Filips VI van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Filips VI
1293-1350
Robert-Fleury - Philip VI of France.jpg
Koning van Frankrijk
Periode 1328-1350
Voorganger Karel IV
Opvolger Jan II
Graaf van Anjou
Periode 1325-1350
Voorganger Karel III van Valois
Opvolger -
Vader Karel van Valois
Moeder Margaretha van Anjou

Filips VI van Valois (Frans: Philippe VI de Valois) (Fontainebleau, 1293Reims, 22 augustus 1350) was koning van Frankrijk van 1328 tot 1350. Hij was de zoon van Karel van Valois -deze op zijn beurt was de derde zoon van Filips III- en de eerste Franse koning van het huis Valois.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

In 1328 stierf koning Karel IV van Frankrijk zonder een directe mannelijke troonopvolger. Neef Filips, zoon van oom Karel van Valois, was een van de twee troonpretendenten, samen met neef koning Eduard III van Engeland, zoon van Isabella van Frankrijk, de zus van de vorige koning. Filips kreeg de steun van de baronnen en kroonde zichzelf koning op 27 mei 1328 in Reims. Tijdens die kroning vroeg graaf Lodewijk I van Vlaanderen steun tegen de opstand van zijn burgers en boeren en op 23 augustus 1328 versloeg het Franse leger de Vlaamse opstand tijdens de slag bij Kassel.

Aanvankelijk bracht ook Eduard leenhulde voor zijn Franse bezittingen en erkende daarmee Filips als troonopvolger. Filips echter steunde de Schotten in hun strijd tegen de Engelse troon en bood in 1333 asiel aan de Schotse koning David II van Schotland. Eduard beschermde in 1334 de gevluchte Robert III van Artesië. In 1336 stuurde Filips zijn vloot van de Middellandse Zee naar de Noordzee en als gevolg bewapende de Engelse koning de inwoners van de kustdorpen en -steden en sprak het Parlement van Engeland ongevraagd zijn steun uit. Toen Eduard in 1336 echter met zijn eigen onderdanen in Aquitanië in conflict kwam, beriepen dezen zich op het parlement in Parijs.[1] Filips zag daarin een mogelijkheid om Eduard van zijn gewesten vervallen te verklaren waarop Eduard reageerde door zich alsnog tot koning van Frankrijk uit te roepen. Hiermee brak een dynastiek conflict uit dat zich ontwikkelde tot de Honderdjarige Oorlog.

Een huurlingenleger onder leiding van koning van Bohemen, graaf van Luxemburg Jan de Blinde veroverde Filips in 1339 grote delen van Guyenne. In 1338 kwam Eduard aan land in Antwerpen, met een expeditieleger probeerde Eduard steun te kopen. Eind 1339 trokken beide legers geplaagd door financieringsproblemen zich terug zonder een veldslag te hebben gevochten. In 1340 kwam de Engelse koning terug en won de zeeslag bij Sluis, maar verloor de slag bij Sint-Omaars en gaf de belegering van Doornik op, deels door te weinig geld om oorlog te voeren. Frankrijk en Engeland sloten de 5-jarige wapenstilstand van Espléchin.

In 1341 steunde Eduard Jan van Montfort in de Bretonse Successieoorlog. Jan werd gevangen gezet en de zoon van Filips, Jan II van Frankrijk, veroverde Bretagne. In 1342 landden de Engelsen en streden tegen de door Frankrijk gesteunde opvolger Karel van Blois. Pas in 1364 bij de slag bij Auray werd de successie beslist.

In 1344 stemde het Engelse parlement in met een belasting om voor 2 jaar grote expeditielegers te financieren. In 1345 konden de Engelsen in Guyenne onder andere met de slag bij Auberoche hun heerschappij over de regio opbouwen. Een massieve tegenaanval onder leiding van Jan II werd in 1346 opgezet.

In 1346 voerde Eduard een aanval uit op Normandië. Jan II brak zijn beleg van Aiguillon in Guyenne af. Filips voerde de Franse troepen aan in de voor Frankrijk desastreus verlopen Slag bij Crécy. Eduard veroverde Calais. De Franse Staten-Generaal weigerde een tegeninvasie van Engeland te financieren. [2]

In 1348 doodde een pestepidemie, de Zwarte Dood, een derde van de Franse bevolking. Het gebrek aan werkkrachten veroorzaakte een gigantische inflatie, waardoor het land alsmaar meer destabiliseerde.

In 1349 kocht de Filips het graafschap Dauphiné en Montpellier.

Koning Filips VI stierf bij Nogent-le-Roi, Eure-et-Loir op 22 augustus 1350, en is samen met zijn vrouw, Blanca van Navarra (1331-1398), begraven in de Kathedraal van Saint-Denis. Bij zijn dood was Frankrijk een verdeeld land, verteerd door sociale onrust. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, Jan II van Frankrijk.

Huwelijken en kinderen[bewerken | brontekst bewerken]

In juli 1313 was Filips getrouwd met zijn achternicht Johanna van Bourgondië, dochter van hertog Robert II van Bourgondië en Agnes Capet, dochter van koning Lodewijk IX van Frankrijk, die vaak het brein achter de troon genoemd werd.[bron?] Haar zus Margaretha van Bourgondië was getrouwd met koning Lodewijk X van Frankrijk en in 1314 betrokken bij het overspelschandaal van de Tour de Nesle.

Het koppel kreeg meerdere kinderen:

  • Jan II (26 april 1319 - 8 april 1364)
  • Marie (1326 - 1333)
  • Lodewijk (17 januari 1328 - 17 januari 1328)
  • Lodewijk (8 juni 1330 - 23 juni 1330)
  • Jan (1333 - 1333)
  • Filips (1336 - 1375), hertog van Orléans
  • Johanna (1337 - 1337)

Nadat Johanna stierf in 1348 hertrouwde Filips VI op 11 januari 1350 met prinses Blanca van Navarra, dochter van Johanna van Navarra, kleindochter van Lodewijk X van Frankrijk. Ze hadden een dochter:

Voorouders[bewerken | brontekst bewerken]

Voorouders van Filips VI van Frankrijk
Overgrootouders Lodewijk IX van Frankrijk
(1214-1270)
∞ 1234
Margaretha van Provence
(1221-1295)
Jacobus I van Aragón
(1208-1276)
∞ 1235
Jolanda van Hongarije
(1219-1251)
Karel van Anjou
(1226-1285)
∞ 1246
Beatrix van Provence
(1234-1267)
Stefanus V van Hongarije
(1240-1272)
∞ 1253
Elisabeth van Koemanië
(1240-1290)
Grootouders Filips III van Frankrijk (1245-1285)
∞ 1262
Isabella van Aragón (1247-1271)
Karel II van Napels (1254-1309)
∞ 1270
Maria van Hongarije (1257-1323)
Ouders Karel van Valois (1270-1325)
∞ 1290
Margaretha van Anjou (1273-1299)

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Philip VI of France van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.