Israëlische nederzetting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever (en in Oost-Jeruzalem), 1 januari 2006

Met Israëlische nederzetting wordt bedoeld een vestiging van Israëliërs in gebieden die door Israël zijn veroverd en bezet in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Deze Israëliërs worden in de media vaak aangeduid als 'kolonisten'. Dergelijke, als illegaal aangemerkte, nederzettingen bevinden zich op de bezette Westelijke Jordaanoever van Palestina, in het door Israël wederrechtelijk geannexeerde Oost-Jeruzalem en op de op Syrië veroverde Golanhoogten. Tot 1979 respectievelijk 2005 waren er ook nederzettingen op het inmiddels aan Egypte teruggegeven schiereiland Sinaï en in de Palestijnse Gazastrook.

Kenmerken en locaties[bewerken]

Een nederzetting kan bestaan uit zogenoemde outposts, enkele primitieve wooncontainers, campers of caravans, zonder veel accommodatie, moderne intensieve landbouwbedrijven, tot en met goed geoutilleerde satellietsteden, met elkaar en met het grondgebied van Israël verbonden door een parallel wegenstelsel, 'bypassroads', waar Palestijnen geen toegang tot hebben en waardoor hun dorpen en grondgebied van elkaar worden afgesloten. De overgrote meerderheid van de kolonisten is zionistisch en/of joods. 'Outposts' (buitenposten) worden door nederzettingen uitgezet ter uitbreiding van hun grondgebied. Deze zijn illegaal en moeten dan ook door Israël ontruimd worden, maar worden gedoogd en na enige tijd gelegaliseerd. Dit staat gesprekken met de Palestijnen over vrede in de weg[1][2][3]

Sommige nederzettingen zijn samengevoegd tot clusters, zoals Goesj Etsion terwijl andere worden gesitueerd rond Palestijnse dorpen en steden. Vaak boven op een heuvel omdat vandaar de regio goed in de gaten gehouden kan worden en zijn met elkaar verbonden door snelwegen en tunnels. Israël ordent de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever onder zijn administratieve bestuur (Civil Administration) als het informele district Judea en Samaria. Deze nederzettingen en outposts zijn in dat district ondergebracht in Regionale Raden.

Groene lijn, Israëlische Westoeverbarrière en nederzettingen in omgeving Bethlehem, 2011

De nederzettingen worden gebouwd buiten de Groene Lijn, de bestandslijn van 1949 die de feitelijke grens vormt tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. De Westoeverbarriëre is gedeeltelijk buiten deze grens opgetrokken op Palestijns grondgebied. Ze betrekt de Israëlische nederzettingen bij elkaar en isoleert daarmee de Palestijnse dorpen van elkaar en van hun akkers.

Vele nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever breiden zich uit door natuurlijke bevolkingsgroei en woningbouw. Met uitzondering van de charedisch-joodse nederzettingen is de migratiestroom negatief. Hierbij wordt vaak de slechte veiligheidssituatie als reden opgegeven.

In 2007 werden plannen gepubliceerd om in plaats van een legerkamp in het noordoosten van de Westelijke Jordaanoever voor het eerst sinds jaren[bron?] een nieuwe nederzetting te stichten. Deze stuitten op internationale tegenstand, onder meer van de Verenigde Staten, aangezien ze als illegaal worden bestempeld (Zie: status van de nederzettingen). Voor de Palestijnse Autoriteit was de verdere uitbreiding van joodse nederzettingen een reden om geen vredesbesprekingen meer te voeren tussen 2008 en medio mei 2010. Deze onderhandelingen waren gestrand na de oorlog in Zuidelijk Libanon in 2008.

Op 31 augustus 2014, tijdens de vredesonderhandelingen over het conflict in de Gazastrook 2014, werd bekend dat Israël van plan was om 400 hectare grond op de Westelijke Jordaanoever te annexeren. Het betrof het land van Palestijnse boeren in de buurt van de nederzettingencluster Goesj Etsion bij Bethlehem. Het omvat het grondgebied van vijf dorpen in het Gouvernement Bethlehem. Volgens de VS zou dit 'contrapoductief' voor de vredesonderhandelingen werken.[4].

