Heer Halewijn zong een liedekijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige liedbundel uit 1953: zie Heer Halewijn (liedbundel).
Een scene uit het lied van heer Halewijn. Illustratie door Hendricus Jansen.

Het lied 'Heer Halewijn zong een liedekijn' is een mondeling overgeleverde ballade, die waarschijnlijk stamt uit de middeleeuwen.

Inhoud[bewerken]

De tekst van het lied gaat over een prinses die naar de zingende Heer Halewijn in het bos wil gaan. Haar ouders verbieden het omdat nog nooit iemand daarvan teruggekomen is. Haar broer geeft haar toestemming om te gaan, als ze haar eerbaarheid maar bewaart. Zij ontmoet Heer Halewijn, die haar meeneemt naar een galgenveld met dode lichamen van vrouwen alwaar hij aankondigt ook haar te willen doden. Hij is echter onder de indruk van haar schoonheid en staat haar daarom een laatste gunst toe: ze mag zelf weten hoe ze gedood wil worden. Ze kiest voor het zwaard (de adellijke manier, i.t.t. de galg).

Dan blijkt echter dat de koningsdochter een list heeft bedacht: ze stelt voor dat Heer Halewijn zijn overkleed uittrekt, zodat het niet met haar bloed besmeurd zal raken. Terwijl hij zijn kleed uittrekt, grijpt zij haar kans en hakt zijn hoofd eraf. Ze stapt op haar paard en rijdt met het hoofd van Heer Halewijn terug naar huis. Onderweg komt ze de moeder van heer Halewijn tegen, die aan de prinses vraagt of zij haar zoon heeft gezien. De prinses vertelt aan Halewijns moeder dat haar zoon dood is en dat het hoofd dat zij op haar schoot heeft dat van hem is.

De koning is blij dat zijn dochter levend teruggekomen is en hij houdt een feestmaal, met het afgehakte hoofd op tafel.

Achtergronden bij het lied[bewerken]

Het thema van het "onweerstaanbare lied" is ook bekend van de sirenen uit de Odyssee en de Loreley. Er is echter een verschil: in het lied van Heer Halewijn wordt de slechterik verslagen.

Over de twee laatste regels is discussie tussen letterkundigen. Vermoed wordt dat ze pas later zijn toegevoegd, omdat het woord "banket" in deze betekenis pas sinds de 16e eeuw in gebruik is. Het motief lijkt overgenomen uit het verhaal van Johannes de Doper.

Bij het zingen wordt de tweede regel van elke strofe herhaald, behalve als de strofe drie regels telt, dan wordt de derde regel op de melodie van de herhaling gezongen.

Er zijn meerdere varianten van dit lied bekend, zowel wat betreft tekst als melodie. Bij varianten uit Groningen, Friesland en Twente wordt in plaats van Heer Halewijn Heer Alberts of Jan Alberts genoemd.

Datering[bewerken]

De datering van het lied is vrij onzeker, maar er wordt gedacht dat het ongeveer in de 13e of 14e eeuw is ontstaan. Het is, voor zover bekend, pas voor het eerst opgetekend in de 19e eeuw: rond 1830 noteerde Jan Frans Willems het van een los liedblaadje en publiceerde het in 1848 op blz. 116-119 van zijn boek Oude Vlaemsche Liederen. Vorm, taalgebruik en onderwerp wijzen op een middeleeuwse oorsprong. Het lied zou dan eeuwenlang mondeling zijn overgeleverd (orale traditie). Een andere mogelijkheid is dat eerdere noteringen verloren zijn gegaan.

Duitse versies van het lied zijn opgetekend in de 16e eeuw.[1]

Literatuur[bewerken]

  • Stefaan Top: Sir Halewijn in the Flemish Oral and Printed Tradition. The Stockholm Ballad Conference 1991. Stockholm 1992, p. 105 -- 118
  • Holger Olof Nygard, The Ballad of Heer Halewijn, its form and Variationes in Western Europe: A Study of the History and Nature of a Ballad Tradition. Helsinki 1958 (FF Comunications No 169)
  • Ate Doornbosch: Onder de Groene Linde Deel 1. Uitgeverij Uniepers, Amsterdam 1987 ISBN 90 6825 0485

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Heer Halewijn zong een liedekijn op Wikisource