Eerstgeboorterecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het eerstgeboorterecht of primogenituur is het, bij verschillende volkeren en tradities voorkomende, recht van het oudste kind (meestal zoon) op de gehele erfenis of een groter deel van de erfenis dan jongere kinderen. Het is vooral van belang bij een troonopvolging waarin het oudste kind de eerste in lijn van opvolging is.

Het recht heeft als voordeel ten opzichte van een proportionele verdeling van de erfenis dat het versplintering van landbouwgronden en andere eigendommen tegengaat. Dit heeft ook een nadeel: er is geen proces van geleidelijke herverdeling. In de middeleeuwen was het voortdurende adellijke monopolie op landbouwgrond de belangrijkste reden van het stagneren van de rurale economie, en dus van de ontstellende armoede onder horigen.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Vóór de invoering van het eerstgeboorterecht gold een koninkrijk, hertogdom, graafschap of het familie-erf als het persoonlijk bezit van de koning/hertog/graaf/vader van het boerengezin, en daarom mocht hij het naar believen onderverdelen aan zijn zonen. Het Frankische Rijk is hierdoor vaak opgedeeld tussen broers, die elkaar vervolgens bestreden omdat zij het gehele rijk van hun vader voor zichzelf wilden. De bekendste opdeling is het Verdrag van Verdun uit 843, dat het rijk opdeelde in West-Francië, Midden-Francië en Oost-Francië; deze splitsing zou tenslotte definitief worden in de 10e eeuw, na veel bloedvergieten tussen de Karolingen onderling.

Ontstaan en verbreiding[bewerken]

Het eerstgeboorterecht is in de 11e eeuw ontstaan in West-Europa na talloze familieconflicten over de erfopvolging. Het betrof hierbij zowel de koninklijke huizen, de adelshuizen als de boeren; allen besloten in een vrij korte en haast "revolutionair" te noemen periode de eerstgeboren zoon tot erfgenaam te maken van het vaderlijk erfgoed. Het eerstgeboorterecht ging daarmee in tegen de gelijke verdeling van een erfenis over alle kinderen, zoals dat gehanteerd werd in de Lex Salica (vroege 6e eeuw) voor vele vorstenhuizen in West-Europa sinds de vroege middeleeuwen. De vrouwen waren hierbij de grootste verliezers, omdat zij bijna nooit meer iets konden erven, en de jongere zonen hadden meestal domweg pech later geboren te zijn, maar op deze regel konden uitzonderingen worden gemaakt.
Het gebruik om de oudste zoon het opvolgersrecht te verlenen verspreidde zich geleidelijk over de rest van Europa, zoals de Britse Eilanden, Scandinavië (Noorwegen in 1260), Zuid- en Oost-Europa (met uitzondering van Rusland). Het is een unieke opvolgingsregeling die buiten Europa nooit tot ontwikkeling is gekomen.

Vrouwen bij gebrek aan mannen[bewerken]

Er is ondanks dit voorrecht voor eerstgeboren zonen vaak discussie geweest of de opvolging ook in vrouwelijke lijn mocht verlopen wanneer de overleden heer geen mannelijke nakomelingen had. Hiermee kon beter voorkomen worden dat dynastieën uitstierven. Dit maakte een uitgekiende huwelijkspolitiek interessant: vorsten huwelijkten hun zonen het liefste uit aan een dochter van een andere vorst die geen zonen had, zodat het bezit aan de eigen erflanden kon worden toegevoegd als deze schoonvader-vorst overleed zonder alsnog mannelijke erfgenamen te kunnen leveren (middels verwekking of adoptie).
Dat een bepaald rijksleen ook mocht worden geërfd door een vrouw werd vanaf de hoge middeleeuwen een voorrecht dat de rooms-koning/keizer kon verlenen. Dit recht verwierf bijvoorbeeld Reinald I van Gelre in 1295 van rooms-koning Adolf van Nassau:

Aanhalingsteken openen

Indien de genoemde graaf zonder zonen zou komen te overlijden, terwijl er wel dochters zijn, dan zal de oudste onder de achtergebleven dochters, dus de eerstgeborene, en de nakomelingen van deze eerstgeborene, ongeacht hun geslacht, hem volledig opvolgen in het graafschap Gelre met alles wat daarbij hoort.[2]

Aanhalingsteken sluiten

Een rijksleen dat door zowel een vrouw als een man mocht worden geërfd, heette een spilleleen of konkelleen (bijvoorbeeld Gelre, Vlaanderen en Henegouwen), terwijl een rijksleen dat slechts door een man mocht worden geërfd een zwaardleen werd genoemd (bijvoorbeeld Holland en Zeeland).

In 1890 was het zoonloos overlijden van Willem III der Nederlanden reden voor het Groothertogdom Luxemburg om zich van de Nederlandse monarchie af te scheiden met een beroep op de oude Lex Salica, terwijl Nederland, na een periode van regentes Emma van Waldeck-Pyrmont, met Wilhelmina een vrouw op de troon kreeg. Terwijl Luxemburg met zijn nieuwe groothertog Adolf overstapte op de tak Nassau-Weilburg om een man op de troon te krijgen, schafte zijn zoon Willem IV van Luxemburg alsnog de Salische Wet af, omdat hij slechts dochters had, zodat in 1912 Maria Adelheid hem kon opvolgen.

Gelijk eerstgeboorterecht[bewerken]

Europese vorstenhuizen naar opvolging:

██ gelijk eerstgeboorterecht

██ mannelijk eerstgeboorterecht, zal wijzigen in gelijk eerstgeboorterecht

██ mannelijk eerstgeboorterecht

██ Salisch eerstgeboorterecht

██ verkiezing/benoeming

Gelijk eerstgeboorterecht/primogenituur of absoluut eerstgeboorterecht/primogenituur verwijst naar de sinds 1980 veel gedane grondswetswijziging in veel Europese monarchieën dat het oudste kind van de overleden vorst altijd de opvolging toekomt, ongeacht het geslacht, en dit dus ook de oudste dochter kan zijn in plaats van de oudste zoon die jonger is dan de oudste dochter. De volgende landen hebben deze hervorming doorgevoerd:

In België ging de invoering van gelijk eerstgeboorterecht samen met de afschaffing van de Salische Wet, waarmee men dus twee stappen in één keer zette in de richting van seksegelijkheid.

In de volgende landen wordt de invoering van gelijk eerstgeboorterecht nog overwogen:

  • Verenigd Koninkrijk: voorstel uit 2011 wordt nog behandeld.
  • Japan: overwogen, niet actueel.
  • Spanje: adel heeft al gelijk eerstgeboorterecht, voor koningshuis liggen ook plannen klaar.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Adam Smith (1776) The Wealth of Nations Book 3 chapter 2 "Of the Discouragement of Agriculture in the Ancient State of Europe after the Fall of the Roman Empire. "
  2. G. A. Noordzij, Gelre. Dynastie, land en identiteit in de late middeleeuwen (2008) 49. Universiteit Leiden.