Salische Wet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Handschrift van de Salische Wet

De Salische Wet of Lex Salica is een wetboek uit het begin van de zesde eeuw, ingevoerd na verval van het West-Romeinse Rijk door de Merovingische koning Clovis, die tot de Germaanse Salische Franken behoorde. De Salische Wet is een van de rechtstelsels uit welke het moderne Nederlands Recht zich heeft gevormd.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In het grondgebied van koning Clovis leefden verschillende stammen en families met eigen gebruiken en regels, velen hebben zich er na de grote volksverhuizing gevestigd. De koning liet de wetten optekenen om orde te scheppen en een in zijn hele grondgebied geldend systeem van rechtshandhaving in te voeren. De Salische wetteksten bevatten een mozaiek van inheems gewoonterecht, kerkelijk recht en Romeins recht. Men vind er dus ook rechtsfiguren en leerstukken uit de laatst geldende Romeinse Codex Justinianus.

De Salische Franken leefden aanvankelijk, in de periode 100-200 na. Chr., in Pruisisch gebied aan de rechterzijde van de Rijn, maar het grondgebied werd uitgebreid naar de andere zijde van deze rivier, tot wat later ruwweg het grondgebied zou vormen van het graafschap Vlaanderen. Van daaruit veroverden de Franken Gallië en onder Karel de Grote kwam een groot deel van het huidige West-Europa daarbij. Karel de Grote voerde de vernieuwde Lex Salica Carolinca in.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Het wetboek behandelt erfeniskwesties, eenvoudig overeenkomstenrecht, diefstal, moord en geweldplegingen. Vrouwen hadden juridisch een ondergeschikte positie aan mannen en hadden bijvoorbeeld geen algemeen recht om te erven, wat later voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld Europese vorstenhuizen van belang zou zijn. Wel konden ze bij huwelijk bezittingen van de vader meekrijgen die door de huwelijkspartner werden beheerd. Bij het strafrecht bestonden de straffen voor mensen met bezit bijna allemaal uit geldboetes, voor mensen die geen geld of bezit hadden, lijfstraffen. De geldstraffen lagen hoger dan bij andere volken en volksverbonden in de omgeving als de Friezen, Bourgondiërs en Allemannen. De hoogte van de straf hing af van de daad die was gepleegd, maar ook van de stand van degeen die was benadeeld. Hoe hoger de stand van de benadeelde, hoe hoger de straf. Op uitschelden stond ook een relatief hoge straf. Het strafrecht werd niet uitgevoerd door een overheidsorgaan met openbare aanklager omdat er in die tijd nog geen overheid bestond zoals we deze nu kennen. Een benadeelde, of als er iemand was vermoord diens familie, diende een klacht in bij een graaf, die de zaak behandelde. Een derde deel van de te betalen geldstraf ging naar de Graaf, die daarvan weer een deel aan de koning afgaf, de rest kwam ten goede aan de benadeelde, of diens familie.

De doodstraf kwam slechts voor in drie gevallen: indien men zonder enige aanleiding een ander doodde, als men iemand verkrachtte, of als men de vrouw van zijn vader huwde. Zo was de boete voor een moord 200 solidi. Indien de beklaagde deze som niet kon betalen aan de familie, moest zijn familie hem helpen aan deze som te komen. Lukte dit niet, dan werd de beklaagde verbannen of werd hij een slaaf van de familie van de vermoorde.

Evolutie van het recht[bewerken | brontekst bewerken]

De Salische Wet hoort tot het Oudgermaanse recht, waartoe ook de door Bourgondiërs en Visigoten opgestelde wetten hoorden. Van de drie codificaties bevatte de Lex Salica het meest oudgermaanse recht. Voorheen gold het personaliteitsbeginsel, dat wil zeggen dat elke misdaad werd berecht volgens de regels van de eigen stam door de eigen stam, ook al was de daad elders gepleegd. De Salische Wet zorgde voor een meer uniforme rechtspraak. Geleidelijk aan werd de Salische Wet echter vervangen door modernere rechtssystemen. In de late middeleeuwen was zij zo goed als in de vergetelheid geraakt.

Patriarchale erfopvolging[bewerken | brontekst bewerken]

De Salische wetten bepalen dat vrouwen niet erven, ook niet als er geen mannelijke erfgenamen zijn: „De terra autem Salica nulla in muliere hereditas est, sed ad virilem sexum, qui fratres fuerint, tota terra pertineat.“ Het was mogelijk daar bij testament van af te wijken. De Franken verdeelden bij de dood van de regerende koning diens rijk gelijkelijk onder diens zoons. Dit zou eeuwenlang beurtelings tot versnippering en hereniging van het Frankenrijk leiden. Nadat de Karolingers voorgoed uit de politiek verdwenen waren ging men over op het klassieke Griekse principe van vererving door alleen de oudste zoon, het primogenituur in patriarchale lijn.[1][2]

Vorstenhuizen[bewerken | brontekst bewerken]

