Robert Mueller

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robert Mueller
Robert Swan Mueller III
Robert Swan Mueller III
Geboren 7 augustus 1944
New York (New York)
Politieke partij Republikeinse Partij
Beroep Ambtenaar
Jurist
Advocaat
Openbaar aanklager
Religie Episcopalisme
6e directeur van de Federal Bureau of Investigation
Aangetreden 4 september 2001
Einde termijn 4 september 2013
President George W. Bush (2001–2009)
Barack Obama (2009–2013)
Voorganger Thomas Pickard
Opvolger James Comey
Officier van justitie voor het noordelijke district van Californië
Aangetreden 1998
Einde termijn 2001
Voorganger Michael Yamaguchi
Opvolger Kevin Ryan
Officier van justitie voor het district van Massachusetts
Aangetreden 1986
Einde termijn 1987
Voorganger Bill Weld
Opvolger Frank McNamara
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Robert Swan (Bob) Mueller III (New York (New York), 7 augustus 1944) is een Amerikaans jurist en ambtenaar. Hij was van 2001 tot 2013 de directeur van de Federal Bureau of Investigation (FBI). In mei 2017 werd hij door onderminister van Justitie Rod Rosenstein benoemd tot speciaal aanklager om de leiding te nemen over het onderzoek naar Russische beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen van 2016.[1][2]

Levensloop[bewerken]

Mueller had vier jongere zussen. Hij studeerde aan de Princeton-universiteit waar hij in 1966 een Bachelor of Arts behaalde. Een jaar later verkreeg hij een Master of Arts in Internationale relaties aan de New York-universiteit. In 1968 meldde hij zich aan bij het United States Marine Corps. De dood van een vriend in Vietnam, met wie hij samen lacrosse speelde, deed hem daartoe besluiten.

In juli 1968 werd Mueller naar Zuid-Vietnam gestuurd. Hij was daar onder andere aide-de-camp van een generaal. In april 1969 werd hij geraakt door vijandelijk vuur. Na twee maanden keerde Mueller weer terug aan het front. Terug in de Verenigde Staten studeerde Mueller verder en behaalde een doctoraat in het recht aan de Universiteit van Virginia. Na zijn afstuderen werkte Mueller eerst drie jaar als advocaat. Vervolgens werkte hij lange tijd – met uitzondering van de periode 1993-96 toen hij weer als advocaat actief was – voor de federale overheid. Hij werkte voor meerdere openbare aanklagers (attorney generals). In 1998 benoemde president Bill Clinton hem tot officier van justitie voor het Noordelijke District van Californië.

Mueller werd op 5 juli 2001 door president George W. Bush voorgedragen voor de positie van FBI-directeur. In diezelfde periode werd bij hem prostaatkanker geconstateerd, waar hij van herstelde. Op 2 augustus stemde de Senaat unaniem in met Bush' voordracht. Op 4 september, precies een week voor de aanslagen van 11 september trad Mueller aan als FBI-directeur.

Samen met onderminister van Justitie James Comey dreigde Mueller in maart 2004 op te stappen wanneer het Witte Huis een richtlijn van het ministerie van Justitie zou negeren waarin gesteld werd dat het volgens de grondwet verboden was om zonder rechtbankbevel binnen de Verenigde Staten telefoongesprekken af te luisteren. President Bush stemde uiteindelijk in met wijzigingen waarmee tegemoet werd gekomen aan Muellers bezwaren.[3]

President Barack Obama vroeg Mueller in mei 2011, toen zijn tienjarige termijn bijna verlopen was, om nog twee jaar langer aan te blijven. In september 2013 werd Mueller opgevolgd door Comey. Mueller keerde na zijn vertrek bij de FBI terug in de advocatuur. Ook kreeg hij een aanstelling bij de Stanford-universiteit. Mueller bemiddelde onder andere in het emissieschandaal rond Volkswagen.

Mueller keerde terug in de nationale schijnwerpers toen onderminister van Justitie Rod Rosenstein hem in mei 2017 benoemde tot speciaal aanklager om het onderzoek te leiden naar verbindingen tussen de Russische regering en het campagneteam van president Donald Trump tijdens de Amerikaanse presidentscampagne in 2016.[4] Op 30 oktober 2017 werden de eerste twee personen, Paul Manafort en Rick Gates, in staat van beschuldiging gesteld na maandenlang onderzoek door Mueller en zijn team.[5]