Donald Trump

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Donald Trump
Donald Trump tijdens de CPAC in maart 2015
Donald Trump tijdens de CPAC in maart 2015
Algemene informatie
Volledige naam Donald John Trump
Bijnaam The Donald
Geboren Queens, New York City, 14 juni 1946
Nationaliteit Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Beroep Vastgoedondernemer, politicus en schrijver
Bekend van - Directeur en voorzitter van The Trump Organization
- Voorzitter van Trump Plaza Associates, LLC
- Voorzitter van Trump Atlantic City Associates
- Voormalige presentator van The Apprentice
Vermogen Gestegen US$ 4,1 miljard (Forbes 2015)
Opleiding Universiteit van Fordham (niet afgemaakt)
Universiteit van Pennsylvania (B.S.)
Overig
Partner(s) Ivana Trump (1977-1992)
Marla Maples (1993-1999)
Melania Trump (2005-heden)
Kinderen Donald Jr., Ivanka, Eric, Tiffany en Barron (5)
Religie Presbyteriaans
Politieke partij Republikeinse Partij (Voor 1999; 2009-2011; 2012-heden)
Reformed Party (1999-2001)
Democratische Partij (2001-2009)
Onafhankelijk (2011-2012)
Ouders Fred Trump
Mary Anne MacLeod Trump
Residenties Trump Tower (New York City) en Mar-A-Lago (Palm Beach)
Website Donaldjtrump.com
Handtekening
Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Verenigde Staten

Donald John Trump (New York City, 14 juni 1946) is een Amerikaans vastgoedmagnaat, televisiepersoonlijkheid, politicus en schrijver. Hij is de directeur en voorzitter van The Trump Organization en de oprichter van Trump Entertainment Resorts. Trump is een beroemdheid geworden vanwege zijn promotie-inspanningen, carrière, verschijningen in de media en boeken. Hij was de presentator van The Apprentice, een Amerikaans televisieprogramma op NBC.

Trump is de zoon van Fred Trump, een vastgoedontwikkelaar uit New York City. Toen Donald Trump naar de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania ging, werkte hij voor het bedrijf van zijn vader, Elizabeth Trump & Son, en in 1968 sloot hij zich officieel bij zijn vaders bedrijf aan. Hij kreeg de macht over het bedrijf in 1971 en veranderde de naam in The Trump Organization. Trump is nog een belangrijk persoon binnen de Amerikaanse vastgoedhandel en een mediapersoonlijkheid.

Op 16 juni 2015 stelde Trump zich officieel kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2016 als Republikein. Het eerste stadium van zijn campagne bracht hem veel populariteit tot opschudding van de leiders van de Republikeinse Partij. Sinds het einde van juli 2015 staat hij bovenaan de peilingen voor de Republikeinse kandidaat.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Trump werd geboren op 14 juni 1946 in Queens, een borough van de Amerikaanse stad New York City. Hij was een van de vijf kinderen van Mary Anne (geboren als MacLeod) en Fred Trump, die in 1936 waren getrouwd. Donald Trumps oudste broer, Fred Jr., stierf in 1981 op 43-jarige leeftijd. Trumps moeder was een Schotse immigrante, die geboren was op Lewis, een eiland aan de westkust van Schotland, en de grootouders van de kant van Trumps vader waren Duitse immigranten.

Toen Trump in Jamaica Estates woonde, ging hij naar The Kew-Forest School in Forest Hills, waar Donald Trumps vader lid was van de raad van bestuur. Sommige andere van zijn broers en zussen gingen ook naar die school. Toen Trump dertien jaar oud was, werd hij van The Kew-Forest School geschorst wegens slecht gedrag. Zijn ouders stuurden hem naar de New York Military Academy, zodat hij zijn energie en zelfbewustzijn goed zou kunnen benutten.

Trump studeerde twee jaar aan de Universiteit van Fordham in The Bronx, voordat hij overstapte naar de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania. Hij stapte over omdat de Wharton School een van de weinige scholen in de Verenigde Staten was met een vastgoedstudie. Hij studeerde af in 1968 met een Bachelor of Science in economie.

Trump bereikte de leeftijd voor de dienstplicht tijdens de Vietnamoorlog. In een interview in 2011 op WNYW zei hij dat hij geluk had, omdat hij een hoog oproepnummer had. Uit door de website The Smoking Gun opgevraagde documenten van de Selective Service bleek dat Trump niet eerder werd opgeroepen door zijn vertraging als student en nadat hij medisch uitstel had gekregen. Deze factoren, die voor de uitreiking van de loterijnummers speelden, waren de oorzaak, hoewel hij wel een hoog nummer kreeg.

Ondernemerscarrière[bewerken]

Begin in vastgoed[bewerken]

Trump begon zijn loopbaan bij zijn vaders vastgoedbedrijf, Elizabeth Trump & Son, dat zich richtte op huurhuizen voor de middenklasse in de New Yorkse boroughs Brooklyn, Queens en Staten Island. Een van Trumps eerste projecten, toen hij nog studeerde, was de heropleving van het appartementencomplex Swifton Village in Cincinnati, dat zijn vader in 1962 had gekocht voor $5,7 miljoen. Toen het bedrijf betrokken raakte in het project, ging het complex met 1.200 appartementen binnen twee jaar van een leegstand van 66% naar volledige bezetting met een investering van $500.000. Het bedrijf verkocht Swifton Village in 1972 uiteindelijk voor $6,75 miljoen.

In 1971 verhuisde Trump naar Manhattan en raakte betrokken bij grotere projecten. Hij gebruikte aantrekkelijke ontwerpen om publieke erkenning te verwerven. Trump kwam voor het eerst in de publieke belangstelling in 1973, toen hij door het Department of Justice ervan verdacht werd de Fair Housing Act te hebben geschonden bij het beheren van 39 gebouwen. Trump beschuldigde vervolgens het Department of Justice ervan zijn bedrijf aan te vallen met als rede dat het een groot bedrijf was. Ook beschuldigde hij het overheidsorgaan ervan zijn bedrijf te verplichten om panden aan ontvangers van uitkeringen te verhuren. Trump trof een schikking in 1975 en zei dat hij blij was dat de overeenkomst Trumps bedrijf niet dwong om personen op basis van welvaart als huurders te aanvaarden, tenzij zij net zo geschoold zijn als elke andere huurder.

The Trump Organization[bewerken]

Trump maakte plannen om het oude Penn Central voor $60 miljoen te kopen en te ontwikkelen zonder geld te verliezen. Later veranderde hij het failliete Commodore Hotel in het Grand Hyatt New York en creëerde hij The Trump Organization.

New York City plande om het Jacob K. Javits Convention Center te bouwen op grond, waarop Trump een optie had om het te mogen kopen. Trump schatte in dat zijn bedrijf het project voor $110 miljoen zou kunnen bouwen, maar de stad verwierp zijn aanbod en Trump moest uiteindelijk de makelaarskosten van de verkoop vergoeden. In 1980 werd gestart met de renovatie van de Wollman Rink, een schaatsbaan uit 1955 in Central Park. De renovatie zou 2,5 jaar duren, maar was in 1986 nog niet klaar. Trump nam het beheer van het project over zonder dat de stad ervoor hoefde te betalen en de renovatie eindigde drie maanden later en had $1,95 miljoen gekost, $750.000 minder dan begroot.

Financiële problemen[bewerken]

In 1988 kocht Trump het onvoltooide Taj Mahal Casino van Merv Griffin en Resorts International. Deze uitbreiding leidde tot zowel zakelijke als persoonlijke toenemende schulden.

In 1989 hadden slechte zakelijke besluiten ervoor gezorgd dat Trump zijn leningen niet meer kon terugbetalen. Trump financierde de rest van de bouw van zijn derde casino, de $1 miljard kostende Taj Mahal, voornamelijk met junk bonds met hoge rentes. Hoewel hij zijn bedrijven had versterkt met extra leningen en de rentebetalingen had uitgesteld, resulteerden de toenemende schulden in 1991 in een zakelijk faillissement. Ook was hij persoonlijk bijna failliet. Banken en obligatiehouders hadden honderdmiljoenen dollars verloren, maar zij kozen ervoor Trumps schuld te herstructureren om te voorkomen dat zij in de rechtbank nog meer geld zouden verliezen. De Taj Mahal kwam uit het faillissement op 5 oktober 1991, toen Trump een aandeel van 50% in het casino aan de obligatiehouders gaf in ruil voor een lagere rente op de schuld en meer tijd om de schuld terug te betalen.

Heropleving[bewerken]

In de late jaren 90 doormaakte Trumps financiële situatie een herleving. In 2001 opende Trump World Tower, een appartementencomplex met 72 verdiepingen in de buurt van het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York City. Hij begon ook aan de bouw van Trump Place, een project bestaande uit meerdere gebouwen langs de Hudson. Trump bezit daarnaast bedrijfsruimte in Trump International Hotel and Tower, een multifunctioneel gebouw (hotel en appartementencomplex) met 44 verdiepingen aan de Columbus Circle. Trump is in totaal eigenaar van honderdduizenden vierkante meters aan vastgoed in Manhattan.

Trump is een groot aantal vastgoedprojecten begonnen, waaronder Trump International Hotel and Tower (Honolulu), Trump International Hotel and Tower (Chicago), Trump International Hotel and Tower (Toronto) en Trump Tower (Tampa (Florida)). In Fort Lauderdale werd een van Trumps projecten (Trump International Hotel and Tower) stilgelegd om een ander project te helpen. Tegelijkertijd werd Trump Towers Atlanta One ontwikkeld op een plaats met de op een na hoogste voorraad van onverkochte huizen van het land.

In 2015 schatte het tijdschrift Forbes zijn netto vermogen op $4,1 miljard. In juni 2015 publiceerde Business Insider een financieel verslag van Trump, waarin stond dat zijn vermogen $8,7 miljard bedroeg. Daarvan viel $3,3 miljard onder "vergunningsovereenkomsten op vastgoed, zijn merk en ontwikkelingen van zijn merk". Volgens Business Insider dacht Trump dat zijn persoon dus een waarde had van $3,3 miljard.

Ondernemingen en investeringen[bewerken]

The Trump Organization is eigenaar van, beheert, ontwikkelt en investeert in vastgoed over de wereld, zoals Trump International Hotel and Tower in Chicago.

Naast zijn ondernemingen in de vastgoed- en entertainmentindustrie heeft Trump zijn naam en merk ook verspreid in andere industrieën en producten. Trump heeft een aantal andere producten onder de naam Trump op de markt gebracht, waaronder Trump Financial (hypotheken), Trump Sales and Leasing (woningverkoop), Trump Restaurants (gesitueerd in Trump Tower en bestaat uit Trump Buffet, Trump Catering, Trump Ice Cream Parlor en Trump Bar), GoTrump (reiswebsite), Donald J. Trump Signature College (lijn van mannenkleding, -accessoires en -horloges), Donald Trump The Fragrance (parfum), een tijdschrift met de naam Trump, Trump Golf, Trump Chocolate, Trump home (huisinrichtingen), Trump Productions (televisieproducties), Trump Institute, Trump The Game (een bordspel uit 1989), Donald Trump's Real Estate Tycoon (videospel), Trump Books (boeken), Trump Model Management, Trump Shuttle, Trump Ice (water), Trump Mortgage (hypotheken), Trump Vodka en Trump Steaks. Daarnaast zou Trump $1,5 miljoen per uur verdienen voor zijn presentaties bij The Learning Annex.

In 2011 hebben financiële experts van Forbes de waarde van het merk Trump geschat op $200 miljoen. Trump zelf betwijfelde deze schatting en verklaarde dat zijn merk ongeveer $3 miljard waard is. Veel ontwikkelaars betalen Trump om hun producten op de markt te brengen en om het gezicht van die producten te zijn. Op die manier is Trump niet de eigenaar van een aantal gebouwen die wel zijn naam dragen. Volgens Forbes is het deel van Trumps imperium dat word bestuurd door zijn kinderen verreweg het waardevolst met een waarde van $562 miljoen. Er zijn volgens Forbes 33 projecten met een vergunning onder ontwikkeling, waaronder zeven "appartementenhotels" (alle met de naam Trump International Hotel and Tower).

