Israëlische Westoeverbarrière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De barrière tussen Hebron en Beër Sjeva. Deze foto is genomen vanuit Israël richting de Westelijke Jordaanoever.

De Israëlische Westoeverbarrière of `Israëlische muur´ is een in 2002 door Israël geplande en in 2015 grotendeels gebouwde constructie van bijna 10 meter hoge betonnen muren, torens en controlepoortjes/checkpoints, wegen, hekken, prikkeldraad en greppels, van circa 620 km lang binnen de groene lijn (de wapenstilstandsgrens van 1949 met Jordanië) op de Westelijke Jordaanoever in Palestina, soms dwars door Palestijnse dorpen en gemeenschappen heen.

De naam van de barrière is zelf onderwerp van discussie. Israël, zijn internationale sympathisanten en andere voorstanders van de bouw van de barrière, gebruiken de naam afscheidingshek en veiligheidshek om de barrière aan te duiden. Palestijnen, hun internationale sympathisanten en andere tegenstanders (met name de EU-landen, Zuid-Amerikaanse landen, Aziatische landen, Afrikaanse landen en landen in het Midden-Oosten) van de bouw van de barrière, spreken van een "apartheidsmuur". In de media wordt ook de term Israëlische muur of afscheidingsmuur gebruikt.

Aanleiding en doel van de barrière[bewerken]

De Westelijke Jordaanoever met de route van de barrière (mei 2005)

In hun verzet tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever werden er door Palestijnen zelfmoordaanslagen gepleegd in Israël, onder meer in een discotheek, een pizzeria en in bussen, waarbij burgers gedood werden. Israël stelt dat het doel van de muur is de beveiliging van Israëlische steden en dorpen tegen terroristen. Daarnaast stelt Israël dat een bijkomend doel een vermindering van diefstallen zou zijn. Ook zouden de betonnen muur en gedeeltes van de barrière bedoeld zijn om te voorkomen dat er geschoten wordt op Israëliërs. Bovendien zou de barrière de behoefte aan militaire operaties in de Palestijnse gebieden en steden verminderen, en zou hij zware veiligheidsmaatregelen zo niet onnodig maken dan wel sterk verlagen. Sinds het begin van de bouw van de barrière in 2002 tot 11 maanden daarna zou het aantal aanslagen met 90 procent zijn gedaald[1] Tijdens de tweede Intifada van 29 september 2000 tot en met 30 juli 2005 kwamen 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) om het leven. Aan Palestijnse zijde kwamen 3315 mensen om het leven (waaronder 661 kinderen)[2]

Volgens de Palestijnse Autoriteit, internationale en andere tegenstanders, is het doel om de gebieden tussen de Groene Grenslijn en de barrière die bij de Palestijnse Autoriteit horen de-facto te annexeren. Door de bouw van de barrière op Palestijns grondgebied heeft Israël reeds een groot deel van Palestina afgenomen en 30.500 Palestijnen die leven in dit gebied tussen de Groene grenslijn en de barrière zijn afgesneden van de rest van de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever. Met de omleiding van de muur rond nieuwe en zich uitbreidende Israëlische nederzettingen en hun zogenoemde bypassroads wordt dit geannexeerde gebied allengs groter.

Bouw en gevolgen voor de Palestijnse samenleving[bewerken]

De precieze ligging van de barrière staat nog niet definitief vast. De barrière volgt op bepaalde plekken de groene lijn van het wapenstilstandsakkoord van 1949, maar op andere plekken dringt zij diep (tot 20 kilometer[3]) in de Palestijnse gebieden in om bijvoorbeeld joodse nederzettingen in te sluiten.

Het grootste gedeelte van de barrière bestaat uit een hek, voorzien van prikkeldraad, een greppel van vier meter diep en op regelmatige afstand een controlepost van het Israëlische leger (IDF). In steden als Jeruzalem en Qalqiliya is de barrière een zes à tien meter hoge muur, die net als de voormalige Berlijnse Muur soms wijken doorsnijdt. Ook Bethlehem is inmiddels bijna geheel ommuurd. Van het in september 2005 voltooide gedeelte (213 kilometer) is het voornaamste verticale bouwwerk voor 7,7% muur en voor de rest hek. De voltooide barrière zal voor minder dan 5% uit muur bestaan en voor meer dan 95% uit hek.

Aan Palestijnse kant wordt hierover gezegd, dat een hekwerk dan gemakkelijker kan worden verplaatst in het kader van een flexibele politiek van confiscatie van land op de Westelijke Jordaanoever ten gunste van de Israëlische kolonisten en dat de Apartheidsmuur past binnen een strategie om de gehele Palestijnse bevolking van de Westelijke Jordaanoever in ommuurde steden bijeen te brengen, teneinde zo meer druk uit te oefenen om ze definitief uit Palestina te doen vertrekken.

Israël zegt dat de definitieve grenzen pas in een vredesverdrag zullen worden vastgelegd en dat dan de veiligheidsbarrière zal worden aangepast op plaatsen waar die niet met de nieuwe grenzen overeen komen. De kosten van bouw worden geraamd op 2 tot 2,8 miljard Amerikaanse dollar. Volgens critici maken deze kosten het niet aannemelijk dat Israël de volgens hen ingenomen naadzone (seamzone) zal teruggeven.

Israëliers kunnen meestal zonder problemen een vergunning krijgen om de barrière te passeren, maar Palestijnen ondervinden hier vaak problemen mee. Sommigen wordt zonder opgave van reden een vergunning geweigerd, zodat het voor deze groepen moeilijk of onmogelijk wordt om bijvoorbeeld familie aan de andere zijde te zien.

Bij voltooiing van de afscheidingsmuur zal het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever (dat gemarkeerd wordt door de Groene Lijn) met 20 procent geslonken zijn en door Israël zijn geannexeerd. Daarnaast zal door de afscheiding de Westelijke Jordaanoever zijn opgedeeld in verschillende kleinere deelgebieden die geen contact meer met elkaar hebben. Dit brengt vergaande schade toe aan het Palestijnse economische verkeer.

Muurschildering in Bethlehem met Bijbels visioen: Jeruzalem, stad van vrede, moeder van alle volkeren (Psalm 150)

Door de bouw van de barrière zijn veel Palestijnen afgesneden van hun landbouwgrond, familie, medische zorgen en scholen. Voor Palestijnse boeren zijn soms speciale, door Israëlische militairen gecontroleerde, toegangspoortjes gemaakt waardoor ze naar hun landbouwgrond kunnen. Gedurende een beperkte periode wordt slechts tweemaal daags aan enkelen doorgang verleend. Tem minste 244.000 Palestijnen zijn aan drie kanten ingesloten door de barrière, hierdoor moeten mensen in sommige gevallen uren reizen voor een afstand die voor de komst van de barrière een paar minuten bedroeg. In medische noodgevallen kan die extra reistijd mensenlevens kosten. Wel gelden er specifieke reglementen met betrekking tot de doorgang van medische voertuigen, dit om de kans op het verlies van een mensenleven te minimaliseren.

Door de barrière in Oost-Jeruzalem kwam het grootste gedeelte van de Palestijnse bevolking ten westen van de barrière te wonen en een klein gedeelte aan de oostkant. Onroerendgoedprijzen aan de westzijde van de barrière zijn gestegen. Onroerendgoedprijzen in de wijken die ten oosten kwamen te liggen zijn echter sterk gedaald, waardoor het aantrekkelijk wordt voor Joden om daar te gaan wonen. Inwoners verhuizen of worden verplaatst naar overwegend Arabische of Joodse wijken. Door de barrière zijn 216.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem afgesloten van de rest van de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever.

Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2007 heeft de bezetting van de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse economie verwoest. Economisch herstel zou de afhankelijkheid van internationale hulp met een miljard dollar per jaar verminderen.

Hoewel Israël beweert in principe vrije doorgang te verlenen aan Palestijnen, kan Israël besluiten om in speciale omstandigheden de poorten gesloten te houden. Ook kan het aan bijvoorbeeld familieleden van veroordeelde of vermeende terroristen een vergunning voor doorgang weigeren of intrekken.

In september 2007 bepaalde het Israëlische hooggerechtshof dat de afscheiding bij Bil'in op de Westelijke Jordaanoever verlegd moest worden. Op 11 februari 2010 begon het leger met de werkzaamheden voor de verplaatsing, die ervoor moest zorgen dat de bewoners van Bil'in en omstreken een deel 140 hectare -van de 223 hectare landbouwgrond die ze waren kwijtgeraakt- terugkregen. Bil'in was in de loop der jaren tot een symbool geworden van protesten tegen de afscheiding.

de Westoeverbarrière bij Bethlehem, 2011

In juli 2015 is bij Beit Jala en het klooster van Cremisan in de Cremisanvallei, in het Gouvernement van Bethlehem, begonnen met de geplande uitbreiding van de afscheidingsmuur. Dit was door het Israëlische Hooggerechtshof op 2 april 2015 geblokkeerd na protesten van lokale bewoners, bisschoppen en een delegatie van vertegenwoordigers van de Europese Unie. Desondanks werd in juli 2015 aan het Israëlische Ministerie van Defensie het groene licht gegeven voor uitbreiding van de afscheidingsmuur. Deze muur zal in Beit Jala, in het Palestijnse gouvernement van Bethlehem het Vaticaans grondgebied met het oude klooster van de orde van de Salesianen en de daarop wonende gemeenschappen splitsen en privaat land van 58 overwegend christelijke families afsnijden ten bate van de Israëlische nederzettingen om die met elkaar te verbinden[4]

De internationale gemeenschap over de barrière[bewerken]

In oktober 2003 werd een ontwerpresolutie van de Verenigde Naties van de Veiligheidsraad, die de bouw van de barrière waar deze afwijkt van de Groene Lijn illegaal zou verklaren, verworpen door een veto van de Verenigde Staten. Dezelfde resolutie werd in december 2003 aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voorgelegd, die deze met overgrote meerderheid van 150 stemmen aannam (4 landen stemden tegen en 10 onthielden zich van stemming). Deze laatste resolutie stelt dat Israël moest stoppen met de bouw en dat het de reeds gebouwde gedeeltes weer zou weghalen. Tevens werd de secretaris-generaal verzocht alle schade te registreren. Hierna werd aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een advies-oordeel over de barrière gevraagd.

Van januari tot juli 2004 boog het Internationaal Gerechtshof zich over de legaliteit van de barrière. Israël betwistte de juridische geldigheid van de procedure maar onthield zich van "verdediging". In zijn advies-oordeel van 9 juli 2004 achtte het Hof de bouw van de barrière een schending van internationaal recht en concludeerde dat de barrière afgebroken moest worden en dat er schadevergoedingen moesten worden betaald aan benadeelde Palestijnen[5] Israël en de Verenigde Staten verwierpen de uitspraak, de Europese Commissie vond dat de barrière in elk geval gedeeltelijk afgebroken moest worden. Israël stelde dat het Internationaal Gerechtshof door middel van de uitspraak het plegen van aanslagen op het land zou sanctioneren[6]

Op 20 juli 2004 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resolutie aan die de uitspraak van het Hof ondersteunde en zodoende de barrière illegaal achtte. 150 landen stemden vóór deze resolutie, 6 landen tegen en 10 landen onthielden zich van stemming. Tegen stemden Israël, de Verenigde Staten, Australië, Micronesia, de Marshalleilanden en Palau. Deze resolutie, evenals alle resoluties van de VN, is echter niet-bindend en Israël kondigde aan door te gaan met de bouw.

Alle 25 landen van de Europese Unie stemden unaniem vóór de resolutie. Dat hield o.a. in "dat zij de verplichting hebben om de illegale situatie niet te erkennen die voortvloeit uit de constructie van de barrière en om geen hulp of bijstand te verlenen in het handhaven van de situatie die geschapen is door de bouw ervan".[7] De Europese Unie heeft hier in de praktijk echter nooit consequenties aan verbonden.

Ook het Rode Kruis heeft uitgesproken dat de bouw van deze barrière strijdig is met de Conventies van Genève. Amnesty International verklaarde op 19 februari 2004 dat de barrière een schending vormt van het internationaal recht en bijdraagt aan ernstige mensenrechtenschendingen.[8] Ook Human Rights Watch en vele andere andere mensenrechtenorganisaties hebben zich tegen de Israëlische barrière uitgesproken en steunden de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof en de VN-resoluties.

De barrière is in Bethlehem, maar ook elders, een object geworden waarop internationale artiesten zoals de Brit Banksy, maar ook jongerengroepen en pelgrims hun protest tegen de afscheiding met graffiti en muurschilderingen op creatieve wijze tot uitdrukking brengen.

Reactie van Israël[bewerken]

Op 22 februari 2004, tijdens de beraadslaging van het Internationale Gerechtshof, is Israël begonnen een gedeelte van acht kilometer van de barrière te verwijderen. De barrière werd hierdoor echter niet onderbroken: inmiddels is een grotere omsluiting gebouwd. De Israëlische regering heeft besloten geen noord-zuid barrière door de Jordaanvallei te bouwen.

Op 29 juni 2004 oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof dat een gedeelte van een traject van 30 km ten noordwesten van Jeruzalem niet aangelegd mocht worden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]