Nietigheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nietigheid en vernietigbaarheid zijn verwante noties in het recht die betrekking hebben op de geldigheid van rechtshandelingen. Een nietige rechtshandeling heeft bij voorbaat het beoogde rechtsgevolg niet, terwijl bij een vernietigbare rechtshandeling het rechtsgevolg wel wordt geacht te bestaan, zolang de vernietiging ervan niet wordt aangevraagd. Nietigheid treedt in 'van rechtswege', dat wil zeggen automatisch volgend uit het recht. Partijen hoeven er voor de rechter geen beroep op te doen, de rechter kan en zal de nietigheid ambtshalve (uit eigen beweging) constateren.

Nietigheid, dan wel nauwkeuriger, processuele nietigheid treedt op bij schendingen van vormvoorschriften van openbare orde met de sanctie van nietigheid bedreigd! Dit is een aparte groep van wetsartikelen in het burgerlijk procesrecht, met elke keer de extensie: 'op straffe van nietigheid'. (Ook het strafrecht en het bestuursrecht kent dergelijke artikelen)

Een uitvoerige behandeling van nietigheid in het burgerlijk procesrecht wordt gevonden in het academisch proefschrift van F.M.J. Jansen, 6 mei 1955, Universiteit Nijmegen, voorzien van uitvoerige jurisprudentie.

Bij een beroep op processuele nietigheid dient men er rekening mee te houden dat altijd eerst verwezen wordt naar het instellen van een hoger rechtsmiddel, dat ten principale onjuist is, daar bij vaststellingen van processuele nietigheid Nulliteit is ingetreden en er niets te vernietigen valt. Het volgende citaat uit dit proefschrift verduidelijkt dit: (Vide pagina 98)

"In al deze gevallen is het derhalve niet de rechter, die de nietigheid der processuele verrichting (als oppositie of beslag) als gevolg van het verzuim constitueert door zijn vonnis, doch krachtens de wetsbepaling zelve is de verrichting nietig door het enkele verzuim; de rechter constateert slechts die nietigheid. Er is geen ontkomen aan; de nietigheid ligt er, en de wettelijke basis ervan, de sanctie in de desbetreffende wetsbepaling opgenomen, is een dwingend voorschrift, dat den rechter tot zijn beslissing moet leiden.

Om nu te kunnen constateren, dat deze rechtsgrond ook in concreto aanwezig is, dus dat daaraan een feitelijk substraat beantwoordt, moet den rechter de bevoegdheid worden toegekend - en heeft hij deze bevoegdheid reeds - om ambtshalve partijen, althans de meest gerede partij, te bevelen de nodige gegevens te verstrekken, welke hem kunnen voeren tot zijne declaratie of al dan niet de voorschriften zijn in acht genomen, en dus niet of wel de nietigheid intreedt.  Men moge deze uitkomst betreuren, doch richte alsdan zijn bezwaren tegen de wet zelve, die er toe noopt in haar systeem van haar imperatieve nietigheden.” Einde citaat.

In de praktijk garandeert alleen een beroep middels een Dagvaarding daadwerkelijke behandeling van een beroep op processuele nietigheid.

Gronden voor nietigheid en vernietiging[bewerken]

Nietigheid[bewerken]

Voor nietigheid is niet van belang of partijen wel of geen wilsoverstemming hebben. Een rechtshandeling kan onder meer nietig zijn als deze in strijd is met de goede zeden of de openbare orde (art. 3:40 BW). Ook het niet voldoen aan een voorgeschreven vormvereiste voor de rechtshandeling (er is bijvoorbeeld voorgeschreven dat een rechtshandeling schriftelijk moet geschieden en men heeft het mondeling gedaan) is een nietigheidsgrond. In de wet staan ook diverse bedingen genoemd die, op straffe van nietigheid, niet in een contract mogen worden gemaakt, nl. ter bescherming van de zwakkere partij (huurrecht, arbeidsrecht, consumenten).

De nietigheid kan partieel zijn (art. 3:41 BW). Conversie (het omzetten van een nietige rechtshandeling in een geldige) is in bepaalde gevallen mogelijk (art. 3:42 BW).

Vernietiging[bewerken]

Nietigheid treedt van rechtswege in en kan door beide partijen bij de overeenkomst en door derden buiten partijen om ingeroepen worden. Bij vernietigbaarheid kunnen slechts de partijen die zelf bij de overeenkomst betrokken waren de vernietiging bewerkstelligen.

Wanneer een overeenkomst is gesloten door een handelingsonbekwame kan de overeenkomst worden vernietigd. Wanneer een minderjarige bijvoorbeeld aan tattoo laat zetten, kan deze overeenkomst worden vernietigd. Winkeliers mogen wel bijvoorbeeld snoep verkopen aan een minderjarige, omdat het een product is dat wel past bij de leeftijd (art. 1:234, lid 3). Dit is van rechtswege het geval bij ongerichte, eenzijdige rechtshandelingen van handelingsonbekwamen (art.3:32 BW).

Zie ook[bewerken]