Kun je nog zingen, zing dan mee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
'De paden op, de lanen in', gezongen op een buitenschool in 1939

De liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee verscheen voor het eerst in 1906. Het liedboek werd samengesteld door Jan Veldkamp (1868-1946) en Klaas de Boer (1865-1943). De pianoarrangementen zijn van P. Jonker. De bundel werd uitgegeven door P. Noordhoff (Groningen).

De bundel bleef lange tijd populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt, in 1986 verscheen de 41e druk. In datzelfde jaar verscheen de jubileumuitgave Lang leve Kun je nog zingen, zing dan mee!, de mooiste liedjes uit tachtig jaar, die tot en met 2012, ruim honderd jaar na de eerste publicatie, verkrijgbaar was.

Achtergrond[bewerken]

In de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw ontstonden nieuwe ideeën over muziekonderwijs (onder meer vanuit de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen). Een voorganger van Jan Veldkamp en Klaas de Boer was Jan Pieter Heije (1809-1876), die bestuurslid was van "het Nut". Hij wilde door middel van muziekonderwijs de jeugd beschaving bij brengen. In die tijd van industrialisatie was er in de bevolking een grote laag van fabrieksarbeiders ontstaan, waarbij armoede, slecht onderwijs en analfabetisme grote problemen waren. Muziekonderwijs zou waarden en normen moeten bijbrengen, de jeugd opvoeden en beschaving verspreiden. En jongeren zouden zo liederen met kwalitatief goede teksten en melodieën gaan zingen in plaats van (onbeschaafde) straatliederen.[1][2]

J.P. Heije gaf vanaf ca. 1830 een groot aantal bundels met kindergedichten, kinderliederen en volksdichten uit. Vele componisten zetten gedichten van Heije op muziek, waaronder Richard Hol, Hendrika van Tussenbroek, Johannes Verhulst, Joannes Josephus Viotta en Johann Wilhelm Wilms. Tientallen liedboekjes met nieuwe Nederlandstalige liederen zagen zo het licht.[3]

Veldkamp en De Boer bouwden hierop voort. In Kun je nog zingen, zing dan mee namen zij ruim twintig liederen van de hand van J.P. Heije op, zoals:

  • Klein vogelijn op groenen tak
  • In 't groene dal, in 't stille dal
  • Heb je van de zilveren vloot wel gehoord (Piet Hein zijn naam is klein)
  • Een karretje op de zandweg reed
  • Zie, de maan schijnt door de bomen

Hiernaast putten Veldkamp en De Boer uit andere liedbundels uit die tijd met Nederlandstalige liedjes van Nederlandse auteurs en componisten, zoals Zangvogeltjes van J.P. Regeer, Fr. Abt (ca. 1850-1905), Liederkeur, samengesteld door G.C. Weeren (ca. 1909-1943), Sneeuwklokjes van Hendrika van Tussenbroek (ca. va. 1887), Levenslust van Catharina van Rennes (ca. va.1892) en Kleurige klanken, door H.J. Stomp (1917).

De samenstellers[bewerken]

De samenstellers van de liedbundel, J. Veldkamp en K. de Boer, waren allebei onderwijzer. Ze kwamen beiden uit Hoogeveen en hadden elkaar op de kweekschool leren kennen. Klaas de Boer werd onderwijzer, en later hoofd der school, op verschillende scholen in Drenthe. Jan Veldkamp ging na de kweekschool naar Amsterdam en werd daar als onderwijzer werkzaam. Hij stelde nog verschillende andere liedbundels samen, onder meer met zijn broer Klaas Veldkamp.

Kun je nog zingen, zing dan mee was allereerst bestemd voor muziekonderwijs op school. Dit is ook aangegeven in de ondertitel van de bundel, bijvoorbeeld: 100 algemeen bekende schoolliederen (1911, 3e druk), of Honderd drie en vijftig algemeen bekende schoolliederen (1938, 31e druk).

Afname populariteit[bewerken]

Het liedboek was zeer geliefd, bleef de gehele twintigste eeuw in druk en werd tientallen jaren gebruikt in het muziekonderwijs en bij koren en samenzang in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog werd Kun je nog zingen echter steeds meer verdrongen door de opkomst van het zingen van oude volksliedjes, met name uit de bundel Nederlands volkslied, samengesteld door Jop Pollmann en Piet Tiggers (1941, 19e druk 1977). Deze bundel werd vanaf de jaren 40 tot ver in de jaren 60 veel gebruikt in het jeugdwerk, in het onderwijs aan de kweekschool en in het lager onderwijs (zowel bij de Gehrels-methode, als door de katholieke Ward-beweging).

Thema's van de opgenomen liederen[bewerken]

De inhoud en thema's van de liederen in Kun je nog zingen, zing dan mee sluiten aan bij het achterliggende doel van de bundel, namelijk het brengen van beschaving, waarden en normen door middel van muziekonderwijs. Er zijn verschillende thematische groepen te onderscheiden.

Liederen over Nederland[bewerken]

Landschap[bewerken]

Liedjes die het landschap van Nederland bezingen, waaronder ook de zee en het strand.

  • Holland is een heerlijk land
  • Holland met zijn malsche wei, Holland met zijn paarse hei
  • Holland ze zeggen: je grond is zoo dras

Sommige liedjes gaan over een specifieke provincie of stad:

  • Ik heb het lief, mijn dorpje kleen, daar aan der duinen rand (Bergen)
  • Waar der beuken breede kronen ons heur koele schaduw biên (Gelderland)
  • Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt (Limburg)

Vaderland[bewerken]

In de negentiende en begin twintigste eeuw was er sprake van sterk nationalisme in Europa. Er waren veel nationalistische (jeugd)verenigingen. Hierbij was zingen belangrijk, dat versterkte de eenheid binnen de groep. Verschillende liederen zijn vaderlandslievend of benoemen nationalistische gevoelens. Voorbeelden:

  • Alle man van Neêrlands stam voelen zich der Vaad'ren zonen
  • De Hollandsche weiden die zijn er zoo malsch, je vindt er geen malscher op aarde
  • Een ieder heeft zijn eigen land, daar leeft hij weltevreê
  • Heerlijk land, ik heb u lief om de schoonheid van uw velden
  • Hollands vlag, je bent mijn glorie
  • Kent gij het land, der zee ontrukt
  • Machtig zij uw rijksgebied, Hollands zonen vreezen niet
  • O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag, wat wappert gij fier langs den vloed
  • Voor Neêrland een lied op een krachtigen toon
  • Waar de blanke top der duinen schittert in den zonnegloed
  • Wien Neêrlands bloed door d'ad'ren vloeit / Wien 't hart klopt fier en vrij' (vlg. Kun1911; 2e regel later gewijzigd in: 'Van vreemde smetten vrij', vlg. Kun1938);
  • Wij leven vrij, wij leven blij, op Neêrlands dierb'ren grond
  • Wij willen Holland houen, ons Holland fier maar klein

Geschiedenis[bewerken]

Onder de opvoedende taak die de samenstellers zich met de bundel gesteld hadden, viel ook een stukje Nederlandse geschiedenis, met name liederen over de Tachtigjarige Oorlog of over bekende zeehelden:

  • De Geuzen zijn in Bomlerweerd gevallen
  • Heb je van de Zilveren vloot wel gehoord (Piet Hein)
  • Ik zing er al van een Ruiter koen, maar niet van een ruiter te paard (Michiel de Ruyter)
  • In een blauwgeruiten kiel draaide hij aan 't groote wiel (Michiel de Ruyter)
  • In naam van Oranje, doe open de poort, de Watergeus ligt aan den wal
  • Wilhelmus van Nassouwe (Willem van Oranje, het latere volkslied)

Er zijn tevens een tiental liederen van Adriaen Valerius (geuzenliederen) opgenomen (onder andere Merck toch, hoe sterck; O Nederland let op u seak). Ook een tekst van Joost van den Vondel (Wat zong het vroolijk vogelkijn dat in den boomgaard zat?) en van Guido Gezelle (Het mezennestje is uitgebroken) zijn getoonzet.

Liederen over de natuur en de seizoenen[bewerken]

Hieronder vallen, naast liedjes over lente, zomer, herfst en winter, ook liedjes over hei of bos, een vogelnestje, zonsondergang of -opgang, het aanbreken van de dag en (vroeg) opstaan:

  • Als de winter vlucht en de zon het nieuwe leven wekt
  • De meimaand is in 't land, lief kind
  • Er schommelt een wiegjen in 't bloeiende hout
  • Hela gij bloempjes! Slaapt gij nu nog?
  • Het spruit aan de boomen, het groent in de wei
  • Hopsa, heisasa, 't Is in de maand van Mei, ja ja!
  • Hè, lekker in de buitenlucht, wat heeft het flink gevroren
  • Natuur ligt in droomen verzonken, het maantje blikt vriendelijk neêr
  • Op de groote, stille heide, dwaalt de herder eenzaam rond
  • Sikkels klinken, Sikkels blinken, ruischend valt het graan
  • Wie rusten wil in 't groene woud
  • Wordt wakker, 't zonnetje is al op
  • Zie de leliën op het veld, zie, hoe schoon zij bloeien
  • 't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon

Liederen over wandelen, varen, kamperen[bewerken]

Als onderdeel van het beschavingsoffensief werden (stads)kinderen gestimuleerd om de natuur in te gaan. Niet alleen werd een gezonde levensstijl (buiten zijn, wandelen, varen, kamperen, sporten) aangeprezen, de kinderen zouden hierdoor ook de stad uit gaan en niet op straat rondhangen. En bovendien kon er tijdens het wandelen natuurlijk gezongen worden.

  • De paden op, de lanen in, vooruit met flinken pas
  • Ferme jongens, stoere knapen
  • Gaan wandelen dat staat ons aan
  • Het windje steekt op, hoor het roept ons naar zee
  • Hij was nog nooit met spoor of boot naar zee of bosch geweest
  • Hoe zachtkens glijdt ons bootje daar op het spieg'lend meer
  • Hoezee, 'k ben vlug en flink ter been
  • Kind'ren, naar buiten, het zonnetje lacht
  • Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
  • Makkers komt, makkers komt! Het speeluur slaat, naar buiten heengesneld
  • Makkers wie gaat mee naar buiten?
  • Wakk're jongens, Hollands trots!
  • Wie gaat mee, gaat mee over zee? Houd het roer recht!
  • Wie met ons wil naar buiten gaan

Zingen[bewerken]

Bij de eerste druk schreven Jan Veldkamp en Klaas de Boer in het "Voorbericht": "Zingt de liederen met Vader en Moeder, met broertjes en zusjes; zingt ze met de kameraadjes; zingt ze in huis; zingt ze in 't vrije veld; blijft ze zingen, zolang je leeft; maar vooral… zing ze mooi!" De hoop was dus dat het niet alleen bij "schoolliederen" (uit de ondertitel) zou blijven, maar dat de liedjes ook thuis en in de buitenlucht gezongen zouden worden. Verschillende liedjes verwijzen hier inhoudelijk naar:

  • Als de winter vlucht en de zon het nieuwe leven wekt
  • Een lied, een lied, uw leven lang!
  • Gij leeuw'rik en gij nachtegaal
  • Hoe schoon klinkt ons zingen in 't schaduwrijk woud
  • Vanzelf, als de vogel zijn morgenlied fluit
  • 't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon

Moralistische liederen[bewerken]

Verschillende liedjes benoemen expliciet de moraal die de samenstellers van de bundel hoopten te verspreiden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de voorkeur voor "het kleinste" (bescheidenheid), het helpen van een ander, moed, vroomheid en deugd, niet koppig zijn, je woord houden, enzovoort. Bij enkele liederen betreft het een religieus motief:

  • Als goede kind'ren slapen zacht, dan houden Eng'len trouw de wacht
  • Een karretje op een zandweg reed
  • Een man, een Man - een woord, een Woord!
  • Hannes loopt op klompen
  • In 't groene dal, in 't stille dal, waar kleine bloempjes groeien
  • Klein vogelijn op groenen tak wat zingt g' een lustig lied
  • Kleine waterdropp'len, kleine korr'len zand
  • 't Knaapje zag een roosje staan, 't roosjen op de heide
  • Komt, knapen en meisjes, verheft nu in koor
  • Met duizend sterrenoogen trekt ons de hemel aan

Diverse onderwerpen[bewerken]

Ook andere onderwerpen kwamen langs, zoals slaapliedjes (De bloempjes gingen slapen, zij waren geurensmoe, 't Wordt duister, mijn Roosje'), dansliedjes ('Flink de voeten van de grond, danst in 't rond, Op meisjes, in den rondedans'), een liedje over een muisje (In 't kamerke waar het wiegske gong, een muizeken uit zijn gaatje sprong), over een spinnewiel (Spinnewieltje snorre, snorre rira rira ras), enkele sinterklaasliedjes, kerstliedjes en oudejaarsliedjes (Zie, de maan schijnt door de boomen, Oude jaar! o, laat ons rusten, Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen) enzovoort.

Verschillende uitgaven[bewerken]

De liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee werd meer dan veertig maal herdrukt. In veel gevallen ging het daarbij om een "herziene druk" of "vermeerderde druk". Er zijn edities met 40 liederen, maar ook met meer dan 150 liederen. In de loop van tachtig jaar werden er liedjes geschrapt en andere toegevoegd. Sommige uitgaven zijn speciaal bestemd voor dameskoor, herenkoor of juist gemengd koor. Bij sommige uitgaven gaat het om tekstboekjes, soms zijn er notenbalken met een melodielijn toegevoegd, veel drukken bevatten complete bladmuziek voor piano.

Ook verschenen er speciale uitgaven bij bepaalde gebeurtenissen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verscheen er een uitgave voor Nederlandse soldaten en bij de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam verscheen er een "tekstboekje voor massazang".

Zie voor een overzicht van liedjes die in de bundel hebben gestaan de lijst van liedjes in Kun je nog zingen, zing dan mee.

Naoorlogse uitgaven[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het uitgeven van de liedbundel, vanwege de vaderlandslievendheid en het nationalisme van verschillende liederen, verboden.[4] Er werd echter een uitgave gedrukt in Melbourne in 1943. Een exemplaar van deze buitengewone uitgave werd in 2016 gevonden in de verzameling van het Dutch Australian Heritage Centre te Melbourne door Jeannette Johanson, bibliothecaresse en bestuurslid van het centrum. De omslag is diep oranje, achterop de titelpagina staat een foto van Koningin Wilhelmina; het eerste lied is het Wilhelmus en het repertoire begint met een twintigtal vaderlandslievende liederen. Onder de titel op de omslag staat "2e druk" en daaronder : "Uitgave der stichting "Nederland ter zee"". Op de achteromslag staat dat het boek gedrukt werd door "Truth" & "Sportsman" Limited (twee gefuseerde populaire kranten) en de datum: maart 1943.[bron?]

Toen er na de oorlog een nieuwe druk verscheen (de 33e), waren de samenstellers ondertussen beiden overleden (Klaas de Boer in 1943 en Jan Veldkamp in 1946). Het voorwoord bij de 33e druk werd geschreven door familieleden, B. Veldkamp en B. de Boer. Zij meldden dat ze de druk ongewijzigd hebben gelaten.

Kun je nog zingen voor jonge kinderen[bewerken]

In 1914 verscheen er naast de gewone uitgaven ook een liedboek speciaal voor jonge kinderen: Kun je nog zingen, zing dan mee! Voor jonge kinderen, J. Veldkamp en K. de Boer (Noordhoff, Groningen, 1914).

