Slag bij Benevento

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Slag bij Benevento
Onderdeel van oorlogen tussen de Welfen en Ghibellijnen
De slag bij Benavente uit de Nuova Chronica van Giovanni Villani.
De slag bij Benavente uit de Nuova Chronica van Giovanni Villani.
Datum 26 februari 1266
Locatie Nabij Benevento, huidig Italië
Resultaat Overwinning voor de Welfen
Strijdende partijen
Welfen (Angevijnse Fransen) Ghibellijnen
Leiders en commandanten
Karel van Anjou Manfred van Sicilië
Troepensterkte
4.600 cavaleristen
Onbekend aantal infanterie
3.900 cavaleristen
10.000 boogschutters
Verliezen
Onbekend Meer dan 2.500 gesneuvelde cavaleristen

De slag bij Benevento werd op 26 februari 1266 uitgevochten in de buurt van de Italiaanse stad Benevento tussen de legers van Karel van Anjou en Manfred van Sicilië. De slag was een overwinning voor de Welfen en zorgde voor het einde van het bewind van de Hohenstaufen in toenmalig Italië.

Aanloop[bewerken | brontekst bewerken]

De pausen waren al jarenlang in conflict met de Hohenstaufen, met wie zij over het bewind over Italië streden. Na een vals gerucht van de dood van Konradijn, de rechtmatige erfgenaam van de Siciliaanse troon, werd de troon opgeëist door Manfred van Sicilië die een bastaardzoon was van keizer Frederik II. Paus Urbanus IV was vastbesloten om Manfred van de Siciliaanse troon te krijgen en bood deze aan de Franse prins Karel van Anjou aan.

In 1265 bereikte Karel de stad Rome. Het duurde echter tot januari 1266 tot dat het conflict tussen de twee vorsten begon. Om de sterke positie van Manfred bij Capua te verslechteren trok Karel van Anjou de Apennijnen over. Manfred was op de hoogte van deze tactiek en liet zijn troepen stationeren aan de overkant van de rivier de Calore.

Slagopstelling[bewerken | brontekst bewerken]

Karel van Anjou had zijn leger in drie gedeeltes verdeeld. De infanterie stond onder de aanvoering van Hugh de Mirepoix en Filips van Montfort, het tweede gedeelte stond onder aanvoering van Karel zelf en het derde deel werd geleid door Gilles II de Trasignies en Robrecht III van Vlaanderen. Manfred had ook zijn leger in drie gedeeltes opgesplitst. Zijn Saraceense boogschutters waarachter zijn 1.2000 Duitse huurlingen stonden opgesteld onder leiding van de neef van Manfred, Giordano d'Angliano. Het tweede gedeelte bestond uit Italiaanse huurlingen en 300 Saraceense cavaleristen en stond onder de leiding van Galvano Lancia. De 1.400 soldaten die afkomstig waren uit Sicilië zelf stonden onder leiding van de Manfred zelf.

Verloop[bewerken | brontekst bewerken]

De slag begon in de ochtend toen Manfred zijn boogschutters de brug liet oversteken om de vijand te belagen. De infanterie sloeg hierdoor op de vlucht, maar de Provençaalse cavalerie wist de boogschutters terug te drijven. Hierdoor ging Manfred meteen weer over tot de aanval. Karel van Anjou moest daarop zijn eigen leger inzetten in het strijdveld. De tegenstand van de Duitsers brak weldra waarop zijn troepen de brug trachtten over te vluchten. Het derde gedeelte van het Angevijnse leger viel vervolgens de flanken van het Siciliaanse leger aan waardoor vele edelen uit het Sicilianse contingent van Manfred van het slagveld vluchtten. Manfred sneuvelde zelf tijdens de slag. De brug bij het slagveld werkte als een trechter waardoor vele soldaten stierven of gevangen werden genomen.

Nasleep[bewerken | brontekst bewerken]

De slag bij Benevento betekende het einde van de regering van de Hohenstaufen in Italië. Karel installeerde zich als koning van Sicilië en Napels. In 1268 trachtte Konradijn, de laatste der Hohenstaufen, het verloren koninkrijk nog te veroveren, maar hij werd door Karel in de Slag bij Tagliacozzo verslagen en gevangengenomen.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Steven Runciman (1988): De Siciliaanse Vespers, een geschiedenis van de mediterrane wereld aan het einde van de 13de eeuw, Agon, Amsterdam.