Glass-Steagall Act

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Banking Act uit 1933 was een wet die voorzag in de oprichting van de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) in de Verenigde Staten. De wet legde ook diverse bank-hervormingen op. Een aantal daarvan waren bedoeld om speculatie te controleren.[1] Deze Banking Act wordt vaak aangeduid als de Glass-Steagall Act, naar de sponsors van de wet in het Congres, Senator Carter Glass (D) uit Virginia en Representative Henry B. Steagall (D) uit Alabama.

De term Glass-Steagall-Act wordt meestal gebruikt om te verwijzen naar vier bepalingen uit de Bankwet van 1933 die beperkingen oplegden aan de effectenactiviteiten die commerciële banken mochten ondernemen en samenwerkinsgverbanden tussen commerciële banken en effecteninstellingen. Vanaf de vroege jaren zestig interpreteerden de federale bank-toezichthouders deze bepalingen om ​​commerciële banken en in het bijzonder aan commerciële bank gelieerde ondernemingen deel te laten mogen nemen aan een steeds groeiende lijst van effectenactiviteiten. Ook het toegestane volume van deze transacties nam toe. Tegen de tijd dat de restricties van de Glass-Steagell Act op gelieerde ondernemingen in 1999 werden ingetrokken door middel van de Gramm-Leach-Bliley Act door president Bill Clinton, stelden veel commentatoren dat Glass-Steagall al "dood" was. Meest opvallend was dat Citibank samen ging werken met Salomon Smith Barney, een van de grootste Amerikaanse effectenbedrijven. Dit werd toegestaan ​​volgens de toenmalige interpretatie door de Federal Reserve Board van de Glass-Steagall Act. Clinton verklaarde in het openbaar: "The Glass-Steagall-Act is niet meer relevant." [2]

Voetnoten[bewerken]

  1. Frontline: The Wall Street Fix: Mr. Weill Goes to Washington: The Long Demise of Glass–Steagall. www.pbs.org. PBS Geraadpleegd op 2008-10-08
  2. Frontline: "Money, Power and Wall Street: The Crisis Spreads", PBS, 03-07-2012