Hertogdom Lotharingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hertogdom Lorreinen
Duché de Lorraine
Herzogtum Lothringen
Stamhertogdom van het Oost-Frankische Rijk
 Midden-Francië 928 – 959 (1190/1766) Neder-Lotharingen 
Opper-Lotharingen 
Kaart
Lotharingen na de deling in 959Oranje: hertogdom van de Moezel (Opper-Lotharingen)Groen: het resterende (Neder-)LotharingenDe taalgrens rood gestippeld
Lotharingen na de deling in 959
Oranje: hertogdom van de Moezel (Opper-Lotharingen)
Groen: het resterende (Neder-)Lotharingen
De taalgrens rood gestippeld
Algemene gegevens
Talen Frankisch, Oudfrans
Religie(s) Rooms-katholicisme
Regering
Regeringsvorm Hertogdom
Staatshoofd Hertog

Het hertogdom Lotharingen was sinds de tiende eeuw een van de vijf stamhertogdommen binnen het Heilige Roomse Rijk. In 959 splitste het hertogdom van de Moezel zich af. Het resterende hertogdom, in de latere geschiedschrijving als Neder-Lotharingen aangeduid, verloor gaandeweg iedere werkelijke territoriale macht, totdat het in 1190 opgeheven werd.

Nadat René van Anjou in 1431 het hertogdom van de Moezel had verworven, voerde hij opnieuw de naam Lotharingen in. In de geschiedschrijving wordt dit hertogdom ter onderscheiding Opper-Lotharingen genoemd. In de loop der tijd beperkte dit zich tot het huidige Lotharingen. Het hertogdom werd in 1766 ingelijfd bij Frankrijk.

koninkrijk Lotharingen als Frankisch deelrijk[bewerken]

Lotharingen ontstond uit Midden-Francië, gecreëerd door de verdeling van het rijk van Karel de Grote bij het Verdrag van Verdun in 843. Midden-Francië, dat zich uitstrekte van de Noordzee tot Italië, werd toegewezen aan de oudste zoon, Lotharius I, die ook de keizerskroon kreeg. In 855 deelden de drie zoons van Lotharius dit middenrijk verder op, waarbij het meest noordelijke deel als koninkrijk toeviel aan Lotharius II. Dit gebied werd "Regnum Hlotharii" genoemd, oftewel koninkrijk Lotharingen.

Grosso modo omvatte dit gebied het noordoosten van Frankrijk inclusief de Elzas, en het gebied van de Nederlanden tussen Schelde en Rijn, dus zonder het graafschap Vlaanderen maar met de streek van Aken, Keulen en Koblenz (het oude Germania Inferior en Germania Superior).

Na de dood van Lotharius II, die geen wettige kinderen had, werd Lotharingen geannexeerd door zijn oom Karel de Kale. Na het verdrag van Meerssen (870) werd Lotharingen gesplitst en verdeeld tussen West- en Oost-Francië. Door het Verdrag van Ribemont (880) kwam heel Lotharingen bij Oost-Francië.

De Oost-Frankische koning Arnulf van Karinthië schonk Lotharingen in 895 als koninkrijk aan zijn buitenechtelijke zoon Zwentibold (895-900). Na verschillende conflicten met de Lotharingse adelen en met het benoemen van van de wettige opvolger, zijn halfbroer de 6-jarige Lodewijk IV het Kind als koning, sneuvelde Zwenibold in 900. Hierop volgde een verwarde periode waarin de Lotharingse adel zich nu eens bij West-Francië en dan weer bij Oost-Francië aansloot. Lodewijk benoemde Gebhard van Lotharingen tot hertog van Lotharingen. Na zijn dood nam Reinier I van Henegouwen zijn positie waar. Na de dood van Lodewijk in 910 weigerde de Lotharingse adel onder leiding van Reinier Koenraad I van Frankenland te erkennen als koning, maar erkende Karel de Eenvoudige van West-Francië (911-923).

Lotharingen als hertogdom binnen het Heilige Roomse Rijk[bewerken]

Het afzetten van Karel door Robert van Bourgondië 922 gaf Hendrik de Vogelaar kans Lotharingen te veroveren. In 924 erkende Giselbert II van Maasgouw, zoon van Reinier, Hendrik als koning, eind 925 erkende de rest van de adel Hendrik als koning. In 925 werd de Elzas overgeheveld naar het hertogdom Zwaben. Lotharingen sloot zich definitief aan bij Oost-Francië, het Heilige Roomse Rijk.

In 928 trouwt Giselbert II van Maasgouw met de dochter van Hendrik. Hendrik stelt hem aan als hertog van Lotharingen. Nadat deze in opstand kwam tegen zijn zwager Otto I en daarbij sneuvelde (939) moest Lotharingen het een tijdlang zonder hertog stellen. In 953 stelde Otto I zijn broer Bruno, de aartsbisschop van Keulen, aan tot hertog. Hij was de laatste hertog van het ongedeelde Lotharingen want nog tijdens zijn bewind stelde hij twee vice-hertogen aan voor Opper- en Neder-Lotharingen, waarmee hij de feitelijke splitsing inluidde. Godfried van Neder-Lotharingen, zoon van paltsgraaf Godfried van Gulik, werd de eerste hertog van Neder-Lotharingen.

Splitsing van het oorspronkelijke hertogdom[bewerken]

In 959 werd het zuidelijke gedeelte afgesplitst als het rijksleen hertogdom van de Moezel met Frederik I als hertog. Frederik was gehuwd met Beatrix Capet, zus van koning West-Francië Hugo Capet. Het resterende gebied had tijdelijk geen hertog, tot in 977 Karel, de ambitieuze verbannen broer van Lotharius van Frankrijk door zijn neef Keizer Otto III tot hertog werd benoemd. Dit hertogdom bleef men aanvankelijk Lotharingen noemen, ter onderscheiding in de geschiedschrijving ook Neder-Lotharingen.

Keizer Otto III benoemd als dank voor zijn steun in 985 Herman van Lotharingen tot paltsgraaf.

Na het verdwijnen van Neder-Lotharingen kwam het hertogdom van de Moezel tijdens de 15e eeuw aan de hertogen van Anjou, waarna de naam Lorreinen (Frans: Lorraine) in voege kwam.

1rightarrow blue.svg Zie verder: Neder-Lotharingen en Opper-Lotharingen
1rightarrow blue.svg Zie verder: Lijst van heersers van Lotharingen