Maatschappijleer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Maatschappijleer is een vak dat op Nederlandse middelbare scholen wordt gegeven sinds de invoering van de Mammoetwet. In 1972 kwamen de eerste klassen in de bovenbouw van havo en vwo ermee in aanraking. Het vak wordt ook gegeven op het vmbo. In het mbo wordt het vak Leren Loopbaan Burgerschap genoemd.

Ontstaan[bewerken]

In de jaren 50 van de twintigste eeuw bestond het vak Cuma (kennis van cultuur en maatschappelijk leven) op de kweekscholen, de voorgangers van de pabo's. Staatssecretaris Grosheide (ARP) van Onderwijs noemde het vak maatschappijleer in een van zijn eerste nota's over de nieuwe inrichting van het Onderwijs. De katholieke minister Cals (KVP) gaf het een plaats in zijn Mammoetwet. De naam is ontleend aan de katholieke samenlevingsleer. In besprekingen met de Tweede Kamer legden de bewindslieden er de nadruk op dat het nieuwe vak geen voorgeschreven inhoud zou krijgen, dat er geen lerarenopleiding voor zou komen en dat het niet een eindexamenvak zou worden. De eerste leraren waren dan ook niet professioneel opgeleid. Veel geschiedenisleraren deden het erbij. Maar ook leerkrachten van andere komaf werden voor de klas gezet. Zo werd ook gedoceerd door gymnastiekleraren, ex-priesters en in een uitzonderlijk geval de conciërge van een school. Al snel werden deze verdrongen door net afgestudeerde bevlogen sociale wetenschappers die net de universiteit hadden verlaten. Zij waren de generatie van '68. Daardoor kreeg maatschappijleer een linkse naam. Inhoudelijk werd het de speelbal van diverse experimenten.

Van randvak naar examenvak[bewerken]

Op verschillende universiteiten kwamen vakdidactici maatschappijleer in dienst. Zij publiceerden verschillende rapporten over inhoud en didactiek van het vak. De meest opvallende woordvoerder was Willem Langeveld van de Universiteit van Amsterdam die in talloze commissies en via de media zijn visie over het vak als 'reflectie op eigen socialisatie' naar voren bracht. Aan de Nijmeegse Universiteit doceerde Thérese van der Kallen, zij ontwikkelde de 'optieken', (Sociaal-economisch, sociaal-juridisch, politiek–juridisch en sociaal-psychologisch) de invalshoeken waarmee maatschappelijke problemen moesten worden bestudeerd. Toen Nel Ginjaar-Maas (VVD) staatssecretaris van Onderwijs werd, nodigde ze het toenmalige bestuur van de NVLM, de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, uit om met haar van gedachten te wisselen over de toekomst van het vak. Daaruit resulteerde haar besluit om te gaan experimenteren met een facultatief eindexamen maatschappijleer. Mogelijk is dat de redding geweest van het vak, want er werd veel gedebatteerd over de afschaffing van maatschappijleer. De commissie die het eindexamen voorbereidde, ontwikkelde een thema-aanpak voor het vak. Thema's waren 'probleemvelden' als socialisatie, massamedia, politiek en arbeid, die vanuit de optieken bestudeerd moesten worden. Deze visie bouwde deels voort op de ideeën van Langeveld, van der Kallen en de thema-opbouw die voor de NLO's (Nieuwe Leraren Opleidingen) ontworpen was. Deze thema's werden uitgewerkt door de Structuurcommissie, een semi-permanente groep die eindtermen voor het eindexamen ging ontwerpen. Zij ontwikkelden ook nieuwe themavelden, zoals Ontwikkelingssamenwerking, Techniek en Samenleving. Daarbij sloten ze aan op de belangstelling die bij politici in Den Haag leefde. Er gingen diverse scholen aan het eindexamen deelnemen.

Tweede Fase[bewerken]

Langzaam groeide kritiek op de thema-aanpak van het vak. Staatssecretaris Tineke Netelenbos (PvdA) gaf het vak een belangrijke plaats in haar plannen voor een vernieuwde bovenbouw van havo en vwo, de tweede fase. Maatschappijleer zou verplicht worden in de twee maatschappijprofielen. Een vakontwikkelcommissie ging aan het werk om het vak op nieuwe leest te schoeien. Haar ontwerp werd echter afgewezen door de Structuurcommissie. Tijdens de parlementaire behandelingen van de Tweede Fase werd er intensief gelobbyd door de verschillende vakken. Maatschappijleer dat verscheurd werd door interne twisten over de inhoud van het vak, kwam er bekaaid af. Het vak verdween uit de twee profielen. Wat restte was de plaats van het nieuwe vak MMW (mens- en maatschappijwetenschappen). Dit laatste vak zou een pendant vormen van nieuwe vakken als ANW en CKV. Dit drietal zou verplicht worden voor alle leerlingen, maar dan als schoolexamenvak. Maar het voorstel voor MMW sneuvelde in de Tweede Kamer. Die plaats werd nu gegeven aan een combinatie van Geschiedenis en Maatschappijleer op het vwo en Maatschappijleer op de havo. Op den duur zou uit deze twee vakken één nieuw 'combinatievak' moeten worden gevormd. Als inhoud kreeg het vak maatschappijleer een herschreven versie van de belangrijkste thema's mee.

Nieuwste ontwikkelingen[bewerken]

Inmiddels werd besloten van het combivak af te zien. Maatschappijleer is zonder geschiedenis als zelfstandig vak algemeen verplicht. De inhoud van het vak is veranderd. De thema-aanpak is verlaten voor een domeinenaanpak. Politiek systeem (Parlementaire democratie), rechtsstaat (De Nederlandse Rechtsstaat), cultuur (Pluriforme Samenleving) en sociaal-economisch systeem (Verzorgingsstaat) vormen de hoofdgebieden van het vak. Vanaf september 2007 kan het examenvak Maatschappijleer 2 bovendien gekozen worden als profielvak in de twee maatschappijprofielen. De naam van dit keuzeprofielvak is sindsdien Maatschappijwetenschappen. De naam maatschappijleer blijft bestaan voor het verplichte vak maatschappijleer op havo en vwo. Onder leiding van Paul Schnabel is gewerkt aan een nieuw programma voor het vak Maatschappijwetenschappen. Met de introductie van het nieuwe programma, waarschijnlijk 2016, zal de thema-aanpak volledig verdwenen zijn.

In het vmbo is maatschappijleer ook een verplicht vak. Het examenvak dat op vmbo-scholen veel gekozen wordt, heet maatschappijleer 2.

In het mbo wordt het vak Leren, Loopbaan en Burgerschap gebaseerd op het brondocument. In dit document over leren en burgerschap, staan de domeinen economie, politiek, sociaal en cultureel genoemd.

Externe link[bewerken]