Armoede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armoede in Jakarta
Arme dorpsvrouw door Gustave Courbet

Armoede is volgens de definitie van de Verenigde Naties het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften. Zij ontstaat wanneer een persoon of een groep mensen onvoldoende betaal- en/of ruilmiddelen heeft om in de primaire levensbehoeften te kunnen voorzien. De bestaansmiddelen hiervoor zijn wel aanwezig, maar ze kunnen als gevolg van schaarste onbetaalbaar worden. Primaire levensbehoeften omvatten zaken als schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Zij gelden als noodzakelijk om een menswaardig leven te kunnen leiden. Deelnemen aan het sociale leven, degelijk onderwijs en ontspanning kunnen als secundaire levensbehoeften beschouwd worden. Het tegengestelde van armoede is welstand. Het tegengestelde van schaarste is overvloed. Het verschil tussen armoede en welstand wordt aangeduid door de armoedegrens.

Tekenen van armoede[bewerken]

  • Armoede wordt bepaald door een aantal uiterlijke kenmerken, zoals slechte voedingstoestand of een slechte woning. In dit geval kunnen mensen met voldoende inkomen in armoede leven omdat zij hun geld niet aan de eerste levensbehoeften uitgeven, maar bijvoorbeeld aan alcohol , tabak, drugs, gokken of luxe multimedia-apparatuur.
  • Armoede heerst onder mensen die zichzelf arm vinden. Armoede volgens deze definitie kan toenemen door de groei van de behoeften, het dalen van de koopkracht en het toenemen van schaarste.

Individuele armoede[bewerken]

Individuele armoede kan het gevolg zijn van langdurige werkloosheid, ziekte, of verslaving aan gokken, kopen, alcohol of drugs. Hierdoor kan iemand van welstand tot armoede vervallen. Een fenomeen van de laatste decennia in vooral westerse landen is het kopen op afbetaling (live now, pay later). Dit kan tot torenhoge financiële schulden leiden, die de omgeving, gemeentelijke en/of overheidsinstanties dwingen de persoon onder financiële curatele te stellen. Ook bezuinigingen op de sociale zekerheid, huurtoeslag en op de zorg kunnen tot armoede leiden.

Individuele armoede heeft tot gevolg dat iemand in een maatschappelijk isolement terecht kan komen. Door een beperkt budget kan nemen mogelijkheden om deel te nemen aan activiteiten, en worden concessies gedaan aan communicatie- en transportmiddelen. Kleding en middelen voor lichaamsverzorging eveneens, waardoor men zich niet langer representatief voelt. De woonsituatie verslechtert en daarmee krijgt men een ander (minder) sociaal aanzien. Psychische gevolgen van een verval tot armoede kunnen schuld en schaamte zijn. Soms versterken mensen daardoor zelf hun sociale isolement. Uit onderzoek blijkt dat armoede een negatieve invloed heeft op intelligentie en kinderen die in armoede opgroeiden, hebben op latere leeftijd meer moeite met het reguleren van hun emoties.[1]

Collectieve armoede[bewerken]

Ook een land als geheel kan door een bankroet tot armoede vervallen, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde met Argentinië aan het begin van de 21e eeuw.

Gebeurtenissen als de grote beurscrash in 1929 in New York kunnen overal ter wereld mensen en bedrijven in grote financiële problemen brengen. Gevolgen daarvan zijn: algemene economische malaise, werkloosheid en armoede. De financiële crisis in 2008 zorgt voor een nieuwe golf van armoede.

Armoede kan ook het gevolg zijn van

Armoede is een economisch, maatschappelijk, sociaal en ook politiek probleem.

Vrijwillige armoede: armoede als ideaal[bewerken]

In verschillende wijsgerige en godsdienstige stromingen wordt het leven in armoede als ideaal gezien omdat men tot grotere wijsheid en godsvrucht zou komen door van materiële goederen af te zien. Een voorbeeld uit de Griekse oudheid is Diogenes van Sinope. Volgens het Nieuwe Testament sprak Jezus vaak ten gunste van het leven in armoede en dit voorbeeld is in het christendom vaak gevolgd. De gelofte van armoede is bijvoorbeeld een van de drie kloostergeloften. Ook in het boeddhisme geldt armoede als een deugd. Uiteraard geldt voor al deze hooggestemde idealen dat de armoede zelfverkozen is.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Emily Badger, The Lasting Impacts of Poverty on the Brain. TheAtlantic.om, 28 oktober 2013.