sinds 1308 getrouwd was met Eduard II van Engeland. Isabella smeedde een complot met de machtige edelman Roger Mortimer en liet haar echtgenoot in 1327 vermoorden en regeerde daarna het land in naam van haar zoon, de latere koning Eduard III van Engeland. In 1330 liet de 18-jarige Eduard Mortimer ombrengen en zijn moeder verbannen.

Tegelijkertijd stierven de drie broers van Eduards moeder één voor één zonder mannelijke nakomelingen na te laten: eerst Lodewijk X (1316), daarna Filips V (1322) en ten slotte Karel IV op 1 februari 1328. Daarmee was het huis Capet in directe mannelijke lijn uitgestorven.

Hoewel er niet echt een wet was die vrouwelijke opvolging verbood (latere historici zouden een heel oude wet van de Franken, de Salische Wet uit de vergetelheid opduiken, maar dat was achteraf), zag Karel IV liever zijn neef, Filips, zoon van zijn oom Karel van Valois van Valois op de troon dan de enige dochter van Lodewijk X en van overspel betrapte en verstoten Margaretha van Bourgondië (schandaal van Tour de Nesle), Johanna II van Navarra, laat staan zijn zus Isabella of dier Engelse zoon Eduard III. Op zijn sterfbed vermaakte hij daarom zijn troon aan zijn neef Filips.

de Oorlog van Eduard (1337-1360)[bewerken]

De confiscatie van Guyenne[bewerken]

De beslissing om Filips tot koning Filips VI van Frankrijk te kronen wordt algemeen aanvaard en zelfs Eduard III buigt als hertog van Guyenne (Aquitanië, hoofdstad Bordeaux) zijn knie voor zijn nieuwe leenheer. Enige jaren later doen de burgers van Guyenne een beroep op Filips VI om tussenbeide te komen als Eduard te zware belastingen heft. Hij ziet in het conflict de langverwachte aanleiding om Eduard III zijn titel van hertog van Guyenne af te nemen.

Deze is woedend en verklaart opeens dat hij en niet Filips de rechtmatige koning van Frankrijk is. Overal in zijn gebieden wordt een proclamatie voorlezen waarin hij verklaart dat, ondanks al zijn pogingen vrede te sluiten met Frankrijk, de Franse koning zich verhard heeft in zijn kwaadaardigheid en van vrede noch verdrag wil weten. Hij verklaart nu openlijk zijn eigen aanspraken op de Franse troon. Door velen wordt deze verklaring niet erg serieus genomen.

Op 12 augustus 1336 verbiedt Koning Eduard III de uitvoer van wol naar Vlaanderen, dit schaadt de lakenindustrie, en geeft in mei 1337 opdracht aan Hendrik van Grosmont en Walter Manny om het graafschap Vlaanderen van graaf Lodewijk II van Nevers binnen te vallen. Bij de expeditie komen 3000 Vlamingen om het leven. In juli 1338 volgde een expeditie naar Frankrijk. Eduard werd in januari 1340 in het opstandige Gent van Jacob van Artevelde zelfs tot koning van Frankrijk uitgeroepenen en verslaat de Franse vloot bij de zeeslag bij Sluis[2]. Nadien volgde een wapenstilstand van vijf jaar.

Bretonse successieoorlog[bewerken]

Na de dood van Jan III van Bretagne volgde een opvolgingsstrijd van 1341 tot 1364 in het Hertogdom Bretagne. De Franse koning steunde Karel van Blois en zijn vrouw Johanna van Penthièvre, nicht van Jan. De Engelse koning steunde de halfbroer Jan van Montfort en zijn vrouw Johanna van Vlaanderen. Verschilden veldslagen volgde die pas beslissend eindigden in 1363 met de zege van Engelse Montfortse leger in de Slag bij Auray, bekrachtigd met het Verdrag van Guérand. Herenboer, Bertrand du Guesclin, begonnen als een succesvolle guerrillastrijder tegen de Engelsen, blonk in 1357 uit in de verdediging van de stad Rennes. Bertrand werd een beroemd veldheer onder andere in de Castiliaanse burgeroorlog in dienst van de Franse koning die hem benoemde tot Connétable van Frankrijk.

