Vrede van Westfalen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De ratificatie van de Vrede van Münster door Gerard ter Borch

De Vrede van Westfalen was een serie van vredesverdragen die getekend werden tussen mei en oktober 1648 in Osnabrück en Münster. Deze verdragen beëindigden de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) in het Heilige Roomse Rijk, en de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarmee Spanje ook formeel de onafhankelijkheid van de Nederlandse Republiek bevestigde.

De partijen waren de Heilig Roomse keizer, Ferdinand III, het koninkrijk Spanje, Frankrijk, Zweden, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en de vrije rijkssteden van het Heilige Roomse Rijk. De belangrijkste wapenfeiten waren:

  • Het tekenen van de Vrede van Münster[1] tussen de Nederlandse Republiek en het koninkrijk Spanje op 30 januari 1648. Dit verdrag werd geratificeerd in Münster op 15 mei 1648.
  • Het tekenen van twee elkaar overlappende verdragen op 24 oktober 1648:
    • Het Verdrag van Münster (Instrumentum Pacis Monasteriensis, IPM),[2] tussen de Heilig Roomse keizer en Frankrijk en hun respectieve aanhangers.
    • Het Verdrag van Osnabrück (Instrumentum Pacis Osnabrugensis, IPO),[3] tussen de Heilig Roomse keizer en Zweden en hun respectieve aanhangers.

De verdragen worden gezien als de eerste voortkomend uit moderne diplomatieke onderhandelingen,[4] waarbij het begrip soevereine staat in Europa opnieuw gedefinieerd werd. In de praktijk betekenden de structuren van het Heilige Roomse Rijk na 1648 niet veel meer. Het verdrag symboliseert de geboorte van een nieuw stelsel van buitenlandse relaties.

De verdragen zorgden echter niet voor de vrede in heel Europa. Frankrijk en Spanje zouden nog de volgende elf jaren oorlog voeren, die beëindigd werd bij de Vrede van de Pyreneeën in 1659.

Europa in 1648

Gevolgen[bewerken]

Door de Vrede van Westfalen verloor het huis van Habsburg, dat traditioneel de keizer leverde, het grootste gedeelte van zijn zeggenschap over de Duitse vorsten binnen het Heilige Roomse Rijk. Bovendien werden ze verplicht tot religieuze verdraagzaamheid jegens de calvinistische vorsten en staten binnen het Rijk en moesten ze de secularisatie van alle kerkelijke bezittingen erkennen, evenals de onafhankelijkheid van het Zwitserse Eedgenootschap en de de jure onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zweden en Brandenburg verwierven gebiedsuitbreiding in het noorden van Pruisen en werden belangrijke staten waarmee de keizer rekening moest houden. Frankrijk verkreeg belangrijke rechten en gebiedsuitbreiding in Elzas en Lotharingen waarover later nog veel te doen zou zijn.

Er waren tevens verregaande gevolgen voor het interne functioneren van het Heilige Roomse Rijk. De macht van de keizer werd immers sterk beknot en de soevereiniteit van de constituerende delen van het Rijk uitdrukkelijk erkend. In potentie herbergde het Heilige Roomse rijk de grootste economische en militaire macht van Europa door haar grote en relatief goedgeschoolde bevolking maar omdat de interne samenhang en een centraal bestuur bijna geheel verdwenen was en bovendien de dertigjarige oorlog, voornamelijk op Duits grondgebied uitgevochten, enorme slachtingen onder de bevolking had aangericht en hele steden en streken verwoest waren, kon Frankrijk, dat eveneens een grote bevolking en grote hulpbronnen had, maar bovendien ook strak centraal geleid werd, effectief de machtigste staat van het continent blijven tot aan de stichting van het Duitse Keizerrijk in de 19de eeuw. De Roomse keizer werd een monarch die geen leger, financiën of administratie bezat. Hij bezat deze enkel nog in de Hausmacht van de Habsburgers: de diverse door hen persoonlijk geregeerde gebieden binnen het rijk. Uiteindelijk evolueerden er twee grootmachten uit dit rijk, namelijk Oostenrijk en Pruisen die elkaar de hegemonie over de Duitse staten betwistten. Het kwam er eigenlijk op neer dat de soevereiniteit van de verschillende staten werd erkend, en het principe van niet-inmenging van buitenlanders in interne zaken van de diverse staten zijn intrede deed in de Europese politiek.

De Habsburgers, de Oostenrijkse vorstenfamilie, bleef echter wèl een toonaangevende internationale rol spelen. Ze regeerde nog steeds over Spanje, Oostenrijk, Bohemen, gedeelten van Hongarije, de Zuidelijke Nederlanden en delen van Italië.

Bronnen, noten en/of referenties