Karel I van Napels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel I
Standbeeld van Karel I bij het Koninklijk Paleis van Napels
Standbeeld van Karel I bij het Koninklijk Paleis van Napels
Koning van Napels
Regeerperiode 1266 - 1285
Voorganger Manfred
Opvolger Karel II
Koning van Sicilië
Regeerperiode 1266 - 1282
Voorganger Manfred
Opvolger Peter I
Graaf van Anjou
Regeerperiode 1247 - 1285
Voorganger Jan Tristan
Opvolger Karel II
Huis Anjou-Sicilië
Vader Lodewijk VIII van Frankrijk
Moeder Blanca van Castilië
Geboren 21 maart 1227
Frankrijk
Gestorven 7 januari 1285
Foggia, Koninkrijk Napels
Begraven Kathedraal van Saint-Denis
Partner Beatrix van Provence
Margaretha van Bourgondië
Religie Rooms-katholiek

Karel I van Napels (21 maart 1227 - Foggia, 7 januari 1285), ook bekend als Karel van Anjou, was tussen 1266 en 1282 koning van Sicilië en tussen 1266 en zijn dood koning van Napels. Daarnaast wist hij ook verscheidene andere titels in het oostelijk Middellandse Zeegebied te verkrijgen.

Biografie[bewerken]

Vroege jaren[bewerken]

Karel werd postuum geboren als zoon van koning Lodewijk VIII van Frankrijk en diens vrouw Blanca van Castilië. In 1246 werd hij beleend met het Graafschap Provence een jaar later verkreeg hij ook het graafschap Anjou. Hij was echter in conflict geraakt met zijn schoonmoeder Beatrix van Savoye die het land van Fourcalquier onder meer claimde. Hij maakte een schikking met haar in 1247 omdat hij zijn broer, koning Lodewijk IX, ging vergezellen op Zevende Kruistocht.

Hij tocht in de kruistocht mee tijdens het beleg van Damietta en de slag bij El-Mansoera. In mei 1250 keerde hij samen met zijn broer Alfons terug naar Frankrijk. Ten tijde van zijn afwezigheid was er een opstand in de Provence tegen hem uitgebroken en in twee jaar tijd wist hij de grote steden te verslaan en hem vervolgens in zijn volle recht te laten erkennen als hun heer.

In 1252 werd hij door Paus Innocentius IV benaderd om het koningschap van Sicilië op zich te nemen, maar zijn broer de koning verbood hem om het plan door te zetten. Vervolgens werd hem twee jaar later door zijn broer ook het Graafschap Henegouwen ontnomen dat hem was aangeboden door Margaretha van Vlaanderen. Hij keerde daarop terug naar de Provence waar het nog altijd onrustig was. Uiteindelijk werd het conflict door bemiddeling van Jacobus I van Aragon in 1262 definitief beslecht. In dat jaar werd hem opnieuw, ditmaal door paus Urbanus IV, de kroon van Napels en Sicilië aangeboden. In juli 1263 sloot hij een verdrag met de paus.[1] Hij wist financiële leningen af te sluiten bij Orlando Bonsignori en Hendrik van Castilië voor zijn verovering van Sicilië en Napels.

Sicilië en Napels[bewerken]

Karel kwam op 23 mei 1265 aan in Rome en werd aldaar uitgeroepen tot koning van Sicilië op 6 januari werd hij vervolgens gekroond. Ondertussen was zijn leger door de Alpen getrokken om slag te leveren met de nog heersende koning Manfred van Sicilië. Dit leidde tot de Slag bij Benevento waar het leger van Manfred werd verslagen en hijzelf ook sneuvelde. Hierop verdween al snel de weerstand tegen zijn koningschap in zijn nieuwe koninkrijk.

Hij kreeg echter al snel te maken met tegenstand van Konradijn, de jongere broer van Manfred, die het koningschap opeiste. Karel wist hem te verslaan bij Tagliacozzo en gevangen te nemen. Na een proces waarin Konradijn schuldig werd bevonden werd de nog zestienjarige pretendent onthoofd.[2] vervolgens begon Karel I van Napels zijn macht verder naar het oosten uit te breiden. Na de dood van zijn eerste vrouw, Beatrix van Provence, trachtte hij te trouwen met Margaretha van Hongarije, maar deze trad liever in het klooster in. Daarop trouwde hij met Margaretha van Bourgondië. Ondertussen had hij ook veel macht in Rome gekregen en na de dood van paus Clemens VI was hij instaat om de Heilige Stoel drie jaar vacant te houden.[3]

Achtste kruistocht[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Achtste Kruistocht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het beleg van Tunis, miniatuur geschilderd door Jean Fouquet in de Grandes Chroniques de France.