De slag bij Crécy, de slag bij Poitiers en het verdrag van Brétigny[bewerken]

De slag bij Crécy: de Engelsen rechts met longbows versloegen de Fransen links met kruisbogen

Op het slagveld van Crécy (1346) wordt vooral door de inzet van de oppermachtige Engelse boogschutters de Franse koning verslagen. Later volgt het Beleg van Calais en wordt Calais veroverd. De koning van Schotland David II van Schotland viel Engeland aan om het bondgenootschap met Frankrijk, de zogenaamde Auld Alliance, na te leven. Zijn leger werd echter verslagen in de slag bij Neville's Cross en de koning werd gevangengenomen en pas in 1357 vrijgekocht.

In 1348 bereikte de pandemie de Zwarte Dood, de pest, Parijs en wordt naar schatting 1/3 van de Europese bevolking gedood in opeenvolgende jaren.

Met zijn zoon Jan II van Frankrijk, die hem in 1350 opvolgt, loopt het in 1356 bij de slag bij Poitiers nog slechter af: 250O doden en 2000 gevangenen (voornamelijk ridders en schildkapen en zelfs gevangengenomen samen met zijn jongste 14-jarige zoon Filips de Stoute. Omdat Filips hem lijfelijk op het slagveld beschermt, beloont hij hem voor zijn dood met Bourgondië. Dit is een zeer uitzonderlijke daad – sinds generaties is het immers politiek om lenen te verzamelen, niet uit te geven – en hoewel goed bedoeld, zal dit later funeste politieke gevolgen hebben.

In mei 1358 volgt een opstand van de Franse boeren tegen de adel, de Jacquerie, neergeslagen onder leiding van troonpretendent Karel II van Navarra, zoon van Johanna II van Navarra.

De Engelse koning Eduard deed ten slotte in 1359 een derde aanval om Frankrijk in één keer op de knieën te krijgen. Hij zette een enorm leger aan land in Calais en liet dit naar Reims opmarcheren. Daar hoopte hij tot koning te worden gekroond. De onderneming werd een mislukking, dankzij de tactiek van de verschroeide aarde van de Fransen, trok zich terug en vermeed een veldslag en verschanste zich succesvol in de steden Reims en Parijs. Op paasmaandag 13 april 1360, black monday, voor de poorten van Chartres, werd door het Engelse leger getroffen door een zeer zware dodelijk verwoestende hagelstorm [3]. Deze ramp en de moeizame campagne bracht Eduard tot de bereidheid om over vrede te onderhandelen. In 1360 werd de Vrede van Brétigny gesloten. Franse koning Jan II en Filips werd vrijgelaten na betalen van enorm losgeld van 3 miljoen gouden ecu, Frankrijk moest Guyenne en Gascogne afstaan, en de Engelsen gaven (voorlopig) hun rechten op de Franse troon op. Koning Jan II liet daarbij zijn zoon Lodewijk I van Anjou, samen met 40 andere edelen in zijn plaats als gijzelaar achter. Om onduidelijk reden keert Jan II terug in gevangenschap en sterft uiteindelijk in in Londen in 1364.

Karel V de Wijze[bewerken]

Jans oudste zoon Karel V – zelf nog erg jong (als dauphin) – krijgt te maken met allerlei bijverschijnselen van de oorlog: het volk komt in opstand omdat de gewone mensen de klappen moeten opvangen en hun feodale meesters niet in staat zijn of gewoon geen interesse hebben om hen tegen de plunderingen en brandschattingen te beschermen (Jacquerie) en hij moet het Verdrag van Brétigny tekenen waarbij een groot deel van Zuid-Frankrijk (Aquitanië) in handen van Eduard III en zijn zoon, Eduard van Woodstock, de Zwarte Prins, valt.

Karel V ontpopt zich echter als een kundige tegenspeler. Met zijn generaals brengt hij de Engelsen zware klappen toe. In 1364 verslaat hij Karel II van Navarra in de Slag bij Cocherel. Bertrand du Guesclin weet de plunderende huurlingen te rekruteren voor een veldtocht naar Spanje (Castilië en Leon), waar hij de pro-Engelse Peter de Wrede van de troon stoot. Deze laatste krijgt aanvankelijk hulp van de Engelsen en kroonprins Eduard van Woodstock, maar werd afgeschrikt door zijn despoot gedrag verlaten door de Engelsen en wordt ten slotte tijdens de slag bij Montiel in 1367 definitief verslagen. Zijn halfbroer Hendrik van Trastamare laat zich tot koning kronen, terwijl hij Peter met behulp van Du Guesclin laat vermoorden. Nu heeft Frankrijk een bondgenoot in het zuiden.

