Tempel van Salomo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)
Schilderij De koningin van Sheba voor de tempel van Salomo van Salomon de Bray (1597-1664), collectie Frans Halsmuseum

De Tempel van Salomo was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de eerste joodse tempel in Jeruzalem, ergens tussen 1000 en 900 v.Chr. gebouwd door koning Salomo. Deze tempel zou in de 6e eeuw v. Chr. verwoest zijn. Er is geen sluitend archeologisch bewijs gevonden dat de tempel van Salomo daadwerkelijk heeft bestaan. Opgravingen in de Tempelberg mogen niet worden verricht.

Volgens de Joodse overlevering begon met de verwoesting ervan de Babylonische ballingschap. Een daarna gebouwde tweede tempel werd in 70 n.Chr. verwoest. Deze respectievelijke verwoestingen markeren de belangrijkste keerpunten in de joodse geschiedenis, die herdacht worden op Tisja be'Aaw.

Bouw[bewerken]

Joods-traditionele visie[bewerken]

SolomonsTemple.png
Solomon'sTempleEast.png

Volgens de Hebreeuwse Bijbel waren de bouwplannen voor een tempel door JHWH aan koning David doorgegeven, maar deze mocht niet aan de bouw beginnen. Alleen een 'vredesvorst' mocht hiermee beginnen: David had te veel bloed aan zijn handen door de vele oorlogen die hij gevoerd had. Davids zoon en opvolger Salomo hoefde geen oorlog te voeren tijdens zijn bewind en mocht van God, bij monde van de profeten, beginnen met de bouw. Het gebouw was een opvolger van de Tabernakel, een tent die als tempel dienstdeed tijdens de reis van het volk Israël van Egypte naar Kanaän onder leiding van Mozes. Voor de bouw van de tempel (en paleis) nodigde Salomo, naast Joodse ambachtslieden en bouwvakkers, veel handwerkslieden uit Fenicië naar Jeruzalem. Ook veel bouwmateriaal werd ingevoerd uit het Tyrus van koning Hiram die een bondgenoot van Salomo was. Salomo bestelde bij Hiram onder ander bekwame metaalbewerkers.

Voorstelling van de bronzen 'zee'

.

Ze maakten voor de tempel: 2 bronzen zuilen (de "koperen zuilen" Boaz en Jachin), 2 bronzen kapitelen, een vlechtwerk van snoeren in kettingvorm, rijen granaatappels, een grote 'Zee' van gegoten metaal op 12 bronzen runderen, 10 bronzen onderstellen met ingedreven reliëfs, 10 bronzen bekkens, veel potten, bestek en offerschalen. Dit alles diende om de tempel in te richten voor gebruik. De beschrijving hiervan staat in het Bijbelboek Koningen.[1]. Met deze tekst als leidraad is een vrij nauwkeurige globale reconstructie van het gebouw te maken hoewel verdere detail invullingen niet gegeven zijn. Op afbeeldingen zijn dan ook diverse voorstellingen van deze tempel te zien. De bouw duurde vele jaren. Naar de beschrijving ervan zou het na de totstandkoming een schitterend gebouw geweest zijn waarvan de roem zich verspreidde over het Midden-Oosten. Een van de bekendste bezoekers was de koningin van Sheba.

Wetenschappelijke visie[bewerken]

