Volksliedje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over traditionele liedjes die door een volk worden gezongen. Voor de nationale hymne, zie Volkslied (nationaal symbool).

Volksliedjes zijn traditionele liedjes die in de loop der eeuwen door het gewone volk werden gezongen en mondeling werden overgeleverd. In tegenstelling tot andere liedjes, zoals popliedjes, is van volksliedjes geen auteur of componist (meer) bekend. Overal ter wereld, in alle culturen, zijn er volksliedjes terug te vinden.

Het woordenboek "Van Dale" definieert een volkslied als volgt: “Een lied dat leeft in de mond van het volk; oud, overgeleverd lied. Vele volksliederen zijn pas in de 19de eeuw opgetekend. Bij het volkslied is de actieve zang het doel, het is er in de eerste plaats om gezongen, niet om gehoord te worden”.

Orale traditie, liedboek en liedblad[bewerken]

Middeleeuwse liederen in het Gruuthuse-handschrift (fol. 28r), ca. 1395.
Titelblad van het 16e-eeuwse Nieuw Geuzenliedboek (ex. KB), 1581.
Drie zingende vrouwen met liedblad in de 17e eeuw (gravure uit Krul, Helena, 1634).
Liedzanger met een roldoek (19e eeuw).
19e-eeuws liedblaadje met verschillende volksliedjes.

Van oudsher worden liedjes mondeling doorgegeven. Vanaf het einde van de Middeleeuwen begon men in Europa liedjes te verzamelen in liedboeken. Het oudst bekende liedboek met Nederlandstalige wereldlijke liederen is het Antwerps liedboek (1544). In de eeuwen erna zijn er honderden liedboekjes verschenen.

In de 19e eeuw werden veel volksliedjes daarnaast gedrukt op liedblaadjes (een liedblad of liedblaadje is een los vel papier waarop één of enkele liederen gedrukt staan). Zangers op marktpleinen zongen het liedje om zo de liedblaadjes aan de man te brengen. Deze straatzangers of liedzangers hadden vaak een groot plakkaat met afbeeldingen ter illustratie bij hun lied, een zogeheten roldoek of "smartlap". De losse liedblaadjes werden ook vaak verkocht door arme, werkloze en/of zieke mensen.

Datering, genre en functie[bewerken]

Volksliederen zijn vaak eeuwenoud en meestal onmogelijk om nog exact te dateren. Doordat de liedjes ook niet werden opgeschreven, bestaan er vaak verschillende versies van één lied met opvallende tekstuele en/of muzikale verschillen.

Volksliedjes beslaan veel genres, waaronder liefdeslied, verhalend lied, levenslied, historisch lied, geuzenlied, zeemanslied, religieus lied, spotlied, moordlied, sint-Maartenslied, sinterklaaslied, kerstlied, kinderlied enz.

Ook kan er onderscheid gemaakt worden naar functie van het lied: straatlied, danslied, drinklied, werklied, weeflied, heilied, enz.

Van volksliedje naar kinderliedje[bewerken]

Sommige volksliedjes kennen we nu in de vorm van kinderliedjes, zoals: Klein, klein kleutertje, Altijd is Kortjakje ziek, Dat gaat naar Den Bosch toe, Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke, Een twee drie vier, hoedje van papier.

Historische achtergrond[bewerken]

Sommige volksliedjes, waaronder ook die tegenwoordig als kinderliedje worden gezongen, verwijzen naar een bepaalde geschiedkundige gebeurtenis, zoals 'Hop Marjanneke' (over de Franse tijd) of 'Een twee drie vier, hoedje van papier' (over de Belgische revolutie van 1830).

Bekende Nederlandse volksliedjes[bewerken]

Onderzoek naar Nederlandse volksliedjes in de negentiende eeuw[bewerken]

In de negentiende eeuw ontstond in Europa een nieuwe culturele stroming, de Romantiek. Hierin kwam er aandacht voor de subjectieve ervaring en emotie (in plaats van het intellect uit de Verlichting), nostalgie naar het verleden (een historisch bewustzijn, in plaats van de vooruitgangsgedachte) en aandacht voor het eigene van de samenleving (de unieke cultuur van een groep, die voortkomt uit het verleden, wat leidde tot nationalistische gevoelens). Ook in oude, traditionele volksliedjes zocht men de wortels van de cultuur. In veel Europese landen, zoals Duitsland en Engeland, maar ook in de Nederlanden, verzamelden onderzoekers volksliedjes uit de orale traditie en van liedblaadjes en gaven deze uit in vaak omvangrijke liedbundels. Voorbeelden hiervan zijn J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (Gent, 1846), waarin een groot aantal Nederlandse volksliedjes voor het eerst in druk verschenen; en F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied ('s-Gravenhage/Antwerpen, 1903-08, 4 dln.).

Het Nederlands Volksliedarchief van het Meertens Instituut bezit hiernaast een aantal volksliedverzamelingen uit de negentiende en begin twintigste eeuw, bijvoorbeeld: de handschriftencollectie Bureau van het Nederlandse Volkseigen (verzameld rond 1850); de Handschriftencollectie van G.J. Boekenoogen (verzameld in de periode 1891-1930); en de Handschriftencollectie volks- en kinderliederen van Nynke van Hichtum (verzameld in de periode 1904-1938). Ook bezitten het Meertens Instituut en de Koninklijke Bibliotheek twee omvangrijke liedbladverzamelingen (de Collectie liedbladen Wouters en de Collectie liedbladen Moormann van ongeveer 6000 liedblaadjes met zo'n 15.000 liedjes.

Door de aandacht voor het verzamelen, bewaren en opnieuw uitgeven van volksliedjes in deze periode, ontstaat soms de indruk dat veel volksliedjes stammen uit de negentiende eeuw. Dit is echter niet altijd het geval. Veel volksliedjes en kinderliedjes werden toen weliswaar voor het eerst opgetekend, maar kunnen decennia of zelfs eeuwen ouder zijn. Zij werden mondeling doorgegeven door het gewone volk (orale traditie), en werden vóór de negentiende eeuw van weinig belang geacht om op te tekenen of uit te geven.

Twintigste eeuw[bewerken]

Kun je nog zingen[bewerken]

In 1906 verscheen de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee. Liedjes die uit deze bundel bekend gebleven zijn, worden geregeld ervaren als volksliedjes (het zijn dan voorbeelden van hoe een kunstlied, met een bekende auteur en componist, zich kan ontwikkelen tot een volkslied, dat mondeling wordt doorgegeven en waar (regionale) variaties op kunnen ontstaan in tekst en melodie).

De liedjes uit dit liedboek waren oorspronkelijke bedoeld als schoolliederen. De bedoeling was om door middel van muziekonderwijs de jeugd beschaving bij brengen. Voor de bundel werd geput uit eind-negentiende- en begin-twintigste-eeuwse liedboekjes van onder andere J.P. Heije.

Voorbeelden van liedjes uit Kun je nog zingen, zing dan mee zijn:

Uitgaven en uitvoeringen in de 20e eeuw[bewerken]

Een voorbeeld van een recent liedboek met volksliedjes is Nederlands volkslied (J. Pollmann en P. Tiggers, 1e druk 1941). Van dit liedboekje werden bijna een half miljoen exemplaren verkocht.

Ook in de 20ste eeuw werd er door etnologen en folkloristen veel moeite gedaan om volksliedjes op te schrijven en op te nemen. Muzikale genres zoals blues, folk en wereldmuziek hebben de traditionele volksliedjes bij een nieuw publiek bekendgemaakt.

Het muziekensemble Camerata Trajectina, onder leiding van Louis Grijp, gaf ruim 20 cd's uit met Nederlandse liedjes van de Middeleeuwen tot en met de zeventiende eeuw.

De Nederlandse Liederenbank[bewerken]

In 1954 begon het Nederlands Volksliedarchief met het verzamelen van alle Nederlandstalige volksliedjes vanaf de Middeleeuwen. Het werd later een onderdeel van het Meertens Instituut en heet tegenwoordig het Documentatie- en onderzoekscentrum van het Nederlandse Lied (DOC Lied). In het archief zijn honderden liedboekjes, duizenden liedblaadjes en duizenden opnames (met name uit het radioprogramma Onder de Groene Linde) ontsloten. Het archief bevat ongeveer 150.000 liederen. De totale collectie is rond het jaar 2000 gedigitaliseerd en is sinds 2007 online te raadplegen in de Nederlandse Liederenbank.

Literatuur[bewerken]

  • Albert Boone S.J., Het Vlaamse volkslied in Europa (Lannoo Tielt, 1999).

Bibliografie[bewerken]

  • Een uitgebreid overzicht van publicaties over het volkslied is te vinden in: Jozef Vos, 'De spiegel der volksziel'. Volksliedbegrip en cultuurpolitiek engagement in het bijzonder in het socialistische en katholiek jeugdidealisme tijdens het interbellum. Dissertatie Nijmegen 1993. Hierin de bibliografie op pp 413 t/m 455.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]