Netto vermogen[bewerken]

In april 2011, toen Trump overwoog zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen van 2012, citeerde Politico een bron dicht bij Trump die verklaarde dat als Trump presidentskandidaat zou worden, zijn financiële verklaring zou laten zien dat zijn vermogen meer dan $7 miljard bedroeg, dat hij $250 miljoen aan contanten had en dat hij nauwelijks schulden had (Presidentskandidaten moeten hun financiën openbaar maken na hun aankondiging.). Hoewel Trump zich niet kandidaat stelde, publiceerde hij wel zijn financiën in een boek van hem. Hij beweerde dat zijn vermogen $7 miljard bedroeg.

Schattingen van Trumps vermogen schommelden over de jaren heen samen met de waarde van zijn vastgoed. In 2015 schatte Forbes zijn vermogen op $4,1 miljard. Op 16 juni 2015 publiceerde Trump zijn financiële verslag net voor zijn kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen. Daarin stond dat zijn vermogen ongeveer $9 miljard bedroeg. In juli 2015 gaven toezichthouders van de verkiezingen nieuwe details over Trumps vermogen vrij: zijn bezittingen hadden een waarde van ruim $1,4 miljard, inclusief minstens $70 miljoen aan aandelen en hij had een schuld van minstens $265 miljoen.

Trump Tower[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Trump Tower (New York City) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Trump Tower op het adres 725 Fifth Avenue in Manhattan

Trump is eigenaar van Trump Tower, een 58 verdiepingen tellende wolkenkrabber op het adres 725 Fifth Avenue op de hoek met East 56th Street in Midtown Manhattan.[1] De architect was Der Scutt van de architectenfirma Swanke Hayden Connell Architects.[2] De grond was aanvankelijk in bezit de Equitable Life Assurance Society, die de grond aan Trump gaf in ruil voor een aandeel van 50% in het nieuwe gebouw.[3]

Beursinvesteringen[bewerken]

In 2011 investeerde Trump in de beurs, omdat hij teleurgesteld was in Amerikaanse vastgoedmarkt, die in een depressie was, en omdat hij weinig terugkreeg van de bank. Hij zei dat hij geen beurspersoon was, maar dat het moeilijk was om goed vastgoed voor goede prijzen te krijgen. Trump verklaarde dat hij onder andere aandelen had gekocht van Bank of America, Citigroup, Caterpillar, Facebook, Intel, Johnson & Johnson en Procter & Gamble. Toen hij zijn aandelen in 2014 verkocht, had hij een winst van $27 miljoen en 40 van de in totaal 45 verschillende aandelen die hij had gekocht waren in waarde gestegen.

Sport[bewerken]

In 1983 kocht Trump de New Jersey Generals voor het eerste seizoen van de United States Football League. Het sportteam huurde Walt Michaels, voormalig coach van de New York Jets, in als hoofdcoach. Trump verkocht het team echter voorafgaand aan het begin van het eerste seizoen aan oliemagnaat J. Walter Duncan uit Oklahoma. Na het eerste seizoen verkocht Duncan het team terug aan Trump.

De United States Football League plande om het seizoen van 1986 in de herfst te organiseren, tegelijkertijd met de National Football League. Dat besluit werd grotendeels dankzij Trumps inspanningen genomen. Twee jaar eerder had Trump zijn mede-eigenaren tot de verplaatsing van het tijdstip van het seizoen overgehaald, omdat hij dacht dat dat uiteindelijk een fusie van de United States Football League en de National Football League zou veroorzaken. Daardoor zouden de eigenaren van alle teams in de competitie hun investeringen zien verdubbelen.

De New Jersey Generals fuseerden met de Houston Gamblers buiten het seizoen, waardoor het team onder andere quarterback Jim Kelly en wide receiver Ricky Sanders kreeg. Michaels, de coach, werd ontslagen en vervangen door Jack Pardee, de voormalige coach van de Houston Gamblers, die van plan was de tactiek van Houston Gamblers te gebruiken. Het nieuwe team speelde echter nooit wegens de afgelasting van het seizoen in 1986, nadat de United States Football League een slecht vonnis had ontvangen in een rechtszaak tegen de National Football League. De competitie verdween definitief kort daarna.

Toen Trump in 1988 een gevecht tussen Mike Tyson en Michael Spinks in Atlantic City (New Jersey) organiseerde, was hij voor die gelegenheid financieel adviseur van Tyson.

Golf[bewerken]

The Trump Organization beheert een aantal golfbanen en -resorts in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. Op 11 februari 2014 werd bekendgemaakt dat Trump de Doonbeg Golf Club in Ierland had gekocht. Er werd bekendgemaakt dat de golfbaan omgedoopt zou worden tot de Trump International Golf Links. In 2006 kocht Trump het landgoed Menie in de Schotse plaats Balmedie in Aberdeenshire voor de aanleg van een omstreden golfresort. In juni 2015 werd Trumps hoger beroep afgewezen, waarin hij bezwaar maakte tegen een windmolenpark dat zichtbaar zou zijn vanaf dat golfresort. In april 2014 kocht Trump het hotel en golfresort Turnberry in Schotland, dat regelmatig voorkomt in het rooster van The Open Championship.

Schoonheidswedstrijden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor meer informatie, zie Miss USA en Miss Universe

Trump is sinds 1996 de eigenaar van de schoonheidswedstrijden Miss USA en Miss Universe. Miss Universe is een van de meest erkende schoonheidswedstrijden ter wereld.

In 2015 stopten NBC en Univision beide hun samenwerking met de Miss Universe Organization na de toespraak van Trump aan het begin van zijn campagne voor de presidentsverkiezingen van 2016 op 16 juni, waarin hij zei:

Aanhalingsteken openen

De Verenigde Staten zijn een vuilnisplaats geworden voor de problemen van alle anderen. Dank u wel. Het is waar, en deze zijn de beste en de mooiste. Als Mexico zijn mensen stuurt, sturen ze niet hun beste. Ze sturen niet jou. Ze sturen niet jou. Ze sturen mensen met veel problemen en ze brengen die problemen naar ons. Ze brengen drugs. Ze brengen misdaad. Het zijn verkrachters. En sommigen zijn, neem ik aan, goede mensen.

Aanhalingsteken sluiten

Trump reageerde door een rechtszaak met een eis van $500 miljoen in te dienen tegen Univison wegens contractbreuk en laster. De televisiezender Reelz kocht vervolgens de rechten om als enige Miss USA uit te mogen zenden.

Amusementsmedia[bewerken]

Trump met Dennis Rodman tijdens Rodmans deelname aan The Apprentice

In de media verwierf Trump onder andere bekendheid door zijn twee nominaties voor een Emmy Award, voor zijn verschijningen in films en televisieseries als een karikatuur van zichzelf (bijvoorbeeld in Home Alone 2: Lost in New York, The Nanny, The Fresh Prince of Bel-Air, Days of our Lives en Wall Street: Money Never Sleeps) en voor zijn rol in de film The Little Rascals. Hij is ook het onderwerp geweest van komedianten, artiesten van flashanimaties en makers van online karikaturen. Trump had daarnaast een eigen dagelijks praatprogramma op de radio met de naam Trumped!.

In maart 2011 was Trump het onderwerp van het televisieprogramma Comedy Central Roast. De speciale aflevering werd gepresenteerd door Seth MacFarlane en Trump werd onder andere geroast door Larry King, Snoop Dogg en Anthony Jeselnik. In april 2011 ging Trump naar het diner van de White House Correspondents' Association. President Barack Obama maakte tijdens deze gelegenheid een aantal van tevoren voorbereide spottende grappen over Trump.

The Apprentice[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie The Apprentice voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 2003 werd Trump de uitvoerende producent en presentator van een realityserie van NBC, genaamd The Apprentice. In die televisieserie streed een groep deelnemers om een belangrijke baan in een van de bedrijven van Trump. De deelnemers werden achtereenvolgend "ontslagen" en uit de serie gezet. In 2004 vroeg Trump een merknaam aan voor de uitdrukking "You're Fired".[Vertaling 1]

In het eerste jaar van de serie ontving Trump $50.000 per aflevering (rond de $700.000 voor het eerste seizoen), maar in 2010 was dat bedrag gestegen naar $3 miljoen per aflevering.[4] In juli 2015 verklaarde Trump in zijn openbare financiële verklaring aan de Federale Verkiezingscommissie dat hij bijna $214 miljoen van NBC Universal had ontvangen voor het presenteren van veertien seizoenen van de televisieserie. In 2007 kreeg Trump een ster op de Hollywood Walk of Fame voor zijn bijdragen aan televisie.

Samen met de Britse televisieproducent Mark Burnett produceerde Trump The Celebrity Apprentice, waarin beroemdheden streden om geld voor hun goede doelen. Hoewel Trump en Burnett samen de televisieserie produceerden, bepaalde Trump alleen de winnaars en "ontsloeg" de verliezers.

Op 16 februari 2015 maakte NBC bekend dat er een vijftiende seizoen van The Apprentice zou komen, maar elf dagen later verklaarde Trump dat hij niet klaar was om het contract te tekenen voor een volgend seizoen wegens de mogelijkheid van een deelname aan de presidentsverkiezingen. Ondanks deze verklaring kondigde NBC op 18 maart aan door te gaan met de televisieserie. Op 29 juni, nadat Trumps toespraak aan het begin van zijn presidentiële campagne veel negatieve reacties had ontvangen, publiceerde NBC een verklaring waarin stond dat NBC Universal een einde zou maken aan de zakenrelatie met Trump wegens zijn uitspraken over immigranten. Daarmee kwam een einde aan Trumps rol in The Apprentice.

World Wrestling Entertainment[bewerken]

Trump staat bekend als een liefhebber van World Wrestling Entertainment (WWE) en is vriend van de voorzitter van dat bedrijf, Vince McMahon. Hij heeft twee evenementen van WrestleMania gepresenteerd in Trump Plaza en was een actief deelnemer in verschillende shows. In 1991 werd het kampioenschap van de World Bodybuilding Federation, die in bezit was van de WWE (toen de World Wrestling Federation geheten), in Trump Taj Mahal in Atlantic City gehouden. Trump werd in 2004 tijdens WrestleMania XX bij de ring geïnterviewd door Jesse Ventura.

Hij verscheen ook in 2007 in WrestleMania 23 in een wedstrijd met de naam "The Battle of the Billionaires",[Vertaling 2] een gevecht tussen Bobby Lashley en Umaga. Trump stond aan de kant van Lashley en Vince McMahon stond aan de kant van Umaga. Stone Cold Steve Austin was voor de gelegenheid de scheidsrechter in het zogenaamde "hair versus hair"-gevecht. Dat hield in dat het haar zou worden afgeschoren van Trump als Umaga zou winnen en het haar van McMahon als Lashley zou winnen. Lashley won uiteindelijk, waarna Trump McMahon kaal scheerde.

Op 15 juni 2009 kondigde McMahon aan in de worstelshow Monday Night Raw dat hij het programma had "verkocht" aan Trump. Trump verklaarde in het programma dat hij in de volgende reclamevrije aflevering zou verschijnen en dat hij de tickets zou vergoeden van alle mensen die een ticket hadden gekocht voor die show. De daaropvolgende week werd Monday Night Raw zogenaamd "teruggekocht" door McMahon voor de dubbele prijs.

In 2013 werd Trump opgenomen in de beroemdhedenvleugel van de WWE Hall of Fame in het Madison Square Garden in New York City voor zijn bijdragen aan de promotie van WWE. De daaropvolgende nacht verscheen hij voor de vijfde keer in WrestleMania.

Politiek[bewerken]

Donald Trump tijdens CPAC in National Harbor op 27 februari 2015

Invloeden[bewerken]

Een verslag van het Center van Responsive Politics uit 2011 liet zien dat Donald Trump gedurende twee decennia geld had gedoneerd aan campagnes van zowel de Republikeinen als Democraten. In februari 2012 steunde Trump Mitt Romney voor het Amerikaanse presidentschap. Trump was ook een vroege aanhanger van het presidentschap van Ronald Reagan.

In april 2011 betwijfelde hij het bewijs van het burgerschap van president Barack Obama. Trump betwijfelde ook of Obama's resultaten goed genoeg waren om naar de Harvard Law School te gaan. Op 25 april 2011 riep Trump Obama op om de lange versie van zijn geboortecertificaat vrij te geven. Twee dagen later publiceerde het Witte Huis de lange versie van Obama's geboortecertificaat. Trump liet in een daaropvolgende persconferentie merken dat hij trots was op zijn rol in de publicatie van het certificaat.

Trump heeft toespraken gehouden voor supporters van de Tea Party-beweging. Trump kwam in december 2008 naar boven als een vroege aanhanger van het reddingsplan van de auto-industrie uit 2009, dat door de overheid werd ondersteund. Volgens een peiling van het Pew Research Center was 56% van de Amerikaanse bevolking voorstander van het plan. Verklaringen waarin Trump beweerde dat vaccinaties autisme zouden veroorzaken stuitten op kritiek van verschillende media van de wetenschappelijke gemeenschap. Hij is ook bekritiseerd op zijn verklaringen waarin hij de opwarming van de Aarde ontkent, omdat deze verklaringen tegenstrijdig zijn met de algemene mening van wetenschappers.

In januari 2013 publiceerde Trump een video waarin hij de Israëlische presidentskandidaat Benjamin Netanyahu tijdens de parlementsverkiezingen van 2013 behartigde. Hij zei in die video dat "een sterke premier een sterk Israël betekent". Trump is een populair persoon in Israël, doordat zijn naam daar is verbonden aan verschillende producten, soms ook zonder zijn toestemming. In 2015 ontving Trump de Liberty Award tijdens het Algemeiner Jewish 100 Gala wegens zijn positieve bijdragen aan de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël.

(Overwogen) kandidaatstellingen[bewerken]

Trump heeft overwogen om zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen van 1988, 2004 en 2011 en voor gouverneur van New York in 2006 en 2014, maar zag daar uiteindelijk van af. Hij stelde zich kandidaat voor de Reformed Party voor de presidentsverkiezingen van 2000 en won de voorverkiezing in Californië. Toen Trump in het openbaar overwoog zich aan de kant van Republikeinen kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen van 2012, publiceerden The Wall Street Journal en NBC News in maart 2011 een peiling waarin Trump de grootste aanhang bleek te hebben onder mogelijke tegenstanders. Hij stond één punt voor op Mitt Romney. In een in februari 2011 afgenomen peiling van Newsweek liep Trump met een paar punten achter op Barack Obama met veel onbesliste stemmen voor de presidentsverkiezingen van 2012.

Toen Trump een kandidaatstelling aan het overwegen was, publiceerde Public Policy Polling in april 2011 een peiling, die toonde dat Trump een voorsprong van negen punten op andere Republikeinse presidentskandidaten zou hebben als hij zich kandidaat zou stellen voor de verkiezingen van 2012. Sommige media beweerden dat hij met zijn zetten zijn realityserie The Apprentice wilde promoten. Op 16 mei 2011 kondigde Trump aan zich niet kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen. Public Policy Polling beschreef de gebeurtenissen in mei 2011 als "een van de snelste stijgingen en dalingen in de geschiedenis van het presidentschap". In een peiling van USA Today en Gallup uit december 2011 stond Trump in de top zes van de tien meest geliefde levende mannen en vrouwen.

In 2013 was Trump een spreker op de Conservative Political Action Conference. Zijn toespraak werd niet drukbezocht. Hij besteedde vervolgens ruim $1 miljoen aan een onderzoek naar een eventueel kandidaatschap voor de presidentsverkiezingen. In oktober 2013 hadden New Yorkse Republikeinen een memo verspreid, waarin zij Trump voorstelden om zich in 2014 kandidaat te stellen voor gouverneur van de staat New York tegen Andrew Cuomo. Trump zei dat hoewel New York problemen had en de belastingen te hoog waren, hij er geen groot belang bij had om aan de verkiezingen mee te doen. In februari 2015 besloot Trump zijn contract voor de televisieserie The Apprentice niet te verlengen, waardoor speculatie ontstond dat hij presidentskandidaat zou worden voor de verkiezingen van 2016.

Presidentiële campagne 2016[bewerken]

Donald Trump tijdens zijn campagne bij de Laconia Rally in Laconia (New Hampshire)

Trump kondigde zijn kandidaatschap voor president van de Verenigde Staten in de verkiezingen van 2016 officieel aan op 16 juni 2015 vanuit zijn hoofdkantoor in Trump Tower in New York City. Tijdens de start van zijn campagne maakte hij zijn slogan bekend, namelijk: "We are going to make our country great again."[Vertaling 3] Daarbij zei hij toe de "beste banenpresident die God ooit gemaakt heeft" te worden. Op 9 juli 2015 werden de resultaten van de eerste grote nationale peiling bekendgemaakt die liet zien dat Trump de grootste aanhang had. Die peiling was uitgevoerd door The Economist en YouGov. Een peiling van de Suffolk University en USA Today van vijf dagen later liet zien dat 17% van de Republikeinse stemmers Trump steunde en 14% Jeb Bush. Een peiling van The Washington Post en ABC News, die tussen 16 juli en 19 juli gehouden werd, had als uitslag dat 24% van de Republikeinse stemmers Trump aanhing en dat Scott Walker, de nummer twee van de peiling, een aanhang had van 13%. Uit een peiling van CNN en ORC onder Republikeinse stemmers bleek dat Trump met een steun van 18% de grootste steun had. Hij versloeg daarmee Jebb Bush, die een percentage van 15% kreeg. In de peiling van CBS News van 4 augustus stond Trump wederom op de eerste plaats met een steun van 24%. Tweede stond Bush met 13% steun en derde stond Walker met 10% steun.

Privéleven[bewerken]

Donald Trump

Trump staat ook wel bekend als The Donald, een bijnaam die werd gepropageerd door de media, nadat zijn eerste vrouw, Ivana Trump, hem zo had genoemd in een interview.

Trumps moeder, Mary Anne, werd geboren in 1912 in het dorp Tong op het eiland Lewis, dat zich aan de westkust van Schotland bevindt. In 1930, toen zij achttien jaar oud was, ontmoette zij Fred Trump tijdens een vakantie in New York City. Zij bleef vervolgens in de stad. De in Queens geboren Donald Trump heeft twee broers, Fred Jr., die overleden is, en Robert S. Trump. Donald Trump heeft ook twee zussen, Maryanne en Elizabeth. Zijn oudere zus Maryanne is een rechter van het Hof van Beroep voor het 3e circuit.

In 1977 trouwde Trump met de Tsjechische Ivana Zelníčková en ze kregen samen drie kinderen, Donald Jr. (31 december 1977), Ivanka (30 oktober 1981) en Eric (6 januari 1984). Ze scheidden in 1992. In 1993 trouwde Trump met Marla Maples en ze kregen samen één kind, Tiffany (13 oktober 1993). Na ruim vijf jaar scheidden ze op 8 juni 1999. In februari 2008 zei Trump tijdens een interview in het programma Nightline het volgende over zijn ex-vrouwen: "I just know it's very hard for them [Ivana en Marla] to compete because I do love what I do. I really love it."[Vertaling 4]

Op 26 april 2004 vroeg Trump de Sloveense Melania Knauss ten huwelijk. Trump en Knauss trouwden op 22 januari 2005 in de Bethesda by the Sea Episcopal Church in Palm Beach (Florida). De bruiloft werd gevolgd door een receptie in Mar-A-Lago, een landgoed van Donald Trump. Samen kregen ze een zoon, Barron William Trump, op 2 maart 2006. Het was Donald Trumps vijfde kind.

Trump heeft zeven kleinkinderen: vijf van zijn zoon Donald Jr. en twee van zijn dochter Ivanka.

Trump is een presbyteriaan. In april 2011 zei hij in een interview in het programma 700 Club het volgende: "I'm a Protestant, I'm a Presbyterian. And you know I've had a good relationship with the church over the years. I think religion is a wonderful thing. I think my religion is a wonderful religion."[Vertaling 5]

Toen zijn dochter Ivanka zich had bekeerd tot het jodendom, zei hij: "Not only do I have Jewish grandchildren, I have a Jewish daughter and I am very honored by that."[Vertaling 6]

Juridische zaken[bewerken]

Faillissementen[bewerken]

Vier van Trumps bedrijven hebben een Hoofdstuk 11 faillissement aangevraagd. Volgens een verslag van Forbes uit 2011 waren die faillissementen te danken aan zijn hotels en casino's in Atlantic City (New Jersey) met te grote schulden. Zijn bedrijven die failliet zijn gegaan zijn: Trump Taj Mahal (1991), Trump Plaza Hotel (1992), Trump Hotel and Casino Resorts (2004) en Trump Entertainment Resorts (2009). Trump heeft daarover het volgende gezegd: "I've used the laws of this country to pare debt. … We'll have the company. We'll throw it into a chapter. We'll negotiate with the banks. We'll make a fantastic deal. You know, it's like on 'The Apprentice'. It's not personal. It's just business."[Vertaling 7] Hij gaf aan dat andere "belangrijke ondernemers" hetzelfde deden.

Trump ging voor het eerst zakelijk failliet in 1991 toen Trump Taj Mahal zijn schulden niet meer kon betalen. Forbes beweerde dat zijn eerste faillissement zijn enige faillissement was dat zijn persoonlijke rijkdom aantastte. Time beweerde daarentegen dat ook bij het faillissement in 2004 $72 miljoen van zijn eigen persoonlijke geld betrokken was.

Op 2 november 1992 diende Trump Plaza Hotel een beschermingsplan in dat onder een faillissement viel. Met het plan ging Trump ermee akkoord om een aandeel van 49% in het hotel te geven aan Citibank en vijf ander geldschieters. In ruil daarvoor zou Trump betere voorwaarden krijgen over het overgebleven schuldbedrag van ruim $550 miljoen, dat hij nog aan de geldschieters verschuldigd was. Ook mocht hij als tegenprestatie zijn positie als directeur behouden, hoewel hij niet meer betaald zou krijgen en hij geen rol meer zou krijgen in de dagelijkse zaken van het bedrijf.

In de herstructurering naar aanleiding van deze twee faillissementen had Trump in 1994 een groot deel van zijn persoonlijke schuld van $900 miljoen en een groot deel van zijn zakelijke schuld van bijna $3,5 miljard later verdwijnen. Hoewel hij zijn jacht, Trump Princess, en zijn vliegtuigmaatschappij, Trump Shuttle, die hij in 1989 had gekocht, afstond, lukte het hem om Trump Tower in New York City en drie casino's in Atlantic City in zijn bezit te houden. Trump verkocht zijn aandeel in West Side Yards aan een Aziatische ontwikkelaar naar aanleiding van onderhandelingen met Chase Manhattan Bank. Trump zou een premie hebben ontvangen voor het plaatsen van zijn bekende naam op de gebouwen die hij liet bouwen. In 1995 voegde hij de casino's die hij bezat samen in het bedrijf Trump Hotels & Casino Resorts, dat in publiek bezit was. De vastgoedaanwinsten werden een bron van rijkdom, ook toen de winsten tegenvielen.

Trumps derde zakelijke faillissement vond plaats op 21 oktober 2004, toen Trump Hotels & Casino Resorts de herstructurering van zijn schulden aankondigde. Volgens het plan zou Trumps eigenaarschap van 56% worden verkleind naar 27% en zouden obligatiehouders aandelen ontvangen in ruil voor de kwijtschelding van een deel van de schuld. Trump Hotels werd gedwongen om bescherming tegen een faillissement aan te vragen om overeind te blijven. Nadat Trump Hotels & Casino Resorts een faillissement had aangevraagd, koos Trump ervoor afstand te doen van zijn positie als bestuursvoorzitter van het bedrijf. Hij bleef echter wel voorzitter van de raad van bestuur. In mei 2005 ging het bedrijf weer verder en kreeg het de naam Trump Entertainment Resorts Holdings.

Zijn recentste faillissement deed zich voor in 2009. Trump Entertainment Resorts vroeg zijn faillissement aan vier dagen nadat Trump had aangekondigd af te treden als lid van de raad van bestuur. Op dat moment had Trump Entertainment Resorts drie bezittingen in Atlantic City: Trump Taj Mahal, Trump Plaza en Trump Marina, waarvan de laatste verkocht werd in 2011. Begin augustus 2014 spande Trump een rechtszaak aan om zijn naam te laten verwijderen van Trump Plaza Hotel and Casino en de voorzieningen van de Taj Mahal in Atlantic City, omdat hij het bedrijf niet meer bestuurde. In 2014 diende Trump Entertainment Resorts opnieuw een aanvraag voor een faillissement in. Trump was toen echter niet meer de eigenaar van het bedrijf.

Rechtszaken[bewerken]

In 1973 klaagde het Justice Department het bedrijf Trump Management Corporation, toen Trump de directeur van dat bedrijf was, zonder succes aan voor discriminatie. De overheid had zijn vastgoedbedrijf aangeklaagd omdat hij zwarte huurders zou discrimineren. Trump heeft nooit bekend. Er werd in 1975 buiten de rechtszaal een schikking getrokken.

In maart 1990 dreigde Trump het bedrijf Janney Montgomery Scott aan te klagen. Een analist van het bedrijf zei dat Trumps Taj Mahal in Atlantic City "records zou breken," maar voor het einde van het jaar zou mislukken. Trump zei dat hij het bedrijf zou aanklagen, tenzij de analist zou worden ontslagen. De analist weigerde de uitspraken terug te trekken en werd uiteindelijk ontslagen. In november 1990 diende de Taj Mahal een faillissementsaanvraag in. De analist klaagde Trump vervolgens aan voor $2 miljoen. De zaak werd uiteindelijk geschikt. De uitspraken van de analist over de Taj Mahal werden later "verbazingwekkend nauwkeurig" genoemd.

Tijdens de kredietcrisis in 2008 had Trump moeite voldoende appartementen te verkopen in Trump International Hotel and Tower in Chicago. Toen hij de prijzen wilde verlagen om zo de verkopen te laten toenemen, weigerde de lener, Deutsche Bank, dit. Toen Trump redeneerde dat de financiële crisis en de daardoor veroorzaakte daling van de vastgoedmarkt niet binnen zijn controle lagen, gebruikte hij een clausule in het contract om de lening niet meer te betalen. Trump klaagde Deutsche Bank vervolgens aan voor gezichtsverlies en de Deutsche Bank diende ook een rechtszaak tegen Trump in. Beide besloten uiteindelijk hun rechtszaken te laten vallen en de verkoop van de appartementen ging door.

In september 2011 werd in hoger beroep het uiteindelijke vonnis vastgesteld in een rechtszaak van Trump tegen auteur Timothy L. O'Brien. Trump eiste een bedrag van $5 miljard van O'Brien, omdat O'Brien in zijn boek TrumpNation: The Art of Being The Donald uit 2006 had geschreven dat Trumps vermogen in werkelijkheid tussen de $150 en $250 miljoen bedroeg in plaats van de miljarden dollars die Trump in 2005 verklaarde te hebben. Volgens Trump had die onderschatting, die de auteur volgens hem uit boosheid in het boek had gezet, ertoe geleid dat zakenovereenkomsten waren mislukt en dat Trump gezichtsverlies had geleden. Een rechter uit New Jersey wees Trumps geldclaim af en in hoger beroep besloot een rechter het vonnis van de rechter uit New Jersey te handhaven wegens de samenhang van de drie vertrouwelijke bronnen van O'Brien.

In 2013 klaagde Trump Bill Maher aan voor $5 miljoen, nadat Trump zijn geboortecertificaat had laten zien. Maher had in The Tonight Show with Jay Leno gezegd dat hij Trump zou belonen met een bedrag van $5 miljoen voor het goede doel als Trump zou bewijzen dat hij niet de zoon was van een orang-oetan. Volgens Trump was het aanbod serieus en geen grap. Trump trok de rechtszaak echter acht weken later in.

Op 24 augustus 2013 diende de procureur-generaal van de staat New York, Eric Schneiderman, een rechtszaak in tegen Trump voor het afzetten van ruim 5.000 mensen voor $40 miljoen door zijn vastgoedtechnieken te onderwijzen in een trainingsprogramma met winstoogmerk met de naam Trump University. Het Manhattan Supreme Court had de aanklacht eerder afgewezen. Op 30 januari 2014 wees ook de rechtbank van New York alle aanklachten af, behalve het onderdeel over vergunningen. In oktober 2014 vond de rechtbank dat Trump alleen aansprakelijk kon worden gesteld voor het niet hebben van een vergunning voor zijn investeringsschool.

In augustus 2014 trof Trump een schikking met Miss Pennsylvania Sheena Monnin, waarin Monnin $5 miljoen moest betalen. Zij beweerde dat de resultaten van Miss USA 2012 waren gemanipuleerd. Monnin schreef op haar Facebookpagina dat een andere deelnemer haar had verteld dat zij tijdens een repetitie een lijst had gezien met de vijf finalisten in de uiteindelijke volgorde. Monnin stond vervolgens haar titel Miss Pennsylvania af. Volgens Trumps advocaat was een lucratieve sponsordeal met BP door de beschuldigingen mislukt en dreigde de beschuldigingen vrouwen te ontmoedigen om deel te nemen aan de wedstrijden van Miss USA. Volgens Monnin bleek uit getuigenissen van de Miss Universe Organization en van Ernst & Young dat de vijftien eerste plaatsen van de schoonheidswedstrijd niet door de jury, maar door de directeuren van de schoonheidswedstrijd werden bepaald. Volgens de voorwaarden van de schikking hoefde Monnin haar verklaringen niet in te trekken. Zij zei het volgende: "Standing on truth has cost me much."[Vertaling 8]

In 2015 klaagde Trump Palm Beach County voor $100 miljoen aan, omdat volgens hem ambtenaren de Federal Aviation Administration onder druk hadden gezet om vliegtuigen die naar Palm Beach International Airport vlogen specifiek over zijn landgoed, Mar-A-Lago, te sturen. Het vliegverkeer zou de bouw van het gebouw en de sfeer verstoren. Trump had twee keer eerder ook een rechtszaak gestart wegens het geluid van het vliegveld.

In 2015 spande Trump een rechtszaak voor $10 miljoen aan tegen José Andrés. Hij zou zich namelijk hebben teruggetrokken uit een overeenkomst over de opening van een restaurant in de Old Post Office in Washington D.C..

Zaken met criminele families[bewerken]

Zowel journalist David Cay Johnston, die een Pulitzerprijs won, als onderzoeksjournalist Wayne Barrett, die in 1992 een biografie van Trump schreef, heeft beweerd dat Trump en zijn bedrijven zaken hebben gedaan met aan de Amerikaanse maffia gerelateerde families uit New York City en Philadelphia. Trump kocht het perceel in Atlantic City waar hij later Trump Plaza zou laten bouwen voor twee keer de marktprijs van Salvatore Testa, een lid van een criminele familie uit Philadelphia. Daarnaast zouden twee bedrijven van maffialid Nicodemo Scarfo volgens een verslag uit 1986 van de Commission of Investigation van de staat New Jersey betrokken zijn geweest bij de bouw van het casino. Trump Tower en andere bezittingen in New York City werden gebouwd met beton van een bedrijf waarvan Anthony Salerno, de leider van de misdaadfamilie Genovese, en Paul Castellano, de leider van de misdaadfamilie Gambino, de eigenaren waren. Hoewel Trump in 1979 deel uitmaakte van een onderzoek naar omkoping en in 1981 werd ondervraagd in een onderzoek naar afpersing, resulteerde geen van beide onderzoeken in aanklachten. Trump vertelde niets over het nationale onderzoek naar omkoping van zijn vergunningaanvraag in New Jersey en overtuigde ambtenaren zijn achtergrondonderzoek te beperken.

Trump liep eens weg uit een interview in het televisieprogramma BBC Panorama, nadat hem gevraagd werd waarom hij een jaar zaken bleef doen met Felix Sater, een voormalige veroordeelde, nadat bekend was geworden dat hij banden had met de maffia en Russische criminelen en dat hij in 1998 werd verdacht van afpersing. Sater noemde zichzelf de "hoofdadviseur van Donald Trump" (een titel die door Trumps woordvoerders werd ontkend).

Prijzen en onderscheidingen[bewerken]

Trumps ster op de Hollywood Walk of Fame

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Trump heeft een aantal boeken geschreven, waaronder:

  • Trump: The Art of the Deal (1987)
  • Trump: Surviving at the Top (1990)
  • Trump: The Art of Survival (1991)
  • Trump: The Art of the Comeback (1997), medeauteur: Kate Bohner.
  • Trump: How to Get Rich (2004)
  • The Way to the Top: The Best Business Advice I Ever Received (2004)
  • Trump: Think Like a Billionaire: Everything You Need to Know About Success, Real Estate, and Life (2004)
  • Trump: The Best Golf Advice I Ever Received (2005)
  • Why We Want You to be Rich: Two Men – One Message (2006), medeauteur: Robert Kiyosaki.
  • Think Big and Kick Ass in Business and Life (2007), medeauteur: Bill Zanker
  • The America We Deserve (2000), medeauteur: Dave Shiflett
  • Trump: The Best Real Estate Advice I Ever Received: 100 Top Experts Share Their Strategies (2007)
  • Trump 101: The Way to Success (2007)
  • Trump Never Give Up: How I Turned My Biggest Challenges into Success (2008)
  • Think Like A Champion: An Informal Education in Business and Life (2009)
  • Midas Touch: Why Some Entrepreneurs Get Rich-And Why Most Don't (2011), medeauteur: Robert Kiyosaki


Voorganger:
-
CEO van Trump Hotels and Casino Resorts (1995-2004) Opvolger:
Robert Griffin
1993: André the Giant
1994: Arnold Skaaland · Bobo Brazil · Buddy Rogers · Chief Jay Strongbow · Freddie Blassie · Gorilla Monsoon · James Dudley
1995: Antonino Rocca · Ernie Ladd · The Fabulous Moolah · George "The Animal" Steele · The Grand Wizard · Ivan Putski · Pedro Morales
1996: Jimmy Snuka · Johnny Rodz · Killer Kowalski · Lou Albano · "Baron" Mikel Scicluna · Pat Patterson · The Valiant Brothers (Jimmy & Johnny Valiant) · Vince McMahon Sr.
2004: Big John Studd · "Superstar" Billy Graham · Bobby Heenan · Don Muraco · Greg Valentine · Harley Race · Jesse Ventura · Junkyard Dog · Pete Rose · Sgt. Slaughter · Tito Santana
2005: "Cowboy" Bob Orton · Hulk Hogan · The Iron Sheik · Jimmy Hart · Nikolai Volkoff · Paul Orndorff · "Rowdy" Roddy Piper
2006: The Blackjacks (Mulligan & Lanza) · Bret "Hitman" Hart · Eddie Guerrero · Gene Okerlund · "Sensational" Sherri · Tony Atlas · Verne Gagne · William "The Refrigerator" Perry
2007: Curt "Mr. Perfect" Hennig · Dusty Rhodes · Jerry "The King" Lawler · Jim Ross · Mr. Fuji · Nick Bockwinkel · The Sheik · The Wild Samoans (Afa & Sika)
2008: The Brisco Brothers (Gerald & Jack) · Eddie Graham · Gordon Solie · Mae Young · Peter Maivia · Ric Flair · Rocky Johnson
2009: Bill Watts · The Funks (Terry & Dory Jr.) · Howard Finkel · Koko B. Ware · Ricky Steamboat · "Stone Cold" Steve Austin · The Von Erich Family (Chris, David, Fritz, Kerry, Kevin & Mike)
2010: Antonio Inoki · Bob Uecker · Gorgeous George · Mad Dog Vachon · Stu Hart · Ted DiBiase · Wendi Richter
2011: Abdullah the Butcher · Bob Armstrong · Drew Carey · Jim Duggan · Paul Ellering · The Road Warriors/Legion of Doom (Hawk & Animal) · Shawn Michaels · Sunny
2012: Edge · The Four Horsemen (Arn Anderson, Barry Windham, James J. Dillon, Ric Flair & Tully Blanchard) · Mil Máscaras · Mike Tyson · Ron Simmons · Yokozuna
2013: Bob Backlund · Booker T · Bruno Sammartino · Donald Trump · Mick Foley · Trish Stratus
2014: Carlos Colón · Jake Roberts · Lita · Mr. T · Paul Bearer · Razor Ramon · The Ultimate Warrior