Super Tuesday

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Super Tuesday (Nederlands: Superdinsdag) is een begrip uit de Amerikaanse voorverkiezingen (primaries), waarbij verschillende partijen een presidentskandidaat kiezen. Op Super Tuesday (ergens in februari of maart) mogen negen staten stemmen waarbij een kwart van de delegatieleden te verdelen zijn. Dit is altijd de belangrijkste dag van de voorverkiezingen.

De staten waarin op Super Tuesday traditioneel gestemd wordt, zijn Californië, Connecticut, Georgia, Maryland, Massachusetts, New York, Ohio, Rhode Island en Vermont. Minnesota en North Dakota houden partijbijeenkomsten (caucuses) op deze dag.

Super Tuesday (5 februari 2008)
 Democratische caucuses (3)
 Republikeinse caucuses (2)
 Staten met voorverkiezingen voor beide partijen (19)

2020[bewerken | brontekst bewerken]

Super Tuesday vond in 2020 plaats op 3 maart. Toen mochten veertien staten stemmen.

2016[bewerken | brontekst bewerken]

In 2016 vond Super Tuesday plaats op 1 maart. Bij de republikeinen won Trump zeven staten. Cruz won er drie, waaronder Texas, en Rubio won er een. Bij de democraten won Clinton zeven van de elf staten, de overige vier werden gewonnen door Sanders.

2008[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2008 werd de oorspronkelijke datum voor Super Tuesday (4 maart) vervangen door 5 februari, waarop 24 staten, met de helft van de Amerikaanse bevolking, voorverkiezingen hielden.

Primary of caucus (C) voor beide partijen: Alabama, Alaska, Arizona, Arkansas, Californië, Colorado (C), Connecticut, Delaware, Georgia, Illinois, Massachusetts, Minnesota (C), Missouri, New Jersey, New York, North Dakota (C), Oklahoma, Tennessee en Utah.

Democraten: Idaho (C), Kansas (C) en New Mexico (C).

Republikeinen: Montana (C), West Virginia (C).

Bij de Democraten kregen Hillary Clinton en Barack Obama er ieder ongeveer hetzelfde aantal afgevaardigden bij, zodat geen van beiden een duidelijke voorsprong heeft. Clinton won de grootste staten, namelijk Californië en New York, terwijl Obama de meeste staten won.

Bij de Republikeinen vergrootte John McCain zijn voorsprong op Mitt Romney, die teleurstellend presteerde met zeven staten. Opvallend waren de overwinningen van Mike Huckabee in vijf zuidelijke staten. McCain won zowel de grootste als de meeste (9) staten.

Zie hier voor uitslag-details.

2004[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de voorverkiezingen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 viel Super Tuesday op 2 maart 2004. Democraat John Kerry won negen van de tien staten en bracht hiermee zijn laatste serieuze opponent, John Edwards, zo'n slag toe dat deze een dag later zijn kandidatuur introk.

De republikeinen hielden geen voorverkiezing omdat zittend president George W. Bush reeds hun kandidaat was.

Eerdere jaren[bewerken | brontekst bewerken]