In het rapport van augustus 2014 van het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (OCHA) wordt vermeld dat er 341.000 Israëlische kolonisten wonen in 135 nederzettingen en ongeveer 100 'outposts' (buitenposten) in gebied C (zie: Oslo-akkoorden) van de bezette Westelijke Jordaanoever (wat in strijd is met internationaal recht), die zich daarmee een grondgebied toe-eigenen dat 9x groter is dan het door hen zelf officieus begrensde en militair beschermde gebied[5].

In september 2016 werd door de staat Israël toegegeven dat er bij vergissing stukjes privaat Palestijns land van totaal 45 dunams waren onteigend voor de nederzetting Ofra (tussen Jeruzalem en Nablus) en dat dat teruggegeven zou worden aan de eigenaars. Daarentegen werd besloten om de wet te herzien en deze stukjes land van het 'Masterplan voor de Nederzettingen' uit te sluiten.[6] In 1970 had Israël honderden dunams tot 'state-land' verklaard om er de nederzetting Ofra op te bouwen.[7]

Status van de nederzettingen[bewerken]

Verschillende internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de meeste landen, inclusief landen die in het algemeen Israël steunen, bestempelen de nederzettingen als illegaal en een aantal VN-veiligheidsraadsresoluties (446, 452, 465, 471) hebben ze dan ook als zodanig bestempeld.[8] Volgens de Israëlische regering zijn de nederzettingen wel legaal: de bepalingen die illegale nederzettingen in bezet gebied behandelen zouden niet opgaan voor de gebieden die Israël in 1967 veroverde omdat er volgens Israël geen wettige soevereine macht in die gebieden zou hebben bestaan. Israël noemt de gebieden niet "bezet" maar "betwist".[9]

In 1995, vlak na de Akkoorden van Oslo, woonden er in totaal 138.000 Joodse kolonisten in de Palestijnse gebieden (afgezien van Oost-Jeruzalem), in 2009 was dat verdubbeld tot 280.000. Het Rode Kruis schat het aantal in 2012 op 350.000. De schattingen voor de totale bevolking van de Westoever lopen uiteen van 2,5 tot 3,5 miljoen inwoners.

In het verleden is al vele malen door verschillende internationale autoriteiten, waaronder het Internationaal Gerechtshof en het Hooggerechtshof van Israël zelf, vastgesteld dat Israël wel degelijk bezetter van deze gebieden is. Artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie verbiedt de overbrenging van de eigen bevolking naar bezet gebied in het algemeen: het maakt hierbij geen verschil of dit onder dwang of uit vrije wil gebeurt. Het Internationale Rode Kruis (ICRC) heeft dit expliciet uitgesproken in zijn commentaar op de Geneefse Conventies en concludeert dat de nederzettingen in strijd zijn met het Humanitair Oorlogsrecht.[10]

In 1976 verklaarde de toenmalige Israëlische minister-president Yitzhak Rabin dat voortzetting van vestiging van nederzettingen tot Apartheid zou kunnen leiden. Hij duidde de Joods fundamentalistische organisatie voor nederzettingen Goesj Emoeniem/Gush Emunim aan als "een kanker in het maatschappelijk en democratisch weefsel van de staat Israël".[11] Binnen Gush Emunim was in 1976 een kleinere kolonistenorganisatie opgericht: Amana, die in de jaren daarna uitgroeide tot een grote organisatie met vertegenwoordigers in de VS en Europa.

In 1977 won de Likoedpartij de verkiezingen van de Arbeidspartij van Rabin. De zionistisch georiënteerde Likoed had reeds voor de verkiezingen verklaard dat de gehele Westelijke Jordaanoever (door hen 'district Judea en Samaria' genoemd), aan het Joodse volk toebehoort. De nieuwe premier Menachem Begin betuigde zijn steun voor uitbreiding van de nederzettingen, ondanks het feit dat dit internationaal als illegaal wordt aangemerkt en er privaat Palestijns land voor wordt geconfisqueerd. De samenwerkende 'Governement-World Zionist Organisation Settlement Affairs Committee' besloot de, tot dan toe gedoogde Gush Emunim nederzettingen Ma'ale Adumim, Ofra, (dat bijna geheel op privaat Palestijns land is gebouwd[12] en Elon Moreh (ten noordoosten van Nablus) een officiële status te geven.

In september 1977 kondigde Ariel Sharon, de nieuwe minister van Landbouw en hoofd van de Israëlische Land Administratie zijn plan aan om binnen 20 jaar meer dan een miljoen Joden op de Westelijke Jordaanoever te huisvesten. Het plan omvatte infrastructuur, woningen, en landverwerving vanuit Jeruzalem en de Jordaanvallei en richting de hoger gelegen gebieden. Het kwam overeen met het ‘Master Plan voor Judea en Samaria’ van het Land Settlement Department van de Jewish Agency for Israel[13].

In augustus 1984 waren er reeds 113 nederzettingen gesticht, verspreid over de Westelijke Jordaanoever. Er woonden op dat moment -de uitbreidingen van Oost-Jeruzalem niet meegerekend- reeds 46.000 Joodse kolonisten. Volgens plan zouden er per jaar 15.000 woningen voor kolonisten bijgebouwd worden.

Internationale bemoeienis[bewerken]

Amnesty International[bewerken]

Amnesty International drong er in april 2015 bij de Israëlische autoriteiten nogmaals op aan om de petitie te behandelen die op 31 juli 2011 bij het Hooggerechtshof juli 2011 was ingediend met betrekking tot bouwplanningsrechten en -organisaties van Palestijnse gemeenschappen in de C-gebieden die 60% van de bezette Westelijke Jordaanoever omvatten. In deze gebieden, die volledig onder Israëlische militaire controle staan wordt "de Vierde Geneefse Conventie geschonden" en vinden er oorlogsmisdaden plaats "onder artikel 8(2)(a)(iv) van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof." Een onderzoek in 2013, uitgevoerd door het OCHA schatte dat er 297.000 Palestijnen in ongeveer 530 woongebieden woonden. Sinds de petitie van 31 juli 2011 tot april 2015 hadden de Israëlische autoriteiten meer dan 1875 gebouwen verwoest[14]. .

Donaties en fondsen[bewerken]

Private donateuren in de Verenigde Staten USA hebben gedurende vijf jaar (2009 t/m 2013) meer dan $220 miljoen dollar gestort in fondsen ten bate van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dit werd in december 2015 door de Israëlische krant Haaretz aangetoond na een onderzoek. In tegenstelling tot linkse Niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en mensenrechtenorganisaties die donaties krijgen van buitenlandse regeringen en instellingen, krijgen Israëlische nederzettingen-groepen geld van buitenlandse private individuen die belastingvrij geld doneren via non-profit-organisaties. Hieronder bevindt zich ook de Israëlische zionistische organisatie 'Honenu' die Joods terrorisme financiert en steunt. Een van de grootste fondsen is het Hebron Fonds[15][16]

De zionistische nederzettingenorganisatie Amana onder meer, financiert door middel van diverse fondsen de huizenbouw en de infrastructuur in de nederzettingen.

Geweld en vernielingen door kolonisten[bewerken]

Een groep van of 25 kolonisten uit de nederzetting Yitzhar, ten zuiden van Nablus vernielde 97 olijfbomen in het dorp Burin op 12 november 2009
Graffiti op een Palestijns huis buiten de nederzetting Ma'ale Levona. "Joden wordt wakker!", "Dood aan de Arabieren", "Wraak!" (31 January 2014)

Sinds de stichting van nederzettingen, na 1967, is er door kolonisten veel geweld gebruikt tegen de Palestijnse bevolking. Door de Israëlische politiek, met name onder leiding van premier Netanyahu, is het aantal nederzettingen rond en in de Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever sterk uitgebreid, en is de verwoesting van Palestijnse huizen (ook in Israël zelf), de deportatie van Palestijnse Bedoeïenen, grondonteigening en annexatie van grondgebied in versneld tempo toegenomen.

Agressie van religieus zionistische kolonisten uit zich onder meer in het plaatsen van outposts (buitenposten van nederzettingen) op Palestijns grondgebied, het vernielen van olijfboomgaarden en stelen van olijven[17][18], brandstichting[19][20], gooien van stenen, molestaties en toenemend gewapend geweld. Vaak gaat dit gepaard met discriminerende leuzen, die als tags op Palestijnse huizen worden geklad. Israëlische militairen grijpen bij dergelijke acties van de kant van de kolonisten nauwelijks in. Ook in Palestijnse steden en dorpen worden in toenemende mate aanslagen gepleegd en zijn ook kerken en moskeeën het doelwit[21][22].

De term voor dergelijke aanslagen, die als pressiemiddel gebruikt worden om de regering te dwingen af te zien van concessies aangaande de bouw van nederzettingen, is 'price tag'. Dit is voornamelijk gericht tegen Israëlische Arabieren, Palestijnen en linkse organisaties[23]. De daders, die vaak wel bekend zijn, ontsnappen of worden in de meeste gevallen na arrestatie en verhoor weer vrijgelaten.[24]

Een groot aantal van deze ultra-nationalistische kolonisten die ook door veel Israëliërs als terroristen worden gezien, is sinds 1967 door immigratie vanuit de Verenigde Staten in deze nederzettingen komen wonen[25]. Het bloedbad van Hebron (1994), aangericht door de Amerikaans-Israëlische Baruch Goldstein werd door de toenmalige premier Yitzhak Rabin fel veroordeeld. Hijzelf werd niet lang daarna door een religieuze zionist gedood.

Sinds de bouw van nederzettingen worden Palestijnse inwoners van omliggende dorpen in hun levensonderhoud en bewegingsvrijheid door de kolonisten belemmerd en bedreigd. Alleen al in 2011 hebben Joodse kolonisten 7500 olijfbomen van Palestijnse boeren vernield (pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen). Dat stellen hulporganisaties, waaronder Oxfam Novib, op basis van eigen onderzoek. Tienduizenden Palestijnse families zijn voor hun inkomen afhankelijk van de opbrengst ervan in het oogstseizoen. Boeren worden echter weerhouden om naar hun landbouwgrond te gaan en oogsten worden geroofd. De afgelopen 6 jaar zijn 688 gevallen geregistreerd van kolonistengeweld tegen Palestijnen. In negen van de tien gevallen zou het niet zijn gekomen van een aanklacht tegen verdachten.[26]

Internationale en nationale vrijwilligers en activisten zetten zich in om Palestijnen en hun leefgebied tegen dit geweld te beschermen en voor hun rechten op te komen; vaak met gevaar voor eigen leven. Op 23 oktober 2015 werd rabbi Arik Ascherman, voorzitter van de organisatie 'Rabbi's voor Human Rights' (RHR), door een kolonist met een mes aangevallen terwijl hij ter bescherming Palestijnse boeren bij hun olijfoogst vergezelde[27] Dat gebeurde nabij de outpost van de Israëlische nederzetting Itamar in de buurt van Nablus. Op 21 oktober 2015 keurde premier Benjamin Netanyahu met terugwerkende kracht een stedelijk bouwplan voor deze nederzetting Itamar goed en op 29 oktober nog eens voor drie nederzettingen, hoewel ze jarenlang als illegaal waren beoordeeld[28]

Nederzettingen[bewerken]

Onder meer:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]