Abraham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Abraham (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Abraham.
Engelen bezoeken Abraham (Genesis 18)
Abrahams offer (Laurent de La Hire)

Abraham, eerder Abram (Hebreeuws: אַבְרָהָם ’avrāhām, mogelijk "de / mijn vader is subliem", volgens de volksetymologie: "vader van velen / vele volken", eerder אַבְרָם ’avrām, Arabisch: ابرَاهِيم/Ibrahim) is volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel en de Koran de aartsvader van de Israëlieten en Arabieren. Omdat hij in overdrachtelijke zin ook zo wordt beschouwd van christenen en moslims worden het jodendom, christendom en de islam ook wel Abrahamitische religies worden genoemd.

Leven[bewerken]

Van Ur naar Kanaän: Abraham als ontvanger van beloftes[bewerken]

In de vertellingen over Abraham in Genesis 12 tot en met 25 werd hij beschreven als een rondtrekkende nomade (boer en veehouder). Zijn vader Terach verliet het Chaldeeuwse Ur om in Kanaän (nu de Westelijke Jordaanoever) te gaan wonen en nam zijn zoon Abraham (die toen nog Abram heette) mee, samen met zijn neef Lot en zijn vrouw Sarai. "Maar toen ze in Charan waren gekomen, bleven ze daar wonen."[1]

Terach stierf in Charan. Hierna kreeg Abraham van God de opdracht weg te trekken naar een land dat Hij hem zou wijzen. Hij beloofde Abraham dat hij vader van een groot volk zou worden, aan wie Hij het genoemde land – Kanaän – zou geven.[2] Abraham verliet Charan en trok door het land Kanaän, waarbij hij altaren bouwde[3] en de "naam van de Heer" aanbad, waarbij deze al bij Abraham met JHWH werd aangeduid – dus nog voor de openbaring van de naam aan Mozes in Exodus 3:13-15. Hierdoor werd duidelijk dat het lot van het toekomstige volk Israël dat erin zou bestaan alleen JHWH te vereren, al in het verhaal over Abraham besloten lag. In verschillende episoden in het leven van Abraham werd de bijzondere band van God met Abraham benadrukt: de beloftes werden herhaald en versterkt, zoals door verwijzingen naar de sterren aan de hemel: zijn nakomelingen zouden zo talrijk zijn als de ontelbare sterren[4] – en hierop volgde de zin: "Abraham vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad."[5] Dit vers zou in het Nieuwe Testament een uiterst belangrijke rol spelen in de interpretatie over rechtvaardiging door geloof of door besnijdenis, vooral bij Paulus. In Genesis 15 worden Gods beloftes en de geloofsantwoorden van Abraham bevestigd door een verbond met tegenwoordig archaïsch ogende rituelen.

Dit verbond met Abraham, dat in Genesis 17 door de herhaling van de beloftes en door de besnijdenis als verbondskenmerk werd bevestigd, werd in de latere geschiedenis van het volk Israël en in de volledige Bijbelse en buitenbijbelse argumentatie een beslissende factor. Reeds bij Isaak[6] en aan het eind van het boek Genesis[7] werd het verbond als een eed aangemerkt. Uitdrukkelijke goddelijke inmenging werd ondersteund door het hernoemen van Abram tot Abraham.[8] Dit hernoemen toonde enerzijds de volledige soevereiniteit van God en Zijn macht over de geschiedenis aan, anderzijds ook Zijn bijzondere verantwoordelijkheid voor de op die manier uitgekozen en gekenmerkte mensen. Het kenmerk van het verbond was de besnijdenis.[9]

In de verhalen over Abraham werd ook geanticipeerd op de verschillende manieren waarop God een mens kon benaderen: Abraham kon in direct contact met God treden[10] – zoals later Mozes.[11] God verscheen aan Abraham in een droom,[12] in een visioen[13] in mensengestalte met begeleiding (de "drie mannen" bij de eiken van Mamre[14]) en door bemiddelende goddelijke boodschappers.[15] Abraham had ook profetische gaven en werd in Genesis 20:7 een profeet genoemd.

Nakomelingen[bewerken]

Toen de vervulling van de belofte van nakomelingen vanwege de al in het begin genoemde onvruchtbaarheid van Sarai[16] op zich liet wachten, grepen Abraham en Sarai terug op zelfhulp in de vorm van een draagmoeder. Het gevolg was de zoon Ismaël die Abraham verwekte bij Sarai's Egyptische dienstmaagd Hagar. De vertellingen over Ismaël in de Hebreeuwse Bijbel laten aan de ene kant zien dat hij een echte zoon van Abraham is, die als zodanig gezegend werd en beloftes ontving van talrijke nakomelingen.[17] (Arabische) moslims geloven dat zij afstammen van Ismaël – waardoor Joden, christenen en moslims allen terug te voeren zijn op Abraham als de oervader van alle gelovigen. Aan de andere kant maken de verhalen duidelijk dat de eigenlijke lijn die beloofd was, verliep via de zoon van de "echte" echtgenote Sara, via Isaak.[18] Ismaël en de andere zonen van Abraham (bij zijn tweede bijvrouw Ketura, namelijk: Zimran, Joksjan, Medan, Midjan, Jishbak en Soeach[19]) speelden geen rol in de erfopvolging – focuspunt van het Bijbelse perspectief. Hun nakomelingen werden niet verder genoemd, in tegenstelling tot de lijn via Isaäk.

Nadat Sarai ervoor had gezorgd dat Hagar en Ismaël vluchtten,[20] deed God nogmaals de belofte dat Abraham veel nakomelingen zou krijgen. Bij die belofte veranderde God de naam van Abram in Abraham en die van Sarai in Sara.[21] Sara schonk Abraham nu een zoon, Isaak.

Het bijna-offer van Isaak[bewerken]

Een centraal verhaal in het leven van Abraham is wat in de joodse traditie bekend staat als de "binding van Isaak" – op het brandofferaltaar. In dit verhaal moest Abraham als test van zijn geloof zijn zoon Isaak aan God offeren. Toen hij op het punt stond om dit te doen, weerhield een engel hem ervan en stond er een ram gereed om de plaats van het mensenoffer in te nemen.

Al aan het begin van het verhaal werd duidelijk gemaakt dat het om een gedachte-experiment ging: "Enige tijd later stelde God Abraham op de proef"[22] is de leessleutel voor de hele tekst. Vanaf het begin stonden met Isaak de gezamenlijke beloftes aan Abraham en het volk Israël op het spel. De volmaakte oplossing werd gedemonstreerd: enerzijds gaf Abraham zich zonder voorbehoud of twijfel over aan Gods wil – wat hem als een grote geloofsdaad werd aangerekend.[5] Anderzijds redde God Isaak van de dood door een door Hem gezonden engel – wat een oerbeeld van bedreiging en redding van het volk Israël werd. Wat later het volk Israël ervoer in de vorm van de uittocht uit Egypte, als bevrijding van een land van slavernij, en later ook in de bescherming die het volk kreeg tijdens de omzwervingen in de woestijn, werd in Genesis 22:1-19 als een raadselachtige, aanstootgevende en diepgravende oerbeeld-vertelling geschilderd.

Abraham zelf werd in het verhaal als "de ideale Israëliet" beschreven,[23] waarvan werd gezegd "jij hebt naar mij [God] geluisterd", een uitdrukking die bij de oproepen om naar Gods wetten te leven in het boek Deuteronomium veelvuldig voorkomt.[24] Abraham had zich aan de voorschriften, geboden, regels en wetten van God gehouden (begrippen die op andere plaatsen voor de openbaring van Gods wet op de Sinaïberg staan of voor de Tora in zijn geheel).[25] Genesis 18:19, een uitspraak van God tegen zichzelf(!) bij de ontmoeting met Abraham bij de eiken van Mamre, laat zien dat Abraham juist daarom werd uitverkoren om zijn zonen en verdere nakomelingen op te dragen de weg van JHWH te houden en gerechtigheid en recht te doen. Abraham hield zich daarbij aan de Tora als weg van JHWH zelfs voordat deze door God aan Mozes werd geopenbaard.[26] Iedere keer werd bij deze vermeldingen van Abraham de zegen genoemd die alle mensen (volken) door Abraham zouden ontvangen.

Dood[bewerken]

Sara stierf op 127-jarige leeftijd in Hebron, in Kanaän. Abraham overleed toen hij 175 jaar oud was. Hij werd begraven door zijn zonen Isaak en Ismaël, volgens de overlevering in de huidige Grot van de Aartsvader in Hebron.

Abraham in de Bijbel[bewerken]

In het Oude Testament staat hetzelfde beschreven als in de Joodse versie, maar de meeste namen zijn anders gespeld. Dit verschilt soms zelfs per Bijbelvertaling. In het Nieuwe Testament wordt Abraham ten voorbeelde gehouden als de ideale christen avant la lettre, omdat hij zo rotsvast op God vertrouwde waardoor God hem als rechtvaardig aanmerkte. Want zoals een christen, aldus de christenen, door God als rechtvaardig wordt beschouwd dankzij zijn geloof in het offer van Jezus Christus, zo wordt Abraham vanwege zijn vaste geloof in God als een oudtestamentische voorloper daarvan beschouwd. In geestelijke zin worden alle ware christenen door hen ook nakomelingen van Abraham genoemd, zoals de Israëlieten en Arabieren zijn lijfelijke nakomelingen zouden zijn.

Samengevat zegt het Nieuwe Testament over Abraham:

  • Abraham was de stamvader van het Joodse volk [27], dus ook een voorvader van Jezus [28]
  • Abraham werd door God geëerd [29]
  • Door zijn geloof is Abraham nu in het Koninkrijk bij Christus [30]
  • God is Abrahams God; daarom leeft Abraham bij God [31]
  • Abraham ontving van God grote beloftes [32]
  • Abraham volgde God [33]
  • God zegende Abraham om zijn geloof [34]
  • Abraham is de stamvader van ieder die in geloof tot God komt [35]

Abraham in de Koran[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ibrahim (profeet) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Koran is Abraham de boodschapper van de Suhuf-i-Ibrahim, voorafgaand aan Mohammed en de Koran. De Koran benadrukt een voortzetting te zijn van de eerdere boodschap die Abraham ontving. Abraham wordt nadrukkelijk moslim en hanif genoemd en de discussies rondom zijn geloof of hij jood of christen was worden volledig afgekeurd. De Koran noemt hem monotheïst en ook de vader van monotheïstische volkeren.

In soera De in de Rangen Behorenden is het verhaal terug te vinden van Ismael (zijn eerste zoon) die Abraham volgens de opdracht van God moet offeren. Omdat Ibrahim aan die opdracht wil voldoen wordt hij uiteindelijk vrijgesteld door God. Het Offerfeest in de islam is een herdenking van het offer van Abraham.

Historiciteit[bewerken]

De vertellingen over Abraham spelen zich volgens de Bijbelse chronologie af in het tweede millennium v.Chr., zo rond de 19e / 18e eeuw v.Chr. Uit onderzoek van de Pentateuch, dat onder andere heeft geleid tot de documentaire hypothese, is gebleken dat de overleveringen over Abraham pas in een veel latere tijd zijn ontstaan of opgeschreven. Daarom is het op grond van de beschikbare bronnen niet mogelijk uitspraken te doen over een eventueel historische Abraham. Archeologische vondsten in Mari en Nuzi werpen licht op de levenswijze, ethiek, rechtsgebruiken en religieuze voorstellingen uit de tijd die de Hebreeuwse Bijbel beschrijft, maar geven geen bewijs voor een tastbaar bestaan of niet-bestaan van Abraham. De levenswijze die de Bijbel beschrijft, komt soms overeen met de beschrijvingen buiten de Bijbel van de zogenoemde randnomaden, niet nader omschreven groepen, die op zoek naar weidegronden soms in contact kwamen met bepaalde stadsbewoners of zichzelf permanent vestigden.[36] In zoverre geven buitenbijbelse bronnen een wereldbeeld dat zich in grote lijnen verhoudt tot het beeld dat de schrijver(s) van de Abrahamvertellingen voor ogen stond. Maar de weergave is op onderdelen niet correct. Als bijvoorbeeld wordt getracht de rijkdom van de aartsvaders te illustreren door het bezit van kamelen, is dit een projectie uit een latere tijd. De kameel werd namelijk pas tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. getemd en werd in het oude Oosten pas ver na 1000 v.Chr. als lastdier in gebruik genomen.

Hoewel in de jaren 1960 en 1970 een soort optimisme ontstond om Abraham historisch te reconstrueren,[37][38] werd dat al snel weer opgegeven.[39][40][41] Ook de poging een nomadische "Vaderreligie" te reconstrueren,[42][43] werd bestreden,[44] klopt niet met het late, compositorische karakter van de beloftetoespraken en overtuigt niet met de bewering dat de vermeende Vaderreligie uit een oude tijd en algemeen geldende familievroomheid, die geen specifieke datering toestaan, zou voortspruiten.

Literair-historisch is de ontstaansgeschiedenis van de Bijbelse tekst over Abraham omstreden. Definitieve uitspraken zijn daarom niet mogelijk. Ook al zijn ze niet tot in detail te reconstrueren, als er al mondelinge overleveringen over Abraham werden overgeleverd uit "oude" tijden, dat wil zeggen uit de tijd voor de Babylonische ballingschap (6e eeuw v.Chr.), dan zijn ze pas in de tijd van de identiteitscrisis die door deze ballingschap ontstond ontwikkeld tot een concept van Israëls afstamming van Abraham. Het gevaar van het voortbestaan van het eigen volk en het verlies van het eigen land, leidden tot de centrale plaats in de tekst voor beloftes over talrijke nakomelingen en de toekomstige zekerheid van een eigen land. In de tijd na de ballingschap (6e en 5e eeuw v.Chr.) staat de identiteit van de Joodse identiteit nog verder op de voorgrond. Deze leidde tot pogingen om de eigen genealogie zuiver te houden door het verbieden van huwelijken met buitenlanders – een thema dat in de verhalen over de aartsvaders veelvuldig wordt beklemtoond: Abrahams vrouw Sarai stamde ook van Terach af en was zijn halfzuster; Isaaks en Jakobs vrouwen waren nakomelingen van Abrahams broer Nahor. Aan de andere kant moest voor de Joodse diaspora een geloofssysteem ontwikkeld worden dat onafhankelijk was van cultische instituties als een tempel of offers. De als vreemdeling rondreizende, maar steeds door God gezegende Abraham werd het voorbeeld voor gehoorzame gelovigen: Jood zijn betekende de wil van God te doen. Genesis 22:1-19 werd de belangrijkste tekst: Abraham luisterde naar Gods Wet, nog voordat deze op de Sinaïberg werd onthuld en werd daarmee een voorbeeld van gehoorzaamheid aan de Thora. Het doel was niet de historische figuur Abraham tastbaar te maken, maar de rondom dit voorbeeldpersoon ontwikkelde concepten van geloof, gehoorzaamheid, belofte en hoop van generatie op generatie opnieuw te benadrukken.

De bewijzen van de verbinding van Abraham aan de andere patriarchen Isaak en Jakob / Israël buiten Genesis 12 - 50 zijn zeker uit de periode na de Babylonische ballingschap. Daarom is het ook waarschijnlijk dat de genealogische verknoping van Abraham, Isaak en Jakob in het boek Genesis in de tijd van de literaire wording van Genesis dan wel de Pentateuch kan worden gedateerd op de Perzische periode.

Tijdlijn[bewerken]

