Michael Flynn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mike Flynn
Michael Thomas Flynn
Michael Thomas Flynn
Geboren december 1958
Middletown (Rhode Island)
Land/partij Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Onderdeel United States Army
Dienstjaren 1981–2014
Rang US-O9 insignia.svg Luitenant-generaal
Leiding over Defense Intelligence Agency
Slagen/oorlogen Invasie van Grenada

Strijd tegen terrorisme

Ander werk Nationaal Veiligheidsadviseur

Michael Thomas (Mike) Flynn (Middletown (Rhode Island), december 1958) is een Amerikaans oud-generaal van de United States Army[1] en voormalig Nationale Veiligheidsadviseur onder president Trump.

Onder Obama was Flynn twee jaar actief van juli 2012 tot eind 2014 als hoofd van de militaire inlichtingendienst Defense Intelligence Agency, maar werd verzocht om zijn taak voortijdig te beeindigen.[2] Volgens Flynn werd hij ontslagen omdat hij de harde waarheid vertelde over de strijd tegen het islamitisch extremisme.[3]

Op 18 november 2016 kondigde president-elect Donald Trump aan dat Flynn zijn Nationaal Veiligheidsadviseur zou worden. Als lid van de Executive Office of the President was er voor Flynn geen goedkeuring en toestemming nodig vanuit de senaat.

Flynn is van mening dat de Verenigde Staten, Rusland en Europa beter moeten samenwerken in de strijd tegen ISIS.[4] Hij wordt echter door opponenten ook bekritiseerd vanwege zijn vermeende nauwe contacten met Rusland.[5] Zo zat hij in 2015 naast Poetin op een diner ter ere van de verjaardag van Russian Today (RT), het door het Kremlin gefinancierde tv-station. Flynn hield bij die gelegenheid een praatje waarvoor hij door RT betaald kreeg. Daarin zag hij geen probleem, legde hij de The Washington Post uit, want was nu het verschil tussen RT en CNN?[6] Hiervoor kreeg hij ongeveer 40.000 dollar betaald volgens The New Yorker.[7]

Flynn werd tijdens de verkiezingscampagne van de presidentsverkiezingen van 2016 bekritiseerd voor het doorsturen van anti-Clinton-propaganda die achteraf onwaar bleek te zijn.[8]

Op 13 februari 2017 bood Flynn president Trump zijn ontslag als Nationaal Veiligheidsadviseur aan. Zijn positie binnen de staf van het Witte Huis was onhoudbaar geworden, nadat hij collega's en ook vice-president Mike Pence onwaarachtig had ingelicht over zijn contact in november 2016 met de Russische ambassadeur over de opheffing van dat land opgelegde economische sancties. Aangezien hij op dat moment nog niet officieel in de topfunctie was aangesteld, overtrad hij hiermee de wet die dit elke burger in de V.S. verbiedt. Bovendien was hij door het hele incident kwetsbaar geworden voor politieke chantage, niet in de laatste plaats van Russische zijde. President Trump zag zich dan ook genoodzaakt het ontslag van Flynn te aanvaarden. Medio februari werd luitenant-generaal Herbert McMaster door president Trump als opvolger van Flynn benoemd.

Bronnen[bewerken]

Voorganger:
Ronald Burgess
Directeur van de Defense Intelligence Agency
2012–2014
Opvolger:
David Shedd
Voorganger:
Susan Rice
Nationaal Veiligheidsadviseur
2017
Opvolger:
Keith Kellogg