Voorbehoud

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een voorbehoud is een verklaring, afgelegd door een staat bij het ondertekenen van een verdrag, waarbij die staat te kennen geeft één of meerdere bepalingen in het verdrag geen of gewijzigde rechtsgevolgen te geven. De staat die een voorbehoud wil, wil dus eigenlijk een uitzonderingspositie ten aanzien van onderdelen uit het verdrag.

Een voorbehoud heeft alleen zin bij verdragen tussen meer dan twee partijen: bij bilaterale onderhandelingen zal de andere partij ook een voordeel willen verkrijgen en daarom direct de onderhandelingen willen heropenen.

Een staat mag niet altijd een voorbehoud inroepen: dat mag alleen als het betreffende verdrag voorbehouden niet verbiedt. Het maken van voorbehouden is gebonden aan regels die in het betreffende verdrag staan. Bevat een verdrag die regels niet, dan gelden de artikels 19-23 van het Verdrag inzake het verdragenrecht uit 1969.[1]

Het Verdrag inzake het verdragenrecht stelt dat een staat een voorbehoud kan maken, tenzij het betreffende verdrag het maken van een voorbehoud in het algemeen of ten aanzien van het betreffende onderwerp verbiedt. Ook is het maken van een voorbehoud niet toegestaan als dat strijdig is met het doel van het verdrag.

Een voorbehoud dat een staat gemaakt heeft, hoeft in beginsel niet door de andere staten die partij zijn bij het verdrag aanvaard te worden. In sommige gevallen kunnen staten evenwel eisen dat een voorbehoud door alle ondertekenaars aanvaard moet worden. Soms wordt een aanvaarding door alle staten zelfs in het verdrag geëist. Staten kunnen evenwel bezwaar maken tegen voorbehouden, waarbij zij eventueel kunnen beslissen dat de bepalingen uit het verdrag niet gelden tussen de voorbehoud makende staat enerzijds en de bezwaar makende staat anderzijds.[2]

Voorbehouden kunnen op elk gewenst moment worden ingetrokken. Hetzelfde geldt voor bezwaren tegen voorbehouden.

Noten[bewerken]

  1. Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 64-69.
  2. Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (1969), artikel 19-23.