Mark Rutte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mark Rutte
Mark Rutte (2015)
Algemene informatie
Geboren 14 februari 1967
Geboorteplaats Den Haag
Functie Minister-president en minister van Algemene Zaken
Partij VVD
Religie Hervormd
Titulatuur drs.
Alma mater Universiteit Leiden
Politieke functies
1988-1991 Voorzitter JOVD
1993-1997 Lid hoofdbestuur VVD
2002-2004 Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid
2003,
2006-2010,
2012, 2017,
2021-heden
Lid Tweede Kamer
2004-2006 Staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
2006-heden Politiek leider VVD
2006-2010,
2012, 2017,
2021-heden
Fractievoorzitter in de Tweede Kamer
2010-heden Minister van Algemene Zaken
2010-heden Minister-president
Handtekening
Biografie op Parlement.com
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Mark Rutte (Den Haag, 14 februari 1967) is een Nederlands politicus. Sinds 14 oktober 2010 is hij minister-president van Nederland en minister van Algemene Zaken en daarmee de op een na langstzittende minister-president in de Nederlandse geschiedenis (na Ruud Lubbers). Hij is tevens Tweede Kamerlid en politiek leider van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).

In zijn studententijd was Rutte al politiek actief als voorzitter van de politieke jongerenorganisatie JOVD en later lid van het VVD-partijbestuur. In 2002 maakte hij de echte overstap naar de landelijke politiek toen hij staatssecretaris van Sociale Zaken en vervolgens van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het eerste en tweede kabinet-Balkenende werd. Na de val van dat kabinet won Rutte nipt de lijsttrekkerverkiezing van Rita Verdonk, die als nummer twee meer stemmen haalde bij de verkiezingen van dat jaar. Na het verlies bij die Tweede Kamerverkiezingen trad Rutte als fractievoorzitter in de oppositie toe tot de Tweede Kamer.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2010 werd de VVD met partijleider Rutte nipt de grootste partij en werd vervolgens het eerste kabinet-Rutte geformeerd, samen met het CDA en met gedoogsteun van de PVV. Dat kabinet viel toen de PVV na anderhalf jaar haar gedoogsteun opzegde. Bij de verkiezingen in 2012 leidde Rutte de VVD naar een recordaantal zetels. Het kabinet-Rutte II, waarin de VVD plaatsnam met de PvdA, werd het langstzittende kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog. Na de verkiezingen in 2017 werd de VVD opnieuw de grootste partij, waarna het kabinet-Rutte III werd gevormd met het CDA, D66 en de ChristenUnie.

In de eerste jaren van Ruttes premierschap domineerde de kredietcrisis en de Europese staatsschuldencrisis de agenda. In deze jaren werd er streng bezuinigd en de verzorgingsstaat herzien. In latere jaren kreeg Rutte te maken met de gaswinningsproblematiek in Groningen, de stikstofcrisis en de coronacrisis. Zijn derde kabinet kwam ten val, vlak voor de verkiezingen, door de toeslagenaffaire die plaatsvond onder zijn premierschap.

Levensloop

Familie

De Badkapel in Scheveningen (gesloopt in 1915), waar Ruttes opa ouderling was

Mark Rutte is de jongste uit een hervormd gezin met zes andere kinderen. Zijn vader was de in Rotterdam geboren Izaac (Ies) Rutte (1909-1988),[1] zijn moeder Mieke (Hermina Cornelia) Dilling (1923-2020).[1][2]

Izaac Rutte was vertegenwoordiger (importeur) van een handelsonderneming in Nederlands-Indië en later (in Nederland) directeur. Izaac Rutte was eerder getrouwd met Petronella Hermanna Dilling (1910-1945). Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen voort. De oudste halfzus van Rutte werd 35 jaar eerder geboren dan hij.[3] De eerste vrouw van de vader van Rutte overleed in juli 1945[4] in een Jappenkamp, waar het echtpaar gevangen zat. Na de dood hertrouwde zijn vader met Mieke Dilling, de zuster van zijn eerste vrouw.[5]

Mieke Dilling, Mark Ruttes moeder, was dochter van een opzichter van de Heidemaatschappij en ten tijde van zijn geboorte secretaresse.[6] In de jaren vijftig vertrok het gezin uit Indonesië, toen de regering van Soekarno de Nederlandse bedrijven nationaliseerde.[5] Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort, onder wie Mark. Het gezin stemde op de ARP (later opgegaan in het CDA) en las dagblad Trouw.[7] Zijn grootvader was ouderling van de Badkapel in Scheveningen.

