Piano (instrument)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Piano
Buffetpiano
Buffetpiano
Classificatie
Bereik
Bereik
Gerelateerde instrumenten
Fortepiano, vleugel, klavichord, digitale piano, luthéal, pianola
Meer artikelen
pianosonate, pianoconcert, pianotrio, pianokwintet, Echappement, pedaal
Portaal  Portaalicoon   Muziek
Moderne Steinway vleugelpiano.
Broadwood vleugelpiano (ca. 1840).

De piano is een slag-, toets- en snaarinstrument uit de citerfamilie dat bespeeld wordt met een enkel klavier en 2 of 3 pedalen. De moderne piano is geëvolueerd uit de pianoforte, het instrument waarop bijvoorbeeld Mozart al zijn pianomuziek heeft gecomponeerd.

Pianoforte betekent in het Italiaans letterlijk zacht (en) sterk. Doordat de kracht[1] waarmee een hamer van het speelmechaniek de snaren bespeelt, afhangt van de wijze van bespelen van een toets,[2] kan elke toon afzonderlijk zowel luid als zacht (en de nuances daartussen) gespeeld worden. Dit ontbrak bij de voorlopers van de piano, waaronder bijvoorbeeld het klavecimbel. Later werd de naam verder ingekort tot piano; tegenwoordig heeft de term pianoforte de betekenis gekregen van "authentiek instrument" van de barok- en klassieke periode. Soms ziet men ook wel de term fortepiano, wanneer men de voorloper van de moderne piano bedoelt.

De huiskamerpiano (ook 'buffetpiano' of 'pianino' genoemd) is meestal verticaal opgebouwd (staand) en de piano met de snaren horizontaal noemt men een vleugelpiano.

Geschiedenis[bewerken]

De piano is tussen 1698 en 1709 door Bartolomeo Cristofori in Florence uitgevonden, en heette toen pianoforte, fortepiano, of hammerklavier. Silbermann was een van de eerste Duitse pianobouwers, en Johann Sebastian Bach heeft ook al kennis gehad van diens instrumenten. De vernieuwing van klavecimbel naar pianoforte was enorm, er was een nieuw type instrument ontwikkeld, dat een totaal andere klank had. Aanvankelijk waren de hamertjes met hard leer omspannen, later werd dat vervangen door het zachtere samengeperste vilten hamertje, wat grote invloed op de klank had, en een rondere meer zangerige toon opleverde. Het mechaniek werkte aanvankelijk als volgt: Drukte men een toets in, dan sloeg een hamertje tegen een snaar. Dat was een vernieuwing, want tot die tijd kende men alleen het door een toets getokkelde snaar principe. Bij de 'stoss-mechaniek' (werd later het Engelse mechaniek) zit de hamer op een aparte hamerlijst, bij de 'prell-mechaniek' (werd later de Duitse of Weense mechaniek) is de hamer onmiddellijk op het achtereinde van de toets bevestigd. Dit mechaniek speelde veel lichter dan het stoss-mechaniek. Broadwood kreeg het patent op de uitvinding van het pedaal in 1783.[3][4] In 1822 vond Erard de repetitie-mechaniek uit (mechanisme à double échappement), waarbij de hamer na de aanslag niet in de rusttoestand terugvalt, doch halverwege wordt opgevangen door een met leer bespannen 'vanger'. Het voordeel was dat er nu sneller achtereen op dezelfde toets kon worden gespeeld ofwel gerepeteerd. Het gietijzeren raam en het kruissnarige systeem werden voor het eerst in Amerika toegepast. Hierdoor konden er ook grotere spanningen op de snaren komen dan bij de houten frames van voor die tijd, wat resulteerde in krachtiger fortes en betere stembaarheid.

In de 18e en 19e eeuw werd de piano een steeds geliefder object en nam het instrument een grote vlucht onder de gegoede burgerij. Op een piano kon men arrangementen van symfonieën spelen, of salonesque stukken, en het was een bron van burgerlijk vertier. Pianoles werd voor velen een deel van de muzikale opvoeding. Dit is ook de periode waarin een zeer aanmerkelijk deel van de pianoliteratuur werd geschreven. In de 20e eeuw is de piano een volwaardig instrument geworden, hoewel de concurrentie van geluidsdragers veel van de oorspronkelijke functie overnam. Desondanks bleef de pianomuziek een populair genre, tot op de dag van vandaag.

Modern mechaniek[bewerken]

Onderdelen van een piano.

De klank van een piano ontstaat wanneer een pianist toetsen indrukt, die via een mechanisme de hamers tegen de snaren slaan.

Deze hamers bestaan uit een houten steel met daaraan een houten kern die bekleed is met twee lagen vilt, namelijk een laag ondervilt en een laag hamerkopvilt. De lagen vilt worden met lijm aan de houten kern bevestigd en met grote kracht vastgeperst. De hardheid van het vilt bepaalt de hardheid van de klank. Het aanpassen van de hardheid van het vilt, maar ook de spanning in het vilt noemt men intoneren. Door schuren van de viltlaag wordt de klank scherper, door voorzichtig in het vilt te prikken met een intoneernaald (de hardheid en spanning nemen daardoor af) wordt de klank wolliger.

In rust drukken zachte vilten dempers tegen de snaren, om het doorklinken te voorkomen. Door het neerdrukken van een toets wordt deze demper van de betreffende snaar af getild, en slaat een met hard vilt beklede hamerkop tegen de snaren. Het trillen van de snaren wordt middels een kam (voor het midden- en hogetonengebied) en een baskam (voor het lagetonengebied) overgebracht naar de zangbodem waardoor deze gaat zingen (resonantie). Als de toets wordt losgelaten, wordt de demper onmiddellijk weer tegen de snaar gedrukt waardoor de toon verstomt. Om het volume van de klank te vergroten, zijn de snaren in het midden- en hogetonengebied dubbel of zelfs in drievoud uitgevoerd. De hoogste tonen worden doorgaans niet gedempt, omdat de hoogste tonen veel korter doorklinken.

De piano heeft twee of drie pedalen:[5][6]

  • Het linker pedaal brengt bij de staande piano, de hamerkoppen in hun rustpositie dichter bij de snaren, waardoor het geluid van de aanslag zachter wordt; kortere afstand betekent hierbij minder acceleratie met als gevolg een verminderde kracht bij het raken van de hamer op de snaren. De muziekterm voor dit pedaal is una corda. Bij een vleugel verschuift dit pedaal namelijk het hele klavier inclusief mechaniek, waardoor de hamers in plaats van de twee of drie snaren per toets er nog maar een of twee raken, wat een minder volume geeft. Als het pedaal opnieuw in de oorspronkelijke positie gebracht wordt, heet dit tre corde, wat 3 snaren betekent.
  • Het rechter pedaal (sustainpedaal) laat de toon doorklinken na het loslaten van een toets doordat je met het indrukken van dit pedaal alle dempers van de snaren haalt. Als er sprake is van met pedaal spelen dan wordt steeds het rechter pedaal bedoeld.

Als er een derde (middelste) pedaal aanwezig is kan dit verschillende functies hebben:

  • moderatorpedaal of studiepedaal dat een viltstrook tussen de hamerkoppen en de snaren brengt. Dit middelste pedaal is bedoeld om te vergrendelen voor het geval men wil oefenen zonder te veel geluidsoverlast te veroorzaken. Vele staande piano's zijn hiermee uitgerust.
  • sostenutopedaal, dat alle snaren door laat klinken waarvan de toets is ingedrukt op het moment dat het pedaal wordt ingedrukt. Dit hebben enkel de grotere vleugelpiano's, en sommige staande piano's zoals de piano Yamaha U3C.

De meeste piano's hebben sinds ongeveer 1885, 88 toetsen, met een ambitus van A0 tot C8, (van ''A tot c'''''), dat is een bereik van zeven octaven plus een kleine terts. Het aantal snaren kan per piano verschillen. Dit is afhankelijk van de mensuur die gebruikt is door de fabrikant. De snaren van een piano zijn gespannen in een gietijzeren frame wat pantserraam genoemd wordt. De trekkracht van de snaren op het pantserraam is voor alle snaren samen ongeveer 18000 kg.

Alle moderne huiskamerpiano's zijn kruissnarig uitgevoerd om de lengte/dikte/spanningsverhouding te kunnen optimaliseren binnen de beperkingen van de gegeven hoogte van de piano (mensuur).

Een vleugelpiano is in feite een piano waarbij de snaren niet staand, maar liggend zijn opgesteld. Ze zijn meestal langer uitgevoerd en klinken - vooral de laagste snaren - helderder, door een gunstiger lengte/dikte/spanningsverhouding. De vleugel ontleent zijn naam aan de vleugelvorm. De maten variëren van kleine salonvleugel (1.35 meter lang) tot grote concertvleugels (meer dan 3 meter lang).

Inwendige van een kruissnarige piano

Stemmen[bewerken]

Regelmatig stemmen is een aandachtspunt. Voor piano's die in huiskamers staan is de vuistregel dat men globaal 2 keer per jaar (na de zomer en de winter) een stembeurt laat uitvoeren. Fluctuaties in temperatuur en luchtvochtigheid alsmede het (veelvuldig) bespelen zorgen voor ontstemming van het instrument. Hoe meer (en luider - immers er wordt meer kracht op de snaren uitgeoefend) er gespeeld wordt op een piano, hoe sneller het instrument ontstemt. Het instrument wordt gestemd door de tonen weer op de juiste onderling corresponderende hoogten te brengen. Het stemmen van een piano is een vaardigheid die de bespeler - de pianist - doorgaans niet zelf bezit. Speciaal opgeleide pianostemmers kunnen de piano komen stemmen (en ook overige kleine reparaties die door slijtage ontstaan uitvoeren).

Het stemmen gebeurt door het verdraaien van de stempennen, waaraan de snaren vastzitten. De stempennen zijn metalen stiften waaraan de snaren aan een zijde zijn bevestigd. Deze stiften zijn verankerd in een houten stemblok. Door het verdraaien van de stempennen verandert de spanning en daarmee de toonhoogte van de snaar.

De verdeling van de twaalf tonen binnen een octaaf heeft Pythagoras al hoofdbrekens gekost omdat de reinklinkende frequentieverhoudingen van octaven (1:2), kwint (2:3) en kwart (3:4) wiskundig niet verenigbaar zijn. Deze onvolmaaktheid leidde in eerste instantie tot veel verschillende stemmingen. Een voorbeeld hiervan is Werckmeister III.

In de tegenwoordig gebruikte gelijkzwevende stemming wordt deze onvolmaaktheid gelijkmatig verdeeld. Daardoor kan in elke toonsoort gespeeld worden omdat de tonen onderling ongeveer zuiver klinken. De onderlinge toonafstanden worden zodanig verdeeld, dat de frequenties van alle tonen zich onderling verhouden als de twaalfdemachtswortel uit 2, dat is (afgerond) 1,059463094. De onvolmaaktheid varieert per instrument, dit komt door de aan snaarinstrumenten inherente complicerende factor genaamd inharmoniciteit.

Kwaliteit[bewerken]

De kwaliteit van een piano wordt bepaald door een aantal factoren:

  • de mensuur van het instrument
  • de gebruikte mechaniek
  • de dichtheid en opbouw van de zangbodem
  • de (compressie)spanning die heerst in de zangbodem (klankbord)
  • de mobiliteit of resonantieontvankelijkheid van het klankbord (zangbodem)
  • de gebruikte houtmaterialen
  • de speelaard van het instrument

Het behoud van de kwaliteit hangt af van:

  • de mate waarin er op gespeeld wordt
  • de mate van onderhoud
  • de constantheid van omgevingsfactoren zoals temperatuur en luchtvochtigheid van de ruimte

Bekende pianobouwers[bewerken]

Luthéal[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Luthéal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Luthéal is een geprepareerde piano waarvan de klankkleur veranderd kan worden. Qua geluid iets tussen een harp, een klavecimbel en een pianoforte in.

Elektronische varianten[bewerken]

Van de piano bestaan ook elektromechanische en elektronische varianten. De Rhodes, Wurlitzer en Clavinet zijn elektromechanisch. De Rhodes en de Wurlitzer zijn echter geen snaarinstrumenten, maar idiofonen en de Clavinet is een elektrisch clavichord. Met de komst van digitale signaalverwerking en micro-elektronica zijn ook volledig elektronische op samples gebaseerde uitvoeringen op de markt gekomen, zoals digitale piano's. In rock- of techno-muziek wordt vaker elektrische piano of keyboard gebruikt. Een variant hierop werd een synthesizer.

Bibliografie[bewerken]

  • Jos Van Leeuwen, Michael Latcham en Jan Vermeulen, Wenen op vleugels, de pianoforte als kroniekschrijven van een kunstenaarsstad 1750-1880, uitg Alamire, Peer, 1998, ISBN 90-6853-137-9.
  • Drs. W. Chr. M. Kloppenburg, Van monochord tot moderne vleugel - De geschiedenis van de piano, uitg. Broekmans & Van Poppel, Amsterdam, 1980

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Noot: De snelheid van de massa van de hamerkop is uiteindelijk bepalend voor de energie die de snaar in trilling brengt.
  2. Noot: De snelheid die men de toets geeft bepaalt uiteindelijk hoe snel de hamer de snaar raakt, hetgeen door middel van diverse technieken gerealiseerd kan worden, zoals gebruik van spierspanning, beweging, en gebruik van het gewicht dat men met een bepaalde snelheid vanuit de arm via de hand en vinger doorgeeft aan de toets
  3. Worner, K., Geschiedenis van de muziek,1977, Spectrum
  4. Kloppenburg, W., Van monochord tot moderne vleugel, Broekmans & Van Poppel
  5. In Mozarts tijd hadden pianofortes soms meer dan 3 pedalen, welke net zo functioneerden als het normale rechter pedaal, maar waarmee slechts bepaalde gedeelten van de ambitus onafhankelijk konden worden bediend. Ook beschikten sommige instrumenten over een apart luit-register, waarbij door middel van een apart pedaal een lap vilt of stof tussen de hamertjes en snaren kon worden geplaatst.
  6. Pianobouwer Fazioli bouwt tevens vleugels met vier pedalen. De linker twee pedalen hebben een ietwat andere functie als het normale una corda pedaal. Er is een normaal una corda pedaal, en een alternatieve, waarbij de hamers dichter bij de snaar worden gebracht.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek