Hebban olla vogala

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blad met de tekst quid expectamus nu(nc?). Abent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego e tu. Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu ...uug....mb ada....e nu. Rectar celi nos exuadi ut dignare nos saluare.
Fragment van de tekst.

Hebban olla vogala is lange tijd aangemerkt als de oudst bekende zin in het Oudnederlands. Het is een interlineaire quasi-glosse, die in 1932 in Oxford door de Engelse germanist Kenneth Sisam werd ontdekt op de laatste bladzijde van een Oudengels prekenhandschrift uit de abdij van Rochester (Oxford, Bodleian Library, ms.340 fol. 169v).[1]

De tekst, die werd geschreven door een West-Vlaamse kopiist, dateert naar schatting uit het derde kwart van de 11e eeuw. De eerste twee zinnen zijn in het Latijn. De taal waarin de rest van de tekst geschreven is wordt door de meeste taalkundigen als Oud-Westnederfrankisch aangeduid, maar hierover bestaat nog controverse.

De zin luidt:

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

Het is de vertaling van de Latijnse paralleltekst die ervoor staat:

Habent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu. Quid expectamus nunc.

De vertaling hiervan luidt:

Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?

Probatio pennae[bewerken]

Waarschijnlijk ontstond het vers toen de kopiist, werkend aan een manuscript, een nieuwgesneden pen probeerde alvorens verder te werken: een probatio pennae (proeve van de pen). Elders op het papier stonden meer van zulke probeersels, waaronder de woorden probation penne. De schrijver zette het versje neer in het Latijn en schreef er de vertaling onder, in (vermoedelijk) zijn eigen taal.

Onderzoek uit 2004 door Frits van Oostrom lijkt erop te wijzen dat deze tekst waarschijnlijk is geschreven door een man, maar dat het taalgebruik dat van een vrouw is.[2] De tekst blijkt namelijk overeenkomsten te vertonen met door vrouwen gezongen Spaanse volksliedjes uit dezelfde tijd. Dezelfde conclusie werd al eerder getrokken door taalwetenschapper Peter Dronke.[3]

Andere lezing en betekenis[bewerken]

Hebban olla vogala als muurgedicht in Leiden.

Daar delen van de tekst moeilijk leesbaar zijn, zijn andere lezingen mogelijk:

  • hagunnan ("begonnen") kan ook bigunnan (met dezelfde betekenis) zijn.
  • unbidan uue ("wachten we") wordt soms ook als unbidat ghe ("wachten jullie") gelezen.
  • hinase is een samengesteld woord: hi(t) na se - "het ne zij" - "'t en zij" - "tenzij"; 'hit' in plaats van 'het' is typisch West-Vlaams.[4]

Gerrit Komrij beschouwde de regel als de eerste Nederlandse poëzie en wijdde er in zijn boek In Liefde Bloeyende een geheel hoofdstuk aan.

Er zijn meerdere interpretaties mogelijk:

  • als liefdesgedicht of liefdesliedje: de auteur verlangt ernaar een gezin te stichten, zoals de vogels in de lente hun nest bouwen;
  • religieuze beeldspraak: de schrijver (naar men aanneemt een geestelijke) drukt zijn verlangen uit om opgenomen te worden in de gemeenschap (van een abdij) of in het huis van God;
  • ook als taalspel: het aantal lettergrepen in de Latijnse en Oudnederlandse taal komt dikwijls overeen: ab | ent, 2 lettergrepen; Heb | ban, ook 2 lettergrepen. Het klopt ook in: om | nes; ol | la enzovoort.

Oudnederlands of Oudengels?[bewerken]

De meeste taalkundigen waren het er lang over eens dat de tekstregel in een West-Vlaams dialect van het Oudnederlands geschreven is. Zij letten hierbij op het feit dat er alleen sterke klinkers voorkomen (hebban in plaats van hebben). In de Latijnse regel staat er ook abent, dus zonder begin-h, in plaats van habent. Dit is echter een kenmerkend verschijnsel in de meeste Ingveoonse dialecten, niet alleen het West-Vlaams.

In 2004 is hierover onder impuls van de Belgische hoogleraar Luc de Grauwe een nieuwe opvatting ontstaan. Deze opvatting is dat dit zinnetje geheel of grotendeels in het Kentse dialect van het Oudengels is geschreven, of een mengtekst is: "Veeleer dan West-Vlaams met een Kents vernisje [...] is onze tekst misschien geïntendeerd Kents met West-Vlaams substraat".[5] Het is vermoedelijk wel degelijk door een uitgeweken West-Vlaamse monnik geschreven, want het gehanteerde schrifttype is ontegensprekelijk continentaal (De Grauwe 2008, Kwakkel 2005).

De Antwerpse emeritus-hoogleraar Xavier Dekeyser, anglist, vond dit "zo treffend en gevat verwoord"[6] dat hij zich hierbij volmondig aansloot en er zelf een treffende karakterisering aan toevoegde: hij noemt het pennenprobeersel nu ook tegelijk een "probatio linguae, of een min of meer geslaagde taaltoets in het Oudengels"; ook de literair-historicus Frits van Oostrom[7] kon zich hier nu in vinden.

Kenny Louwen onderwierp in 2008, net zoals De Grauwe het hem al had voorgedaan, de taalvormen nogmaals aan een vergelijkend taalonderzoek en kwam daarbij eveneens met volle overtuiging tot de slotsom dat het tekstje een typisch hybride karakter draagt.[8]

Lang niet het oudste[bewerken]

Er zijn ook oudere geschriften gevonden met volledige teksten in voorlopers en/of dialecten van het Nederlands, zoals de Wachtendonckse Psalmen (van halfweg 10e eeuw), terwijl er losse zinnetjes bekend zijn uit de 9de, 8ste en zelfs 6e eeuw. De oudst bekende zin luidt: "Maltho thi afrio litho" - "Ik zeg je: ik bevrijd je, laat",[9] uit de Salische Wet (6e eeuw), al wordt ook van de nog oudere runeninscriptie van Bergakker (1e helft 5e eeuw) door sommigen gesteld dat deze oud-Nederlands is.

Drie andere zeer oude zinnen:

  • An âuont in an morgan in an mitdon dage tellon sal ic in kundon, in he gehôron sal - "'s Avonds en 's morgens en 's middags zal ik vertellen en verkondigen, en hij zal horen" (Wachtendonckse Psalmen)
  • Visc flot aftar themo uuatare - "Een vis zwom in het water" (9e-eeuwse paarden- en wormbezwering)
  • Gelobistu in got alamehtigan fadaer - "Geloof je in God, de almachtige Vader". Deze zin is driehonderd jaar ouder dan Hebban olla vogala en staat in de Oudsaksische doopgelofte uit het eind van de achtste eeuw.

Externe links[bewerken]

  • Vandale.nl, Olla Vogala op Van Dale Taalweb
  • GerardWeel.nl, Gerard Weel Probationes pennae rond ‘Hebban olla uogala...’