James Comey

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
James Comey
James Brien Comey jr.
James Brien Comey jr.
Geboren 14 december 1960
Yonkers (New York)
Politieke partij Republikeinse Partij (tot 2013)
Onafhankelijk (vanaf 2013)
Beroep Jurist
Advocaat
Religie Methodisme
Handtekening Handtekening
7e directeur van de Federal Bureau of Investigation
Aangetreden 4 september 2013
Einde termijn 9 mei 2017
President Barack Obama, Donald Trump
Voorganger Robert Mueller
Opvolger Christopher Wray
31e onderminister van Justitie
Aangetreden 9 december 2003
Einde termijn 15 augustus 2005
President George W. Bush
Voorganger Larry Thompson
Opvolger Paul McNulty
Openbaar aanklager voor het zuidelijke district van New York
Aangetreden 7 januari 2002
Einde termijn 15 december 2003
Voorganger Mary Jo White
Opvolger David Kelley
Portaal  Portaalicoon   Politiek

James Brien Comey jr. (Yonkers (New York), 14 december 1960) is een Amerikaans jurist. Hij was van 2013 tot mei 2017 de directeur van de Federal Bureau of Investigation (FBI). Hij was eerder van 2002 tot 2003 officier van justitie voor het zuidelijke district van New York en van 2003 tot 2005 onderminister van Justitie in het kabinet van president George W. Bush. Op 9 mei 2017 werd hij ontslagen als FBI-directeur door president Donald Trump.

Levensloop[bewerken]

Comey studeerde in 1982 af aan het College of William and Mary. Zijn eindscriptie ging over de liberale theoloog Reinhold Niebuhr en de conservatie televisie-evangelist Jerry Falwell, waarbij Comey veel aandacht had voor hun gemeenschappelijke geloof in maatschappelijk actie. Hij studeerde vervolgens rechten aan de Universiteit van Chicago. Daarna vond hij een baan als assistent van een district-rechter. Van 1987 tot 1993 werkte hij op het kantoor van de Openbaar aanklager van het zuidelijke district van de staat New York. In de jaren daarna vervulde hij verschillende assisterende functies bij de Amerikaanse overheid en had een deeltijdbaan als universitair docent aan de Universiteit van Richmond.

Van januari 2002 tot zijn benoeming als onderminister van Justitie in december 2003 was Comey Openbaar aanklager in het zuidelijke district van de staat New York. Een van zijn eerste taken was een onderzoek naar de controversiële gratieverlening van voormalig president Bill Clinton van de zakenman Marc Rich. In november 2002 klaagde hij drie mannen aan voor een van de grootste zaken met betrekking tot identiteitsfraude in de Amerikaanse geschiedenis. De fraude had zeker twee jaar voortgeduurd en duizenden mensen waren gedupeerd voor een bedrag van in totaal meer dan een drie miljoen dollar. Tevens zorgde hij ervoor dat de bekende zakenvrouw Martha Stewart achter de tralies verdween vanwege handel met voorkennis.

Onderminister van Justitie[bewerken]

President George W. Bush benoemde Comey in december 2003 tot onderminister van Justitie. In die positie verwierf hij veel bekendheid toen zijn baas, minister van Justitie John Ashcroft, in het ziekenhuis lag. Twee vertrouwelingen van president Bush waren op weg naar het ziekenhuis waar Ashcroft op de intensive care lag na een spoedoperatie aan zijn galblaas. Zij wilden een handtekening voor de voortzetting van een omstreden afluisterprogramma. Comey en Ashcroft vonden dit programma te vergaan. Toen hij hoorde van de komst van Bush' mannen naar het ziekenhuis draaide zijn auto meteen om en voorkwam zo dat Ashcroft tekende. Deze gebeurtenis leverde de reputatie op van een onafhankelijk figuur en maakte hem vooral bij de Democraten populair.[1]

Als onderminister van Justitie stemde Comey in met een memorandum waarin dertien verschillende ondervragingstechnieken, waaronder waterboarding en slaaponthouding tot 180 uur, werden toegestaan. Hij maakte bezwaar tegen een tweede memorandum, waarbij deze technieken in combinatie met elkaar werden toegestaan. Hij was daarmee een van de weinige leden van Bush' kabinet die een grens stelde met betrekking tot het gebruik van marteltechnieken. Bij de hoorzittingen voorafgaand aan zijn benoeming tot FBI-directeur zei Comey dat hij persoonlijk van mening was dat waterboarding een marteltechniek was, maar dat tegelijkertijd dat de Conventie van de Verenigde Naties tegen martelen op dit punt zeer vaag was.

Na twee jaar stapte Comey alweer op. Hij kreeg een baan als juridisch adviseur bij de vliegtuigbouwer Lockheed Martin, werd commissaris bij de Britse bank HSBC en ging aan de slag als hoogleraar bij de rechtenfaculteit van de Columbia-universiteit. In 2009 stond Comey op een shortlist van de regering-Obama om David Souter, rechter bij het Hooggerechtshof, te vervangen.

FBI-directeur[bewerken]

President Barack Obama droeg Comey in juli 2013 voor als directeur van de FBI. Dit was een opmerkelijke keuze, aangezien Comey een Republikein is. Als FBI-directeur lag Comey in de clinch met Apple omdat het bedrijf weigerde om de iPhone van een terrorist te kraken. Uiteindelijk lukte het de FBI zelf om de code te kraken. Comey sprak zich uit tegen een wet voor het opleggen van minimumstraffen. In mei 2015 zorgde hij voor diplomatieke onrust door Polen in een adem met Duitsland als daders van de holocaust. Voor die opmerking bood hij later zijn excuses aan.

Zijn belangrijkste moment was ongetwijfeld toen hij op 28 oktober, elf dagen voor de presidentsverkiezingen van 2016 bekend maakte dat de FBI het onderzoek naar de Democratische kandidaat Hillary Clinton had heropend. Na haar liep eerder een onderzoek omdat zij als minister van Buitenlandse Zaken op een persoonlijk e-mailadres werkmail ontving. Dit was een onderwerp geworden in de campagne. Twee dagen voor de verkiezingsdag liet Comey weten dat er geen reden was gevonden om Clinton te vervolgen.[2] Het optreden van Comey had waarschijnlijk een sterke invloed op de verkiezingen, omdat daarvoor Clinton aan de winnende hand leek.[3] Clinton wees achteraf Comey aan als hoofdschuldige voor haar verkiezingsnederlaag.[4]

De nieuwe president Donald Trump hield Comey aan als FBI-directeur. De verhouding tussen beiden verslechterde echter al snel. De FBI verrichte namelijk een onderzoek naar (mogelijke) banden tussen het Republikeinse campagneteam en Rusland. Ook liet Comey weten dat er geen bewijs was voor Trumps bewering dat hij was afgeluisterd door de regering-Obama.[5] Kort na zijn inauguratie vroeg Trump aan Comey om loyaal te zijn, maar de FBI-directeur legde dit verzoek naast zich neer. Na herhaald aandringen zei hij "op een eerlijke manier" loyaal te zullen zijn.[5] Op 3 mei 2017 ontsloeg Trump Comey. De officiële reden die hij gaf was Comeys optreden met betrek tot het onderzoek naar Hillary Clinton voorafgaand aan de presidentsverkiezingen. Weinig mensen geloofden dat dit de werkelijke reden was.[6]

Externe links[bewerken]