Volgens de Bijbelse tijdlijn zou Abram in 2038 v.Chr. geboren zijn. De naamsverandering naar Abraham zou hebben plaatsgevonden in 1939 v.Chr., en hij zou overleden zijn in 1863 v.Chr.
Twee onderzoekers, L. Thomson (North-Carolina, 1974) en John van Seters (University College, Toronto, 1975), kwamen onafhankelijk van elkaar tot de wetenschappelijke bevinding dat, op basis van hun studie van de socioculturele en juridische achtergrond die de verhalen over de aartsvaders kenmerkt, deze op één lijn zouden te stellen zijn met de vroege documenten van het 1e millennium v.Chr.. Zij wijzen op aanzienlijke inconsequenties die in de Bijbel voorkomen en keren zich tegen 'fundamentalisten' die stellen dat Bijbelse verhalen zouden kunnen dienen om de geschiedenis van het Midden-Oosten te reconstrueren op een manier zoals men dat met de archieven van Mari of gelijkwaardige archeologische bronnen pleegt te doen, die dateren uit deze vroege millennia zelf. Het Oude Testament zou volgens sommigen pas in de 10e eeuw v.Chr. op schrift zijn gesteld; anderen houden het op de 6e eeuw v.Chr..[45]

Voorgeslacht[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
 
Noach
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Sem
 
Jafet
 
Cham
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kus
 
Misraïm
 
Put
 
Kanaän
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ludieten
Anamieten
Lehabieten
Naftuchieten
Patrusieten
Kasluchieten–Filistijnen
Kretenzers
 
Sidon
Chet
Jebusieten
Amorieten
Girgasieten
Chiwwieten
Arkieten
Sinieten
Arvadieten
Semarieten
Hamatieten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Saba Chawila Sabta Rama Sabtecha Nimrod
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Seba Dedan
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gomer Magog Madai Javan Tubal Mesech Tiras
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Askenaz Rifat Togarma
 
Elisa Tarsis Kittiërs Dodanieten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Elam
 
Assur
 
Arpachshad
 
Lud
 
Aram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Selach
 
 
 
 
 
Us Chul Geter Mas
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eber
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Peleg
 
Joktan
 
 
 
 
Almodad Selef Chasarmawet Jerach Hadoram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rehu
 
 
 
Uzal Dikla Obal Abimaël Seba Ofir Chawila Jobab
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Serug
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nahor
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Haran
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terach
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lot
 
Jiska
 
Milka
 
Nachor
 
Reüma
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hagar
 
 
Sara
 
Abraham
 
Ketura
 
 
 
Moab - Moabieten
 
Ben-Ammi - Ammonieten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zimran Joksan Medan
 
 
 
Us Buz Kemuël Kesed
 
 
Tebach
 
 
Gacham
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Midjan Jisbak Suach
 
 
Chazo Pildas Jidlaf Betuël
 
Tachas
 
Maächa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ismaël
 
 
Isaak
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rebekka
 
Laban
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Esau
 
 
 
 
Jakob
 
 
Rachel
 
 
 
 
Lea
 
 
 
 
 
 

Nageslacht[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
Terach
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hagar
 
Sara
 
Abraham
 
Ketura
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Haran
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ismaël
 
Isaak
 
 
Zimran
 
 
Medan
 
 
Jisbak
 
 
 
 
 
Lot
 
Milka
 
Nachor
 
Betuël
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joksan
 
Midjan
 
Suach
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Moabieten en Ammonieten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zibeon
 
 
Seba Dedan
 
Efa Efer Chanoch Abida Eldaä
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rebekka
 
Laban
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ana
 
Elon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Basemat
 
Oholibama
 
Ada
 
Esau
 
Jakob
 
Lea
 
Rachel
 
Bilha
 
Zilpa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nebajot
 
 
Kedar
 
Ruben
 
 
Levi
 
 
Issachar
 
 
Dina
 
 
 
 
 
 
Dan
 
 
Gad
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Simeon
 
Juda
 
Zebulon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Naftali
 
Aser
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Adbeël
 
 
Mibsam
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jozef
 
Benjamin
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Misma
 
 
Duma
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Manasse
 
Efraïm
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Massa
 
 
Chadad
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Tema
 
 
Jetur
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nafis
 
Kedema

Uitdrukkingen met Abraham[bewerken]

De naam komt voor in verschillende Nederlandse uitdrukkingen, bijvoorbeeld:

  • "Hij weet waar Abraham de mosterd haalt": hij weet hoe de zaken in elkaar steken. Het is een verbastering van mutsaard (takkenbos, brandhout)
  • "Hij heeft Abraham gezien": hij is vijftig jaar oud geworden. Deze uitdrukking is afgeleid van Johannes 8:57

Beluister

(info)