Hierin staan echte kinderliedjes, zoals:

Jubileumuitgave 1986[bewerken]

In 1986 verscheen er een jubileumuitgave naar aanleiding van het feit dat de liedbundel al tachtig jaar in druk was. De bundel Lang leve Kun je nog zingen, zing dan mee! De mooiste liedjes uit tachtig jaar is samengesteld door Wieteke van Dort. Er zijn 38 liedjes in opgenomen. Daarbij zijn er in de bundel 25 tekeningen van Cornelis Jetses afgedrukt. Hij bevat tevens bladmuziek voor piano.

Het gaat om de volgende 38 liederen:

  • Alleman van Neêrlands stam
  • Als goede kind'ren slapen zacht
  • Daar loopt door 't gehucht een wonder gerucht
  • De bloempjes gingen slapen
  • De paden op, de lanen in
  • Een karretje op de zandweg reed
  • Een scheepje in de haven landt
  • Een vriend'lijk aardig vogelijn
  • Er schommelt een wiegjen in 't bloeiende hout
  • Ferme jongens, stoere knapen
  • Hannes loopt op klompen
  • Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
  • Hela gij bloempjes! slaapt gij nu nog?
  • Het spruit aan de boomen
  • Hoe zachtkens glijdt ons bootje
  • Holland, ze zeggen: je grond is zoo dras
  • Hopsa, heisasa, 't is in de maand van Mei, ja ja
  • In een blauwgeruiten kiel
  • In naam van Oranje, doet open de poort
  • In 't groene dal, in 't stille dal
  • 't Is plicht dat ied're jongen
  • Klein vogelijn op groenen tak
  • 't Knaapje zag een roosje staan
  • Koeltjes suiz'len doen rits'len het loover
  • Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
  • Op de groote, stille heide
  • O, schitt'rende kleuren van Nederlands vlag
  • Sikkels klinken, sikkels blinken
  • Vogeltje, wat zingt gij vroeg
  • Waar de blanke top der duinen
  • Waar het wuivend loof der palmen
  • Wie gaat mee, gaat mee over zee
  • Wie met ons wil naar buiten gaan
  • Wie rusten wil in 't groene woud
  • Wij leven vrij, wij leven blij
  • Wilhelmus van Nassouwe
  • Wordt wakker 't zonnetje is al op
  • 't Zonnetje gaat van ons scheiden

Lp, cd, televisie en theatervoorstelling[bewerken]

In 1978 verscheen de lp Kun je nog zingen, zing dan mee van Wieteke van Dort en Willem Nijholt (arrangementen: Job Maarse en Joop Stokkermans, orkest o.l.v. Job Maarse). Deze lp werd in 1999 op cd uitgebracht.

Op de lp/cd staan 14 liedjes:

  • Wordt wakker het zonnetje is al op
  • In 't groene dal, in 't stille dal
  • De paden op, de lanen in
  • Klein vogelijn op groene tak
  • Wie rusten wil in 't groene woud
  • Koeltjes suiz'len
  • Holland ze zeggen
  • Hoe zachtkens glijdt ons bootje
  • Knaapje zag een roosje staan
  • Zie de leliën op het veld
  • 't Zonnetje schijnt zo heerlijk schoon
  • Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
  • De bloempjes gingen slapen
  • 't Zonnetje gaat van ons scheiden

In 1979-80 zond de KRO een liedjesprogramma uit met de titel Kun je nog zingen, zing dan mee, met onder meer Wieteke van Dort en Willem Nijholt. Op basis hiervan maakte Van Dort een voorstelling met liedjes uit Kun je nog zingen (waarin ze voor de pauze een keuze uit de liedjes zingt).

Literatuur[bewerken]

  • Louis Grijp: Zangcultuur. In: T. Dekker, H. Roodenburg en G. Rooijakkers (ed): Volkscultuur. Inleiding in de Nederlandse etnologie. SUN, Nijmegen, 2000.
  • Marcel Venderbosch: Jan Pieter Heije, een inspirerend dichter van kunst- en volksliederen. In: Louis Grijp (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden. Amsterdam University Press, Amsterdam, 2002.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]