In Frankrijk onderging mannelijke opvolging een herleving ten gevolge van de Honderdjarige Oorlog. Achter elkaar stierven de drie broers Lodewijk X (1316), Filips V (1322) en Karel IV (1 februari 1328) en daarmee kon de koning van Engeland, die een zoon was van hun zuster Isabella (de "wolvin van Frankrijk"), aanspraken maken op de troon. In de Franse lenen was erfopvolging door vrouwen heel gewoon en het trouwen met een erfdochter was een belangrijk middel om de huismacht uit te breiden. Lodewijk X had een dochter (Johanna II van Navarra), maar haar voogd had in haar naam afstand gedaan – van rechten die dus wel degelijk bestonden – om de opvolging van Filips V mogelijk te maken. De Franse adel zag in 1328 echter liever niet de Engelse en Franse kroon verenigd in één persoon, en zo ging de kroon naar een neef, Filips VI van Valois, die daarmee het huis Valois op de troon van Frankrijk bracht. Aanvankelijk erkende Eduard III van Engeland deze op de troon, maar enige jaren later probeerde zijn Franse neef diens Franse bezittingen vervallen te verklaren. Dit conflict was de aanleiding tot de Honderdjarige Oorlog, waarin Eduard zich alsnog tot koning van Frankrijk uitriep. In latere jaren haalden juristen van het Franse hof de Salische Wet uit de oude doos om de aanspraken van Valois en de gebeurtenissen van 1328 te rechtvaardigen. Het patriarchale erfopvolgingsprincipe werd zo een hoeksteen van het Franse koninkrijk.

België heeft het principe van erfopvolging uit de Salische Wet als een van de laatste landen in Europa afgeschaft in 1991. Sindsdien kunnen ook vrouwen koning der Belgen worden. Zweden was ook vrij laat: 1979. De inwoners van Denemarken stemden in juni 2009 tijdens een referendum in ruime meerderheid voor het afschaffen van de Salische erfopvolging. In Denemarken was dat eerder een theoretische kwestie, er zat al een koningin op de troon, Margrethe II. In andere landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, is het principe eerder afgeschaft en zijn er verschillende vrouwelijke koningen geweest.

Soms leidde de afschaffing van de Salische Wet tot heel wat controverse en zelfs tot verscheidene burgeroorlogen, zoals in Spanje. Daar werd de afschaffing ervan door Ferdinand VII betwist, wat leidde tot het ontstaan van het carlisme en tot vier burgeroorlogen. Ook nu nog is de Salische Wet in mindere mate in Spanje van kracht; als een monarch geen zonen heeft kan zijn dochter erven.

De Salische Wet was ook de reden dat de personele unie tussen het groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden werd beëindigd. Luxemburgs groothertog tevens koning Willem III der Nederlanden die in 1890 stierf, had immers geen mannelijke erfgenamen, zodat Luxemburg in dat jaar uit de personele unie stapte. In Nederland werd de tienjarige Wilhelmina koningin. Deze gelegenheid werd aangegrepen om een andere tak van het Huis Nassau op de Luxemburgse troon te brengen; namelijk een telg van het geslacht Nassau-Weilburg.

Japan nam in 1889 in navolging van de grondwet van het koninkrijk Pruisen de Salische erfopvolging op in de Meiji-grondwet. Eerder waren er tussen de zesde en de achttiende eeuw acht vrouwelijke keizers geweest, doch geen enkele was van een vrouwelijke afstammingslijn.[3] De Japanse Grondwet van 1947 verwijst naar de Wet op het Keizerlijk Huis, die nu de Salische Wet bevat. Toen het er op leek dat de zoons van keizer Akihito geen mannelijke nakomelingen zouden krijgen, werd in de Japanse media geopperd om deze wet te amenderen. Na de geboorte van prins Hisahito in 2006 verstomde de discussie. In maart 2021 werd de kwestie echter weer actueel, toen door de Japanse regering een commissie werd ingesteld om advies uit te brengen of erfopvolging in alleen mannelijke lijn moest worden voortgezet.[3]

Taal en Salische Wet[bewerken | brontekst bewerken]

In de Lex Salica komen Frankische woorden voor en zelfs een enkel volledig zinnetje dat als oudste zin in het Oudnederlands beschouwd wordt:

Maltho, thi afrio lito
Ik meld, jou bevrijd ik laat

Deze formule werd gebruikt bij de vrijlating van lijfeigenen. Taalkundig zijn deze restjes van de Frankische taal bijzonder belangrijk omdat de schrijftaal onder de Franken namelijk vrijwel uitsluitend Latijn was. Met volle steun van de Frankische koningen werd in de Karolingische tijd zelfs een oudere vorm van het Latijn aan de vergetelheid ontrukt en tot (broodnodig) bindend element van het Frankische Rijk gemaakt.

Lange tijd is gedacht dat het omstreden zinnetje hebban olla vogala uit de elfde eeuw het oudste overblijfsel is van de taalkundige voorouder van het Nederlands, maar de geschiedenis van het geschreven 'Nederlands' gaat dus zeker nog een eeuw of vijf verder terug.

Zie ook Hebban olla vogala, Maas-Rijnlands en Runeninscriptie van Bergakker

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Robinson, Daniel N., Wild Beasts & Idle Humours: The Insanity Defense from Antiquity to the Present. Harvard University Press (1996). ISBN 9780674952898.
  2. Dooley, Peter C., The Labour Theory of Value. Taylor & Francis (2005). ISBN 9780203022221.
  3. a b Japan government panel kicks off discussion on imperial succession, japantimes.co.jp, 25 maart 2021

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Originele werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Salic Law op de Engelstalige Wikisource.