Karel richt zich vervolgens op het zuidwesten en in 1369 neemt hij Aquitanië weer in beslag onder leiding van du Guesclin. De Engelsen zijn weer min of meer bij af, hoewel ze inmiddels wel ook Kales (Calais) in handen hebben. In de zestien jaar van Karels regering verliezen de Engelsen bijna alles wat ze in 27 jaar hebben veroverd.

In 1373 probeert Jan van Gent, broer van Eduard van Woodstock, hertog van Lancaster, getrouwd in 1370 met Constance van Castilië (een dochter van Peter de Wrede) samen met koning van Portugal Ferdinand I de troon Castilië te veroveren van Hendrik en in 1379 van Hendriks zoon Johan I van Castilië. In 1385 probeerde Johan met steun van Franse cavalerie na de dood van Ferdinand de troon van Portugal te veroveren van Johan I van Portugal maar werd verslagen bij de Slag bij Aljubarrota. In 1386 probeerde Jan van Gent opnieuw Castilië te veroveren. Uiteindelijk volgde het vredesverdrag van Bayona in 1388.

Eduard, de Zwarte Prins sterft vroeger dan zijn vader in 1376 en zo komt diens kleinzoon Richard II in Engeland (en de Franse bezittingen) als 10-jarige in 1377 op de troon. Richard wil eigenlijk wel van de oorlog af, de Engelse koning had in 1981 te maken met de Engelse Boerenopstand onder andere naar aanleiding van belasting voor de oorlog tegen Frankrijk en Schotland, en sluit in 1389 een wapenstilstand met Frankrijk, het verdrag van Leulinghen bij Calais. Dit betekent een periode van relatieve rust in de Honderdjarige Oorlog, die duurde tot ca. 1415.

Maar in Engeland was de oorlogspartij bij de adel inmiddels erg machtig geworden. Op avontuur gaan in Frankrijk was namelijk voor velen dé manier geworden om er beter op te worden. Er waren door plundering schatten verzameld. De oorlogspartij weet in 1399 Richard van de troon te stoten en daarmee worden de Plantagenets vervangen door een zijtak, de Lancasters, zijn neef Hendrik IV van Engeland, zoon van Jan van Gent en kleinzoon van Eduard III. Later zouden hierdoor de Rozenoorlogen door ontstaan.

De Franse burgeroorlog: Lancaster Hendrik V en de Bourguignons versus de Armagnacs en dauphin Karel VII[bewerken]

Karel VI, zoon van Karel V, is aanvankelijk geen slechte opvolger maar in 1392 wordt hij krankzinnig. Dit brengt de Bourgondische tijdbom van zijn grootvader Jan II tot ontploffing. Er ontstaat in de familie Valois grote onenigheid over wie nu Frankrijk moet regeren en de voogdij van de minderjarige Karel VII van Frankrijk krijgen. Er zijn twee kampen: de Bourguignons, aanhangers van zijn oom Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en de Armagnacs, aanhangers van Lodewijk I van Orléans, de broer van Karel V. Allengs ontaardt deze twist in moordpartijen en uiteindelijk burgeroorlog. In 1407 vermoordt Jan zonder Vrees, zoon van Filips, Lodewijk en in 1419 vermoorden de Armagnacs Jan zonder Vrees tijdens een vredesoverleg met de kroonprins Karel VII op de brug van Montereau-Fault-Yonne.

In Engeland is de troon van de Lancasterkoning Hendrik IV allengs juist wat steviger geworden en zijn zoon Hendrik V besluit om op oorlogspad te gaan in Frankrijk. In 1415 valt Hendrik V Normandië binnen en boekt een klinkende overwinning bij Azincourt. Hiermee begint hij een onstuitbare opmars die uitmondt in onderhandelingen met de Franse koningin Isabella, die (met Bourgondische steun van Filips de Goede) in naam van haar krankzinnige echtgenoot, Karel VI, in 1420 het Verdrag van Troyes met hem sluit. Ze verklaart haar eigen zoon, de kroonprins Karel VII van Frankrijk, die met de Armagnacs heult, tot bastaard en huwelijkt haar dochter Catharina aan Hendrik uit. Hendrik en Catharina worden tot erfgenamen van Frankrijk uitgeroepen en daarmee lijkt het lot van Frankrijk beslist. Catharina schenkt het leven aan een zoon, de latere Engelse koning Hendrik VI.

