Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Tweede Kamer)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wetgevend orgaan van Vlag van Nederland Nederland
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Algemene informatie
Opgericht in 1815
Aantal leden 150 (vanaf 1956)
Ontmoetingsplaats Binnenhof, Den Haag
Huidige legislatuur
Voorzitter Vera Bergkamp
Griffier Simone Roos
Portaal  Portaalicoon   Politiek

De Tweede Kamer der Staten-Generaal, kortweg de Tweede Kamer, vormt samen met de Eerste Kamer de Nederlandse Staten-Generaal, de landelijke volksvertegenwoordiging voor Nederland. De Tweede Kamer wordt eens in de vier jaar (of eerder, als een kabinet tussentijds aftreedt) gekozen door de kiesgerechtigde Nederlandse bevolking en heeft sinds 1956 150 leden.

De Tweede Kamer maakt wetten en controleert het regeringsbeleid, en heeft daarvoor meer macht en middelen dan de Eerste Kamer. In de Tweede Kamer ontstaan regeringscoalities en deze kunnen hier ook weer uiteenvallen. Ook worden ministers er ter verantwoording geroepen voor hun beleid. De Eerste Kamer heeft deze macht ook, maar gebruikt die veel minder vaak. Een minister of kabinet kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van (een meerderheid in) de Tweede Kamer. Tweede Kamerleden mogen wetsvoorstellen indienen en aanpassen. De Eerste Kamer kan alleen wetsvoorstellen goed- of afkeuren.

De eerste zitting van de Tweede Kamer was op 21 september 1815,[1] nadat onder de Bataafse Republiek al eerder korte tijd een Tweede Kamer had bestaan. Aanvankelijk werden Tweede Kamerleden benoemd door koning Willem I, daarna getrapt door de leden van de Provinciale Staten en vanaf 1848 rechtstreeks door de burger via een landelijke verkiezing. De groep burgers die mocht stemmen was eerst beperkt, gebaseerd op het censuskiesrecht, maar werd in de daaropvolgende decennia uitgebreid. Vanaf 1917 mochten alle volwassen mannen stemmen, vanaf 1919 alle vrouwen.

Het Tweede Kamergebouw staat aan het Binnenhof in Den Haag. Qua werkzaamheden is de Tweede Kamer te vergelijken met het Huis van Afgevaardigden in de Verenigde Staten, het Lagerhuis in het Verenigd Koninkrijk, de Kamer van volksvertegenwoordigers (federaal) in België, de Nationale Vergadering in Frankrijk en de Bondsdag in Duitsland.

Macht en middelen[bewerken | bron bewerken]

De plenaire zaal van de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft in hoofdzaak drie taken:

  • controle op regeringsbeleid,
  • medewetgeving (met de regering en de Eerste Kamer)
  • vertegenwoordiging van de bevolking.

Wetten maken[bewerken | bron bewerken]

De Tweede Kamer is deel van de wetgevende macht in Nederland. Alle wetsvoorstellen moeten zowel door de Tweede als de Eerste Kamer worden goedgekeurd, met een gewone meerderheid: er moeten meer voorstemmen dan tegenstemmen zijn. Dat komt neer op 76 van de 150 Tweede Kamerzetels (zolang alle zetels bezet zijn), en 38 van de 75 Eerste Kamerzetels.

Voorlichtingsfilm over de Tweede Kamer.

Voor wijzigingen in de Grondwet geldt een andere drempel. Daarover wordt in beide Kamers twee keer gestemd, met een verkiezing ertussen zodat twee Kamers met wisselende samenstelling zich over de wijziging kunnen uitspreken. Bovendien moet het voorstel bij de tweede stemming een meerderheid van ten minste twee derde (100 Tweede Kamerzetels, 50 Eerste Kamerzetels) hebben voordat de Grondwet definitief gewijzigd wordt.

Overigens hoeft niet elke beleidswijziging aan het parlement voorgelegd te worden: een minister kan een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling doorvoeren zonder instemming van de Eerste en Tweede Kamer. Deze regelingen worden vooral gebruikt om bestaande wetten specifieker in te vullen.

Veel wetsvoorstellen worden ingediend door de ministers in het kabinet. Veel plannen voor wetsvoorstellen worden al vóór de kabinetsperiode vastgelegd in een regeerakkoord, hoewel dit nergens officieel is vastgelegd. Coalitiepartijen spreken in een akkoord af welke wetsvoorstellen ze in principe willen steunen: ze sluiten compromissen en ruilen onderling voorstellen uit. Daardoor weet een minister zich vaak vooraf al verzekerd van steun voor zijn of haar wetsvoorstellen.