Eind jaren tachtig van de twintigste eeuw verloor Mark Rutte zijn vader in 1988 en ruim een jaar later zijn broer Wim in 1989 op 40-jarige leeftijd, die aan aids leed.[8] Zijn moeder overleed op 13 mei 2020 op 96-jarige leeftijd.[2][9]

Jeugd en maatschappelijke carrière

Na het behalen van het diploma gymnasium-A aan het Maerlant-Lyceum overwoog Rutte naar het conservatorium te gaan, aangezien hij piano speelt. Uiteindelijk werd het een studie geschiedenis aan de Universiteit Leiden, waarin hij in 1992 zijn doctoraalexamen haalde. Hij was daarna werkzaam bij Unilever. Tot 1997 was hij, onder andere bij het toenmalige Unilever-onderdeel Loders Croklaan in Wormerveer, verantwoordelijk voor opleidingen en trainingen van medewerkers en begeleidde hij enkele reorganisaties.

In 1997 trad hij binnen Unilever als personeelsmanager in dienst van Van den Bergh Nederland. Hij werd in 2000 benoemd in de Corporate Human Resources Group. In 2002 was hij als directeur Human Resources in dienst van de IGLOMora Groep BV, een werkmaatschappij van Unilever.

Rutte was van 1988 tot 1991 landelijk voorzitter van de liberale jongerenorganisatie JOVD en van 1993 tot 1997 lid van het hoofdbestuur van de VVD.

Staatssecretariaat

In 2002 werd Rutte staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kortstondige kabinet-Balkenende I en hij behield die post in het kabinet-Balkenende II. In deze positie was hij belast met volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. Hij heeft de Wet werk en bijstand tijdens de Tweede Kamerbehandeling verdedigd, en "erdoorheen geloodst". Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2003 stond Rutte elfde op de lijst. Na de verkiezingen kwam hij gedurende de kabinetsformatie in de Tweede Kamer.

Rutte als staatssecretaris (2006)

Op 16 juni 2004 stapte hij over naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waar hij Annette Nijs opvolgde als staatssecretaris. Daar was hij belast met het hoger onderwijs en het mbo. Bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd hij opgevolgd door Henk van Hoof.

Als staatssecretaris adviseerde Rutte in 2003 gemeenten Somalische inwoners extra te controleren op bijstandsfraude, nadat enkele Somaliërs die werkzaam waren in Engeland tevens een bijstandsuitkering bleken te ontvangen in Nederland. Een uitkeringsgerechtigde, Somalische man, werd op grond van uiterlijke kenmerken door sociale rechercheurs staande gehouden en gecontroleerd op fraude, waarna hij de recherche de toegang tot zijn woning weigerde. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besloot hierop het recht van de man op een uitkering in te trekken. De man was het hier niet mee eens en zijn beroep werd door de bestuursrechter gegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat "een onderzoek uitsluitend gericht op personen van Somalische afkomst discriminatoir is" en strijdig met de Grondwet omdat dit onderscheid "discriminatie naar ras" is.[10][11] Rutte verwierp de kritiek en stelde dat een wetswijziging dan noodzakelijk zou zijn, om gericht fraude te kunnen bestrijden.[12]

Politieke doorbraak

Voor de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2006 was Rutte ook de VVD-campagneleider. Na die verkiezingen had Jozias van Aartsen zich op 8 maart 2006 teruggetrokken als fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006. Een dag later maakte Rutte bekend kandidaat-lijsttrekker te zijn. Op 21 maart lanceerde hij in een verkiezingspamflet onder de titel "De toekomst is nu" zijn negen-puntenplan, waarin hij zijn prioriteiten presenteerde. Deze punten waren:[13][14]

  • Pokon voor de economie: meer banen, meer welvaart (stimuleren ondernemerschap, ook in het onderwijs)
  • Vakmensen hun vak terug: bureaucratie aan banden (budgettair plafond van 15 procent voor managementlagen binnen verpleging, onderwijs, politie)
  • Groen ondernemen = economische groei (investeren in kennis en "innovatie"; sterk investeren in kernenergie; hoogstaande technologische oplossingen in milieu- en energievraagstukken)
  • Ruim baan voor tweeverdieners en middeninkomens, handen af van de hypotheekrenteaftrek (voltijdse kinderopvang; hypotheekrenteaftrek en pensioenopbouw handhaven; lastenverlichting voor middeninkomens)
  • Bestrijding van armoede (geen bijstand voor mensen onder de 27; werklozen inzetten in verpleeghuizen en op scholen; hulp en aandacht voor werkloze allochtonen en analfabete autochtonen)
  • Integratie en immigratie: een magneet voor internationaal talent (streng immigratiebeleid; kansrijke en talentvolle immigranten welkom op basis van een puntensysteem)
  • Geen valse bescheidenheid in Europa en de wereld (Nederland leidend maken binnen de EU; "Nationaal wat nationaal kan, Europees wat Europees kan"; ontwikkelingssamenwerking op basis van ondernemerschap)
  • Ervaring van ouderen benutten (na het 65ste levensjaar doorwerken mag; meer ouderen aan het werk; aan stabiliteitspact vasthouden; pensioenwaarden handhaven)
  • Veiligheid: de kant van het slachtoffer kiezen (meer blauw op straat; criminelen harder straffen; mkb stimuleren)
Rutte op campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006

Rutte was niet de enige kandidaat in het interne lijsttrekkersreferendum: als tegenstrevers meldden zich Rita Verdonk en Jelleke Veenendaal. Er volgde een stormachtige campagneperiode en een heftige tweestrijd binnen de partij over de vraag of de populaire Verdonk lijsttrekker moest worden of de meer gematigde Rutte. Op 31 mei 2006 werd bekendgemaakt dat 51,5% van de VVD-leden hem tot lijsttrekker had verkozen, Verdonk haalde 46 procent.[15] Op 27 juni 2006 nam Rutte ontslag als staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, omdat de algemene opinie onder alle (of in ieder geval de meeste) politieke partijen was, dat hij als lijsttrekker beter geen deel meer kon uitmaken van het kabinet. De dag erna werd hij beëdigd als Kamerlid en weer een dag later werd hij voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de VVD.

Het kostte Rutte moeite zich te profileren als lijsttrekker, en zijn leiderschap bij de VVD bleef niet onomstreden. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2006, in november van dat jaar, leed de VVD een verlies van zes zetels. Door de grote populariteit van zijn interne "concurrent" Rita Verdonk behaalde Rutte zelf niet de meeste voorkeurstemmen, hoewel hij als nummer één op de lijst stond (Rutte kreeg 553.200 voorkeurstemmen, terwijl de nummer twee op de lijst, Verdonk, er 620.555 haalde). Deze uitzonderlijke situatie was nog niet eerder voorgekomen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Rutte op een bezoek aan Zeeland in 2008

Terwijl Rutte het met de VVD-fractie vanuit de oppositiebanken opnam tegen het kabinet-Balkenende IV, bleef de onderlinge spanning met Verdonk voortbestaan. In de herfst van 2007 kwam die tot een uitbarsting: Rutte zette Verdonk op 13 september 2007 uit de fractie. Daarop vroeg zij vierentwintig uur bedenktijd om zich te beraden over haar positie.[16] Op de VVD-ledenvergadering, die toevallig twee dagen na Ruttes besluit was ingepland, besloten de leden dat er een poging gedaan moest worden Rita Verdonk voor de partij te behouden. Moties met als doel de beslissing van Rutte terug te draaien of zijn positie ter discussie te stellen, werden verworpen. Verdonk, gesteld voor de keuze tussen haar VVD-lidmaatschap en haar Kamerlidmaatschap, koos voor het laatste. Vanaf oktober 2007 zat zij als lid-Verdonk in de Tweede Kamer, zodat Ruttes VVD-fractie met één zetel minder verder moest.

Het leiderschap van Rutte bleef met het vertrek van Verdonk penibel: een deel van van de fractie had, net als een deel van de achterban, nog altijd meer op met Verdonk dan met Rutte. Bij zijn optredens in de Kamer werd Rutte bovendien gezien als een onzichtbare fractieleider, dezelfde kritiek die hem eerder als lijsttrekker in de verkiezingscampagne ten deel was gevallen.[17] Ruttes positie kwam intern opnieuw ter discussie te staan toen hij in 2009 pleitte voor een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting. Hij eiste met partijgenoot Atzo Nicolaï de opheffing van het verbod op godslastering en bovendien van het verbod op Holocaustontkenning. Rutte verklaarde: "Hoe onzinnig het ook is dat iemand de Holocaust ontkent, verbieden moet niet!"[18] Dat laatste viel bij veel VVD'ers, zowel binnen de partij als de achterban, slecht. Rutte ontkende daarop dat hij Holocaustontkenning niet langer strafbaar wilde stellen,[19] het aanvankelijke voorstel stierf een vroege dood.

Als kantelpunt voor Ruttes populariteit wordt vaak één moment aangewezen:[20] de motie van wantrouwen die Rutte tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tegen het kabinet-Balkenende IV indiende. Balkenendes kabinet overleefde die motie, maar raakte er wel door beschadigd. En al kon ook deze keuze van Rutte binnen de VVD-fractie op tegenstanders rekenen, in opiniepeilingen sloeg de VVD kort erna de weg omhoog in.

Kabinet-Rutte I

Zie Kabinet-Rutte I voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voor Rutte keerde het tij precies op het juiste moment. Onder zijn leiding steeg de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen 2010 van 22 naar 31 zetels en werd daarmee de grootste partij van het land. Hierdoor mocht deze partij het voortouw nemen bij de daaropvolgende kabinetsformatie. De formatie stevende eerst enige tijd af op 'Paars-Plus', een combinatie van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks, maar die poging strandde in de zomer. Vervolgens ging de formatie over rechts, met meer succes.

Premier Rutte bij de presentatie van zijn eerste kabinet, met vicepremier Maxime Verhagen (CDA, links) en gedoogpartner Geert Wilders (PVV, rechts), in oktober 2010.

Op 7 oktober 2010 benoemde de koningin Rutte tot formateur, belast met de vorming van een kabinet bestaande uit VVD en CDA. De twee partijen vormden een minderheidsregering, met gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. Wilders had zich enkele jaren eerder van de VVD afgesplitst, hij was ooit nog de mentor van Rutte binnen de partij geweest. Op 14 oktober 2010 werd het kabinet-Rutte beëdigd, waarna de twaalf ministers van VVD- en CDA-huize zich samen met Koningin Beatrix opstelden voor Paleis Huis ten Bosch voor de bordesscène. Tijdens de campagne had Rutte nog de mogelijkheid geopperd dat niet hij maar een andere VVD'er premier zou worden als zijn partij de grootste zou worden.[21] Dat gebeurde niet: Rutte ging het zelf doen.

Rutte werd daarmee de eerste liberale premier van Nederland sinds Pieter Cort van der Linden (1913-1918), als VDB-man Wim Schermerhorn, die het "nood-kabinet" van 1945-1946 leidde, buiten beschouwing wordt gelaten. Hij is ook de eerste niet-sociaaldemocratische of christendemocratische premier in 92 jaar en de eerste premier van VVD-huize. Aan het eind van het jaar waarin hij zijn eerste verkiezingszege boekte en een kabinet bijeen formeerde, werd Rutte door de Nederlandse parlementaire pers verkozen tot politicus van het jaar. Ook door NU.nl werd hij uitgeroepen tot politicus van het jaar 2010.[22]

Rutte met zijn partijgenoot Stef Blok, tijdens de onderhandelingen in het Catshuis in maart 2012. Het mislukken daarvan leidde de val van Rutte I in.

Op 17 februari 2011 weigerde Rutte naar de Tweede Kamer te komen op verzoek van alle 74 leden van de oppositie, deze keer inclusief de SGP. Het ging in dit debat om de bezuinigingen van 300 miljoen op het passend onderwijs. De oppositie sprak die avond van een dieptepunt in haar relatie met premier Rutte.[23]

Op 26 april 2011 hield de Tweede Kamer een spoeddebat met premier Rutte over een gesprek dat hij samen met Geert Wilders (PVV) had gehad met Statenlid Johan Robesin van de Partij voor Zeeland, over mogelijke steun die deze bij de Eerste Kamerverkiezingen 2011 aan het kabinet zou kunnen verlenen.[24] De premier toonde zich niet onder de indruk van de kritiek en verklaarde dat hij het een volgende keer weer zou doen.

In december 2011 werd Mark Rutte door de redactie van Elsevier verkozen tot Nederlander van het Jaar. Diezelfde maand werd hij opnieuw door de parlementaire pers uitgeroepen tot politicus van het jaar.[25]

Op 23 april 2012 bood Rutte het ontslag van zijn kabinet aan aan de koningin, nadat Geert Wilders zijn gedoogsteun aan het kabinet, na het daaraan voorafgaande Catshuisoverleg over de begroting van 2013, had ingetrokken.[26][27]

Kabinet-Rutte II

Zie Kabinet-Rutte II voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Met Rutte als lijsttrekker behaalde de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 in totaal 41 zetels, het hoogste aantal ooit voor de partij. Op 1 november 2012 werd Rutte door de Tweede Kamer benoemd tot formateur, en op 5 november 2012 trad het tweede kabinet-Rutte aan, een coalitiekabinet van VVD en PvdA.

Koningin Beatrix en Mark Rutte tijdens het laatste wekelijkse gesprek van koningin Beatrix op Huis ten Bosch (2013)

In 2016 werd voor de eerste keer in Nederland het Correspondents' Dinner georganiseerd, waarbij Mark Rutte voor de Nederlandse pers en tijdens primetime op televisie een komische toespraak hield, gebaseerd op het Amerikaanse equivalent.

Op 26 augustus 2016 maakte Rutte bekend een derde termijn als premier te ambiëren. Rutte werd opnieuw lijsttrekker van de VVD voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.[28] Rutte was dat jaar op 4 september de laatste Zomergast bij de VPRO. Zijn optreden werd door sommigen gezien als onderdeel van een campagnestrategie. Op 15 maart 2017 werd zijn partij bij de Tweede Kamerverkiezingen 2017 wederom de grootste - ondanks 8 zetels verlies - met 33 zetels.

Kabinet-Rutte III

Mark Rutte met Donald Trump, de 45e president van Amerika op 18 juli 2019.
Zie Kabinet-Rutte III voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na een lange formatie - 225 dagen - presenteerde Rutte in oktober 2017 zijn derde kabinet: dat werd behalve door zijn eigen VVD gevormd door het CDA, de ChristenUnie en D66.

In zijn derde kabinet zag Rutte zijn internationale statuur, als een van de langstzittende regeringsleiders in Europa, groeien. Zo werd op Europees niveau binnenskamers gesproken over "de drie M's: Merkel, Macron en Mark".[29] Na een bezoek aan de Amerikaanse president Donald Trump in juli 2018 oogstte Rutte lof omdat hij er geen moeite mee had zijn gastheer openlijk tegen te spreken. “No, it is not positive”, zei Rutte toen Trump stelde dat voorgenomen tariefsverhogingen voor producten uit de Europese Unie positief kon zijn.[30]

Tegelijkertijd kwam Rutte in Nederland bij parlement en publiek meermaals fors onder vuur te liggen. Zo werd de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting vanaf de presentatie van het regeerakkoord gezien als een persoonlijke gunst van Rutte aan het grote bedrijfsleven. Toen de afschaffing in de herfst van 2018 alsnog sneuvelde, werd dat dan ook als een persoonlijk verlies voor Rutte gezien.

In november 2019 kreeg Rutte veel kritiek om zijn houding rond het bombardement op Hawija: een Nederlandse F-16 had in juni 2015 een bommenfabriek van de terroristische beweging Islamitische Staat in die stad gebombardeerd, wat een explosie veroorzaakte die aan zeventig burgers het leven kostte. Toen het gerucht opdook dat Rutte al lange tijd op de hoogte was van die burgerdoden, gaf hij aan 'geen herinnering' te hebben aan een dergelijke mededeling. Het kwam Rutte op de kritiek te staan dat hij in politiek gevoelige situaties steeds teruggreep op een haperend geheugen.[31] Dat was al eerder gebeurd inzake de bonnetjesaffaire, die tijdens Rutte II leidde tot het vertrek van VVD-bewindspersonen Ivo Opstelten en Fred Teeven, alsook bij het vertrek, begin 2018, van Halbe Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken, nadat die laatste toegaf te hebben gelogen over een ontmoeting met president Vladimir Poetin in een Russische datsja.

Op 15 januari 2021 trad het kabinet-Rutte III af wegens de toeslagenaffaire, waarbij tienduizenden ouders de dupe waren geworden van het fraudebeleid van de Belastingdienst.[32] Rutte zei bij het aftreden van zijn kabinet dat hij zich verantwoordelijk voelde, hoewel hij niet direct betrokken was geweest bij de affaire. Later zei hij dat hij zich "uiteraard altijd direct verantwoordelijk" voelde.[33] Voor het aftreden had Rutte ook getwijfeld of hij van een smet op zijn premierschap moest spreken.[34] Ook daarop kwam hij later terug, door van een "kolossale smet" te spreken.[35] Hoewel door sommige andere partijen en commentatoren werd geroepen om zijn vertrek als VVD-leider, wilde Rutte daar niet aan. Hij zei dat hij dat oordeel liever aan de kiezer wilde overlaten.[36]

Tweede Kamerverkiezingen 2021 en kabinetsformatie

In de zomer van 2020 besloot Rutte nogmaals lijsttrekker te willem zijn voor de VVD. De VVD ging de verkiezingen in met een geruime voorsprong in de peilingen, vooral te danken aan de populariteit van Rutte.[37] Campagne werd daarom vooral gevoerd rondom Rutte als stabiel leiderschap. Na de Tweede Kamerverkiezingen 2021 werd de VVD wederom de grootste partij, met 34 zetels.

Tijdems de verkennende fase van de kabinetsformatie werd een notitie gefotografeerd van verkenner Kajsa Ollongren, met daarop onder meer de tekst "positie Omtzigt, functie elders".[38] Rutte zei in een interview met de NOS dat Omtzigt niet besproken was in zijn gesprek met de verkenners. Na publicatie van de gespreksverslagen bleek dit echter wel het geval te zijn geweest.

Dit bracht Rutte in grote politieke problemen. Op 1 april 2021 nam de voltallige Kamer, behoudens de VVD-fractie, een motie van afkeuring aan tegen Rutte als fractieleider. Deze motie van Kaag (D66) en Hoekstra (CDA) sprak uit "dat VVD-fractieleider Rutte, die tevens de rol van demissionair minister-president vervult, de waarheid niet sprak in de media dat hij bij oud-verkenners niet heeft gesproken over de positie van de heer Omtzigt" en "keurt deze handelswijze af".[39] Een motie van wantrouwen tegen Rutte als premier werd met 77 stemmen tegen (coalitiefracties) en 72 stemmen voor (overige fracties) verworpen.[40] Rutte trad na de motie van afkeuring niet af, iets dat zijn collega-ministers Kaag en Bijleveld later wel deden vanwege de chaos rondom de evacuatie van mensen uit Afghanistan.[41]

Gedachtegoed en politieke stijl

Ideologie

Premier Rutte samen met de voormalige premiers Kok, Van Agt, De Jong, Lubbers en Balkenende juli 2011

Rutte omschrijft zichzelf steevast als liberaal, maar dan wel eentje die geen alomvattende visie heeft. Integendeel: hij verafschuwt naar eigen zeggen "ideologische muggenzifterij". Zo deed hij in de H.J. Schoo-lezing van Elsevier in de De Rode Hoed in 2013 de uitspraken “Visie is als de olifant die het uitzicht beneemt” en “Als visie een blauwdruk voor de toekomst betekent, dan verzet alles wat liberaal is in mij zich daartegen”.[42] Bekend in dit licht is ook een andere uitspraak, overgenomen van de twintigste-eeuwse Duitse sociaaldemocraat en Bondskanselier Helmut Schmidt: "Bij het woord visie denk ik direct: ga naar de oogarts!".[43]

Deze ideeën keren terug in Ruttes intellectuele voorbeelden. Hij is een aanhanger van de Brits-Oostenrijkse filosoof Karl Popper en diens kritiek op het utopisch denken.[44] Daarnaast staat hij bekend als een bewonderaar van het werk van Alexis de Tocqueville. Zo haalde hij ooit een anekdote van Tocqueville aan—als Amerikanen een omgevallen boom op de weg zien ruimen ze hem zelf op, Fransen wachten tot de overheid langskomt om de boom weg te halen—om zijn interpretatie van het liberalisme te onderbouwen: "Dat zit heel diep in West-Europa, dat we geneigd zijn ons geluk in handen van de staat te leggen. Wij liberalen weten dat daar het geluk niet ligt. Het ligt in onszelf."[45]

Ruttes zelfgekozen imago als pragmatische politicus zonder ideologie wordt door sommige, maar niet alle, commentaren en beschouwingen onderschreven. Zijn veronderstelde voorkeur voor realpolitik boven een eigen agenda wordt daarbij vaak aangehaald als verklaring voor Ruttes vermogen om als premier in drie achtereenvolgende kabinetten met totaal andere partijen samen te werken en ook daarbuiten parlementaire meerderheden te zoeken. Sheila Sitalsing omschreef Rutte in een biografie van de premier als "de ‘procesmanager’ die overblijft nu de oude machtspartijen afbrokkelen".[46]

Andere analyses noemen de aanname dat Rutte geen ideologie heeft daarentegen "ongefundeerd".[47] Zo legt hij net als veel politieke tijdgenoten veel nadruk op de zelfredzaamheid van individuele burgers, een idee dat onder zijn premierschap invulling kreeg door de schepping van de participatiesamenleving[48] als opvolger van de verzorgingsstaat: een maatschappij waarin 'Actieve Burgers' zelf het initiatief nemen, verantwoordelijkheid moeten dragen voor zichzelf en voor elkaar zorgen in plaats van op de overheid te vertrouwen.[49] "Achter het masker van onuitroeibaar Prodent-optimisme schuilt een conservatief denker, die de verzorgingsstaat bekritiseert als geluksmachine", schreef de socioloog Merijn Oudenampsen in 2017 over het gedachtegoed van Rutte.[47]

Politieke stijl

Trêveszaal
De eerste ministerraad van Rutte-I in de Trêveszaal op 15 oktober 2010. Rutte bemoeit zich vaak pas met de dossiers van zijn bewindspersonen als politieke problemen ontstaan.[50]

Rutte wist als premier een groot aantal partijen aan zich te binden, als coalitiepartner of in een andere samenwerkingsvorm. Toen hij in zijn eerste kabinet, met het CDA als regeringspartner en de PVV als gedoogpartner, zocht naar parlementaire steun voor de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz, vond hij die onder meer bij het progressieve GroenLinks. Tijdens zijn tweede kabinet, een coalitie van VVD en PvdA, wist hij akkoorden te smeden met het CDA en zelfs met de liberaal-christelijke combinatie van D66, ChristenUnie en SGP. Veel van de regeringspartners met wie Rutte als premier coalities vormde, verdwenen van het politieke toneel of verloren verkiezingen, terwijl hijzelf nooit zulke schade ondervond.[51] Rutte, zo zeggen politici die met hem samenwerkten, hecht weinig aan zijn eigen ego, cijfert zichzelf weg en geeft zijn politieke partners het gevoel belangrijk te zijn, waardoor zij zich voor hem inspannen en uiterst vergevingsgezind tegenover hem zijn.[51] Zijn bewindspersonen en ambtenaren laat hij publiekelijk zelden tot nooit vallen.[52] Tegelijkertijd geldt Rutte als een berekenend politicus en bestuurder: hij haalde meer dan eens de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson aan als politiek voorbeeld, en dan vooral diens uitspraak dat "politiek ook is dat je kunt tellen".[53] Waar een voorganger als Ruud Lubbers zich actief met alle dossiers van zijn ministers bemoeide, deed Rutte dat juist niet. Pas als er grote politieke problemen dreigden, trad Rutte op de voorgrond.[50]

Als premier kwam Rutte meermaals onder vuur te liggen omdat zijn kabinetten en hijzelf de Tweede Kamer slecht informeerden. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de Teevendeal, het bombardement op Hawija en de toeslagenaffaire. Tijdens de eerste tien jaar van Ruttes premierschap werd de Tweede Kamer vaker onjuist of onvolledig geïnformeerd dan in de tien jaar daarvoor. Ook de pers was kritisch over de informatievoorziening aan de media. Eén van de stelregels op Ruttes eigen ministerie van Algemene Zaken was dat veel zaken niet op papier werden bijgehouden. Een andere regel was dat de 'persoonlijke beleidsopvattingen' van ambtenaren niet met de Kamer gedeeld hoefden te worden, de zogeheten Rutte-doctrine. Naar eigen zeggen wilde Rutte zo zijn ambtenaren de mogelijkheid geven om vrijuit te kunnen denken, zonder angst voor represailles als hun gedachten geopenbaard werden. Volgens critici werden onder die noemer allerlei zaken geveegd die niets met persoonlijke beleidsopvattingen te maken hadden. Zij zagen in deze doctrine een symbool van 'een vermeende afkeer van openheid'.[54]

Kritiek oogstte Rutte ook wanneer hij achteraf zei dat hij zich belangrijke beslissingen of gesprekken niet kon herinneren, zoals zijn kennis van een leugen van VVD-minister Halbe Zijlstra over een verzonnen bezoek aan de Russische president Poetin ("geen actieve herinnering"), zijn Hawija-dossier ("ik kan geen herinnering faken die ik niet heb") en zijn bemoeienis met de politieke toekomst van het kritische CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt tijdens de kabinetsformatie in 2021 ("geen enkele herinnering"). Na die laatste uitspraak constateerde Sigrid Kaag, leider van D66, bij Rutte een "patroon van vergeetachtigheid en amnesie".[55]

Taal

Mark Rutte spreekt tegenover een groep journalisten
Premier Rutte tijdens een van zijn wekelijkse persconferenties in het Haagse perscentrum Nieuwspoort in 2011.

Om Ruttes succes te verklaren, bij het samenwerken met uiteenlopende partijen en het winnen van verkiezingen, wordt ook vaak gewezen op zijn communicatiestijl: een "Great Communicator" die met "Jackie Chan-achtige taalbewegingen"[56] kiezers en politieke tegenstanders aan zich weet te binden.

Rutte trekt meer dan eens de aandacht door 'botte' of 'directe' uitspraken. Zo had hij in 2011 een korte en felle woordenwisseling met PVV-leider Geert Wilders over PVV-Kamerlid Raymond de Roon, die de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan een “islamitische aap [uit de mouw]” zou hebben genoemd. Rutte nam daar afstand van, maar kreeg van Wilders het verwijt dat hij De Roon verkeerd zou citeren. “Doe eens normaal man”, beet Wilders Rutte toe, waarop die antwoordde: “Doe zelf eens normaal man!”.

In het televisieprogramma Zomergasten reageerde Rutte op 4 september 2016 naar Turks-Nederlandse jongeren die na de mislukte staatsgreep in Turkije de straat op gingen en een NOS-verslaggever en een cameraman lastigvielen. De jongeren riepen leuzen als “rot op” en gingen voor de verslaggever staan en duwden de cameraman weg. Rutte zei na het bekijken van het fragment over de jongeren “Ga zelf terug naar Turkije” en daarna “Pleur op, zou ik in plat Haags zeggen”. In 2019 zei Rutte naar aanleiding van geweld tegen hulpverleners tijdens oud en nieuw dat hij "ze het liefst allemaal persoonlijk in elkaar [zou] slaan, de lui die dat doen"[57] en toen voetbalsupporters tijdens de coronacrisis tegen de regels juichten en zongen in het stadion, zei hij dat ze hun "bek" moesten houden. Dit leidde op de sociale media-platformen tot ongenoegen.

Een ander terugkerend element in Ruttes taalgebruik is zijn veelvuldig gebruik van verkleinwoorden, zoals "baantje"[58] (over zijn eigen positie als premier), "symbooltje"[59] (over Zwarte Piet) en "huisjes"[60] (over de onderkomens van vluchtelingen in een vluchtelingenkamp in Libanon).

Activiteiten buiten de politiek

Sinds september 2006 is Mark Rutte tevens docent aan de Johan de Witt - Zusterstraat en Hooftskade in Den Haag (voormalig op de Johan de Witt Scholengroep - Varias College).[7][61] Hij geeft daar eenmaal per week het vak maatschappijleer.[62]

Privé

Mark Rutte is alleenstaand. Hij is lid van de Protestantse Kerk in Nederland, waar de Nederlandse Hervormde Kerk in opging in 2004.[63] Rutte speelt in zijn vrije tijd graag piano.[63] Hij is fan van voetbalclubs Feyenoord en ADO Den Haag,[64] en liefhebber van het Zweedse automerk Saab.[65]

Onderscheidingen en prijzen

  • Vlag van Australië: Honorary Companion of the Order of Australia (9/10/2019) – Voor de goede bilaterale samenwerking tussen Nederland en Australië en het uitstekende leiderschap nadat vlucht MH17 was neergehaald.[66]
  • Vlag van België: Grootkruis in de Kroonorde (28/11/2016).
Prijzen

Externe links

Op andere Wikimedia-projecten

Voorganger:
J.F. (Hans) Hoogervorst en A.E. (Annelies) Verstand-Bogaert
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
2002–2004
Opvolger:
H.A.L. (Henk) van Hoof
Voorganger:
A.D.S.M. (Annette) Nijs
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
2004–2006
Opvolger:
B.J. (Bruno) Bruins
Voorganger:
J.J. (Jozias) van Aartsen
Politiek leider VVD
2006–heden
Opvolger:
Voorganger:
J.P. (Jan Peter) Balkenende
Minister-president &
Minister van Algemene Zaken
2010–heden
Opvolger: