Jeremia (profeet)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jeremia op het plafond van de Sixtijnse Kapel door Michelangelo.

Jeremia (יִרְמְיָהוּ, jirməjāhû, "JHWH moge verhogen") (*Anatot, ca. 645 - † ca. 587 v.Chr.) wordt gerekend tot de "grote profeten" van de Hebreeuwse Bijbel. Volgens de Joodse traditie schreef hij het naar hem vernoemde boek Jeremia, Klaagliederen[1] en 1 en 2 Koningen, waarbij hij geassisteerd werd door en met redactie van Baruch ben Neriah, zijn klerk en discipel.

Jeremia wordt vooral herinnerd als een fel criticus van de politiek-religieuze verhoudingen in het koninkrijk Juda, die uiteindelijk leidden tot de val van Jeruzalem in 587 v.Chr. Zijn profetieën werden zeer negatief ontvangen door de heersende kringen. Hij mocht na waarschuwingen voor de naderende verwoesting van de tempel in Jeruzalem het tempelcomplex niet meer betreden en koning Jojakim liet rollen met Jeremia's uitspraken verbranden. De profeet liet hierop Baruch een nieuwe rol maken en voorlezen op verschillende plekken in de stad.

Nadat Nebukadnezar II Jeruzalem definitief had ingenomen, koos Jeremia ervoor in de stad te blijven en niet in ballingschap te gaan. Niet veel later was de situatie echter zo gevaarlijk geworden dat landgenoten hem dwongen met hen te vluchten naar Egypte.