Er zijn geen archeologische bewijzen voor Salomo's tempel, mogelijk omdat de islamitische autoriteit die de Tempelberg beheert opgravingen verbiedt. In de grotere regio van de oude koninkrijken Israël en Juda zijn er wel vele opgravingen en onderzoekingen uitgevoerd, maar hier werd weinig gevonden over de periode tussen de zestiende en de achtste eeuw v.Chr. Zodoende zijn er weinig historische of archeologische bewijzen voor het bestaan van een krachtige monarchie onder de koningen Saul, David en Salomo. Het is mogelijk dat een eerste tempel in Jeruzalem heeft bestaan, maar het wordt zeer onwaarschijnlijk geacht dat deze gebouwd zou zijn door een heerser van een krachtig verenigd Hebreeuws rijk (Salomo). Wel wordt er volop gespeculeerd over deze tempel. Zo is er de theorie dat de tempeldienst zich geleidelijk ontwikkelde uit de vermenging van de nomadisch georiënteerde Israëlitische godsdienst en van eerder in het land aanwezige vruchtbaarheidsgodsdiensten. Maar de weinige tastbare vondsten worden door aanhangers van de traditionele visie geïnterpreteerd als bevestiging voor de Bijbelse verhaallijn. Sommige wetenschappers -zoals Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman- hebben op grond van archeologische gegevens kritische kanttekeningen bij de historiciteit van de Bijbelse gegevens geplaatst[2]. In de tiende eeuw v.Chr. zouden de grote rijken van de koningen David en Salomo niet bestaan hebben in de overgeleverde vorm: het land was dunbevolkt en kon niet genoeg belasting opbrengen om een leger in stand te houden. Tot in de late 7e eeuw voor Christus waren de Israëlieten voornamelijk polytheïstisch en het monotheïsme zou pas onder koning Josia tot bloei komen. De aan Salomo toegeschreven bouwwerken waren volgens deze onderzoekers van koning Omri en zijn nazaten, die polytheïstisch waren en het koninkrijk Israël of Land van Omri tot grote bloei brachten; Juda was in die periode een arme landbouwstaat.

Archeologische opgravingen elders in Palestina en Syrië tonen aan hoe tempels in die tijd naar oudere Kanaänitische voorbeelden gebouwd werden, zoals die van Baäl-Hadad in Hazor, die als voorbeeld zou hebben gediend.[3] Deze bestond uit drie kamers. Het Heilige der Heiligen lag op het noorden, een kamer van ca. 13 bij 9 meter, met een diepe nis in de noordmuur. Daarvoor lag de grote zaal met het portaal ervoor. In het portaal stonden twee zuilen voor de ingang van de grote zaal. Salomo's tempel was echter oost-west georiënteerd, en bevatte de Ark van het Verbond, mogelijk met enkele bewakende cherubim en de grote bronzen slang.

Latere geschiedenis[bewerken]

De tempel werd in latere eeuwen meer dan eens beschadigd, door plunderende legers uit o.a. Egypte en Assyrië en ook door tijdelijke verwaarlozing van het onderhoud, maar telkens toch weer hersteld. De Babylonische koning Nebukadnezar II verwoestte de tempel volledig rond 550 v.Chr. en nam de inventaris mee naar zijn rijk. De Perzen, die het Babylonische rijk enkele decennia later veroverden, stonden de bouw van een tempel toe. Dit werd door Zerubbabel ter hand genomen. De Perzen gaven zelfs een deel van de geroofde tempelinventaris terug. Overigens heeft in deze 'tweede tempel' nooit meer de Ark van het Verbond gestaan: deze is sinds de verwoesting van de tempel van Salomo spoorloos verdwenen. Deze 'tweede tempel' werd diverse malen uitgebreid en gerenoveerd. De laatste verbouwing was rond het begin van de gangbare jaartelling door Herodes de Grote in 34 v.Chr. Deze tempel werd in het jaar 70 na Chr. verwoest. Een deel van een later toegevoegd terras, het enige wat van dit gebouw nog zichtbaar over is, is de Westmuur (ook Klaagmuur genoemd). Dit is echter niet van de eerste tempel.[4]

Literatuur[bewerken]

  • Michaël Kerrigan, Alan Lothian, Piers Vitebsky, Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, Time-Life books BV, Amsterdam, 1998, ISBN 9053902147
  • Kramer, prof. Samuel Noah, Wilson prof. J.A., Wright, dr. G. Ernest, en Saggs H.W.F., 1974: Dagelijks leven in de Bijbeltijd, National Geographic Society, De Haan, ISBN 90-228-31310
  • Magnussen, M. 1978: Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, Westland, Schoten, ISBN 9024670209
  • Stone M., Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821