Oorlogsmisdaad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Executie van gevangen tijdens de Finse burgeroorlog

Oorlogsmisdaden of oorlogsmisdrijven zijn schendingen van internationale verdragen, zoals de Geneefse verdragen.

In het gemeenschappelijk artikel 3 van de Geneefse verdragen inzake het humanitaire oorlogsrecht, uit 1949, staan daden opgesomd die altijd verboden zijn, ook als het om een niet-internationaal conflict gaat. Die daden zijn onder meer: marteling, verminking, lijfstraffen, het nemen van gijzelaars, daden van terrorisme, genocide, deportatie, 'schendingen van de menselijke waardigheid' waaronder verkrachting en gedwongen prostitutie, plundering en terechtstellingen zonder proces, mits ten tijde van oorlog, en bovendien tegen de Conventies van Genève.

Niet elk misdrijf in oorlogsverband is een oorlogsmisdrijf. Desertie, partij kiezen voor de vijand of met hem samenwerken kunnen misdrijven zijn tegen de veiligheid van de staat. De vijand zal ze niet als misdrijven beschouwen - integendeel. In de crisissituatie die de oorlog is, worden zij vaak ook zwaar strafbaar gesteld, maar in normale omstandigheden worden zij nadien snel vergeten. Dit in tegenstelling tot oorlogsmisdaden die in het internationaal recht en in vele landen niet verjaren en die door beide partijen in de oorlog afgekeurd moeten worden. Tientallen jaren later kunnen zij nog steeds vervolgd worden.

Een oorlogsmisdadiger is, in de officiële betekenis, iemand die tijdens een oorlog of ander gewapend conflict de wetten en gebruiken van de oorlog heeft overtreden. Die wetten en gebruiken staan omschreven in internationale verdragen, zoals de Conventies van Genève.

Mensen die in het kader van een oorlog op grote schaal of op zeer ernstige wijze anderen leed hebben aangedaan, worden ook wel oorlogsmisdadigers genoemd, ook al voldoen hun misdaden strikt genomen niet aan de definitie van oorlogsmisdaden.

Oorlogsmisdadigers zullen zelf hun daden meestal niet als misdaad beschouwen.

In Nederland is sinds 1952 de Wet Oorlogsstrafrecht van kracht en sinds 2003 de Wet Internationale Misdrijven. Belangrijk kenmerk hiervan is het universaliteitsbeginsel, dat inhoudt dat voor vervolging en strafbaarheid niet relevant is wat de nationaliteit van dader of slachtoffer was en op het grondgebied van welke staat het delict gepleegd werd.

In de recente Nederlandse geschiedenis zijn niet alleen oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog veroordeeld. Op 23 december 2005 werd de Nederlandse zakenman Frans van Anraat veroordeeld tot vijftien jaar celstraf, de maximale straf, wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Iran en Irak waar door gifgasaanvallen duizenden mensen zijn omgekomen. Toch heeft Nederland ook ongestrafte zaken, zoals het bloedbad van Rawagede in Indonesië in 1947, dat door velen als een oorlogsmisdaad wordt gezien.

Op 8 juli 2008 verwierp de Hoge Raad de cassatieverzoeken van Hesamuddin Hesam en Habibullah Jalalzoy, twee hoge officieren van de voormalige Afghaanse staatsveiligheidsdienst die in de jaren '90 in Nederland asiel hadden aangevraagd. In 2005 had de rechtbank van Den Haag beiden veroordeeld wegens het martelen van gevangenen in Afghanistan in de jaren '80 en '90 tot gevangenisstraffen van respectievelijk 12 en 9 jaar. Op 29 januari 2007 had het Gerechtshof te Den Haag de straffen bevestigd.

Volgens de door de Hoge Raad in beide zaken gewezen arresten hebben op grond van de Wet Oorlogsstrafrecht 1952 Nederlandse rechtbanken de bevoegdheid recht te spreken inzake schendingen van wetten en gebruiken inzake de oorlogvoering. Daarbij is niet van belang of het daarbij gedragingen in een al dan niet internationaal conflict betrof.

Eind december 2008 beschuldigde de Nederlandse oud-premier Van Agt de staat Israël van oorlogsmisdaden bij de militaire aanval op Gaza.

Trivia[bewerken]

In de jaren zestig werd veel geprotesteerd tegen de Vietnamoorlog. Een bekende kreet van demonstranten was "Johnson moordenaar" en ook "Hey, Hey, LBJ! How many kids have you killed today?" verscheen als graffiti, onder meer onder bruggen over de Amsterdamse grachten, bedoeld voor de Amerikaanse toeristen in de rondvaartboten. De Nederlandse justitie vond dat roepen van "moordenaar" een belediging was van een bevriend staatshoofd. Toen dit leidde tot strafvervolging, werd daarom bij demonstraties ook wel de ludieke vondst geroepen "Johnson molenaar", waarbij weliswaar iets anders gezegd maar toch hetzelfde begrepen werd. De kreet "Johnson oorlogsmisdadiger" werd niet strafbaar geacht.

Zie ook[bewerken]