Huursoldaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwitserse Reisläufer steken de Alpen over (tekening van Luzerner Schilling)

Huursoldaat of huurling is een soldaat die op commerciële grondslag dienst neemt in een leger. Het verschijnsel is zeer oud. De stad Carthago gebruikte reeds huurlingen en zelfs de oud-testamentische koning David en Alexander de Grote deden een beroep op hen.

In het Italië van de vijftiende eeuw en later werden eenheden van huurlegers op de been gebracht door een soort ondernemers, vaak condottiere genoemd, die hun legertje beschikbaar stelden aan de staat die hun het beste aanbod deed.

Vanaf de 13e tot laat in de 17e eeuw speelden legers van huursoldaten een dominerende rol in Europese oorlogsvoering. Het nadeel was echter dat de betalende heersers wel eens in geldnood kwamen en achter raakten met de betalingen. In zulke gevallen kwam het nogal eens voor dat de huurlingen aan het muiten of plunderen sloegen.

In de 18e eeuw ontwikkelden die zich meer en meer tot nationale beroepslegers. In de tweede helft van de 20e eeuw waren kleine huurlingengroepen betrokken bij staatsgrepen; bekende huurlingen uit deze periode waren Mike Hoare en Bob Denard.

Een moderne vorm van een huurlingenleger is de particuliere militaire uitvoerder.

Het internationaal recht zoals dat in de Verdragen van Den Haag en de Conventie van Genève is vastgelegd beschermt huurlingen niet.[1]

Dictators maken soms gebruik van huurlingen om een opstand te onderdrukken, zoals in februari 2011 gebeurde in Libië (Benghazi en Beyida). Ook is in onder andere Biafra, de Congo en op de Comoren gebruikgemaakt van huurlingen. Verder kunnen huurlingen reeds in een staat aanwezig zijn voordat er een conflict is. Huurlingen hebben namelijk als voordeel dat ze neutraal in het conflict staan en dus minder geneigd zullen zijn om over te lopen om persoonlijke redenen. Een andere reden is ontoereikendheid van het eigen militaire apparaat. Het is daardoor niet verwonderlijk dat in de 20e eeuw vooral in Afrika gebruik werd gemaakt van huurlingen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Artikel 4 Conventie van 1949. Franc-tireurs moeten om beschermd te worden door de Verdrag van Den Haag van 1899 en 1907 en de daaropvolgende Conventie van Genève onderdaan van het oorlogvoerend land zijn en herkenbaar zijn aan een op afstand herkenbaar uniek en aan hen verstrekt insigne zoals een band om de arm, hiërarchisch georganiseerd zijn, de oorlogswetten erkennen en openlijk wapens dragen.