Bileam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bileam en zijn ezelin (1626, Rembrandt van Rijn)

Bileam of Balaam (Hebreeuws: בִּלְעָם, een lastige etymologie, mogelijk Baäl is [mijn] oom, beschermheer is Amm[1], vernietiger[2] of spreker, heraut, waarzegger[3]) was volgens de overlevering in Numeri van de Hebreeuwse Bijbel een niet-Israëlitische waarzegger, uit de Aramese stad Pethor.[4] Hij werd aangeduid als "hij die Gods woorden hoort", kennis heeft van de Allerhoogste en Zijn visioenen ziet[5] en is in de Hebreeuwse Bijbel de enige buitenlandse vereerder van JHWH, die JHWH expliciet "Mijn God" noemt.[6] In het Nieuwe Testament wordt hij profeet genoemd.

Bileam in de Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

Balaks verzoek[bewerken]

Bileam ontvangt Balaks boodschappers (1890, illustratie uit de Holman Bible)

Balak, de koning van de Moabieten, was bang voor de oprukkende Israëlieten na hun uittocht uit Egypte en stuurde daarom gezanten met geschenken naar Bileam om hem over te halen de Israëlieten te vervloeken en zo hun opmars te stoppen. Bileam raadpleegde God, die hem verbood de Israëlieten te vervloeken. Balak stuurde hierna meer en belangrijkere gezanten. Toen Bileam God opnieuw raadpleegde, gaf Hij toestemming met de gezanten mee te reizen, maar Bileam mocht uitsluitend doen wat Hij zei.[7]

Bileam en de sprekende ezelin[bewerken]

Toen Bileam op zijn ezelin naar de Moabieten ging, versperde Gods engel hem driemaal de weg. Door een wonder zag de ezelin de engel wel en ontweek deze drie keer. Iedere keer sloeg Bileam de ezelin. Na de derde keer liet God de ezelin spreken en vroeg zij Bileam waarom hij haar sloeg. Hierna zag Bileam de engel, die tegen Bileam zei dat als de ezelin niet was uitgeweken, hij Bileam zou hebben gedood. Bileam vroeg of hij moest terugkeren, maar de engel zei dat hij mocht doorgaan, op voorwaarde dat Bileam alleen zou doen wat de engel hem zou zeggen.[8]

Zegen in plaats van vervloeking[bewerken]

Bileam ontmoette koning Balak aan de oever van de Arnon. De volgende dag brachten zij samen slachtoffers aan God en hoopten slechte voortekens te vinden, zodat Bileam het volk kon vervloeken. Maar hij ontving een boodschap van God om Israël te zegenen. Dit proces herhaalde zich tweemaal: op de top van de berg Pisga en de top van de berg Peor, beide keren met hetzelfde resultaat. Balak werd woedend en stuurde Bileam weg zonder de beloofde geschenken.[9]

Baäl van de Peor en dood[bewerken]

Hierna zette Bileam de Israëlieten ertoe aan om omgang te hebben met de Moabieten en Midjanieten en om de Baäl van de Peor te aanbidden.[10] God strafte het volk met een plaag en Israëls leider Mozes liet allen executeren die hadden gezondigd. In totaal stierven er 24.000 Israëlitische mannen.[11] Toen de Israëlieten wraak namen op de Midjanieten, werd Bileam gedood.[12]

Bileam werd hierna in de Hebreeuwse Bijbel nog enkele keren genoemd, met altijd als thema de tegenstelling tussen het verzoek van Balak en wat Bileam antwoordde.[13]

Bileam in het Nieuwe Testament[bewerken]

In de brief van Judas, een betoog dat zich sterk baseert op de Hebreeuwse Bijbel, wordt gewaarschuwd voor tegenstanders binnen de vroege kerk. Bileam wordt hierbij genoemd als voorbeeld van tegenstanders die zich voor geld overgeven aan bedrog.[14] Ook de sterk aan Judas verwante zendbrief 2 Petrus waarschuwt voor interne "dwaalleraren" en trekt daarbij de parallel met de "valse profeten" in de tijd van het volk Israël uit de Hebreeuwse Bijbel. De dwaalleraren in de vroege kerk "hebben de rechte weg verlaten en zijn in de voetsporen getreden van Bileam ... die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet."[15]

In Openbaring wordt gezegd dat sommige leden van de kerk van Pergamum vasthielden aan de "leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen." Op eenzelfde manier volgden deze leden de leer van de Nikolaïeten.[16] Volgens sommigen was dit een gnostische sekte, volgens anderen waren zij volgelingen van een verder onbekende Nikolaüs.[17] Het kan ook een vermaning zijn te waken voor ontucht in het algemeen, voor seksuele betrekkingen tussen christenen en niet-christenen of voor het eten van offervlees.[18]

Er zijn ook diverse parallellen tussen het verhaal van Bileam en de wijzen uit het oosten die Jezus na zijn geboorte kwamen vereren.[19]

Historiciteit[bewerken]

In 1967 werd een inscriptie gevonden die leek te verwijzen naar Bileam, omdat hij ook "de zoon van Beor" werd genoemd, net als in de Bijbel. Deze Bileam werd echter geassocieerd met Ashtar-Chemosh (mogelijk identiek aan Astarte), een god genaamd Shgr en "sjaddayin" (שדין, kennelijk goden en godinnen).[20] De inscriptie is te dateren tot ca. 840–760 v.Chr.[21], dus Bileam moet voor dat tijdvak hebben geleefd als hij een historisch persoon is geweest en deze inscriptie naar hem verwijst.

Zie ook[bewerken]