Hertogdom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hertogdom was het gebied dat bestuurd werd door een hertog. De titel kwam oorspronkelijk vooral in het Frankische Rijk voor. De hertog (dux) oefende een provinciaal bestuur uit, direct onder de koning. Een hertogdom bestond oorspronkelijk uit een aantal graafschappen. In de Nieuwe Tijd werd de titel hertogdom verbonden aan een heerlijkheid met hoge rang, zonder soevereiniteit.

De ontwikkeling in Duitsland[bewerken]

Het oudere stamhertogdom[bewerken]

De stamhertogdommen vonden hun oorsprong bij de Merovingen. Deze hertogen hadden vooral militaire taken en hun gebied omvatte meerdere graafschappen. In de provincies ten oosten van de Rijn wisten de hertogen zich vrij zelfstandig te maken van de koning. De koningen Pepijn en Karel de Grote maakten een eind aan deze situatie en lijfden de stamhertogdommen weer in bij hun rijk.

Het jongere stamhertogdom[bewerken]

Tijdens het verval van het Karolingische Rijk onder de opvolgers van Karel de Grote wisten bepaalde vorsten in Duitsland in de strijd tegen de buurvolken (Noormannen, Slaven en Hongaren) de jongere stamhertogdommen te stichten. De ontwikkelingen van de hertogdommen in Frankrijk (7 titels) en Italië liepen anders.

De stamhertogdommen waren:

Hoewel eigenlijk geen stamhertogdom wordt als vijfde vaak beschouwd het:

Nieuwe hertogdommen ontstaan uit de stamhertogdommen[bewerken]

Vanaf de tiende eeuw ontstonden er in het Heilige Roomse Rijk nieuwe hertogdommen door deling van de bestaande hertogdommen.

Van Beieren werden uiteiendelijk direct of indirect afgesplitst:

Lotharingen werd in 959 verdeeld in:

Saksen werd in 1180 verdeeld, waardoor ontstonden

Van Franken wordt in 1168 een hertogdom Oost-Franken ten gunste van het prinsbisdom Würzburg gevormd.

Vanuit Zwaben ontstonden:

Hertogdommen in de oorspronkelijk Slavische gebieden[bewerken]

Na de uitbreiding van het Heilige Roomse Rijk ten oosten van de Elbe gingen de hier heersende vorsten de titel hertog voeren

Hertogdommen ontstaan door rangsverhoging[bewerken]

De keizers verhieven sinds de late middeleeuwen een aantal rijksvorsten uit dankbaarheid voor hun verdienste of tegen betaling tot de hertogelijke waardigheid. De meeste hertogdommen lagen in het gebied van de Beneden-Rijn.

Hertogdommen ontstaan door de secularisatie van geestelijke vorstendommen[bewerken]

In 1525 maakte de laatste grootmeester van de Duitse Orde van zijn ordenstaat het hertogdom Pruisen In de vrede van Westfalen van 1648 werden de aartsbisdommen Bremen en Maagdenburg in wereldlijke hertogdommen veranderd. Ten gevolge van de Reichsdeputationshauptschluss van 1803 werd het prinsaartsbisdom Salzburg uiteindelijk in 1849 omgezet in een hertogdom.

Hertogdommen ontstaan tijdens Rijnbond[bewerken]

De Rijnbondakte stelde in 1806 in:

Bij de toetreding tot de Rijnbond in 1807 volgden:

Hertogdommen in Frankrijk[bewerken]

De oorspronkelijke hertogdommen hebben in de loop der eeuwen hun zelfstandigheid verloren en zijn provincie geworden.

Later werden er hertogdommen ingesteld voor zijtakken van het koninklijk huis.

Hertogdommen in Italië[bewerken]

De Longobarden hadden de volgende hertogdommen: