Adolf van Luxemburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Adolf
1817-1905
Adolf van Luxemburg
Hertogdom Nassau wapen.svg Hertog van Nassau
Periode 1839-1866
Voorganger Willem
Opvolger --
Groothertogelijk wapen Luxemburg.svg Groothertog van Luxemburg
Periode 1890-1905
Voorganger Willem III
Opvolger Willem IV
Vader Willem van Nassau
Moeder Louise van Saksen-Altenburg
Dynastie Nassau-Weilburg

Adolf Willem Karel August Frederik (Wiesbaden, Biebrich, 24 juli 1817Slot Hohenburg, 17 november 1905) was van 1839 tot 1866 de laatste hertog van Nassau en van 1890 tot 1905 groothertog van Luxemburg.

Nassau[bewerken | brontekst bewerken]

Adolf was de zoon van hertog Willem van Nassau en Louise van Saksen-Altenburg (1794-1825), dochter van Frederik van Saksen-Altenburg. Bij de dood van zijn vader op 30 augustus 1839 werd hij hertog van Nassau. Op 31 januari 1844 huwde hij grootvorstin Elisabeth, de dochter van grootvorst Michaël Pavlovitsj van Rusland en een nicht van tsaar Nicolaas I, die echter reeds een jaar later stierf. Te harer nagedachtenis liet hij in Wiesbaden een Russisch-orthodoxe kapel oprichten.

Adolf als hertog van Nassau

Hij regeerde op conservatieve wijze, maar zag zich in het revolutiejaar 1848 op het allerlaatste moment - voor zijn slot stond een woedende menigte van 30.000 mensen - genoodzaakt de zogenaamde "negen eisen der Nassauers" in te willigen en een Kamer van Afgevaardigden met algemeen kiesrecht in te voeren. Hij zette zijn beleid op meer liberale wijze voort en schreef in 1849 Frederik Willem IV van Pruisen zelfs een nederige brief waarin hij deze verzocht de hem door het liberale Frankfurter Parlement aangeboden Duitse keizerskroon te aanvaarden. Later zette zich echter weer een conservatieve periode in waarin Adolf veel van zijn liberale maatregelen terugdraaide: de landdag werd ontbonden, de pers gemuilkorfd en het recht op vergadering en vereniging beperkt.

Nassau was Oostenrijks gezind en in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 verklaarde Adolf Pruisen dan ook de oorlog. De overwegend liberale Kamer weigerde echter geld beschikbaar te stellen en op 15 juli moest de hertog vluchten. Pruisen bezette op 18 juli Wiesbaden en beschouwde Nassau na de overwinning als oorlogsbuit. De formele annexatie van het hertogdom vond plaats op 8 oktober.

Luxemburg[bewerken | brontekst bewerken]

Met het overlijden van prins Alexander der Nederlanden in 1884 was de verwachting dat de Ottoonse Linie van het Huis Nassau in de mannelijke lijn zou uitsterven op het moment dat koning Willem III der Nederlanden zou komen te overlijden. Daarbij zou overeenkomstig de Erneuerte Nassauische Erbverein het groothertogdom Luxemburg worden geërfd door Adolf. Willem III was ervan overtuigd dat er wel een regeling getroffen kon worden zodat zijn dochter prinses Wilhelmina hem ook in Luxemburg zou opvolgen. Koningin Emma ging er echter van uit dat Luxemburg aan de Walramse Linie van het Huis Nassau zou toevallen, zodat Adolf, haar oom van moederszijde, Willem III in Luxemburg zou opvolgen. De staatsminister van Luxemburg, Félix baron de Blochausen, trachtte Emma ertoe over te halen zich met zienswijze van de koning te verenigen, maar tevergeefs. De onderhandelingen tussen Willem III en Adolf voor een overeenkomst over de toekomstige afwikkeling van zaken zoals de persoonlijke bezittingen van de koning in Luxemburg leidden tot een op 30 september 1884 gesloten verdrag tussen Willem III en Adolf waarin definitief werd vastgelegd dat na het overlijden van Willem III, als hij geen mannelijke nakomelingen zou hebben, het groothertogdom zou overgaan naar Adolf en zijn nakomelingen, overeenkomstig de Erneuerte Nassauische Erbverein. Bij het overlijden van Willem III op 23 november 1890 werd Adolf de nieuwe groothertog van Luxemburg.[1][2][3]

De reeds 73-jarige Adolf hield zich in het liberale Luxemburg afzijdig van de dagelijkse politiek en benoemde in 1902 zijn zoon en troonopvolger Willem (IV) Alexander tot Lieutenant-Représentant (stadhouder). Hij besteedde zijn tijd aan het uitbreiden van de kunstcollectie in zijn paleis in de stad Luxemburg en aan de restauratie van het slot Berg, dat sindsdien de residentie van de groothertogelijke familie is. Hij bracht het grootste deel van zijn tijd echter niet in Luxemburg door, maar op zijn slot Hohenburg bij Lenggries in de Beierse Alpen. Hij stierf daar op 17 november 1905 en werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV.

Adolf en zijn vrouw Adelheid
Adolf op latere leeftijd

Huwelijk en kinderen[bewerken | brontekst bewerken]

Adolf huwde in 1844 zijn eerste echtgenote Elisabeth Michajlovna die één dag na de bevalling van een dochter (1845) overleed. De baby was de dag van de geboorte al gestorven.

Op 23 april 1851 huwde hij Adelheid Marie van Anhalt-Dessau, een nicht van Leopold IV van Anhalt, en ze hadden vijf kinderen:

Voorouders[bewerken | brontekst bewerken]

Voorouders van Adolf van Luxemburg
Overgrootouders Karel Christiaan van Nassau-Weilburg (1735-1788)

Carolina van Oranje-Nassau (1743-1787)
Willem George van Sayn-Hachenburg (1711-1751)

Isabella Augusta Reuß zu Greiz (1709-1759)
Ernst Frederik III van Saksen-Hildburghausen (1727-1780)

Ernestine Augustine Sophie van Saksen-Weimar-Eisenach (1740-1786)
Karel II van Mecklenburg-Strelitz (1741-1816)

Frederika Caroline Louise van Hessen-Darmstadt (1752–1782)
Grootouders Frederik Willem van Nassau-Weilburg (1768-1816)

Louise van Sayn-Hachenburg (1772-1827)
Frederik van Saksen-Altenburg (1763-1834)Frederik van Saksen-Altenburg (1763-1834)

Charlotte Georgine Louise van Mecklenburg-Strelitz (1769-1818)
Ouders Willem van Nassau (1792-1839)

Louise van Saksen-Hildburghausen (1794-1825)
Adolf van Luxemburg (1817-1905)
Zie de categorie Adolphe, Grand Duke of Luxembourg van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.