De kalief van Tunis, Muhammad I al-Mustansir, was een vazal geweest van Sicilië, maar na de val van Manfred verbrak hij zijn banden met het eiland. Er waren geruchten dat Karel een kruistocht plande met als doel Constantinopel, maar zijn broer Lodewijk IX was gewillig om het kruis opnieuw op te nemen. Hij werd door zijn broer overtuigd om Tunis aan te vallen, maar volgens Geoffrey de Beaulieu was de koning ervan overtuigd dat de kalief kon worden bekeerd tot het christendom als hem militaire steun werd gegeven.[4]

Het duurde enige tijd voordat Karel in het kamp van de kruisvaarders kwam, vlak voor zijn aankomst was zijn broer koning Lodewijk overleden en daarop riep hij diens zoon Filips uit tot de nieuwe Franse koning. Er werd vervolgens een verdrag met de kalief gesloten die vrij voordelig was voor Karel. Zo verkreeg hij een grote oorlogsvergoeding van de kalief, maar ook dat de Hohenstaufen-vluchtelingen uit het kalifaat verbannen werden.[5]

Verdere uitbreiding van zijn macht[bewerken]

Na zijn terugkomst breidde Karel van Napels zijn bezittingen aan de Adriatische kust verder uit door het veroveren van de stad Durazzo en andere gebieden in Albanië en riep zich vervolgens uit tot koning van Albanië. In 172 kwam hij in conflict met de Ghibellijnen die de dienst uitmaakten in Genua en financierde hij opstanden tegen de Ghibellijnen in het noorden van Italië. In 1277 kocht hij tevens de claim van Maria van Antiochië op het koningschap van Jeruzalem en ondernam hij actie om de adel in het gekrompen Koninkrijk Jeruzalem hem trouw te zweren.

De plannen van Karel van Napels om Constantinopel waren enige jaren tot halt geroepen door de gesprekken tussen de paus en de Byzantijnse keizer voor de hereniging van de kerken, maar na de verkiezing van paus Martinus IV kreeg hij de pauselijke goedkeuring om op te trekken tegen Constantinopel.[6] Hij begon zijn campagne in het Despotaat van Epirus, maar hij werd enkele malen door de Byzantijnen verslagen. In de lente van 1282 was Karel druk bezig met een vloot samen te stellen om Constantinopel aan te vallen.

Siciliaanse Vespers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Siciliaanse Vespers voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De aankomst van het leger van Peter III van Aragon in Trapani, miniatuur uit de Nouva Chronica van Giovanni Villani.

Op 30 maart 1282 begon een grootschalige opstand tegen Karel van Napels in Palermo. De Fransen hadden zich hier niet populair gemaakt door onder meer de hoge belastingen en de moord op een Franse officier in de stad die dag gaf de startsein voor een bloedbad in de straten van Palermo. De volgende ochtend waren er tweeduizend Fransen dood en hadden de rebellen de stad in handen.[7] Kort daarop viel ook de stad Messina in de handen van de opstandelingen. Peter III van Aragon, die gehuwd was met Constance een dochter van Manfred, liet daarop zijn schimmige aanspraken op de troon van Sicilië gelde.[6]

In eerste instantie zochten de Siciliaanse communes hun heil bij de paus, maar deze excommuniceerde hen vanwege zijn eigen Franse belangen. Karel wist de steun van zijn neef Filips III te verwerven in het conflict en op 6 augustus begon hij met de herovering van Sicilië.[8] De Sicilianen begrepen dat ze het niet zonder buitenlandse steun hun opstand van Karel konden winnen en wenden zich daarop toch naar de koning van Aragon en op 30 augustus ging het Aragonese leger aan land bij Trapani waardoor de opstand was uitgegroeid tot een Europese oorlog.[9] Vier dagen later werd hij door de commune van Palermo, bij gebrek aan een aartsbisschop, uitgeroepen tot koning van Sicilië.[10]

Toen het jaar 1282 ten einde liep trachtte Karel de oorlog te beslechten met een tweegevecht en naar onderhandelingen zouden beide vorsten honderd ridder meenemen om voor hen te vechten. Het gevecht zou in Bordeaux op neutraal terrein plaatsvinden.[11] Ondertussen ging de oorlog onverminderd door en waren de Aragonezen de Straat van Messina overgestoken. In afwezigheid van Karel die in Frankrijk was stond het land onder de regentschap van zijn oudste zoon Karel van Salerno. Op 1 juni 1283 zou het duel tussen beide vorsten worden gevoerd, maar doordat er geen tijdstip was afgesproken bleef het geschil onbeslist.[12]

De oorlog sleepte zich daarna onverminderd door. De Angevijnse vloot was enkele malen verslagen door de Aragonezen en bij terugkomst van Karel van Napels in zijn koninkrijk was zijn zoon in Aragoneze gevangenschap en stond de situatie er wankel voor. Hij hervatte direct zijn militaire campagne in Calabrië en overleed tijdens zijn campagne in Foggia.

Nalatenschap[bewerken]

Tombe van Karel I van Napels in de Kathedraal van Saint-Denis

Na zijn dood erfde zijn zoon Karel al zijn vaders titels, ondanks dat hij op dat moment een gevangenen was. Een regentschap van de Heilige Stoel en Robert II van Artesië bestuurde het land tijdens diens gevangenschap. Pas in 1288 werd Karel II vrijgelaten door de Aragonezen. De oorlog met Aragon zou tot in 1302 duren toen de Vrede van Caltabellota werd gesloten tussen de strijdende partijen.

Karel van Napels komt ook voor in De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri waar hij buiten de poort van het vagevuur te zien is met zijn rivaal Peter.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Op 31 januari 1246 huwde Karel met Beatrix van Provence in Aix-en-Provence, zij was de dochter van graaf Raymond Berengarius V van Provence. Zij kregen samen de volgende kinderen:

Na de dood van Beatrix hertrouwde Karel met Margaretha van Bourgondië met wie hij één kind kreeg:

  • Margaretha (1268-1276)