Verdrag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht

Een verdrag, ook conventie of traktaat, is een schriftelijke overeenkomst van bindende aard tussen twee of meer staten of volkenrechtelijke instellingen.[1]

Verdragen in het algemeen[bewerken]

Verdragen kunnen worden gesloten tussen staten onderling en tussen andere subjecten van internationaal recht en staten of tussen hen onderling (denk bijvoorbeeld aan internationale organisaties als de Verenigde Naties en de Heilige Stoel). De verdragspartijen zijn volgens het beginsel pacta sunt servanda verplicht om de verdragen te goeder trouw na te komen. Voor wat betreft Nederland geldt bovendien dat verdragen (en besluiten van volkenrechtelijke organisaties) van een hogere orde zijn dan andere Nederlandse wettelijke voorschriften. Is een Nederlands wettelijk voorschrift niet verenigbaar met een bepaling van een verdrag die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden en waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is, dan vindt dat Nederlandse wettelijke voorschrift geen toepassing (artikel 94 Grondwet).

Het verdrag is het instrument bij uitstek om gedetailleerde afspraken tussen staten vast te leggen. Hoewel strikt formeel verdragen ook mondeling kunnen worden gesloten, gebeurt dit in de praktijk nauwelijks tot niet. Het volkenrecht is een stelsel van zogenaamde "horizontale handhaving": er is, op enkele uitzonderingen na, geen centrale internationale instantie die internationale rechtsregels handhaaft: partijen kiezen, binnen de grenzen van het internationaal recht, zelf de wijze waarop zij handhaven.

Verdragen tussen lidstaten van de Verenigde Naties moeten openbaar zijn, zodat staten geen geheime allianties kunnen sluiten. Daartoe moet elk verdrag ingevolge artikel 102 van het VN Handvest worden aangemeld bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Ingevolge het tweede lid van dat artikel geldt dat indien een verdrag niet is geregistreerd bij de VN, de verdragsluitende staten zich niet tegenover enig orgaan van de Verenigde Naties (bijvoorbeeld bij het Internationaal Gerechtshof) op dat verdrag of die overeenkomst kunnen beroepen.

Algemene regels voor verdragen zijn te vinden in het in 1969 in Wenen gesloten Verdrag inzake het verdragenrecht.

Strekking van verdragen[bewerken]

Verdragen kunnen in principe elk onderwerp aangaan. Bekende soorten verdragen zijn de vredesverdragen (waarmee gewapende conflicten en oorlogen tot een eind worden gebracht), maar ook handelsverdragen, luchtvaartverdragen en belastingverdragen komen vaak voor. En daarnaast zijn nog vele andersoortige onderwerpen mogelijk: het verdrag van Kyoto handelt bijvoorbeeld over milieuaangelegenheden, de Berner Conventie van 1886 over auteursrechten en de Europese Unie bestaat door een verzameling politieke verdragen tussen aangesloten landen.

Verdragen mogen niet ingaan tegen jus cogens-regels, algemeen aanvaarde regels. Staten mogen bijvoorbeeld geen verdrag sluiten om slavernij te bevorderen, aangezien een verbod op slavernij algemeen gezien wordt als een jus cogens-regel.

Vaste bepalingen in verdragen[bewerken]

Naast specifieke tekst aangaande het onderwerp van het verdrag, bevatten veel verdragen ook tekst aangaande een aantal "standaard zaken". Hierbij valt te denken aan specificatie van:

  • Tijd en datum van ingang van het verdrag (of andere vereisten hiervoor, zoals ratificatie)
  • Voorwaarden voor opzegging of beëindiging van het verdrag en de gevolgen daarvan
  • Controle op de naleving
  • Consequenties voor partijen die in gebreke blijven

Voor multilaterale verdragen (verdragen waaraan vele partijen deelnemen) wordt meestal ook een beheerder van het verdrag, die depositaris genoemd wordt, aangewezen die bijhoudt welke landen lid zijn van het verdrag, welke landen geratificeerd hebben en die ook aanmeldingen van nieuwe deelnemers regelt. Bij een multilateraal verdrag kunnen de partijen voorbehouden maken en verklaringen afleggen. Partijen kunnen tegen voorbehouden bezwaar maken.

Verbindendheid van verdragen[bewerken]

Een verdrag is pas juridisch bindend indien voldoende partijen hun instemming hebben gegeven om gebonden te worden aan het verdrag. De instemming van de partijen is cruciaal, omdat zij (behoudens een regel van internationaal gewoonterecht) niet gebonden zijn aan internationale verplichtingen zonder hun instemming.[2] Door de jaren heen zijn de regels met betrekking tot instemming echter veranderd. Vroeger was het zo dat soeverein rechtstreeks verdragen met andere staatshoofden sloten. Ondertekening van een verdrag door de soeverein was dan veelal voldoende om het verdrag juridisch verbindend te maken. Tegenwoordig spelen nationale parlementen echter ook een grote rol bij de totstandkoming van regelgeving. Het internationale recht dient daarom rekening te houden met de verschillende procedures die in verschillende staten gelden met betrekking tot het sluiten van verdragen. Het Weens Verdragenverdrag (WVV) beschrijft enkele verschillende regels waarop staten zich aan een verdrag kunnen binden. Doordat de instemming van de verdragspartijen voorop staat zijn deze regels subsidiair van aard; indien een verdrag er van afwijkt gaan de regels uit het verdrag voor.[3] Artikel 11 WVV bepaalt dat de instemming van een staat om gebonden te worden aan een verdrag tot uitdrukking kan komen door 'ondertekening, door uitwisseling van akten die een verdrag vormen, door bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of door ieder ander overeengekomen middel'.

Ondertekening[bewerken]

Soms is ondertekening (signature) van een verdrag voldoende voor inwerkingtreding. Ook hier staat de partijautonomie voorop en zal een ondertekening alleen verbindend zijn indien partijen dit wilden.[4] Het eerste lid van artikel 12 WVV somt enkele gevallen op waarin wordt verondersteld dat staten deze bedoeling hadden, namelijk: indien dit uit de tekst van het verdrag blijkt, indien dit tijdens de onderhandelingen is afgesproken, indien de vertegenwoordiger van een partij dit te kennen heeft gegeven of als dit uit diens volmacht blijkt. Artikel 12 WVV is subsidiair van aard en de bedoeling van staten kan ook uit andere omstandigheden afgeleid worden, bijvoorbeeld uit de ter plaatse geldende rechtstraditie.[5]

Het tweede lid van artikel 12 WVV gaat in op de vraag wat voor handelingen als ondertekening kunnen worden gezien. Allereerst zal ondertekening met (een deel van) de naam van de ondertekenaar als ondertekening gelden. Het is daarbij geenszins noodzakelijk dat de naam ook leesbaar is. Het is onduidelijk of een elektronische ondertekening ook geldt, maar aangenomen wordt dat dit mogelijk is indien de partijen dusdanig zijn overeengekomen. Sub a van het tweede lid maakt ondertekening middels een paraaf mogelijk. Ook hier geldt de voorwaarde dat de overige partijen hiermee akkoord gaan. Sub b beschrijft de situatie waarin de ondertekening door een vertegenwoordig ad referendum is gegeven. De vertegenwoordiger zal in zulk een geval ondertekenen en de woorden ad referendum daaran toevoegen. De bevestiging van de ondertekening door de staat heeft terugwerkende kracht. Een ondertekening ad referendum moet worden onderscheiden van de ondertekening onderworpen aan bekrachtiging (signature subject to ratification), waarbij de staat zich pas na bekrachtiging wenst te binden aan het verdrag.[6]

Uitwisseling van akten[bewerken]

De mogelijkheid van een staat om zich om door uitwisseling van akten (exchange of instruments) te binden aan een verdrag, is gebaseerd op de gegroeiende praktijk van staten om verdragen in vereenvoudige vorm te sluiten (bijvoorbeeld in de vorm van een brief, note verbale of nota).[7] Het kan gaan om stukken die binnen de normale diplomatieke betrekkingen tussen staten worden uitgewisseld. Doorslaggevende criterium is of de partijen de bedoeling hadden om zich te binden aan de inhoud van de akte.[8]

Bekrachtiging[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ratificatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bekrachtiging (ratification) was een reactie op de Romeins rechtelijke regel dat de principaal door zijn vertegenwoordiger gebonden kon worden,[9] hierdoor kon de soeverein dus gebonden een ondertekening van een verdrag door zijn plenipotentiaris.[10] De wens van de soeverein om niet direct gebonden te zijn aan een ondertekening van diens plenipotentiaris leidde tot de invoering van de bekrachtiging van een verdrag. Bekrachtiging werd gebruikt als controlemiddel van de soeverein om te garanderen dat de plenipotentiaris niet buiten zijn bevoegdheid was getreden bij het sluiten van een verdrag. De soeverein was dan ook verplicht om het verdrag te bekrachtigen als de plenipotentiaris binnen zijn bevoegdheid was gebleven. Het verdrag was dan geldig vanaf het moment van ondertekening. Deze zienswijze veranderde tegen het einde van de 18e eeuw. De idee kwam op dat alleen de soeverein zich kon binden aan een verdrag en hij had dan ook het volste recht om een ondertekend verdrag niet te bekrachtigen. Dien ten gevolge trad het verdrag pas vanaf de ontvangst van de bekrachtiging in werking.[11] Door de opkomst van nationale parlementen veranderde de houding ten opzichte van bekrachtiging wederom. In de meeste staten was een verdrag onderhavig aan de controle van het parlement, voordat de uitvoerende macht over kon gaan tot bekrachtiging.[12] Met de inwerkingtreding van het Weens Verdragenverdrag is de standaardregel tegenwoordig dat bekrachtiging alleen nodig is voor inwerkingtreding van een verdrag indien de partijen dit zijn overeengekomen.[13][14]

Aanvaarding en goedkeuring[bewerken]

Aanvaarding (acceptance) en goedkeuring (approval) zijn twee op bekrachtiging gelijkende figuren. Aanvaarding is een vereenvoudigde vorm van bekrachtiging, waarbij de uitvoerende macht kan instemmen met een verdrag zonder dit aan het parlement te hoeven voorleggen. Aanvaardig van een verdrag omzeilt het parlement bij de instemming, waardoor de procedure vergemakkelijkt wordt.[15] Het is ontstaan en ontwikkeld in het Amerikaanse rechtsysteem, waar de instemming van de Senaat soms lastig te verkrijgen is. Door de instemming niet bekrachtiging te noemen en de verdragen aan te merken als executive agreements is de instemming van de Senaat niet nodig.[16] Het verschil tussen bekrachtiging en aanvaarding speelt zich derhalve voornamelijk binnen de interne rechtsorde van een staat af; internationaal rechterlijk is er geen verschil in rechtsgevolg. Daarnaast is aanvaarding ook mogelijk ter vervanging van de toetreding tot een verdrag.[17]

Goedkeuring kan ook plaatsvinden zowel ter vervanging van bekrachtiging als ter vervanging van toetreding. Het wordt gezien als een simpelere procedure dan bekrachtiging, waar het staatshoofd niet aan te pas komt. Tot slot wordt de term goedkeuring ook gebruik voor internationale organisaties die instemmen met een verdrag.[18] Goedkeuring kan door diverse actoren geschieden zoals, parlementen, premiers, ministers van buitenlandse zaken, et cetera. Goedkeuring van verdragen wordt onder andere in Nederland gebruikt, waarbij het parlement (stilzwijgend) moet instemmen met een verdrag.[19] In België is de instemming (goedkeuring) van het parlement met een verdrag een voorwaarde voordat de Koning of de Gemeenschaps- en Gewestregering het verdrag kan bekrachtigen.[20] Net als bij de aanvaarding is er geen verschil in rechtsgevolg tussen de goedkeuring en bekrachtiging van een verdrag. Het verschil tussen de rechtsfiguren ligt alleen in de nationaal gehanteerde procedures en terminologie.

Toetreding[bewerken]

Toetreding (accession) is de methode van instemming met een verdrag indien een staat deze niet heeft ondertekend, bijvoorbeeld omdat hij niet bij de onderhandelingen aanwezig was of omdat ondertekening slechts een beperkt aantal staten is toegestaan,[21] of omdat zij niet binnen de vastgestelde termijn het verdrag hebben ondertekend. De verdragspartijen moeten wel toestaan dat anderen tot het verdrag kunnen toetreden, doorgaans blijkt dit al uit de tekst van het verdrag zelf.[22] Soms hebben aanvaarding en goedkeuring een vergelijkbaar effect als toetreding; het zal van de bewoording in het verdrag afhangen of met aanvaarding/goedkeuring een op toetreding of een op bekrachtiging lijkende procedure bedoeld is.[23]

Conflict[bewerken]

Veel verdragen geven aan hoe conflicten over de interpretatie of naleving van het verdrag dienen te worden opgelost. Soms wordt de oplossing van geschillen opgedragen aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Verandering en beëindiging van verdragen[bewerken]

Verdragen kunnen ook na de totstandkoming aangepast worden door de verdragspartijen. In het verdragenrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen amendementen en wijzigingen van een verdrag. Hoewel het doel van beide methoden hetzelfde is, namelijk aanpassing van de verdragstekst, zijn het twee verschillende rechtsfiguren. Een amendement is een formele aanpassing van het verdrag die tot doel heeft de verdragsrelatie tussen alle partijen te veranderen. Een wijziging is daarentegen een informele aanpassing van verdragsbepalingen die onderling tussen specifieke partijen totstandkomt. Veel multilaterale verdragen bevatten zelf een procedure voor amendering van het verdrag, maar noodzakelijk is dit niet.[24][25]

Indien het verdrag geen regels bevat kan er teruggegrepen worden op de bepalingen van het Weens Verdragenverdrag. Dit verdrag bepaalt dat voor amendering van een verdrag alle formaliteiten moeten worden doorlopen die ook van toepassing zijn bij de totstandkoming van een nieuw verdrag.[26] Daarnaast moet een amendement voorgelegd worden aan alle staten die partij zijn bij het verdrag, zodat zij mee kunnen beslissen over de aanpassing. Het is echter niet nodig dat alle partijen het eens worden over de aanpassing; een staat kan er ook voor kiezen om geen partij te worden bij het amendement. In zo een geval geldt de aanpassing alleen tussen de staten die wel partij zijn geworden bij het amendement.[27] Tussen een staat die geen partij is bij het amendement en een staat die het amendement wel aanvaard heeft blijven gewoon de oorspronkelijke verdragsbepalingen gelden. Voor wijziging van een verdrag tussen twee of meer partijen gelden simpelere regels. Een wijziging is toegestaan indien het verdrag hier uitdrukkelijk in voorziet, of indien de wijziging zelf geen rechten en plichten van de overige verdragspartijen schendt en tevens niet onvereenigbaar is met het verdrag.[28][24][25]

Beëindiging en opschorting[bewerken]

Verdragen kunnen ook beëindigd (buitenwerkingtreding) en opgeschort worden. Hier moet een onderscheid worden gemaakt in ex nunc en ex tunc. Bij ex nunc is een verdrag beëindigd of opgeschort vanaf het moment dat aan de voorwaarden daartoe wordt voldaan. Veelal staan die voorwaarden in het betreffende verdrag zelf of sluiten de partijen later een akkoord daarover.[29] Daarnaast kunnen verdragen worden beëindigd of opgeschort bij:[30]

  • het sluiten van een nieuw verdrag door alle partijen die bij een eerder, tegenstrijdig, verdrag betrokken waren;
  • schending van het verdrag op een manier waardoor het doel van het verdrag niet bereikt kan worden;
  • overmacht (bijvoorbeeld bij een natuurramp die het nakomen van verdragsverplichtingen onmogelijk maakt);
  • rebus sic stantibus.

Bij ex tunc is sprake van nietigheid: het verdrag of onderdelen daarvan worden verondersteld nooit bestaan te hebben.

Er zijn twee categorieën nietigheid: relatieve en absolute. Relatieve nietigheid betreft slechts een deel van een verdrag en wordt ingeroepen wanneer:[31]

  • een staat te goeder trouw partij werd bij het verdrag, terwijl dat volgens fundamentele nationale wetgeving over het sluiten van verdragen niet mocht;
  • vergissingen bij het opstellen van een verdrag (dwalingen), zoals fouten op landkaarten bij het bepalen van grenzen;
  • het bedriegen van de ene staat door een andere;
  • omkoperij en andere vormen van corruptie.

Absolute nietigheid slaat op het hele verdrag en is van toepassing bij:

  • dwang op de vertegenwoordiger van een staat;
  • bedreiging met of gebruik van geweld tegen een staat;
  • schending of totstandkoming van een jus cogens-regel.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. In tegenstelling tot het Duitse woord Vertrag, dat overeenkomst in het algemeen betekent.
  2. M.N. Shaw, International Law, CUP: Cambridge 2015, p. 660.
  3. A. Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, BJu: Den Haag 2011, p. 239.
  4. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 163.
  5. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 170-71.
  6. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 166-167.
  7. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 175.
  8. M.E. Villiger, Commentary on the 1969 Vienna Convention on the Law of Treaties, Boston: Martinus Nijhoff Publishers 2009 (ebook), p. 199.
  9. Ook wel uitgedrukt met het adagium qui facit per alium facit per se.
  10. M.E. Villiger, Commentary on the 1969 Vienna Convention on the Law of Treaties, Boston: Martinus Nijhoff Publishers 2009 (ebook), p. 206.
  11. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 182.
  12. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 183.
  13. Art. 14 WVV.
  14. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 183-184.
  15. O. Corten, P. Klein, The Vienna Conventions on the Law of Treaties. A commentary, Oxford: OUP 2011 (ebook), p. 295.
  16. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 187.
  17. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 188.
  18. O. Dörr en K. Schmalenbach, Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 189.
  19. Art. 91 Grondwet (NL) en Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
  20. Art. 167 Grondwet (BE).
  21. M.N. Shaw, International Law, CUP: Cambridge 2015, p. 662.
  22. A. Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, BJu: Den Haag 2011, p. 242.
  23. O. Corten en P. Klein, The Vienna Conventions on the Law of Treaties. A commentary, Oxford: OUP 2011 (ebook), p. 296.
  24. a b A. Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, BJu: Den Haag 2011, p. 260.
  25. a b M.N. Shaw, International Law, CUP: Cambridge 2015, p. 674-675.
  26. Art. 39 Weens Verdragenverdrag.
  27. Art. 40 Weens Verdragenverdrag.
  28. Art. 41 Weens Verdragenverdrag.
  29. Art. 57 Weens Verdragenverdrag.
  30. M. Bossuyt, J. Wouters, Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen 2005, p. 98-102.
  31. M. Bossuyt, J. Wouters, Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen 2005, p. blz. 86-91.