De Tweede Kamer heeft ook het recht van initiatief, dat is het recht om zelf wetsvoorstellen in te dienen. Zulke voorstellen zijn zeldzamer dan voorstellen vanuit het kabinet, maar komen doorgaans enkele keren per jaar voor. Het Tweede Kamerlid of de Tweede Kamerleden die het wetsvoorstel indient of indienen zitten dan in de plenaire zaal van de Kamer achter de regeringstafel in het zogeheten Vak K om hun wetsontwerp te verdedigen, ook in de Eerste Kamer.

Een ander belangrijk recht bij de wetgeving is het recht van amendement. Dat is de mogelijkheid om wetsvoorstellen op onderdelen te wijzigen (zie: Nederlandse wet). Als een meerderheid van de Tweede Kamer het amendement steunt, dan wordt de verlangde wijziging aangebracht. Een minister die daar grote bezwaren tegen heeft, kan dreigen met aftreden of met intrekking van het gehele wetsontwerp.

Controleren van de regering[bewerken | bron bewerken]

Om de regering te kunnen controleren, heeft de Tweede Kamer verschillende rechten en instrumenten. Een belangrijke bevoegdheid van de Tweede Kamer is het budgetrecht of recht van begroting. Dat is de mogelijkheid begrotingen van de ministeries goed en af te keuren en om ze te wijzigen.

Verder kan de Tweede Kamer gebruikmaken van het recht van interpellatie. In minder zwaarwegende kwesties kunnen ministers door Kamerleden aan de tand worden gevoeld tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuurtje van de Tweede Kamer. Ook bestaat de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen, waarop de betrokken minister of staatssecretaris verplicht is te antwoorden.

Een verhoor tijdens de parlementaire enquête naar de RSV-werf in 1984.

In sommige gevallen maakt de Tweede Kamer gebruik van het recht van enquête om zich te laten informeren. Dit gebeurt via een zogeheten parlementaire enquête. Een speciaal daarvoor benoemde tijdelijke commissie, samengesteld uit Tweede Kamerleden, onderzoekt dan in een bepaalde kwestie het regeringsbeleid tot op de bodem. Betrokkenen, van burgers tot ambtenaren tot leidinggeven uit het bedrijfsleven tot ministers, kunnen onder ede worden gehoord en formeel zelfs gegijzeld worden. Als achteraf blijkt dat zij hierbij niet te waarheid spreken, kunnen ze wegens meineed vervolgd worden. Bekende voorbeelden zijn de enquête naar de Bijlmerramp en de enquête naar Bouwfraude (2002).

Er zijn twee andere parlementaire onderzoeksvormen die kleiner van opzet zijn dan de parlementaire enquête. Een daarvan is het parlementair onderzoek, waarbij getuigen niet onder ede staan en getuigen ervoor kunnen kiezen niet op te komen dagen. De Kamer kan kiezen voor een parlementair onderzoek omdat het voornaamste doel van het onderzoek niet waarheidsvinding, maar het vergroten van het inzicht in een praktijk of misstand is. De andere onderzoeksvorm is de parlementaire ondervraging, vaak ook aangeduid als mini-enquête vanwege de kleinere opzet. Dit is een soort tussenvorm: er is geen uitgebreid dossieronderzoek, maar getuigen kunnen wél onder ede gehoord worden. Zo kan de Kamer bijvoorbeeld snel onderzoek doen, ook bij (politiek) gevoelige onderwerpen. Een voorbeeld is de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, die in 2020 de Toeslagenaffaire onderzocht en de val van het kabinet-Rutte III inluidde.

Het vragenrecht, budgetrecht, recht van interpellatie en recht van enquête vallen allen onder het recht op informatie van de Tweede Kamer. Het zijn middelen waarmee de Kamer aan informatie kan komen om zo het functioneren van de regering te beoordelen.

Een ander instrument van de Tweede Kamer is de zogenaamde motie. Jaarlijks worden enkele duizenden moties ingediend. In een motie spreekt de Tweede Kamer een mening uit, of zij vraagt hierin aan een minister of het hele kabinet om iets te doen of juist na te laten. Zo'n uitspraak weegt minder zwaar dan een amendement, omdat hij niet bindend is. Een minister kan een motie naast zich neerleggen. Een uitzondering is de motie van wantrouwen. Als een motie van wantrouwen door een meerderheid van de Kamer wordt aangenomen, dient de bewindspersoon of de bewindslieden op te stappen. Minder zwaar is de motie van afkeuring, die het handelen van een bewindspersoon veroordeelt en waarschuwt, maar niet tot opstappen dwingt. Een nog mildere vorm van de Kamer om ongenoegen uit te spreken is de motie van treurnis.

Werkzaamheden[bewerken | bron bewerken]

Premier Mark Rutte spreekt de Kamer toe tijdens het debat over de regeringsverklaring bij het aantreden van het Kabinet-Rutte II in 2012. De bewindspersonen uit zijn kabinet zitten achter hem, in Vak K.

De werkzaamheden van de Tweede Kamer worden geregeld in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

Het bekendste deel van de Tweede Kamer is de plenaire vergaderzaal. Hier vinden grote Kamerdebatten plaats, zoals de algemene politieke beschouwingen na Prinsjesdag en spoeddebatten over urgente kwesties. Ook het Vragenuur wordt gehouden in de plenaire zaal.

Veel van het Kamerwerk speelt zich af buiten deze plenaire zaal, in de vaste Kamercommissies. Deze vinden plaats in de commissiezalen in het Kamergebouw. Zo bespreken Kamerleden de uitwerking van een wet in een Wetgevingsoverleg of Wgo. Er is het AO (de afkorting van 'Algemeen Overleg'), een vergadering van een Kamercommissie met een of meer bewindspersonen. En ook bestaat het VAO (de afkorting van 'Verslag Algemeen Overleg'), een kort plenair debat ter afronding van een algemeen overleg van een Kamercommissie. Hier kunnen moties worden ingediend.

Sinds 1968 houdt de Kamer ook hoorzittingen, waarin deskundige of belanghebbende burgers inlichtingen kunnen verschaffen aan de Kamer of een van haar commissies.

Sinds 2006 kent de Kamer het burgerinitiatief. Kiesgerechtigden kunnen met 40.000 handtekeningen een onderwerp voordragen voor de Kameragenda. Dit onderwerp mag niet in strijd zijn met de Grondwet en mag niet de laatste twee jaar in de Kamer aan de orde zijn geweest. Sinds 1 januari 2008 kan de actie voor een burgerinitiatief ook op het internet worden gevoerd.

Presidium en voorzitter[bewerken | bron bewerken]

Zie Voorzitter van de Tweede Kamer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Tweede Kamer bestuurt zichzelf. Het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer heet het presidium en bestaat geheel uit Tweede Kamerleden. Het staat onder leiding van de voorzitter, ook een Tweede Kamerlid. De voorzitter wordt gekozen door de Kamer, kort na de installatie van de nieuwe Tweede Kamer na verkiezingen (of eerder, bij tussentijds aftreden van de vorige voorzitter). Niet alle fracties zijn vertegenwoordigd in het presidium: kleinere fracties worden door één of meerdere Kamerleden van een grotere fractie vertegenwoordigd.

Khadija Arib op de voorzittersstoel van de Tweede Kamer tijdens de nieuweledendag van de PvdA in 2015.

De voorzitter werd niet altijd direct gekozen door de Kamer. Vanaf de instelling van de Tweede Kamer in 1815 werd de voorzitter gekozen door de Kamer en benoemd door de Kroon. Aan het begin van ieder zittingsjaar stelde de Kamer een lijst met drie kandidaten samen. Deze lijst werd aangeboden aan de regering, die vervolgens een van de kandidaten benoemde. De drie kandidaten waren gerangschikt naar voorkeur van de Kamer. Zo stemde men eerst over de als eerste geplaatste, vervolgens over de als tweede geplaatste en ten slotte over de als derde geplaatste kandidaat. Per stemming was een absolute meerderheid van de aanwezige Kamerleden nodig om te worden verkozen. De benoeming door de Kroon was louter symbolisch, zonder uitzondering werd altijd de eerst geplaatste van de lijst benoemd. Mocht een voorzitter afwezig zijn, dan werden de honneurs waargenomen door het oudste aanwezige Kamerlid.

Met de uitbreiding van het presidium is hier verandering in gekomen. In de Grondwet van 1983 is opgenomen dat de Kamer zelf een voorzitter benoemt. Tevens is toen bepaald dat een voorzitter niet langer voor slechts één zittingsjaar zetelt, maar voor de gehele zittingsperiode van de Kamer.

