Gewoonterecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gewoonterecht of ongeschreven recht is de tegenhanger van het geschreven of statutair recht. Een synoniem is costume. Met name in landen met weinig geschreven recht vormt gewoonterecht een belangrijke formele rechtsbron.

Met gewoonte bedoelt men de neiging van mensen om zich in bepaalde situaties op eenzelfde manier te gedragen. Maar niet iedere gewoonte valt onder de term gewoonterecht. Daarvoor is het ook nodig dat men zich langere tijd aan een gewoonte houdt, omdat die als een juridische en/of maatschappelijke verplichting wordt ervaren. Bijvoorbeeld: Altijd een paraplu gebruiken als het regent kan dus wel een gewoonte zijn, maar wordt niet als een plicht ervaren. Een ander voorbeeld: Iemand laten uitpraten kan als een verplichting gevoeld worden. Het is echter geen juridische verplichting, maar een kwestie van fatsoen. Het verschil van beide voorbeelden met gewoonterecht is, dat gewoonterecht gepaard gaat met sociaal-maatschappelijke en juridische dwang.

Een gewoonte kan als grondslag voor gewoonterecht worden aangemerkt als het aan twee voorwaarden voldoet:

  • Materieel element: er bestaat reeds een gewoonte met betrekking tot bepaalde handelingen in de rechtspleging (usus)
  • Psychologisch element: de gewoonte wordt door de gemeenschap als bindend ervaren. De overtuiging bestaat dat de gewoonte rechtens noodzakelijk is (opinio juris sive necessitatis).

Doordat gewoonterecht ongeschreven is, is het bij geschillen vaak moeilijk te bewijzen welke rechtsregel daarbij van toepassing is.

Gewoonterecht komt vooral voor in gebieden waar weinig geschreven recht is, zoals in de Angelsaksische landen. In een moderne maatschappij zijn veel geschreven regels (grondwet, wetten, verordeningen, circulaires). Er is dan minder behoefte aan gewoonterecht.

Historisch[bewerken]

Omstreeks de 13e eeuw werd de rechtsregel bij betwisting vastgesteld door een turbe.

In de Angelsaksische wereld steunt men nog veel op de zogenaamde common law, in tegenstelling tot het Europese vasteland waar sinds de 16e eeuw bij koninklijke edicten het gewoonterecht al werd gecodificeerd. Dat wil zeggen dat de tot dan toe mondeling overgeleverde gebruiken en rechtsregels werden verzameld in wetboeken (codices).

Vóór de Franse Revolutie kenden de Nederlanden verschillende gewoonterechtsgebieden, waar verschillende costumes of costuimen heersten. Met de institutionele hervormingen van de Franse Revolutie werden de regionale costumes afgeschaft en vervangen door een geschreven centrale wetgeving, samengevoegd tot de Code Napoleon. Daarmee werd de grondslag gelegd van het zogenaamde statutaire recht.

Internationaal recht[bewerken]

In het internationaal recht is er relatief weinig geschreven recht. Daarom is er veel volkenrechtelijk gewoonterecht. Gewoonterecht is, samen met het verdrag, één van de twee hoofdbronnen van het internationaal recht. Gewoonterechtelijke regels worden gevormd doordat staten en andere volkenrechtelijke verbanden zich in de praktijk naar die regel gedragen én een gemeenschappelijke rechtsovertuiging (opinio juris) hebben.

Externe link[bewerken]