Citigroup

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Citigroup
Citigroup logo
Citigroup logo
Beurs NYSE: C
Oprichting New York, 1812
Sleutelfiguren Michael Corbat (CEO),
John Havens (COO),
John C. Gerspach (CFO)
Hoofdkantoor Vlag van Verenigde Staten New York, VS
Werknemers 231.000 (2015)
Producten financiële dienstverlening, bancaire producten, kredietkaarten
Omzet US$ 76,4 miljard (2015)
Winst US$ 17,2 miljard (2015)
Website Citigroup
Portaal  Portaalicoon   Economie

Citigroup is de op een na grootste Amerikaanse bank[1]. Het bedrijf is ontstaan door de fusie van Citicorp en Travelers Group op 7 april 1998. De aandelen staan genoteerd aan de NYSE in New York. Citigroup had in 2010 263.000 werknemers.

Geschiedenis[bewerken]

Citigroup ontstond op 9 oktober 1998, na de fusie van Citicorp and Travelers Group, en was de grootste financiële instelling ter wereld op dat moment.[2] De twee waren destijds in meer dan 100 landen actief met bank- en verzekeringsproducten en had een gecombineerd balanstotaal van US$ 700 miljard.[2] Citicorp was voor de fusie al een groot bankbedrijf actief in circa 100 landen. Travelers Group bood een breed pakket van financiële diensten aan waaronder credit cards, effectenhandel, consumentenkredieten en levens- en schadeverzekeringen. Sanford Weill van de Travelers Group nam als eerste de leiding van de combinatie.[2]

De geschiedenis van Citicorp start op 16 juni 1812 met de oprichting van City Bank of New York. De bank werd in september actief en had vooral bedrijven uit de stad als klant. De eerste directeur was Samuel Osgood. In 1865 werd het een nationale bank en ging verder als The National City Bank of New York. De sterke groei leidde ertoe dat het de grootste bank van het land werd in 1895. In 1913 werd de bank de eerste member van de Federal Reserve Bank of New York. Na de overname van de International Banking Corporation in 1918 namen de buitenlandse activiteiten sterk toe. Het was de eerste bank met een balanstotaal van meer dan US$ 1 miljard en in 1929 was het de grootste bank ter wereld. In 1955 werd de naam gewijzigd in The First National City Bank of New York gevolgd door First National City Bank in 1962 toen de bank het 150 jarig bestaan vierde. In 1976 werd de naam Citibank en Citicorp geïntroduceerd. In 1984 werd John S. Reed benoemd tot CEO en hij bracht de bank samen met Travellers Group in 1998.

Travellers Group was een relatief jong bedrijf dat spectaculair was gegroeid door fusies en overnames. In november 1986 werd de basis gelegd toen Sanford Weill Credit Commercial losmaakte van het moederbedrijf Control Data Corporation. Twee jaar nam het Primerica over, een financieel conglomeraat met onder andere de levensverzekeraar AL Williams en effectenhandelaar Smith Barney. Smith Barney ging in 1993 samen met investeringsbank Shearson Lehman, een dochteronderneming van American Express.[3]

Voor de fusie van Citi en Travellers een feit werd, was een belangrijk juridisch obstakel te overwinnen. De Amerikaanse Glass-Steagall Act verbood het samengaan van banken en verzekeringsmaatschappijen. Deze wet stond al enige tijd onder discussie en in november 1999 werd de Gramm-Leach-Bliley Act aangenomen waarmee de belangrijkste beperkingen van de Glass-Steagell Act werden weggenomen. Hiermee lag de weg open voor financieel conglomeraten. Na de fusie kwam de naam Citi in gebruik en de rode paraplu van het logo van Travellers Group werd toegevoegd.

In 2003 verdween de naam Smith Barney na een aantal financiële schandalen al bleven de activiteiten doorgaan onder de Citi merknaam. In 2008 kwam Citigroup in financiële problemen en verkocht een aandelenbelang van 51% van de vermogensbeheerafdeling aan concurrent Morgan Stanley voor US$ 2,7 miljard.[4] De twee gingen samen als Morgan Stanley Smith Barney.[4] Bij deze koop waren ook afspraken gemaakt voor een geleidelijke verdere verkoop aan Morgan Stanley. In 2012 kon de laatste zijn belang uitbreiden naar 65%, maar Citigroup besloot alle aandelen te verkopen.[4] Citigroup leed op deze transactie een verlies van bijna US$ 3 miljard.[5]

Activiteiten[bewerken]

Citigroup is wereldwijd actief en rekent overheden, bedrijven en particulieren tot haar klantenkring. Het heeft zo’n 200 miljoen rekeninghouders en is actief in meer dan 160 landen.[6] De twee belangrijkste bedrijfsonderdelen van Citicorp zijn Global Consumer Banking en Institutional Clients Group die vooral bedrijven en institutionele beleggers als klanten heeft.[6] Deze twee zijn vergelijkbaar in omvang als naar de omzet wordt gekeken, maar de laatste is meer winstgevend.[6] De andere tak onder Citigroup is Citi Holdings, een verzameling van activiteiten die niet meer tot de kern van het bedrijf worden gerekend. In 2013-2015 hadden deze niet-kernactiviteiten een aandeel van ongeveer 10% in de totale omzet van Citigroup.[6]

Resultaten[bewerken]

In de tabel staan de belangrijkste financiële gegevens van Citigroup vermeld. Het is in het algemeen winstgevend met uitzondering van 2008 toen een megaverlies van bijna US$ 28 miljard werd geleden als gevolg van de kredietcrisis.

bedragen luiden in miljoenen US$
Jaar[7] Omzet Nettoresultaat Balanstotaal
(x1000)
Medewerkers
(x1000)
2005 80.077 24.589 1.494 296
2006 86.327 21.538 1.884 327
2007 77.300 3.617 2.187 375
2008 51.599 -27.684 1.938 323
2009 80.285 -1.606 1.857 265
2010 86.601 10.602 1.914 260
2011 78.353 11.067 1.874 266
2012 70.173 7.541 1.864 259
2013 76.366 13.673 1.880 251
2014 76.882 7.313 1.842 241
2015 76.354 17.242 1.731 231

2007[bewerken]

Over heel 2007 werd een nettowinst van US$ 3,6 miljard behaald, een daling van 83% ten opzichte van 2006, waarvan een netto verlies van US$ 9,83 miljard in het laatste kwartaal. De aandelenkoers daalde in 2007 met 47%.[8][9][10]

De oorzaak van het grote verlies in het vierde kwartaal was met name het debacle op de Amerikaanse hypotheekmarkt. Citigroup heeft diverse investeringen met een hoog risico in deze markt en zag zich genoodzaakt voor US$ 18,1 miljard op zogeheten subprime hypothecaire leningen af te schrijven, het hoogste bedrag dat een bank tot nu toe op dit soort hypothecaire leningen heeft afgeschreven. Verder werd er voor US$ 4,1 miljard op andere dubieuze leningen afgeschreven. Om uit de financiële problemen te geraken, trok de bank voor US$ 14,5 miljard aan kapitaal aan door de uitgifte van preferente converteerbare obligaties; bijna US$ 7 miljard hiervan was afkomstig van de regering van Singapore en ruim US$ 6,6 miljard van de Saoedi-Arabische Prins Alwaleed. Het dividend werd met 41% teruggebracht en ontslag dreigde voor minstens 4200 medewerkers. Het verlies was het grootste in het 196-jarig bestaan van de bank. De effectenbeurzen in de Verenigde Staten en Europa deden vanwege dit verlies een flinke stap terug.

2008-2010[bewerken]

In 2008 leed Citigroup een record verlies. Nadat in oktober al 23.000 banen waren geschrapt, werd medio november een sanering van nog eens 50.000 banen aangekondigd. Het aandeel Citigroup kelderde in een week tijd met 60% tot het laagste punt in 15 jaar. Op 23 november werd een omvangrijk pakket aan steunmaatregelen voor Citigroup bekendgemaakt, omvattende een kapitaalsinjectie van US$ 20 miljard en garanties voor dubieuze leningen van US$ 306 miljard.[11] Indien sprake zou zijn van verliezen op deze leningen zou de eerste US$ 29 miljard voor rekening van Citigroup zijn, terwijl de Amerikaanse overheid van verdere schades 90% voor haar rekening zou nemen. Tevens werden er restricties gesteld aan het dividend en aan de beloningen. De kapitaalsinjectie was afkomstig uit het zogeheten Troubled Asset Relief Program.[12]

Op 5 maart 2009 daalde de aandelenkoers voor het eerst in de geschiedenis tot beneden US$ 1 onder invloed van vrees van beleggers dat verdere kapitaalsinjecties van de Amerikaanse overheid, mogelijk leidende tot nationalisering, noodzakelijk zouden kunnen zijn.[13] Eind 2010 beëindigde de Amerikaanse overheid haar kapitaalsteun toch nog met een winst van US$ 12 miljard.[14]

2014[bewerken]

Wegens onzorgvuldigheden bij de hypotheekverstrekking in de aanloop naar de financiële crisis betaalde de bank een schikking van US$ 7 miljard.[15] Hiervan ging US$ 4 miljard naar Justitie en US$ 2,5 miljard naar een speciaal hulpprogramma voor consumenten. Uit het fonds worden onder meer betaalbare huurwoningen gebouwd.

De bank moest in november 2014 samen met vier andere banken een boete betalen van US$ 668 miljoen (totaal voor de 5 banken US$  2,6 miljard), aan gezamenlijke toezichthouders in 3 landen wegens wisselkoersmanipulatie.[16] Handelaren van de banken maakten tussen 2008 en 2013 afspraken om de wisselkoersen van valuta te beïnvloeden waardoor de betrokken banken meer winst konden maken.[16]