In 1418, roept de dauphin, Karel VII, de hulp in van het met koninkrijk Frankrijk geallieerde Koninkrijk Schotland. Tussen 1419 en 1424 zijn er 6,000 Schotse militairen in Frankrijk[4] [5]en winnen in de slag van Baugé in 1421.

Dan sterft in 1422 Hendrik V plotseling. Zijn broer Jan van Bedford zet de strijd in Frankrijk voort als regent van neef Hendrik VI – die nog een baby is – voor samen met Filips, de hertog van Bourgondië, aanvankelijk met zeer veel succes (1423 Verdrag van Amiens, Slag bij Cravant en 1424 Slag bij Verneuil). In 1431 wordt Hendrik VI, als 10 jarige, in Parijs tot koning van Frankrijk gekroond, nadat zijn krankzinnige en verwaarloosde grootvader overlijdt en heeft Engeland controle over de westelijke en noordelijke gebieden van het koninkrijk Frankrijk.

De afloop: Jeanne d'Arc en het beleg van Orléans tot aan de slag bij Castillon[bewerken]

Kaart van Europa op het hoogtepunt van de oorlog

Voor de Franse bevolking is de ellende bijzonder groot. Iedere militaire actie gaat gepaard met plundering, verkrachting, roof, moord en zelfs als er geen gevechten geleverd worden, zijn er de eindeloze belastingen om de oorlogen te kunnen bekostigen. Het maatschappelijk stelsel kraakt in zijn voegen en de waarden van eer en trouw aan de vorst hebben hun geloofwaardigheid volledig verloren. Dat geldt ook voor de kerk. De paus was tot 1377 min of meer de gevangene van de Franse koning met residentie van Avignon (Babylonische ballingschap der pausen) In 1376 keerde de paus terug naar het Vaticaan. Het gevolg was het Westers Schisma, dat duurde tot het Concilie van Konstanz in 1417. Er zijn na het concilie van Pisa zelfs drie pausen, die alle drie beweren dat hellevuur het lot is van degene die in de verkeerde paus gelooft.

In dit klimaat komt Jeanne d'Arc in 1428 naar voren, een eenvoudig boerenmeisje dat stemmen hoort. Zij weet een geheel nieuw element in te brengen in de politiek en op het slagveld. De strijd verschuift van een twist over feodale rechten naar een nationale bevrijding. Dit was onverwacht. Zelfs de dauphin Karel VII, tot bastaard verklaard en niet meer in zijn eigen zaak gelovend, komt weer tot actie, hoewel hij het nieuwe van de situatie ook wel met enige zorgen beziet.

Door Jeannes toedoen wordt het beleg van Orléans in 1429 gewonnen en opeenvolgend volgt in de slag bij Patay de grote nederlaag voor de Engelsen, Onder andere het Engelse longbowkorps wordt afgeslacht door de Franse cavalerie. 2000 à 2500 Engelsen sneuvelen op een leger van 5000 man. Jeanne overtuigt de dauphin om naar kroningsstad Reims op te trekken en wordt in vijandelijk Bourgondisch gebied zonder eigenlijke problemen gekroond. Jeanne wordt gevangengenomen tijdens het beleg van Compiègne door de Bourgondiërs en verkocht aan Jan van Bedford. In een proces om de kroning van Karel VII te ontkrachten, wordt ze in 1431 als ketter verbrand.

De opmars van Karel VII is echter niet te stuiten. Karel groeit in zijn rol, reorganiseert zijn leger en koninkrijk en ontpopt zich als een succesvol militair leider van zijn troepen. In 1435 verzoende hij zich met de Bourgondische hertog Filips de Goede met de Vredecongres van Atrecht (Picardië werd officieel onder Bourgondisch gezag geplaats, een reeks van versterkte steden bij de Somme, de daders van de moord op zijn vader werden gestarft, Filips werd vrijgesteld van leenheerschap aan de koning van Frankrijk). Dit tot verassing van de Engelse onderhandelaren, geleid door Henry Beaufort, die de voortijdig de onderhandelingen hadden afgebroken. Regent Jan van Bedford stierft tijdens de periode van de onderhandelingen.[6] De vrede van Atrecht met de Bourgondiers maakte van Karel de koning van Frankrijk.

Henry VI werd in 1437 officieel meerderjarig en volwaardig koning van Engeland verklaard, op 16 jarige leeftijd [7] . De oorlog sleepte aan en in 1440 volgden nog een opstand van enkele Franse edelen, de Praguerie. In 1444 waren Île-de-France en Gascogne opnieuw onder Karels controle gekomen. William de la Pole, hertog van Suffolk regelde in 1444 de wapensstilstand van Tours: een huwelijk Henry VII met de achternicht van Karel Margaretha van Anjou, dochter van vertrouweling René I van Anjou en staat daarbij Maine . Weerstand tegen het accoord werd gebroken door arrestatie van voormalig regent en oom van Henry Humphrey van Gloucester in 1447 en wegsturen van de bevelvoerder, luitenant van Frankrijk, Richard van York in 1448. Edmund Beaufort, hertog of Somerset werd opvolger en vertrouweling van koningin Margaretha. [8]

In de jaren 1450 Slag van Formigny in Normandië tot 1453 slag bij Castillon in Guyenne (Bordeaux en Bayonne), weet de Franse koning voorgoed af te rekenen met de Engelsen. Zij verliezen alles in Frankrijk, behalve Kales (Calais). Voor een groot deel is dat te danken aan de modernisering van het Franse leger. Daar werkt men nu met kanonnen. Hoewel die al aan het begin van deze lange strijd op het slagveld verschenen, waren ze in het begin bijna even gevaarlijk voor de gebruikers als voor de doelen waarop ze gericht waren. Aan het eind van de oorlog zijn deze eerste kanonnen zo verbeterd dat ze redelijk effectief zijn en zijn ze nu de Engelse boogschutters meer dan de baas.

Gevolgen[bewerken]

Door de afloop van deze oorlog werd het gezag van de Franse koning versterkt. Onder de zoon van Karel VII, Lodewijk XI (1461-1483), groeide Frankrijk uit tot een goed georganiseerde staat met een sterk leger, een deugdelijke administratie en een geordende belastinginning.

Engeland verzwakte nadien en door een geestelijke inzinking van Hendrik VI van Engeland in 1455 ontstond ruzie binnen het Huis Plantagenet, wat leidde tot de Rozenoorlog. De twee zijtakken van het Engelse koningshuis Plantagenet, Lancaster en York, vochten om wie Engeland moest regeren. Dit conflict duurde 30 jaar (1455-1485). Engeland verloor op Calais na al zijn Franse bezittingen en zou nooit meer proberen grondgebied te veroveren op het Europese continent. In 1474 tekende Eduard IV van Engeland en Lodewijk XI het vredesverdrag van Picquigny en Eduard zegde zijn verbond met Karel de Stoute van Bourgondië op. Latere militaire interventies waren alleen maar gericht op het beïnvloeden van de machtsverhoudingen. In 1558 raakte Engelse kroon ook Calais kwijt.

Toen Karel de Stoute werd gedood in de slag bij Nancy tegen Hertogdom Lotharingen in 1477, kwam zijn dochter en erfgename Maria van Bourgondië in de Bourgondische Successieoorlog terecht. Maria trouwde met kroonprins Maximiliaan van Oostenrijk (het begin van de Habsburgse Nederlanden) om de Franse koning te kunnen weerstaan. Lodewijk XI veroverde onder andere Picardië en het Hertogdom Bourgondië en verkregen deze gebieden bij Vrede van Atrecht (1482). Dit werd later definitief bevestigd bij de Vrede van Senlis (1493). Met de Vrede van Madrid 1526 gaf de koning van Frankrijk formeel de verplichting op dat keizer Karel V leenhulde moest brengen aan de koning voor vrijgraafschap Bourgondië, Kroon-Vlaanderen en graafschap Artesië. De gebieden werden pas onderdeel van het Heilige Roomse Rijk met de Vrede van Cateau-Cambrésis in 1559.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]