Staatsgreep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een staatsgreep, coup, coup d'état of putsch is de plotselinge, illegale afzetting van een regering, meestal door een kleine groep van een instelling van de bestaande staat - gewoonlijk door het leger - om de afgezette regering te vervangen door een andere instelling; hetzij burgerlijk, hetzij militair. Een staatsgreep slaagt als de overweldigers hun dominantie vestigen wanneer de zittende regering er niet in slaagt hun machtsversterking te voorkomen of met succes te weerstaan. Als de coup ofwel niet volledig faalt, ofwel niet in het geheel succes boekt, zal de poging tot een staatsgreep waarschijnlijk leiden tot een burgeroorlog.

Meestal maakt een staatsgreep gebruik van de macht van de bestaande regering om de politieke macht te grijpen. In Coup d'État: A Practical Handbook zegt Edward Luttwak: "Een coup bestaat uit de infiltratie van een klein, maar kritiek deel van het staatsapparaat, dat dan wordt gebruikt om de regering te verdringen van hun controle over de rest", dus gewapend geweld (hetzij militair, hetzij paramilitair) is geen typisch kenmerk van een staatsgreep.

Definitie[bewerken]

Voorbeelden[bewerken]

  • Een van de bekendste en tevens oudste staatsgrepen in de geschiedenis vond plaats toen Julius Caesar de Rubicon overtrok en Rome innam (49 v.Chr.)
  • Napoleon Bonaparte pleegde zijn coup d'état op 9 november 1799 door de "Vergadering van Vijfhonderd" te ontbinden en het Directoire naar huis te sturen.
  • Bierkellerputsch van 1923; een mislukte poging van Hitler tot een staatsgreep in München en vervolgens de macht in Berlijn te grijpen. Dit was geïnspireerd door Mussolini met de Mars op Rome.
  • Op 21 april 1967 pleegde een groep kolonels in Griekenland een staatsgreep, die leidde tot afzetting van de koning en afschaffing van de democratie. Zie kolonelsregime.
  • Operatie Walküre: in 1944 pleegde de Duitse kolonel Claus von Stauffenberg een bomaanslag op Adolf Hitler, gevolgd door een staatsgreep, dit mislukte en von Stauffenberg en medeplichtigen werden of opgehangen of gefusilleerd.
  • Een daad waarbij een zittende heerser zijn macht uitbreidt op een manier die tegen de grondwet of de politieke gebruiken van een land ingaat is ook een staatsgreep. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht impliceert een staatsgreep niet per definitie een regimewissel. Voorbeelden van zulke staatsgrepen gepleegd door zittende heersers zijn:

Marokko[bewerken]

In Marokko werden er twee staatsgrepen gepleegd op Hassan II. Deze twee staatsgrepen zijn allebei echter mislukt.

  • Op 10 juli 1971 hebben een Marokkaanse officier, generaal en kolonel een staatsgreep georganiseerd, waarbij het koninklijk paleis werd bestormd door cadetten van het Marokkaanse leger. De plegers werden gevangengenomen, waarbij de ene helft, waaronder Ahmed Marzouki, naar het beruchte Tazmamart werd gestuurd en de andere helft nog steeds gesignaleerd staat als "verdwenen".
  • Op 16 augustus 1972 werd een nieuwe couppoging ondernomen. Dit keer op bevel van Generaal Oufkir, jarenlang de rechterhand van Hassan II. De staatsgreep werd niet aan grond, maar in de lucht gepleegd, waarbij straaljagers van de Koninklijke Marokkaanse luchtmacht het vuur openden op het vliegtuig van Hassan II, dat op weg was van Frankrijk naar Rabat. De kogels hebben het doelwit echter gemist en zo mislukte de tweede staatsgreep. Een grote groep officieren en gevechtspiloten werden na dit incident veroordeeld tot een gevangenisstraf omdat ze betrokken zijn geweest bij de coup. Generaal Oufkir werd ook gevangengenomen, maar wat er met hem is gebeurd is niet bekend. Zijn gezin werd gedurende negentien jaar verbannen naar een gevangenis in de Westelijke Sahara.

Suriname[bewerken]

De plegers van een staatsgreep gebruiken zelf de term uiteraard bijna nooit. Zo spraken de militairen van de zonder veel bloedvergieten verlopen 'sergeantencoup' onder leiding van Desi Bouterse op 25 februari 1980 in Suriname aanvankelijk van een 'ingreep', en pas later van een 'revolutie'. De coup in Suriname vond plaats in een sfeer van nationale malaise, politieke machteloosheid en grote ontevredenheid onder de bevolking en vooral ook binnen de lagere rangen van het leger. De sergeanten kregen aanvankelijk dan ook veel steun vanuit de bevolking voor hun 'ingreep.' De internationale politiek stelde zich afwachtend of gematigd-positief op. Pas na enige tijd, toen de coupplegers met steeds meer geweld hun regime in het zadel wilden houden, werd de aard van de staatsgreep duidelijk. Verhullend taalgebruik is voor coupplegers dan ook een manier om de per definitie antidemocratische aard van een staatsgreep te verbergen.

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn in de loop der geschiedenis verschillende staatsgrepen gepleegd of gepland.

De techniek van de staatsgreep[bewerken]

Er zijn ten minste drie "handleidingen" voor het plegen van een staatsgreep gepubliceerd. Alle kenners van de materie benadrukken dat de verbindingen, het beheersen van telefoon, televisie, telex en telegraaf, en het isoleren van de zittende machthebbers essentieel zijn. Coupplegers bezetten in het verleden dan ook meestal eerst het postkantoor en de telefooncentrale.

Er zijn drie militaire eenheden van belang:

  • De lijfwacht of garde van de machthebber(s)
  • De troepen van de couppleger
  • De troepen die te ver van het machtscentrum gelegerd zijn en daardoor zijn geneutraliseerd.

Het verschil tussen een staatsgreep en een burgeroorlog is dat de troepen buiten de hoofdstad door beide partijen telefonisch zullen worden gepolst om te bepalen hoe sterk de regering en de couplegers staan. De couppleger probeert de machthebber te isoleren en hij zoekt zelf contact met de legereenheden in de provincie. De commandanten van de militaire en paramilitaire eenheden in de garnizoenen zullen in eerste instantie niet reageren. Pas wanneer duidelijk is hoe de machtsverhoudingen liggen, zullen zij de ene of andere partij hun steun betuigen.[1]

Zo kon in 1981 de Spaanse koning Juan Carlos de staatsgreep van Antonio Tejero verijdelen door op de televisie te verschijnen.

Omdat de eenheden van het leger onderling niet graag slaags raken, wordt een coup grotendeels telefonisch gepleegd. Wanneer het de machthebber duidelijk is dat hij onvoldoende steun heeft, zal hij vluchten. Hetzelfde geldt voor de coupplegers.[2]

Dat in 1991 de Augustusstaatsgreep in Moskou tegen de Sovjet-president Michaël Gorbatsjov mislukte werd door de Amerikaanse inlichtingendienst opgemaakt uit de onbeantwoorde telefoontjes vanuit het Kremlin, het zenuwcentrum van de staatsgreep, naar militaire commandanten buiten Moskou. Men reageerde niet.

Handleidingen voor een staatsgreep[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Beluister

(info)