Presentie en stemmingen[bewerken | bron bewerken]

Ook bij een plenaire vergadering zijn vaak alleen de Kamerleden met de desbetreffende specialisatie aanwezig (en verder de voorzitter en de desbetreffende bewindspersoon). Bij stemmingen[2] moeten wel zo veel mogelijk leden aanwezig zijn. De meeste stemmingen worden van tevoren gepland, zodat de leden tijdig weten wanneer ze allemaal aanwezig moeten zijn. In het geval van een ongeplande stemming laat de voorzitter vooraf in het hele gebouw een bel gaan, en geeft hij of zij de leden even de tijd om naar de zaal te komen. Bij stemmingen met handopsteken wordt de dubbele fictie gehanteerd dat alle leden aanwezig zijn, en dat de leden binnen een fractie hetzelfde stemmen.[3] Over personen wordt schriftelijk gestemd, bijvoorbeeld bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter of bij het opmaken van voordrachten voor leden van de Algemene Rekenkamer of de Hoge Raad.

Om te kunnen vergaderen, is een quorum vereist. Dit is het aantal aanwezige Kamerleden in het gebouw: 76 leden moeten hun handtekening op de presentielijst hebben gezet voor de voorzitter de vergadering kan openen. Als het aantal leden niet gehaald is, kan de vergadering niet beginnen. Ook voor een hoofdelijke stemming, waarbij niet per fractie maar per individueel Kamerlid wordt gestemd, is een quorum van 76 leden vereist.

Openbaarheid[bewerken | bron bewerken]

Was een vergadering van de Tweede Kamer in 1814 aanvankelijk besloten, in de Grondwet van 1815 werd zij onder druk van Zuid-Nederlanders openbaar. In 1859 kwam er een perstribune in de vergaderzaal.

De plenaire debatten worden rechtstreeks uitgezonden op televisie en via het internet. De teksten worden op internet gepubliceerd in de Handelingen (of: Plenaire Verslagen). De voorlopige versie staat binnen een dag op de website van de Tweede Kamer onder "Verslagen", de definitieve na drie tot vier weken op overheid.nl.

Ambtelijke ondersteuning[bewerken | bron bewerken]

Bij de Tweede Kamer werken enkele honderden ambtenaren die het Kamerwerk ondersteunen. Zij organiseren bijvoorbeeld de zalen voor vergaderingen en de Kameragenda. Voor het juridisch assisteren van Kamerleden bij amendementen en initiatiefwetten is er het Bureau Wetgeving.[4] Kamerfracties en -leden hebben hun eigen medewerkers: zij zijn in dienst bij de partij.

Een prominente ambtelijke functie in de Kamer is die van de griffier. De griffier zit in de Kamer rechts van de voorzitter (gezien vanuit de voorzitter), links zit het hoofd van de griffie.[5] Sinds 11 juni 2018 is Simone Roos griffier van de Tweede Kamer. Een historisch overzicht van griffiers is opgenomen in de lijst van griffiers van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Zetelverdeling[bewerken | bron bewerken]

Zie Samenstelling Tweede Kamer 2021-heden voor een overzicht van de samenstelling van de Tweede Kamer sinds de verkiezingen in 2021.

Gebouw[bewerken | bron bewerken]

De oude vergaderzaal van de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer vergadert in het Tweede Kamergebouw aan het Plein in Den Haag. Sinds het ontstaan van het koninkrijk tot aan 1992 vonden de zittingen plaats in de Oude Zaal, die ongeveer hetzelfde uiterlijk had als de huidige Eerste Kamer. In 1992 betrok de Tweede Kamer de nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Impressie van de nieuwe tijdelijke vergaderzaal van de Tweede Kamer

Tijdens de renovatie van het Binnenhof, vanaf 2021, zal de Tweede Kamer Bezuidenhoutseweg 67, het voormalige gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken, gebruiken voor haar vergaderingen. In de kelder van dit gebouw wordt een exacte kopie van de huidige zaal gerealiseerd.[6]

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Externe links[bewerken | bron bewerken]

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

  • Aerts, R., Van Baalen, C., Oddens, J., Smit, D., & te Velde, H. (red.). (2015). In dit Huis. Twee eeuwen Tweede Kamer. Amsterdam: Boom. ISBN 9789089531995.
  • Bovend'Eert, P. P. T., & Kummeling, H. R. B. M. (2017). Het Nederlandse parlement (12e druk). Deventer: Wolters Kluwer. ISBN 9789013127454.
  • Hoetink, C. (2018). Macht der gewoonte: regels en rituelen in de Tweede Kamer na 1945. Nijmegen: Vantilt. ISBN 9789460042768 (handelseditie proefschrift).
Zie de categorie Tweede Kamer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.